Connect with us

Actueel

Dodelijk slachtoffer van schietpartij Overasselt is Berry Leenders (51)

Published

on

Het dodelijke slachtoffer van het zeer ernstige schietincident in Overasselt is de 51-jarige Berry Leenders uit Wijchen. Hij werkte als beveiliger bij de woning aan de Ewijkseweg waar dinsdagnacht een gewelddadige confrontatie plaatsvond. Een goede vriend reageert diep aangeslagen op zijn overlijden. „Hij was de goedheid zelve. Altijd bereid om te helpen.”

Het geweld in Overasselt begon in de nacht van maandag op dinsdag rond 04.00 uur. De politie ontving een melding over een verdachte situatie bij een woning aan de Ewijkseweg.

Toen agenten bij het adres arriveerden, werd er geschoten. Ook de politie gebruikte tijdens de confrontatie vuurwapens.

Twee agenten raakten gewond en werden voor behandeling naar het ziekenhuis gebracht.

Later werd duidelijk dat ook een man om het leven was gekomen. Inmiddels is bekend dat het gaat om de 51-jarige Berry Leenders uit Wijchen, die als beveiliger bij de woning aanwezig was.

Buurt opgeschrikt door groot aantal schoten

De schietpartij zorgde midden in de nacht voor grote onrust in Overasselt.

Een buurtbewoner verklaarde tegenover de media dat er naar schatting wel dertig schoten te horen waren. Hoeveel kogels daadwerkelijk zijn afgevuurd en door wie, moet uit het politieonderzoek blijken.

Na het incident werd de omgeving op grote schaal afgezet.

De politie was urenlang met veel eenheden aanwezig en begon een omvangrijke zoekactie naar mogelijke betrokkenen.

Daarbij werden onder meer gespecialiseerde politiemensen ingezet. Ook vloog een politiehelikopter boven het gebied.

Grote zoekactie leidt tot tientallen arrestaties

In de uren na de schietpartij werden op verschillende locaties mensen aangehouden.

Rond 09.15 uur zouden in Overasselt waarschuwingsschoten zijn gelost tijdens de politieoperatie. Ook daar vonden arrestaties plaats.

Daarnaast meldde De Gelderlander dat bij het ROC aan het Stationsplein in Nijmegen meerdere personen werden opgepakt.

In de loop van dinsdag maakte de politie bekend dat het totale aantal arrestaties inmiddels was opgelopen tot 34.

Het onderzoek moet uitwijzen welke rol de afzonderlijke verdachten precies hebben gespeeld. Een arrestatie betekent vanzelfsprekend niet dat iemand ook schuldig is aan de feiten waarvan hij of zij wordt verdacht.

Burgemeester diep geschokt

Ook burgemeester Joerie Minses van de gemeente Heumen, waar Overasselt onder valt, reageerde geschokt op de gebeurtenissen.

„Allereerst gaan mijn gedachten uit naar het slachtoffer en de politieagenten die gewond zijn geraakt”, verklaarde de burgemeester volgens De Gelderlander.

Ook sprak ze haar medeleven uit richting omwonenden die midden in de nacht werden geconfronteerd met het extreme geweld.

„Ik ben diep geschokt. Wat er vannacht gebeurd is in Overasselt is volstrekt onacceptabel en gaat alle perken te buiten.”

Vooral de veiligheid van bewoners heeft volgens Minses prioriteit.

„Het kan niet zo zijn dat zij in hun directe woonomgeving onacceptabel gevaar lopen. Een omgeving waar ze zich veilig moeten kunnen voelen.”

De burgemeester liet weten alles binnen haar mogelijkheden te willen doen om de openbare orde te herstellen.

Woning was eerder doelwit van kogels

Opvallend is dat de woning aan de Ewijkseweg volgens De Gelderlander eerder betrokken was bij een ernstig geweldsincident.

In juli 2025 zou het huis eveneens zijn beschoten. Daarbij werden volgens de krant tientallen kogels op de woning afgevuurd.

De politie hield destijds een 21-jarige man uit Amsterdam aan.

Of er een verband bestaat tussen die schietpartij en het geweld van dinsdagnacht, is op dit moment niet vastgesteld.

Dat zal onderdeel moeten zijn van het verdere onderzoek.

