Connect with us

Actueel

Schaatsster Joy Beune zet haar Playboy-foto’s online, Kjeld Nuis reageert meteen 😱

Published

on

De 25-jarige Nederlandse topschaatster Joy Beune heeft opnieuw haar grensverleggende Playboy-covershoot in de schijnwerpers gezet. Op Instagram deelde ze trots enkele beelden en schreef: “Laatste dag dat mijn cover nog in de schappen ligt. Zo’n gave ervaring!”

Playboy-succes breekt records

De Playboy-editie met Joy op de cover bleek een daverend succes. Het blad was zo populair dat het in no-time uitverkocht raakte, wat leidde tot een uitzonderlijke tweede druk – iets wat al elf jaar niet meer was voorgekomen. Deze prestatie benadrukt niet alleen haar populariteit, maar ook de impact van haar verschijning in het tijdschrift, zowel nationaal als internationaal.

Kjeld Nuis reageert met humor

Joy’s vriend, mede-schaatser en tweevoudig olympisch kampioen Kjeld Nuis, steunde haar volledig in haar keuze voor de shoot. Op Instagram reageerde hij met een knipoog: “Ik val vooral op je intelligentie en ruime woordenschat enzo weetjewel.”

Vanaf het begin moedigde Kjeld haar aan om deze unieke kans te grijpen: “Dit moet je echt doen. Als je later terugkijkt op de fotoshoot als je oud bent, kun je mooi zeggen: ik heb dat gewoon gedaan.” Zijn steun onderstreept de open en positieve dynamiek binnen hun relatie.

Internationale aandacht en nieuwe volgers

De Playboy-publicatie heeft Joy’s populariteit een flinke boost gegeven. Naast een recordverkoop zag ze een explosieve groei in haar sociale media-volgers. “Ik heb er heel veel volgers bijgekregen,” vertelt ze. Ook internationale media pikten haar verschijning op, wat leidde tot reacties van fans over de hele wereld. “Buitenlandse mensen zijn me gaan volgen en hebben positief gereageerd. Dat is zo bijzonder om te zien.”

Reacties van teamgenoten en familie

Hoewel Joy overwegend positieve reacties ontving, waren er aanvankelijk wat aarzelingen binnen haar directe omgeving. Haar moeder moest even wennen aan het idee, maar steunde haar uiteindelijk volledig. Ook enkele teamgenoten vonden het een tikkeltje ongemakkelijk, maar prezen haar lef. “Iedereen noemt het ontzettend stoer, en dat doet me goed,” deelt Joy.

Op de ijsbaan krijgt ze regelmatig complimenten van zowel collega’s als fans. “Ik hoor alleen maar leuke reacties van mensen om mij heen. Dat geeft echt een goed gevoel,” zegt ze met trots.

Een carrière vol hoogtepunten

Joy Beune heeft in haar sportieve carrière al veel indrukwekkende prestaties geleverd. In 2018 werd ze wereldkampioene allround bij de junioren. Tijdens dat toernooi verbeterde ze het wereldrecord op de 1500 meter (1.54,22) én het puntenrecord allround. Ze veroverde goud op de 1000 meter, 1500 meter en 3000 meter, waarmee ze haar veelzijdigheid als schaatsster bewees.

Bij de senioren maakte Joy een vliegende start in het seizoen 2019-2020, waar ze meerdere keren in de top 10 eindigde tijdens de World Cup. In 2020 pakte ze brons op het NK Allround en zilver op de 1500 meter tijdens het NK Afstanden.

Haar persoonlijke records zijn ronduit indrukwekkend:

  • 500 meter: 37,86
  • 1500 meter: 1.52,68
  • 3000 meter: 3.57,01
  • 5000 meter: 6.55,46

Een statement van zelfvertrouwen

De keuze om voor Playboy te poseren past volgens Joy perfect bij haar visie op zelfvertrouwen en het doorbreken van barrières. “Ik vond het belangrijk om te laten zien dat kracht en vrouwelijkheid prima samen kunnen gaan,” legt ze uit. De schaatster benadrukt dat ze trots is op wie ze is, zowel als atlete als persoon.

Haar verschijning in Playboy is meer dan een fotoshoot; het is een statement van empowerment. Door zichzelf op deze manier te presenteren, inspireert ze vrouwen wereldwijd om trots te zijn op hun lichaam en hun keuzes.

Een toekomst vol kansen

Joy Beune blijft niet stilzitten. Naast haar focus op de schaatsbaan kijkt ze uit naar nieuwe uitdagingen, zowel binnen als buiten de sport. Haar indrukwekkende prestaties, gecombineerd met haar zelfverzekerde persoonlijkheid, maken haar een rolmodel voor velen.

Met haar unieke mix van talent, charme en doorzettingsvermogen lijkt de toekomst voor Joy Beune alleen maar rooskleurig. Of het nu op het ijs is of daarbuiten, Joy blijft een naam om in de gaten te houden. 🌟

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading