Actueel
Iedereen moet besparen, behalve politici: ‘109 miljoen euro naar politieke partijen’
De politieke partijen in België ontvangen nog altijd een aanzienlijke hoeveelheid overheidsfinanciering, met belastinggeld als de belangrijkste bron van inkomsten. In 2024 ontving het politieke landschap gezamenlijk een recordbedrag van 108,7 miljoen euro aan subsidies, waarvan 83,7 miljoen euro rechtstreeks afkomstig was van de overheid. Dit betekent dat meer dan 77% van hun inkomsten uit publieke middelen komt, wat vragen oproept in tijden van besparingen en strengere overheidsmaatregelen.

Politieke partijen en overheidssubsidies
Volgens een recente studie van de KU Leuven ontvangen Belgische politieke partijen het grootste deel van hun inkomsten via directe subsidies van de overheid, waaronder dotaties en fractie- en parlementstoelagen.

Het is opvallend dat deze financiering het voor de partijen mogelijk maakt om hun structuren in stand te houden, terwijl burgers en andere sectoren vaak wel fors moeten inleveren. Politicoloog Bart Maddens wijst erop dat de partijen geen financiële offers brengen, zelfs niet symbolisch. Dit terwijl de publieke opinie steeds vaker van hen verlangt om ook in te binden.

Verlies van sponsors en de zoektocht naar privéfinanciering
Hoewel overheidsfinanciering een centrale rol speelt, zien we ook een verschuiving in de manier waarop sommige partijen proberen hun inkomsten te diversifiëren. Partijen zoals de PVDA en Vlaams Belang hebben meer geld weten te genereren uit privé-giften en nalatenschappen.

Vooral Vlaams Belang zag een opmerkelijke toename in privé-investeerders, met maar liefst 679.845 euro in 2024. Toch blijft privéfinanciering voor de meeste partijen een kleinere factor in hun totale budget.

Financiële kloven tussen partijen
Niet alle partijen zijn even afhankelijk van overheidsgeld. De PVDA haalt bijvoorbeeld meer dan de helft van haar inkomsten uit ledenbijdragen, wat het minder afhankelijk maakt van de overheid in vergelijking met bijvoorbeeld de N-VA, die nog altijd de rijkste partij is met een nettovermogen van 23,6 miljoen euro. Daartegenover staat DéFI, dat een negatief vermogen van -313.526 euro heeft.

De dubbele subsidie en de kosten van de democratie
Naast de directe subsidies ontvangen de partijen ook indirecte steun via de parlementaire werkingsmiddelen. De lonen van parlementariërs en fractiemedewerkers worden volledig door de belastingbetaler gedragen. Dit brengt de totale kosten van de politieke structuren in België op een ongekend hoog niveau. Het gezamenlijke nettovermogen van alle partijen in 2024 was 127,6 miljoen euro, maar deze cijfers tonen ook aan dat verkiezingscampagnes steeds duurder worden en dat de trend van een dalend vermogen zich doorzet.

In het licht van de stijgende kosten en de toegenomen afhankelijkheid van belastinggeld, is het duidelijk dat de financiering van politieke partijen een complex onderwerp blijft. Politieke partijen kunnen niet ontsnappen aan de publieke discussie over de noodzaak om hun financiën en uitgaven te herzien, vooral wanneer de overheid zelf met bezuinigingen te maken heeft.
Actueel
Hugo de Jonge geeft tijdens coronaverhoor eindelijk toe wat iedereen al dacht

Voormalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge heeft tijdens zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie over de coronacrisis teruggeblikt op verschillende keuzes die tijdens de pandemie zijn gemaakt. Daarbij kwam ook de veelbesproken campagne ‘Dansen met Janssen’ aan bod.
Volgens De Jonge was die campagne, bekeken met de kennis van nu, een verkeerde beslissing.
Verhoor over coronabeleid
Tijdens het openbare verhoor stond De Jonge uitgebreid stil bij het vaccinatiebeleid, het coronatoegangsbewijs en de besluitvorming tijdens de coronapandemie.
De voormalig minister speelde vanaf het voorjaar van 2020 een centrale rol in de bestrijding van het coronavirus. Nadat zijn voorganger Bruno Bruins wegens gezondheidsredenen aftrad, nam De Jonge diens portefeuille over.
Tijdens de verhoren onderzoekt de enquêtecommissie hoe belangrijke besluiten destijds tot stand zijn gekomen en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken.
Kritische terugblik op ‘Dansen met Janssen’
Een van de onderwerpen die veel aandacht kreeg, was de campagne Dansen met Janssen.
Met die campagne wilde de overheid jongeren stimuleren zich te laten vaccineren met het Janssen-vaccin. Omdat voor dat vaccin aanvankelijk één prik voldoende was om een vaccinatiebewijs te verkrijgen, konden gevaccineerden sneller gebruikmaken van het coronatoegangsbewijs.
Terugkijkend is De Jonge kritisch op die campagne.
“Achteraf gezien hadden we dat nooit moeten doen”, verklaarde hij tijdens het verhoor.
Volgens hem heeft de campagne achteraf gezien een verkeerd beeld gewekt.
Snelle versoepelingen
De Jonge kreeg ook vragen over de forse stijging van het aantal besmettingen in de zomer van 2021, kort nadat diverse coronamaatregelen waren versoepeld.
Volgens de voormalig minister was die besmettingsgolf niet het gevolg van het Janssen-vaccin zelf, maar vooral van het tempo waarin de samenleving weer werd geopend.
Hij wees erop dat de versoepelingen achteraf bezien te snel zijn doorgevoerd.
Besluitvorming tijdens de crisis
Tijdens de parlementaire enquête kwam ook de manier waarop besluiten binnen het kabinet werden genomen ter sprake.
Eerder deze week werd onder meer gesproken over overleg binnen de ministerraad en communicatie tussen bewindspersonen tijdens de coronacrisis.
Ook werden vragen gesteld over informele overleggen op het Catshuis. Daarbij kwam aan bod dat van sommige bijeenkomsten geen officiële notulen beschikbaar zijn. De enquêtecommissie onderzoekt hoe de besluitvorming destijds is verlopen en welke documentatie daarvan is vastgelegd.
Veel reacties
De uitspraken van De Jonge over Dansen met Janssen leidden vrijdag tot veel reacties op sociale media.
Sommige gebruikers vinden het positief dat de voormalig minister erkent dat de campagne achteraf een verkeerde keuze was. Anderen stellen dat de erkenning te laat komt en plaatsen kritische kanttekeningen bij het gevoerde coronabeleid.
De parlementaire enquête naar de aanpak van de coronacrisis loopt de komende periode verder. In de openbare verhoren worden verschillende voormalige bewindspersonen, deskundigen en betrokken ambtenaren gehoord om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de keuzes die tijdens de pandemie zijn gemaakt en de lessen die daaruit kunnen worden getrokken.