Connect with us

Actueel

Fred’s hart gebroken: Kijkers gaan stuk om DEZE opmerking

Published

on

Een flinke tegenvaller voor Fred in ‘B&B Vol Liefde’. De B&B-eigenaar leek eindelijk iemand te hebben gevonden voor wie hij écht enthousiast werd, maar bij Sabina blijken de gevoelens niet wederzijds. Ze besluit haar koffers te pakken en vertelt Fred tijdens een emotioneel gesprek dat het gewenste vonkje ontbreekt. Eén uitspraak vat haar gevoel echter zo treffend samen dat die onmiddellijk alle aandacht trekt: „Hij voelt misschien vlinders, maar ik voel motten in mijn buik.”

De komst van de Haagse Sabina leek aanvankelijk precies te zijn waar Fred op zat te wachten.

Hij maakte er geen geheim van dat hij haar interessant vond en liet al snel merken dat hij mogelijkheden zag tussen hen.

Sabina besloot de tijd te nemen om hem beter te leren kennen.

Maar na een aantal dagen komt ze tot een pijnlijke conclusie.

Sabina voelt het niet

Hoe aardig ze Fred ook vindt, de romantische gevoelens waarop ze had gehoopt blijven uit.

Daarom besluit Sabina dat het eerlijker is om haar verblijf te beëindigen.

Ze zoekt Fred op voor een persoonlijk gesprek en draait niet lang om de boodschap heen.

„Ik voel het gewoon niet… Dat vonkje is er niet”, vertelt ze hem.

Voor Fred is dat duidelijk niet het antwoord waarop hij had gehoopt.

Juist omdat Sabina weet dat zijn gevoelens sterker zijn, vindt ze het moeilijk om haar beslissing uit te spreken.

„Ik vind het zo lastig, omdat ik je ook geen pijn wil doen.”

Fred had zijn gevoelens duidelijk laten merken

Sabina had tijdens haar verblijf namelijk weinig twijfel over hoe Fred tegenover haar stond.

Volgens haar had hij zijn interesse duidelijk laten blijken.

„Als ik ja had gezegd, had ik zo in je armen kunnen springen”, zegt ze tijdens hun gesprek.

Precies dat maakt haar beslissing voor haarzelf ongemakkelijk.

Ze weet dat ze Fred waarschijnlijk teleurstelt, maar wil hem tegelijkertijd geen verkeerde verwachtingen geven.

„Daarom vind ik het lastig om je hartje te breken.”

Toch is Sabina ervan overtuigd dat doorgaan geen zin heeft wanneer het romantische gevoel bij haar ontbreekt.

‘Ik voel motten in mijn buik’

Dan komt de uitspraak die het gesprek een onverwacht komisch randje geeft.

Waar in B&B Vol Liefde voortdurend wordt gesproken over vonkjes, kriebels en vlinders, heeft Sabina een heel andere omschrijving voor wat er bij haar gebeurt.

„Hij voelt misschien vlinders, maar ik voel motten in mijn buik.”

Een behoorlijk duidelijke conclusie.

Met haar droge Haagse directheid weet Sabina in één zin duidelijk te maken dat de romantische aantrekkingskracht er voor haar simpelweg niet is.

Juist de combinatie van een serieus en emotioneel gesprek met die opmerkelijke vergelijking maakt het een moment dat bij kijkers blijft hangen.

Fred moet de boodschap verwerken

Voor Fred komt de afwijzing zichtbaar binnen.

Hij had duidelijk meer mogelijkheden gezien en moet na het gesprek eerst verwerken wat Sabina hem zojuist heeft verteld.

„Ik moet even landen”, geeft hij toe.

Toch probeert Fred de situatie vervolgens ook te relativeren.

Na de eerste teleurstelling concludeert hij dat een relatie tussen hem en Sabina misschien uiteindelijk toch niet zo goed zou hebben gewerkt.

„Ik ben zo op intuïtie en op proces en zij zit in een heel ander proces”, analyseert hij.

Daarmee lijkt hij achteraf ook verschillen tussen hun persoonlijkheden en benadering van relaties te zien.

Fred trekt les uit afwijzing

Het avontuur met Sabina levert Fred bovendien een inzicht over zichzelf op.

Hij beseft dat hij in zijn enthousiasme misschien soms erg snel gaat.

Wanneer hij iemand interessant vindt, laat hij dat onmiddellijk merken en kan hij al vroeg behoorlijk enthousiast worden over wat er mogelijk zou kunnen ontstaan.

Na de afwijzing van Sabina lijkt hij te beseffen dat iets meer rust misschien geen slecht idee is.

Fred geeft aan dat hij voortaan minder hard van stapel wil lopen.

Dat inzicht komt alleen wel op een moment waarop zijn mogelijkheden binnen het programma steeds beperkter worden.

En wat gebeurt er nu met Doete?

Na het vertrek van Sabina blijft Doete over.

Dat zorgt meteen voor een interessante situatie.

Fred was namelijk behoorlijk uitgesproken over zijn enthousiasme voor Sabina, terwijl Doete eveneens naar zijn B&B kwam om te ontdekken of er tussen haar en Fred iets zou kunnen ontstaan.

Nu Sabina vertrekt, rijst automatisch de vraag hoe Fred met Doete verdergaat.

Kan hij zijn aandacht opnieuw volledig op haar richten?

Of is inmiddels duidelijk geworden dat de romantische klik ook daar onvoldoende aanwezig is?

Voor Doete zou het in ieder geval weinig aantrekkelijk zijn om het gevoel te krijgen dat ze alleen nog in beeld is omdat Sabina zelf heeft besloten te vertrekken.

Fred zal dus goed moeten nadenken over wat hij daadwerkelijk voor haar voelt.

Zoektocht naar liefde wordt steeds ingewikkelder

Daarmee belandt Fred opnieuw op een belangrijk punt in zijn zoektocht.

Hij heeft gedurende het programma verschillende vrouwen leren kennen, maar de gehoopte wederzijdse verliefdheid is vooralsnog uitgebleven.

Met Sabina leek er vanuit zijn kant duidelijk meer enthousiasme te zijn.

Dit keer is het echter juist de vrouw zelf die besluit dat het niet genoeg is.

En hoe pijnlijk dat voor Fred ook is, Sabina kiest ervoor om daar duidelijk over te zijn in plaats van langer te blijven terwijl ze geen romantische toekomst ziet.

‘Vlinders’ worden motten

Of Fred uiteindelijk alsnog de liefde vindt bij Doete, zal de komende afleveringen moeten blijken.

Eerst moet hij de teleurstelling rond Sabina verwerken en bepalen hoe hij verder wil.

Sabina lijkt over haar eigen beslissing ondertussen weinig twijfel te hebben.

Fred voelde naar eigen zeggen duidelijk iets voor haar, maar bij Sabina kwamen de beroemde vlinders nooit opdagen. Haar Haagse conclusie kon nauwelijks duidelijker: „Hij voelt misschien vlinders, maar ik voel motten in mijn buik.” Daarmee komt hun mogelijke liefdesverhaal in ‘B&B Vol Liefde’ tot een abrupt einde.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading