Actueel
Zelensky smeekt om hulp en vertelt precies wat hij nodig heeft
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky waarschuwt dat zijn land dringend behoefte heeft aan meer raketten voor de Patriot-luchtverdedigingssystemen. Door de aanhoudende Russische aanvallen zouden de Oekraïense voorraden steeds verder onder druk komen te staan. Zelensky richt zich daarom opnieuw tot de Verenigde Staten en vraagt Washington om een deel van de Amerikaanse voorraad beschikbaar te stellen.
Volgens de president zou Oekraïne met 5 procent van de Amerikaanse Patriot-raketten voldoende mogelijkheden krijgen om de komende winter beter door te komen. Met 10 procent denkt hij zelfs vrijwel alle Russische ballistische raketten te kunnen onderscheppen.
Zelensky doet dringend beroep op Verenigde Staten
Zelensky sprak zich in een interview uit over de moeilijke situatie waarin de Oekraïense luchtverdediging verkeert. Rusland blijft het land bestoken met raketten en drones, terwijl Oekraïne voor bepaalde dreigingen afhankelijk is van geavanceerde westerse systemen.
Vooral de Patriot-systemen spelen daarbij een belangrijke rol. Zelensky wil daarom niet alleen wachten op nieuwe militaire steunpakketten, maar is bereid de benodigde raketten van de Verenigde Staten te kopen.
“Ik vraag onze Amerikaanse partners om ons 5 procent van hun Patriot-raketten te verkopen”, aldus Zelensky. Volgens hem zou dat voldoende zijn om “de winter door te komen en levens te redden”.
Wanneer Washington bereid zou zijn om 10 procent beschikbaar te stellen, denkt de Oekraïense president dat zijn land nog veel beter beschermd kan worden tegen Russische ballistische aanvallen.
Defensie-expert zet vraagtekens bij berekening
Toch zijn er twijfels over de percentages die Zelensky noemt. Patrick Bolder, defensie-expert bij The Hague Centre for Strategic Studies, denkt dat Oekraïne aanzienlijk meer onderscheppingsraketten nodig heeft dan de uitspraken van Zelensky doen vermoeden.
Volgens Bolder krijgt Oekraïne gemiddeld ongeveer twintig ballistische raketten per week te verwerken. Voor het onderscheppen van één inkomende ballistische raket worden volgens hem doorgaans meerdere onderscheppingsraketten ingezet.
“Als je een ballistische raket op je af krijgt, stuur je er minimaal twee onderscheppingsraketten op af”, legt hij uit.
Wanneer twintig ballistische raketten per week worden afgevuurd en voor iedere dreiging twee interceptors nodig zijn, zou Oekraïne alleen daarvoor al ongeveer veertig Patriot-raketten per week nodig hebben.
Amerikaanse voorraad eveneens beperkt
Daar komt volgens Bolder nog een ander probleem bij: ook de Verenigde Staten beschikken niet over een onbeperkte voorraad Patriot-raketten.
Hij stelt dat de Amerikanen ongeveer duizend van dergelijke raketten beschikbaar zouden hebben. Wanneer Oekraïne daar daadwerkelijk slechts 5 procent van zou krijgen, zou het om ongeveer vijftig raketten gaan.
Dat zou bij een verbruik van veertig onderscheppingsraketten per week vanzelfsprekend maar voor een relatief korte periode voldoende zijn.
Bolder concludeert daarom dat de percentages die Zelensky noemt moeilijk overeenkomen met het daadwerkelijke verbruik aan het front.
Wel begrijpt de defensie-expert waarom de Oekraïense president zijn verzoek relatief bescheiden formuleert. Door om slechts een klein percentage van de Amerikaanse voorraad te vragen, kan Zelensky proberen de politieke drempel voor Washington zo laag mogelijk te houden.
Russische raketaanvallen blijven doorgaan
De oproep komt op een moment waarop de druk op de Oekraïense luchtverdediging groot is. Rusland voert met regelmaat grootschalige aanvallen uit waarbij verschillende soorten drones en raketten worden gecombineerd.
Volgens de berichtgeving worden vanuit Rusland inmiddels iedere drie tot vier dagen ballistische raketten richting Kiev afgevuurd.
Juist ballistische raketten vormen een bijzonder ingewikkelde dreiging. Door hun hoge snelheid en vliegroute zijn ze veel moeilijker te onderscheppen dan bijvoorbeeld conventionele drones.
Daarom zijn de Patriot-systemen zo belangrijk voor Oekraïne. Ze behoren tot de weinige westerse luchtverdedigingssystemen waarmee Oekraïne ballistische dreigingen effectief probeert te bestrijden.
Oekraïne deelt minder informatie
In eerdere fases van de oorlog publiceerde Oekraïne regelmatig cijfers over het aantal Russische raketten en drones dat door de luchtverdediging was neergehaald.
Volgens het artikel gebeurt dat inmiddels minder uitgebreid. De tekorten aan onderscheppingsraketten zouden daarbij een rol spelen.
Dat maakt de situatie extra gevoelig. Iedere Patriot-raket die wordt ingezet, kan immers niet opnieuw worden gebruikt. Tegelijkertijd moet Oekraïne keuzes maken over welke doelen het beschermt, waaronder grote steden, energievoorzieningen en andere belangrijke infrastructuur.
Winter vormt grote uitdaging
De naderende winter maakt het tekort volgens Zelensky extra urgent. In eerdere winters richtte Rusland een deel van zijn aanvallen op de Oekraïense energie-infrastructuur. Beschadigingen aan elektriciteitscentrales en andere voorzieningen kunnen tijdens koude maanden grote gevolgen hebben voor de bevolking.
Zelensky probeert daarom al vóór de winter extra voorraden veilig te stellen.
Zijn boodschap aan Washington is duidelijk: Oekraïne wil de raketten niet uitsluitend als schenking ontvangen, maar is ook bereid ervoor te betalen.
Of de Verenigde Staten daadwerkelijk 5 of zelfs 10 procent van hun Patriot-voorraad beschikbaar willen stellen, is nog niet duidelijk. Wel onderstreept de oproep opnieuw hoe belangrijk luchtverdediging is geworden voor Oekraïne en hoe groot de behoefte aan nieuwe onderscheppingsraketten inmiddels is.
Actueel
Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met de volgende maatregelen

Steeds meer Nederlandse automobilisten kiezen ervoor om hun tank niet in eigen land, maar in België of Duitsland vol te gooien. Vooral voor mensen die dicht bij de grens wonen, kan het prijsverschil behoorlijk aantrekkelijk zijn. Een tankbeurt wordt bovendien vaak gecombineerd met boodschappen, waardoor de totale besparing verder kan oplopen. Voor Nederland heeft dat gedrag echter een keerzijde: accijnzen en btw verdwijnen naar de buurlanden.
Waarom tanken over de grens goedkoper is
De prijs die automobilisten voor een liter benzine of diesel betalen, bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de olieprijs spelen onder meer raffinage, vervoer, opslag en de marge van het tankstation een rol.
Een belangrijk verschil tussen Nederland en de buurlanden zit echter in de belastingen. Nederland heft relatief veel accijns op brandstof en daar komt vervolgens btw bovenop. Daardoor kan benzine of diesel in België en Duitsland aanzienlijk goedkoper zijn.
Een verschil van twintig cent per liter lijkt misschien beperkt, maar bij vijftig liter betekent dat al een besparing van tien euro. Wie een grotere auto heeft of meerdere keren per maand tankt, kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag besparen.
Voor mensen die slechts enkele kilometers van België of Duitsland wonen, is de rekensom daarom snel gemaakt.
Niet voor iedereen voordelig
Wie tientallen kilometers moet rijden om bij een buitenlandse pomp te komen, moet wel goed rekenen. De extra kilometers kosten immers ook brandstof en tijd.
Daarnaast kunnen files ervoor zorgen dat een goedkope tankbeurt uiteindelijk nauwelijks voordeel oplevert. Veel automobilisten combineren het tanken daarom met boodschappen of andere aankopen.
Op die manier wordt één rit gebruikt voor meerdere besparingen en wordt het aantrekkelijker om regelmatig de grens over te steken.
Nederlandse schatkist loopt inkomsten mis
Voor de Nederlandse overheid is tanktoerisme minder gunstig. Wie in Duitsland tankt, betaalt daar de accijnzen en btw. Nederland ontvangt van die tankbeurt niets.
Bij één automobilist stelt dat relatief weinig voor, maar wanneer grote aantallen Nederlanders hetzelfde doen, lopen de bedragen snel op.
Schattingen over de totale omvang verschillen. Volgens het aangeleverde artikel zou het mogelijk om honderden miljoenen euro’s per jaar gaan, waarbij sommige berekeningen zelfs richting één miljard euro gaan.
Dat levert een ingewikkeld dilemma op. Hoge brandstofaccijnzen zorgen enerzijds voor inkomsten en zijn bedoeld om vervuilend gedrag minder aantrekkelijk te maken. Anderzijds kunnen grote prijsverschillen automobilisten juist richting buitenlandse tankstations sturen.
De auto rijdt vervolgens nog steeds dezelfde kilometers, maar de belastinginkomsten gaan naar België of Duitsland. Wanneer iemand speciaal voor een tankbeurt extra kilometers rijdt, levert dat bovendien extra uitstoot op.
Nederlandse tankstations merken gevolgen
Ook pomphouders in Nederlandse grensgebieden voelen de gevolgen. Zij zien potentiële klanten letterlijk voorbijrijden richting een goedkoper tankstation over de grens.
Daarbij verliezen tankstations meer dan alleen inkomsten uit brandstof. Veel pompen verdienen een belangrijk deel van hun geld met hun winkel, waar klanten koffie, broodjes, frisdrank en andere producten kopen.
Wanneer automobilisten in Duitsland of België tanken, bestaat een grote kans dat ze dergelijke aankopen eveneens daar doen.
Vooral kleinere zelfstandige tankstations kunnen daar last van krijgen. Personeel, verzekeringen, onderhoud en energiekosten moeten immers gewoon betaald worden, terwijl de omzet terugloopt.
Sommige ondernemers proberen klanten daarom met kortingsacties, spaarsystemen, horeca of laadpalen terug te winnen. Toch is het lastig concurreren wanneer het prijsverschil aan de pomp groot blijft.
Ook Nederlandse winkels verliezen omzet
De gevolgen beperken zich niet tot tankstations. Omdat Nederlanders hun tankbeurt regelmatig combineren met boodschappen, profiteren ook buitenlandse supermarkten en winkels.
Geld dat anders mogelijk in Nederlandse grensplaatsen zou worden uitgegeven, belandt zo in België of Duitsland.
Dat maakt tanktoerisme een veel breder economisch vraagstuk dan alleen het verschil van enkele centen aan de pomp.
Wereldwijde ontwikkelingen spelen mee
Ook internationale gebeurtenissen hebben invloed op de brandstofprijzen. Oorlogen, politieke spanningen, productieproblemen en onzekerheid rond belangrijke handelsroutes kunnen olie duurder maken.
Wanneer de olieprijs stijgt, worden benzine en diesel doorgaans in meerdere landen duurder. De verschillen in belasting blijven echter bestaan, waardoor automobilisten nog steeds voordeel kunnen hebben bij een buitenlandse pomp.
Voor transportbedrijven zijn zelfs kleine verschillen belangrijk. Bedrijven die enorme hoeveelheden diesel verbruiken, kunnen door een paar cent verschil per liter al duizenden euro’s besparen. Tankstops worden daarom soms bewust buiten Nederland gepland.
Accijnzen verlagen dan maar?
Een voor de hand liggende oplossing lijkt het verlagen van de Nederlandse brandstofaccijnzen. Het prijsverschil met België en Duitsland zou daardoor kleiner worden en mogelijk zouden meer automobilisten weer in Nederland tanken.
Maar ook daar zit een keerzijde aan. Een lagere accijns betekent dat de overheid minder belasting ontvangt over iedere verkochte liter. Het is onzeker of de extra tankbeurten in Nederland voldoende zouden zijn om dat verlies te compenseren.
Daarnaast worden brandstofbelastingen gebruikt om automobilisten te stimuleren minder fossiele brandstoffen te gebruiken en bijvoorbeeld voor elektrisch rijden of het openbaar vervoer te kiezen.
Zelf goed rekenen
Voor automobilisten blijft het uiteindelijk vooral een rekensom. Kijk niet uitsluitend naar het bedrag dat op het prijsbord van het buitenlandse tankstation staat.
Neem ook de afstand, het eigen brandstofverbruik en de extra reistijd mee. Wie twintig euro bespaart maar daarvoor tientallen kilometers moet omrijden, houdt uiteindelijk een stuk minder voordeel over.
Voor inwoners van Nederlandse grensgebieden ligt dat anders. Wanneer een Belgische of Duitse pomp slechts enkele kilometers verderop ligt, kan regelmatig tanken over de grens op jaarbasis behoorlijk wat geld schelen.
En zolang het prijsverschil groot genoeg blijft, lijkt tanktoerisme voorlopig niet te verdwijnen. Daarmee blijft Nederland met een ingewikkeld dilemma zitten: automobilisten willen betaalbaar tanken, ondernemers willen hun klanten behouden en de overheid wil zowel belastinginkomsten veiligstellen als klimaatdoelstellingen halen.