Connect with us

Actueel

Slecht nieuws voor mensen met een ING-rekening: ”Dit is gewoon dwang”

Published

on

Klanten van ING die voor online betalingen nog gebruikmaken van de bekende betaalscanner krijgen te maken met een belangrijke verandering. Door de overgang van iDEAL naar het Europese betaalsysteem Wero verdwijnt de mogelijkheid om bepaalde betalingen met de scanner goed te keuren. ING stuurt klanten nadrukkelijk richting de mobiele app, maar juist onder ouderen zorgt dat voor de nodige zorgen.

Nederland staat aan de vooravond van een grote verandering in het online betalingsverkeer. Het vertrouwde iDEAL gaat geleidelijk op in Wero, een Europees betaalsysteem dat uiteindelijk in meerdere landen gebruikt moet kunnen worden.

De overgang gebeurt niet in één keer. Consumenten zullen stap voor stap kennismaken met Wero, terwijl banken hun eigen systemen daarop aanpassen.

Voor klanten van ING heeft die ontwikkeling echter een extra gevolg. De bank heeft besloten de overgang aan te grijpen om het gebruik van de betaalscanner voor online betalingen verder af te bouwen.

ING kiest voor mobiele app

Vanaf oktober verandert er daardoor het nodige voor klanten die hun online betalingen nog met de ING Scanner bevestigen.

Andere grote banken maken een andere keuze. ABN AMRO en Rabobank blijven hun bestaande hulpmiddelen voor klanten zonder smartphone voorlopig ondersteunen. ING kiest ervoor om klanten steeds meer richting de mobiele ING-app te laten overstappen.

De bank ziet de introductie van Wero als een geschikt moment om deze verandering door te voeren.

“Wij beschouwen dit als een logisch moment om deze verandering door te voeren”, laat ING weten.

Voor veel klanten zal de wijziging waarschijnlijk weinig verschil maken. Een groot gedeelte van de rekeninghouders gebruikt de mobiele app immers al dagelijks om betalingen te verrichten en bankzaken te regelen.

Maar er bestaat ook nog altijd een groep die bewust geen gebruikmaakt van mobiel bankieren.

En juist daar ontstaan de problemen.

Vijftig euro om over te stappen

ING probeert klanten die nog gebruikmaken van de scanner te overtuigen om alsnog naar de mobiele app over te stappen.

Daar heeft de bank zelfs geld voor over.

Uit een brief die naar klanten is verstuurd, blijkt dat ING 50 euro aanbiedt aan bepaalde klanten die overstappen van de scanner naar de mobiele app.

Daarmee hoopt de bank de overstap aantrekkelijker te maken.

Voor mensen die al een geschikte smartphone hebben maar tot dusver de scanner bleven gebruiken, kan dat voldoende aanleiding zijn om alsnog over te stappen.

De situatie ligt anders voor klanten die helemaal geen smartphone bezitten of die bewust geen bankzaken via een mobiele telefoon willen regelen.

Vooral zorgen onder ouderen

Onder die laatste groep bevinden zich relatief veel oudere klanten. Niet iedereen beschikt over een smartphone en sommige ouderen vinden digitaal bankieren via een app ingewikkeld of voelen zich daar minder prettig bij.

Voor hen kan het verdwijnen van de scanner daarom een veel grotere verandering betekenen dan voor klanten die al volledig digitaal bankieren.

De kwestie heeft inmiddels ook de politiek bereikt.

Martin van Rooijen, Eerste Kamerlid namens 50PLUS, heeft vragen gesteld aan de minister van Financiën. De 84-jarige politicus zegt signalen te ontvangen van ouderen die zich zorgen maken over de plannen van ING.

“Ik heb al meerdere e-mails van bezorgde ouderen gehad. ING snapt toch best dat dit voor een aantal ouderen ingewikkeld is?”, zegt Van Rooijen tegen De Telegraaf.

