Connect with us

Actueel

Caroline van der Plas enorm afgevallen: Zo ziet ze er nu uit

Published

on

Caroline van der Plas valt 17 kilo af: ‘Mijn leven draait nu om kwark, soep en salades’

Caroline van der Plas is de afgelopen periode flink afgevallen. De BBB-leider is inmiddels zeventien kilo kwijt en haar veranderde uiterlijk bleef ook bij politiek verslaggever Jaïr Ferwerda niet onopgemerkt. Toen hij haar in Den Haag tegenkwam, besloot hij er meteen naar te vragen. Daarbij kwam ook het bekende afslankmiddel Ozempic ter sprake.

Van der Plas loopt inmiddels al jaren rond op het Binnenhof en is een van de bekendste gezichten van de Nederlandse politiek.

Dat haar uiterlijk de afgelopen tijd zichtbaar is veranderd, viel dinsdag ook Ferwerda op. De politiek verslaggever, bekend van zijn vaak luchtige gesprekken met politici voor Renze, sprak haar erop aan.

„Ik zie: daar zijn kilo’s afgevallen, volgens mij, of niet?”, vroeg hij.

Van der Plas reageerde enthousiast en leek het duidelijk leuk te vinden dat haar gewichtsverlies werd opgemerkt.

„Dat zie je goed, ja. Wat leuk dat je dat ziet.”

Inmiddels zeventien kilo kwijt

Ferwerda wilde vervolgens natuurlijk weten hoeveel kilo Van der Plas precies was afgevallen.

Het blijken er behoorlijk wat te zijn.

„17 kilo”, antwoordde ze.

Daarmee heeft de BBB-leider in relatief korte tijd een flinke verandering doorgemaakt. Van der Plas maakt er zelf geen geheim van dat daarvoor een behoorlijke aanpassing van haar dagelijkse gewoonten nodig was.

Ferwerda wilde vervolgens weten hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen.

Ferwerda begint over Ozempic

Daarbij kwam al snel Ozempic ter sprake.

Het medicijn is oorspronkelijk bedoeld voor de behandeling van volwassenen met diabetes type 2, maar heeft de afgelopen jaren veel bekendheid gekregen doordat het bij gebruikers ook tot gewichtsverlies kan leiden.

Ferwerda vroeg Van der Plas daarom rechtstreeks of haar gewichtsverlies misschien met Ozempic te maken had.

Dat blijkt volgens de politica niet het geval te zijn.

Van der Plas vertelde dat ze haar manier van leven juist behoorlijk heeft omgegooid.

„Radicaal anders leven”, verklaarde ze.

En dat betekent vooral dat er tegenwoordig heel andere dingen op haar menu staan.

„Mijn leven draait nu om kwark, soep en salades.”

‘Het liep een beetje uit de klauwen’

De beslissing om haar leefstijl zo drastisch aan te passen, kwam niet zomaar uit de lucht vallen.

Toen Ferwerda vroeg waarom ze eigenlijk wilde afvallen, was Van der Plas daar opvallend open over.

Volgens haar was het simpelweg tijd geworden om iets te veranderen.

„Nou ja, het liep wel een beetje uit de klauwen”, vertelde ze.

Van der Plas lijkt haar doel dus vooral te bereiken door anders te eten en haar dagelijkse leefstijl aan te passen.

Met een gewichtsverlies van zeventien kilo is het resultaat inmiddels ook duidelijk zichtbaar.

Roken heeft ze nog niet opgegeven

Ferwerda was vervolgens benieuwd of haar nieuwe leefstijl nog verder ging.

Want gezonder eten is één ding, maar Van der Plas staat er ook om bekend dat ze rookt.

Dat is een gewoonte waar ze voorlopig nog geen afscheid van heeft genomen.

Op de vraag of ze inmiddels ook gestopt was met roken, antwoordde ze:

„Nee, dat blijft nog eventjes zo, denk ik.”

Ze heeft haar voedingspatroon dus wel radicaal aangepast, maar kiest ervoor om niet alles tegelijkertijd om te gooien.

Geen geheim achter haar gewichtsverlies

Van der Plas maakt in ieder geval geen geheim van de manier waarop ze de kilo’s naar eigen zeggen is kwijtgeraakt.

Waar Ferwerda nog even informeerde naar Ozempic, schrijft de BBB-leider het resultaat zelf toe aan een veel traditionelere aanpak: haar leefstijl veranderen en anders eten.

Kwark, soep en salades spelen daar volgens haar momenteel een hoofdrol in.

En het resultaat is inmiddels zodanig zichtbaar dat Ferwerda het onmiddellijk opmerkte toen hij haar tegenkwam.

Met zeventien kilo minder op de weegschaal heeft Caroline van der Plas inmiddels een flinke verandering doorgemaakt. Voorlopig lijkt ze haar nieuwe eetpatroon dan ook voort te zetten. Eén gewoonte blijft vooralsnog wel overeind: stoppen met roken staat volgens de BBB-leider nog even niet op de planning.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading