Actueel
Bartina Koeman (65) vrouw van Ronald Koeman plotseling heengegaan
Ronald Koeman heeft intens verdrietig nieuws gedeeld. Zijn vrouw Bartina Koeman is op 65-jarige leeftijd 0verleden. Bartina kampte al jarenlang met borstk*nker en kreeg in 2023 te horen dat de z!ekte chronisch was geworden. Via Instagram neemt de voormalig bondscoach met aangrijpende woorden afscheid van de vrouw met wie hij ruim veertig jaar van zijn leven deelde.
„Met intens verdriet, maar ook met grote trots en liefde, nemen wij afscheid van mijn prachtige vrouw, onze allerliefste mama en oma”, schrijft Koeman op Instagram.
Bartina laat naast Ronald hun drie kinderen Debbie, Tim en Ronald junior en haar kleinkinderen achter.
Jarenlange strijd tegen borstkanker
Bartina Koeman kreeg in 2010 voor het eerst de diagnose k*nker. Acht jaar later werd de z!ekte opnieuw bij haar ontdekt.
In 2023 volgde opnieuw slecht nieuws. De k*nker was teruggekeerd en bleek ditmaal chronisch te zijn. Ondanks haar z!ekte probeerde Bartina haar leven zo veel mogelijk voort te zetten.
Over die periode sprak ze in 2025 openhartig met RTL Boulevard. Ze vertelde dat ze regelmatig moeilijke momenten kende, maar zichzelf niet wilde laten tegenhouden door haar z!ekte.
„Ik heb af en toe slechte periodes. Maar ik ben gewoon een heel sterke Groningse vrouw, dus ik ga gewoon door”, zei ze destijds.
Daarbij benadrukte ze vooral hoeveel kracht ze uit haar gezin haalde. „Ik heb mooie kinderen, mooie kleinkinderen, een leuke man.”
Al meer dan veertig jaar samen
Ronald en Bartina leerden elkaar begin jaren tachtig kennen. Bartina, geboren als Bartina Boddeveld op 30 januari 1961, werkte destijds in de schoenenwinkel van haar vader.
De ontmoeting met Ronald groeide uit tot een relatie die tientallen jaren zou duren. Op 27 december 1985 trouwde het stel.
Samen kregen ze drie kinderen: dochter Debbie en zoons Tim en Ronald junior.
Het gezin bleef gedurende Ronalds lange carrière een belangrijke constante. Terwijl Koeman als voetballer en later als trainer jarenlang internationaal actief was, bleef Bartina nauw aan zijn zijde.
Bartina bleef Ronald steunen
Hoe belangrijk die steun voor Ronald was, werd opnieuw duidelijk na het afgelopen WK.
Koeman besloot na de uitschakeling van het Nederlands elftal te stoppen als bondscoach. Oranje strandde in de zestiende finale tegen Marokko.
Bij de bekendmaking van zijn vertrek stond hij uitgebreid stil bij de rol die Bartina tijdens haar z!ekte had gespeeld.
„Mijn vrouw Bartina heeft mij, ondanks haar eigen z!ekteproces, iedere dag gesteund en aangemoedigd om mijn werk als bondscoach af te maken. Dat getuigt van een ongelooflijke kracht”, schreef Koeman.
Hij vervolgde met aangrijpende woorden: „Ik ben haar daar meer dankbaar voor dan ik ooit onder woorden zal kunnen brengen.”
Het liet zien dat de z!ekte van Bartina tijdens zijn laatste periode als bondscoach voortdurend op de achtergrond meespeelde.
‘Tijd voor mama’
Ook zoon Ronald Koeman junior vertelde eerder hoe zwaar de situatie voor het gezin was.
In het SBS6-programma Het Oranje Café onthulde hij dat zijn vader vrijwel direct na de uitschakeling op het WK duidelijk maakte wat hij wilde gaan doen.
Koeman stuurde volgens zijn zoon diezelfde nacht een bericht in de familie-app waarin hij liet weten te zullen stoppen als bondscoach.
Daar voegde hij slechts drie woorden aan toe: „Tijd voor mama.”
Voor Ronald junior was die boodschap veelzeggend. „Dat is mooi”, zei hij daarover.
Na jarenlang voetbal op het hoogste niveau wilde zijn vader zijn aandacht volledig op Bartina en het gezin richten.
Afstand tijdens WK viel zwaar
Voorafgaand aan het WK had Ronald al laten blijken dat het hem moeite kostte om voor langere tijd bij zijn vrouw vandaan te zijn.
Zijn werkzaamheden als bondscoach betekenden dat hij tijdens het toernooi op grote afstand van Bartina verbleef, terwijl zij vanwege haar z!ekte juist steun kon gebruiken.
Ronald junior vertelde later dat zijn moeder tijdens die periode alleen in een appartement in Barcelona verbleef.
„Die heeft haar man wel nodig natuurlijk”, vertelde hij.
Het maakte duidelijk hoe moeilijk het voor het gezin was om de verplichtingen rond het Nederlands elftal te combineren met de situatie thuis.
Bartina bleef Ronald echter stimuleren om zijn werk af te maken.
Samen nog op vakantie
Na de uitschakeling van Oranje kwam er ruimte om samen tijd door te brengen.
Ronald en Bartina gingen na het WK nog met elkaar op vakantie. Koeman deelde destijds een foto van dat moment en vatte zijn gevoel samen met enkele woorden die achteraf extra beladen zijn geworden.
„De rest is onbelangrijk in het leven”, schreef hij.
Na een carrière waarin voetbal tientallen jaren een groot deel van zijn leven bepaalde, verschoof de aandacht volledig naar zijn vrouw en familie.
Groot verlies voor de familie Koeman
Het overlijden van Bartina komt in een bijzondere periode voor het gezin. Zoon Ronald junior, doelman van Telstar, werd vorige week voor het eerst vader. Bartina werd daarmee kort voor haar overlijden opnieuw oma.
Voor Ronald Koeman komt met haar overlijden een einde aan een relatie die meer dan vier decennia duurde.
Vanaf hun ontmoeting begin jaren tachtig maakte Bartina vrijwel de volledige voetbalcarrière van haar man mee: van zijn jaren als speler tot zijn werkzaamheden als trainer en uiteindelijk als bondscoach van het Nederlands elftal.
Tegelijkertijd vocht zij de laatste zestien jaar haar eigen strijd tegen kanker.
Zelf bleef ze daarbij zo lang mogelijk vooruitkijken. Haar woorden uit 2025 vatten die houding treffend samen: „Ik ben gewoon een heel sterke Groningse vrouw, dus ik ga gewoon door.”
Ronald neemt afscheid van zijn vrouw
Na het beëindigen van zijn werkzaamheden als bondscoach wilde Ronald vooral bij Bartina zijn. De woorden „Tijd voor mama” maakten destijds al duidelijk waar zijn prioriteiten lagen.
Nu moet hij samen met zijn kinderen en kleinkinderen afscheid van haar nemen.
„Met intens verdriet, maar ook met grote trots en liefde”, schrijft Ronald Koeman over het verlies van zijn vrouw. Na ruim veertig jaar samen blijft voor de familie vooral het afscheid over van de vrouw die Koeman omschrijft als zijn „prachtige vrouw” en hun „allerliefste mama en oma”.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?