Actueel
Grote zorgen om Marco Borsato: ´Hij wil eigenlijk gewoon niks meer´
Waar Marco Borsato ooit een vaste waarde was op de Nederlandse televisie en in de hitlijsten, is hij sinds 2021 compleet van de radar verdwenen. De beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag zorgden voor een totale breuk met het publieke leven. Sindsdien heeft de zanger zich nauwelijks meer in het openbaar laten zien, en zijn er geen verklaringen of interviews van zijn kant verschenen. De stilte voedt speculaties over zijn mentale toestand, die volgens mensen uit zijn omgeving ernstig zou zijn.

Henny Huisman luidt de noodklok
Tijdens een uitzending van Shownieuws, die in het teken stond van het 40-jarig jubileum van de Soundmixshow, kwam voormalig presentator Henny Huisman met een opvallende uitspraak. Hij sprak openhartig over zijn zorgen rond Marco Borsato, die ooit als 23-jarige deelnemer doorbrak in zijn programma. “Zijn moeder kom ik nog wel eens tegen,” vertelde Henny. “En zij zegt: hij is er helemaal kapot van en wil eigenlijk niks meer.” De woorden van Henny schetsen een somber beeld van de toestand waarin Marco zich momenteel zou bevinden.

Geen zicht op herstel
Volgens Henny verkeert Marco in een emotionele impasse. De zanger zou geen enkel initiatief meer nemen om zijn leven of carrière weer op te pakken. De teruggetrokken levensstijl en het ontbreken van enig contact met de media doen vermoeden dat Marco zwaar lijdt onder de druk van de situatie waarin hij is beland. Zijn moeder Mary Borsato zou zich ernstige zorgen maken en aangeven dat haar zoon ‘in de knoop’ zit.

Hoop op muzikale terugkeer
Toch houdt Henny nog een sprankje hoop. Hij suggereert dat het opnemen van een nieuw album Marco misschien zou kunnen helpen om langzaam uit het dal te kruipen. Muziek als therapie, als middel om weer verbinding te maken met de wereld om hem heen. Maar of Marco daartoe in staat is, lijkt zeer de vraag. De psychische belasting en maatschappelijke veroordeling hebben hun sporen nagelaten, en een eventuele comeback lijkt op dit moment verder weg dan ooit.

Rechtszaak sleept zich voort
Tot op heden is er nog steeds geen rechtszaak gestart tegen Marco. De aanklachten dateren al van 2021, maar pas onlangs meldde het Openbaar Ministerie dat het onderzoek is afgerond. Toch laat een zittingsdatum op zich wachten. Volgens Shownieuws-deskundige Bart Ettekoven ligt dat mede aan Marco’s advocaat Carry Knoops, die nog niet alle benodigde documenten zou hebben ingediend. Dit zorgt voor frustratie bij zowel de zanger als de betrokken slachtoffers.

Juridische onzekerheid als extra belasting
De voortdurende onzekerheid over het verloop van de zaak werkt verlammend. Niet alleen voor de slachtoffers, die al jaren wachten op een oordeel, maar ook voor Marco zelf. Zolang er geen duidelijkheid is over de juridische afhandeling, blijft hij gevangen in een tussenfase van beschuldiging en zwijgen. Deze impasse legt een zware druk op zijn mentale gezondheid en maakt herstel extra moeilijk.

Familie spreekt namens Marco
Zelf laat Marco niets van zich horen. Af en toe is er een kort bericht via zijn moeder Mary of andere bekenden, maar de zanger zelf blijft volledig buiten beeld. Zijn management geeft geen updates, interviews worden afgehouden en zijn sociale media zijn al lange tijd inactief. Voor een artiest die ooit bekendstond om zijn intensieve contact met fans, is dat een opvallende wending.

Wachten op wat komt
De grote vraag blijft: keert Marco ooit nog terug? Of zal hij, ongeacht de uitkomst van de rechtszaak, voorgoed verdwijnen uit het publieke domein? Voor nu blijft het wachten. Wachten op een juridische doorbraak, op een teken van leven of misschien op een stille comeback via de muziek. Tot die tijd blijft de stilte oorverdovend.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?