Volgens hem moet er voldoende rekening worden gehouden met mensen die moeite hebben met de steeds verdergaande digitalisering van het betalingsverkeer.

Wat als je geen smartphone hebt?

Dat is meteen een van de belangrijkste vragen die door de verandering wordt opgeroepen.

Wie momenteel nog met de scanner werkt, doet dat niet noodzakelijk omdat diegene niet wíl overstappen. Sommige klanten beschikken simpelweg niet over een geschikte smartphone of willen om persoonlijke redenen geen bankapp gebruiken.

Wanneer een betaalmethode vervolgens afhankelijk wordt gemaakt van een mobiele app, ontstaat voor die groep een praktische drempel.

Het aanschaffen van een smartphone puur om bepaalde bankzaken te kunnen blijven uitvoeren, kan voor sommige klanten als een gedwongen overstap voelen.

Op sociale media klinkt daarom kritiek. Sommige gebruikers geven zelfs aan te overwegen hun rekening bij ING op te zeggen en naar een andere bank te vertrekken.

ING verwacht beperkte problemen

ING laat ondertussen weten begrip te hebben voor het feit dat technologische veranderingen niet voor iedereen even gemakkelijk zijn.

Volgens de bank brengt iedere verandering een periode van gewenning met zich mee. Tegelijk verwacht ING niet dat de nieuwe werkwijze uiteindelijk voor grote problemen zal zorgen.

De bank heeft er vertrouwen in dat de meeste klanten het goedkeuren van betalingen via de mobiele app uiteindelijk juist als eenvoudiger en gebruiksvriendelijker zullen ervaren.

Voor klanten die al gewend zijn aan mobiel bankieren zal dat waarschijnlijk inderdaad het geval zijn. De discussie draait dan ook vooral om de groep die juist buiten die digitale ontwikkeling valt.

Overgang naar Wero

Op de achtergrond speelt ondertussen de veel grotere overgang van iDEAL naar Wero.

iDEAL groeide in Nederland uit tot een van de bekendste manieren om online af te rekenen. Bij vrijwel iedere Nederlandse webwinkel kunnen consumenten rechtstreeks via hun eigen bank betalen.

Wero moet een vergelijkbare rol op Europese schaal gaan vervullen. Het idee is dat consumenten in verschillende Europese landen uiteindelijk gemakkelijker via één betaalsysteem betalingen kunnen uitvoeren.

De overgang zal geleidelijk plaatsvinden, waardoor iDEAL niet van de ene op de andere dag uit het straatbeeld verdwijnt.

Voor ING is die verandering echter aanleiding om tegelijkertijd de manier waarop klanten hun betalingen goedkeuren te moderniseren.

Discussie over toegankelijk bankieren

De kwestie raakt daardoor aan een bredere discussie: hoe toegankelijk moeten banken blijven voor mensen die niet volledig digitaal mee kunnen of willen?

Bankzaken zijn de afgelopen jaren steeds verder naar smartphones en internet verschoven. Bankkantoren zijn verdwenen, contant geld speelt een kleinere rol en steeds meer handelingen kunnen uitsluitend of veel eenvoudiger digitaal worden uitgevoerd.

Voor het grootste gedeelte van de bevolking levert dat vooral gemak op.

Maar voor mensen die minder digitaal vaardig zijn, kan iedere nieuwe verandering juist een extra obstakel vormen.

Dat verklaart waarom het besluit van ING nu zoveel aandacht krijgt. Voor iemand die dagelijks een smartphone gebruikt, lijkt overstappen van een scanner naar een app misschien een kleine stap. Voor een oudere klant zonder smartphone kan precies dezelfde wijziging grote gevolgen hebben.

Of ING naar aanleiding van de kritiek nog aanvullende mogelijkheden voor deze groep gaat aanbieden, moet blijken. Duidelijk is wel dat de overgang naar Wero voor een deel van de ING-klanten veel meer betekent dan alleen een nieuw logo of een andere naam bij het online afrekenen.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading