Connect with us

Actueel

Topschaatser Jenning de Boo (22) heeft een nieuwe vriendin en dat is een hele bekende

Published

on

Heeft Jenning de Boo (22) de liefde gevonden? Rond de succesvolle Nederlandse schaatser doen plotseling opvallende geruchten de ronde. Hij wordt gelinkt aan de eveneens 22-jarige Julia van Hest, die actief is als model en actrice. RealityFBI zette de mogelijke romance op de kaart nadat het kanaal opvallend online contact tussen de twee signaleerde. Inmiddels komen volgers met meer vermeende aanwijzingen, al hebben Jenning en Julia zelf niets bevestigd.

Op sportief gebied kan Jenning terugkijken op een bijzonder succesvol jaar.

De Groninger schitterde begin 2026 tijdens de Olympische Winterspelen in Milaan-Cortina en wist daar twee zilveren medailles te veroveren.

Op zowel de 500 als de 1.000 meter eindigde hij als tweede. De Amerikaan Jordan Stolz bleek op beide afstanden uiteindelijk te sterk voor het Nederlandse sprinttalent.

Met zijn olympische prestaties groeide Jenning definitief uit tot een van de grote Nederlandse schaatssterren.

Maar naast zijn prestaties op het ijs is er ook veel belangstelling voor zijn privéleven.

Jenning was nog vrijgezel

Eerder liet Jenning weten dat er op liefdesgebied nog geen vaste relatie was.

Aan belangstelling zou het volgens hem niet liggen. Hij had naar eigen zeggen wel gedatet, maar merkte daarbij dat een relatie combineren met het leven van een topsporter niet altijd eenvoudig is.

Een professioneel schaatser leeft immers een groot gedeelte van het jaar volgens een strak schema.

Trainingen, trainingskampen, wedstrijden, reizen, herstel en voeding bepalen voor een belangrijk deel hoe de dagen eruitzien.

Jenning gaf aan dat niet iedereen begrijpt wat zo’n leven precies inhoudt.

Toen hem eerder naar een mogelijke nieuwe liefde werd gevraagd, hield hij de deur wel open. Misschien zou er in de zomer iets op zijn pad komen, grapte hij destijds.

En nu denken sommige volgers dat dit inderdaad is gebeurd.

Wie is Julia van Hest?

De vrouw aan wie Jenning momenteel wordt gelinkt, is Julia van Hest.

Net als Jenning is zij 22 jaar.

Julia is actief als model, maar werkt ook als actrice. Televisiekijkers kunnen haar onder meer herkennen uit Gooische Vrouwen, waarin ze het personage Chardonnay Mercedes speelt.

Ze timmert daarmee aan de weg in zowel de modellen- als acteerwereld.

Dat uitgerekend zij nu aan een van Nederlands bekendste jonge schaatsers wordt gekoppeld, zorgt dan ook voor de nodige aandacht.

Hartjes op Instagram vallen op

De eerste aanwijzingen komen volgens RealityFBI van Instagram.

Het kanaal merkte naar eigen zeggen op dat Jenning en Julia opvallend vaak interactie met elkaar hebben.

Zo zouden ze elkaars berichten regelmatig liken en hartjes naar elkaar sturen.

Op zichzelf bewijst dat vanzelfsprekend niets.

Vrienden en bekenden reageren immers voortdurend op elkaars berichten zonder dat daar een romantische relatie achter zit.

Toch was het voor RealityFBI aanleiding om de mogelijke romance onder de aandacht te brengen.

Daarna begonnen volgers zelf verder te zoeken.

Samen gezien in Groningen?

En daarbij zouden volgens het juicekanaal meer opvallende details naar boven zijn gekomen.

Volgers stellen dat Jenning en Julia de afgelopen periode meerdere keren op dezelfde locaties zijn geweest.

Een nog opvallender verhaal is dat de twee zelfs hand in hand door Groningen zouden zijn gezien.

Voor die bewering is in de aangeleverde informatie echter geen onafhankelijke bevestiging.

Het blijft daarom een waarneming die via volgers en het roddelcircuit wordt verspreid en niet als vaststaand feit kan worden gepresenteerd.

Foto van Julia zorgt voor nieuwe speculatie

Daar blijft het niet bij.

Julia plaatste onlangs een foto op Instagram met daarbij het woord ‘happy’.

Ook die foto wordt nu meegenomen in de speculaties.

Een volger beweert namelijk de achtergrond van de foto te herkennen en stelt dat de opname in de woning van Jenning zou zijn gemaakt.

Volgens deze persoon zou dat aan het interieur op de achtergrond te zien zijn.

Ook daarvoor geldt echter dat Jenning of Julia dit niet heeft bevestigd.

Zelfs wanneer Julia bij Jenning thuis zou zijn geweest, bewijst dat bovendien nog niet automatisch dat de twee een liefdesrelatie hebben.

Alle ogen op Jenning na olympisch succes

Dat dergelijke kleine aanwijzingen zoveel aandacht krijgen, is niet heel verrassend.

De bekendheid van Jenning is het afgelopen jaar enorm toegenomen.

Hij behoorde al tot de grootste Nederlandse schaatstalenten, maar zijn twee zilveren olympische medailles hebben zijn status verder vergroot.

Daarmee neemt automatisch ook de belangstelling voor zijn leven buiten de ijsbaan toe.

Zijn eerdere opmerkingen over daten en een mogelijke liefde in de zomer maken de timing van de huidige geruchten voor fans extra interessant.

Nog geen bevestiging van Jenning of Julia

Voorlopig ontbreekt echter het belangrijkste puzzelstukje: een reactie van de twee zelf.

Jenning heeft niet bekendgemaakt dat Julia zijn vriendin is en ook Julia heeft voor zover uit de aangeleverde informatie blijkt geen relatie met de schaatser bevestigd.

Daarmee blijven de Instagram-hartjes, likes, vermeende gezamenlijke locaties en verhalen van volgers precies wat ze op dit moment zijn: aanwijzingen die tot liefdesgeruchten hebben geleid.

Of daar daadwerkelijk een relatie achter schuilgaat, kunnen uiteindelijk alleen Jenning en Julia duidelijk maken.

Komt er binnenkort duidelijkheid?

De komende tijd zullen oplettende volgers hun sociale media ongetwijfeld extra nauwlettend bekijken.

Mocht er daadwerkelijk iets spelen, dan is het aan Jenning en Julia om te bepalen of en wanneer ze dat met de buitenwereld willen delen.

Tot die tijd is enige voorzichtigheid op zijn plaats.

De twee worden duidelijk met elkaar in verband gebracht en volgens volgers zijn er meerdere opvallende signalen. Van een officieel nieuw showbizzkoppel kunnen we echter nog niet spreken. Jenning de Boo en Julia van Hest hebben een romance vooralsnog niet bevestigd.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading