Actueel
Waarzegger krijgt huiveringwekkend visioen: ”Gebeurt binnen paar weken”
‘Profeet van de onheil’ komt met huiveringwekkende voorspelling voor september: ‘Ik voel dat er iets aankomt’
De Britse helderziende Craig Hamilton-Parker heeft zijn volgers opnieuw opgeschrikt met een opvallende voorspelling. De man die online bekendstaat als de ‘profeet van de onheil’ zegt een sterk voorgevoel te hebben over september en richt zijn aandacht ditmaal op Rusland en het Verenigd Koninkrijk. Volgens Hamilton-Parker zou Rusland mogelijk op een heimelijke manier schade proberen aan te richten bij een groot Brits consumentenmerk. Hij spreekt daarbij zelfs over een mogelijke chemische aanval. Voor zijn voorspelling levert hij echter geen concreet bewijs: het gaat om zijn eigen paranormale interpretatie en niet om informatie van de Britse autoriteiten of veiligheidsdiensten.
Craig Hamilton-Parker heeft inmiddels een groot internationaal publiek opgebouwd met zijn voorspellingen.
De Brit deelt regelmatig video’s waarin hij vertelt welke gebeurtenissen hij naar eigen zeggen voelt aankomen.
Op zijn online kanalen wordt hij gevolgd door ruim 244.000 mensen.
Craig heeft onheilspellend gevoel over Rusland
In zijn nieuwste vooruitblik komt Hamilton-Parker met een bijzonder ernstige voorspelling.
Volgens de helderziende heeft hij het gevoel dat Rusland in het geheim iets tegen het Verenigd Koninkrijk zou kunnen ondernemen.
Hij koppelt dat aan de Britse steun aan Oekraïne.
„Ik heb het gevoel dat Rusland geheime, chemische aanvallen op het VK zal uitvoeren, omdat ze hiermee hebben gedreigd”, aldus Hamilton-Parker.
Daarbij benadrukt hij dat hij niet doelt op een grootschalige militaire aanval met chemische bommen.
Zijn voorspelling gaat volgens hem juist over een veel heimelijkere actie.
Hij verwijst naar Salisbury
Hamilton-Parker trekt daarbij een vergelijking met de gebeurtenissen in het Britse Salisbury.
„Een beetje zoals de vergiftigingsaanvallen die we in Salisbury hebben meegemaakt. Ik zie een soort chemische aanval voor me.”
Daar voegt hij onmiddellijk een belangrijke nuance aan toe.
„Begrijp me niet verkeerd: ik bedoel niet dat er chemische bommen zullen worden gebruikt of iets dergelijks.”
Volgens zijn voorspelling zou een eventuele actie juist gericht kunnen zijn op een onderneming of product waarmee veel gewone Britten in aanraking komen.
Groot Brits merk mogelijk doelwit, voorspelt hij
Hamilton-Parker zegt het gevoel te hebben dat een bekende winkelketen of een groot consumentenmerk betrokken zou kunnen raken bij hetgeen hij voor zich ziet.
„Ik heb het gevoel dat ze zich zullen richten op een Brits merk… een merk dat aan het grote publiek verkoopt, een soort winkel… een van de grote winkelketens.”
Daarna wordt zijn voorspelling nog specifieker.
De helderziende denkt bijvoorbeeld aan het moedwillig besmetten van producten.
Hij noemt daarbij scenario’s rond melk of babyvoeding. Ook spreekt hij over de mogelijkheid dat een gevaarlijke stof op kleding zou worden aangebracht.
Het zijn zeer ernstige scenario’s, maar belangrijk is dat Hamilton-Parker geen concrete informatie presenteert waaruit blijkt dat zoiets daadwerkelijk wordt voorbereid.
Zijn uitspraken moeten daarom worden gezien als voorspellingen van een zelfverklaard helderziende en niet als een feitelijke veiligheidswaarschuwing.
Geen officiële waarschuwing voor zo’n aanval
Er is op basis van de aangeleverde informatie geen aanwijzing dat de Britse autoriteiten specifiek hebben gewaarschuwd dat Rusland van plan is babyvoeding, melk, kleding of producten van een winkelketen te besmetten.
De concrete scenario’s die Hamilton-Parker beschrijft, komen van hemzelf.
Dat onderscheid is belangrijk.
Tegelijkertijd staat zijn voorspelling niet volledig los van de gespannen geopolitieke situatie waarin het Verenigd Koninkrijk en Rusland zich bevinden.
De verhoudingen zijn door de oorlog in Oekraïne al langere tijd bijzonder slecht.
Spanningen tussen Londen en Moskou
Het Verenigd Koninkrijk behoort tot de landen die Oekraïne stevig ondersteunen in de strijd tegen de Russische invasie.
Dat heeft herhaaldelijk tot harde woorden vanuit Moskou geleid.
Maria Zakharova, woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, waarschuwde het Verenigd Koninkrijk volgens de aangeleverde berichtgeving onlangs dat het land „met vuur speelt” vanwege zijn steun aan Oekraïne.
Ook vanuit het Verenigd Koninkrijk wordt regelmatig gesproken over dreigingen die vanuit Rusland kunnen komen.
Dat betekent echter niet dat daarmee de specifieke voorspelling van Hamilton-Parker wordt bevestigd.
Algemene waarschuwingen voor Russische dreiging en zijn concrete verhaal over het besmetten van consumentenproducten zijn twee verschillende zaken.
Verenigd Koninkrijk blijft Oekraïne steunen
Ondanks de spanningen is de Britse regering duidelijk over haar positie.
Londen wil Oekraïne blijven ondersteunen bij de verdediging tegen Rusland.
„Engeland staat schouder aan schouder met Oekraïne en we zullen hen voorzien van wat ze nodig hebben om zichzelf te verdedigen tegen de illegale invasie van Vladimir Poetin”, luidt een verklaring die in de aangeleverde berichtgeving wordt aangehaald.
Ook wordt benadrukt dat Rusland er volgens de Britse regering niet aan hoeft te twijfelen dat het Verenigd Koninkrijk zich blijft verzetten tegen Russische agressie.
De politieke confrontatie tussen beide landen blijft daarmee scherp.
Voorspelling zorgt voor onrust, maar is geen bewijs
Juist die bestaande spanningen maken de voorspelling van Hamilton-Parker voor zijn volgers waarschijnlijk extra beladen.
Toch is er een groot verschil tussen geopolitieke risico’s die door overheden en veiligheidsdiensten worden onderzocht en een voorspelling die iemand op basis van helderziendheid doet.
Hamilton-Parker presenteert geen documenten, inlichtingen of andere verifieerbare informatie die zijn scenario ondersteunen.
Of er in september daadwerkelijk iets gebeurt dat overeenkomt met zijn voorspelling, is dus volledig onzeker.
Craig Hamilton-Parker zelf zegt er in ieder geval een sterk gevoel over te hebben. Volgens de ‘profeet van de onheil’ zou Rusland heimelijk een bekend Brits consumentenmerk kunnen treffen en zou daarbij mogelijk een gevaarlijke chemische stof worden gebruikt. Voor die specifieke voorspelling bestaat op basis van de beschikbare informatie echter geen concreet bewijs of officiële waarschuwing.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?