Bewakingsbeelden tonen grote groep

Inmiddels zijn ook bewakingsbeelden van de nachtelijke gebeurtenissen naar buiten gekomen.

Op beelden die door De Telegraaf zijn gepubliceerd, zou een grote groep personen in de omgeving van de woning te zien zijn. Meerdere mensen lijken daarbij wapens bij zich te dragen.

De beelden zullen naar verwachting belangrijk zijn voor het reconstrueren van wat er precies is gebeurd.

Onderzoekers moeten onder meer vaststellen wie op welk moment aanwezig was, wie heeft geschoten en wat de aanleiding was voor de confrontatie.

Overleden beveiliger is Berry Leenders

Voor de nabestaanden van Berry Leenders zijn die vragen van groot belang.

Berry werkte als beveiliger bij het pand aan de Ewijkseweg en kwam tijdens het geweld om het leven.

Zijn goede vriend Rob Bongers bevestigt tegenover De Gelderlander de identiteit van het slachtoffer.

Hij reageert aangeslagen.

„Het is echt zielig. Hij heeft er niks mee te maken. Helemaal niks. Dit is echt erg”, vertelt Rob.

Hij verwijst daarbij ook naar beelden van de gebeurtenissen.

„Als je die beelden ziet… Hij duikt nog weg, maar wordt gewoon doodgeschoten.”

Het gaat hierbij om de lezing van zijn vriend. Het politieonderzoek moet de precieze omstandigheden waaronder Berry werd geraakt nog vaststellen.

‘Hij was de goedheid zelve’

Uit het verhaal van Rob ontstaat het beeld van een man die een relatief eenvoudig leven leidde en graag klaarstond voor anderen.

Berry was een groot liefhebber van paarden.

Hij en Rob hadden samen een paard en brachten daardoor veel tijd met elkaar door.

„Hij was de goedheid zelve. Altijd bereid om mee te helpen: uitmesten, dat soort dingen. Hij wilde altijd wel wat doen”, vertelt zijn vriend.

Rob omschrijft Berry als „een eenvoudige jongen”.

Voordat hij in de beveiliging terechtkwam, werkte hij als vrachtwagenchauffeur. Dat werk zou hij uiteindelijk niet meer hebben kunnen uitvoeren nadat hij bij een ongeluk met een paard gewond was geraakt en zijn enkel had gebroken.

Daarna besloot hij zich om te scholen.

Berry werkte als beveiliger bij evenementen

Berry ging aan de slag in de beveiliging en werkte volgens zijn vriend regelmatig bij evenementen.

Hij had geen eigen gezin en woonde bij zijn moeder, met wie hij volgens Rob een bijzonder hechte band had.

„Hij was ieders vriend. Terwijl hij niet echt vrienden had met wie hij veel omging.”

De band met zijn moeder was volgens Rob belangrijk voor hem.

„Als hij hier was, belde hij soms wel drie keer per dag met zijn moeder.”

‘Ik word daar slapend rijk’

Juist een opmerking die Berry kort voor zijn overlijden maakte, komt bij zijn vriend nu hard aan.

Vorige week vertelde Berry enthousiast dat hij een nieuwe beveiligingsklus had gekregen bij de woning aan de Ewijkseweg.

Hij leek blij met het werk en maakte er tegenover Rob nog een grap over.

„Ik word daar slapend rijk”, zou Berry hebben gezegd.

Enkele dagen later kwam hij tijdens diezelfde beveiligingsklus om het leven.

Onderzoek naar schietpartij gaat verder

Met tientallen arrestaties en een groot aantal mogelijke betrokkenen staat de politie voor een omvangrijk onderzoek.

Er moet onder meer duidelijk worden waarom zoveel mensen zich midden in de nacht rond de woning bevonden, welke wapens zijn gebruikt en wie verantwoordelijk is voor de schoten die Berry fataal werden.

Ook het letsel van de twee politieagenten en de gebeurtenissen tijdens de daaropvolgende zoekactie worden onderzocht.

Voor de vrienden en familie van Berry Leenders overheerst ondertussen vooral het verdriet. De 51-jarige paardenliefhebber had zich omgeschoold tot beveiliger en was nog maar kort bezig met zijn nieuwe klus aan de Ewijkseweg. Wat er precies gebeurde in de nacht waarin hij om het leven kwam, moet het onderzoek nu uitwijzen.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading