Connect with us

Actueel

Marco Borsato komt met reactie op overlijden Ben Saunders

Published

on

Het overlijden van Ben Saunders is hard aangekomen bij Marco Borsato. De twee zangers kenden elkaar al jaren en vonden elkaar vooral in hun gezamenlijke liefde voor motorrijden. Na het nieuws dat Saunders op 43-jarige leeftijd is overleden, deelt Borsato emotionele woorden. „Lieve, bijzondere man, mijn hart huilt!”

Het lichaam van Ben Saunders werd dinsdag aangetroffen in de Rijkerswoerdse Plassen bij Arnhem. Meerdere vrienden, een familielid en andere bronnen uit zijn omgeving bevestigden vervolgens zijn overlijden. De politie had de identiteit van de aangetroffen persoon op het moment van de eerste berichtgeving nog niet officieel bekendgemaakt.

Het verdriet onder familie, vrienden en bekenden is groot. Ook Marco Borsato laat nu van zich horen.

Marco Borsato deelt emotioneel afscheid

Borsato reageert zichtbaar aangeslagen op het verlies. In zijn boodschap richt hij zich niet alleen tot Ben, maar ook tot diens verloofde Janita en de andere mensen die dicht bij hem stonden.

„Lieve, bijzondere man, mijn hart huilt! Ik kan geen woorden vinden voor de leegte die je achterlaat. Lieve Janita, vrienden en familie, heel veel sterkte met het verwerken van dit enorme verlies. 💔💔💔”

De woorden maken duidelijk dat het nieuws hem diep heeft geraakt.

Ben en Marco kenden elkaar al langere tijd, al was hun vriendschap niet ontstaan tijdens The Voice of Holland, zoals misschien voor de hand zou liggen.

Niet samen bij The Voice of Holland

Ben Saunders beleefde zijn grote landelijke doorbraak dankzij het eerste seizoen van The Voice of Holland. Met zijn karakteristieke stem en opvallende verschijning wist hij het publiek voor zich te winnen en uiteindelijk werd hij in 2011 de allereerste winnaar van de talentenjacht.

Marco Borsato was tijdens dat eerste seizoen echter nog geen coach. Hij sloot zich vanaf de tweede editie aan bij het programma.

De twee hebben daardoor niet als coach en kandidaat met elkaar samengewerkt. Toch leerden ze elkaar in de jaren daarna kennen en ontstond er een vriendschappelijke band.

Daarbij speelde een passie buiten de muziekwereld een belangrijke rol: motoren.

Gezamenlijke liefde voor motorrijden

Ben was een groot liefhebber van motorrijden en die interesse deelde hij met Marco.

In oktober vorig jaar vertelde Saunders nog enthousiast over een motorrit die hij samen met Borsato en een groep vrienden had gemaakt. Het gezelschap was naar Duitsland gereden.

„Ik ben laatst met Marco op een motorrit geweest, met een hele groep vrienden naar Duitsland. Hartstikke tof!”, vertelde Ben destijds aan Weekend.

Het was een van de momenten waarop duidelijk werd dat het contact tussen de twee verder ging dan elkaar alleen kennen uit de Nederlandse muziekwereld.

De motorritten boden hen de mogelijkheid om buiten optredens, televisieprogramma’s en andere publieke verplichtingen tijd met elkaar door te brengen.

 

 

Contact ontstond later opnieuw

Ben vertelde eerder ook dat hij en Marco in de jaren na The Voice of Holland niet voortdurend contact met elkaar hadden.

Hun levens en carrières gingen ieder hun eigen kant op. Via gezamenlijke kennissen uit de motorwereld kwamen ze later opnieuw met elkaar in contact.

Die hernieuwde band beviel Ben zichtbaar goed.

Hij sprak in interviews warm over Marco en noemde hem zelfs zijn „broski”, een informele benaming waarmee hij liet blijken dat hij zich met hem verbonden voelde.

Hun gezamenlijke liefde voor motoren vormde daarmee uiteindelijk een belangrijke schakel in hun contact.

Ben sprak zich publiekelijk uit over Marco

Saunders liet in het verleden bovendien blijken dat hij Borsato een warm hart toedroeg.

In een periode waarin Marco volop onderwerp was van publieke discussie, sprak Ben publiekelijk zijn steun voor hem uit. Daarmee maakte Saunders duidelijk dat hij achter iemand bleef staan die hij persoonlijk had leren kennen.

Dat maakt de woorden die Marco na het overlijden van Ben deelt extra beladen.

Waar Ben eerder publiekelijk over hun band sprak, is het nu Borsato die afscheid moet nemen.

„Mijn hart huilt”, schrijft hij.

Veel verdriet na plotselinge overlijden

Het overlijden van Ben zorgt ook bij andere mensen uit de Nederlandse muziekwereld voor emotionele reacties.

De zanger stond tot kort voor zijn overlijden nog op het podium. Zo trad hij nog geen twee weken geleden op tijdens de bruiloft van Berget Lewis, waar hij onder anderen Boris Titulaer ontmoette.

Ook met Boris ontstond die dag een bijzondere klik. De twee spraken zelfs over de mogelijkheid om in de toekomst samen muziek te maken.

Het onderstreept hoe onverwacht het nieuws voor mensen uit Bens omgeving is gekomen.

Gezin stond centraal in zijn leven

Ben laat zijn verloofde Janita Engels en zijn samengestelde gezin achter.

Ben en Janita waren sinds 2014 samen en verloofden zich in december 2016. Samen kregen ze in 2017 zoon Benji Ray.

Daarnaast had Ben dochter Stacey uit een eerdere relatie en beschouwde hij Nikia, de dochter van Janita, nadrukkelijk als een van zijn eigen kinderen.

De afgelopen jaren sprak Ben regelmatig over het belang van zijn gezin. Waar muziek na zijn overwinning bij The Voice of Holland jarenlang een groot deel van zijn leven beheerste, koos hij er later bewust voor om vaker thuis te zijn.

‘Ik kan geen woorden vinden’

Juist aan die naasten richt Marco nu een belangrijk deel van zijn boodschap.

Hij wenst Janita, de familie en vrienden van Ben veel kracht bij het verwerken van het verlies. Zelf lijkt hij eveneens moeite te hebben om onder woorden te brengen wat het overlijden met hem doet.

„Ik kan geen woorden vinden voor de leegte die je achterlaat”, schrijft Borsato. Met zijn korte maar emotionele boodschap neemt hij afscheid van de man met wie hij niet alleen de muziekwereld, maar vooral ook mooie momenten op de motor deelde.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading