Actueel
De ernstig zieke Martijn Krabbé is weer in beeld te zien!
Martijn Krabbé, de geliefde presentator van Kopen Zonder Kijken, heeft ondanks zijn ernstige z!ekte de draad van zijn werk weer opgepakt. De 55-jarige tv-persoonlijkheid werd dinsdag gespot in een studio, waar hij voice-overs insprak voor het aankomende seizoen van het populaire RTL-programma. Dit werd onthuld via een Instagram Story van Thijmen Vissers, eindredacteur en regisseur van het programma.

Een Terugkeer naar Zijn ‘Natuurlijke Habitat’
De beelden tonen Krabbé, ontspannen en gefocust, aan het werk in de opnamestudio. Vissers plaatste bij de video de tekst: “Martijn Krabbé lekker aan het werk in z’n natuurlijke habitat.” Voor fans is het een bemoedigend beeld, gezien de zware periode waarin Krabbé zich bevindt.
Hoewel de presentator niet meer fysiek in beeld zal verschijnen in het nieuwe seizoen van Kopen Zonder Kijken, blijft zijn herkenbare stem een belangrijk onderdeel van het programma. Het inspreken van de voice-overs is een taak die Krabbé ondanks zijn z!ekte met toewijding vervult.
Verandering in Presentatie
Het nieuwe seizoen van Kopen Zonder Kijken zal echter een andere dynamiek krijgen. Waar Krabbé voorheen de vaste presentator was, nemen nu acht andere RTL-collega’s deze rol over. Onder hen bevinden zich bekende namen als Chantal Janzen, Jamai Loman en Ruben Nicolai. Deze presentatoren zullen de draaidagen op locatie afwisselen, wat een frisse draai geeft aan de vertrouwde formule van het programma.

Krabbé’s beslissing om zijn rol als voice-over te behouden, getuigt van zijn passie voor het vak en zijn onmiskenbare toewijding aan het programma. Het nieuwe seizoen, dat op 24 maart van start gaat, zal daardoor nog steeds een vleugje Martijn Krabbé bevatten, ook al is hij niet meer in beeld.
Een Openhartige Bekentenis
Vorige week deelde Krabbé in een emotioneel interview met LINDA. het tragische nieuws over zijn gezondheid. Hij onthulde dat hij te maken heeft met uitgezaaide longk*nker en een tum0r in zijn hoofd. Zijn diagnose kwam hard aan bij zowel zijn familie als zijn fans.
In het interview liet Krabbé weten dat hij nog steeds de wens koestert om programma’s te maken voor RTL, mits zijn gezondheid dat toelaat. “Ik wil graag blijven doen wat ik leuk vind, zolang ik me fit genoeg voel,” gaf hij aan. Toch benadrukte hij dat zijn familie hem aanmoedigt om prioriteit te geven aan rust en het doorbrengen van tijd met zijn dierbaren.

Familie Boven Alles
Krabbé heeft vier kinderen uit zijn eerdere huwelijk met Amanda: Bickel (24), Michelle (20), Jasmijn (18) en Achilles (16). Sinds 2019 is hij getrouwd met Deborah, die een belangrijke steunpilaar voor hem is in deze moeilijke tijd. Zijn familie speelt een cruciale rol in hoe hij zijn laatste jaren wil doorbrengen.
Zijn dochter Michelle gaf eerder al aan hoe zwaar het nieuws binnen het gezin is aangekomen. In een interview met LINDA. deelde ze haar angst voor een toekomst zonder haar vader. “Ik wil niet nadenken over welke momenten hij misschien niet meer zal meemaken,” zei ze emotioneel. De hechte band binnen het gezin is zowel een bron van kracht als van verdriet tijdens deze zware periode.

Reacties uit de Televisiewereld
Collega’s en fans van Krabbé hebben massaal hun steun betuigd na het nieuws over zijn z!ekte. RTL heeft aangegeven Krabbé alle ruimte te geven om zijn werk op zijn eigen tempo voort te zetten. “We zijn trots op wat Martijn betekent voor ons programma en onze zender,” aldus een woordvoerder van RTL.
De televisiewereld reageerde met ontroering op zijn terugkeer naar de studio. Veel collega’s spraken hun bewondering uit voor zijn doorzettingsvermogen en liefde voor het vak. Het is een teken van Krabbé’s professionaliteit dat hij, ondanks zijn diagnose, zijn bijdrage aan Kopen Zonder Kijken blijft leveren.

Een Nieuwe Start voor het Programma
Het nieuwe seizoen van Kopen Zonder Kijken belooft opnieuw spannende huizenjachten en verrassende renovaties. Hoewel Krabbé niet fysiek aanwezig zal zijn, zal zijn stem blijven resoneren in de afleveringen, waardoor zijn unieke signatuur bewaard blijft. De toevoeging van meerdere presentatoren biedt tegelijkertijd een nieuwe dynamiek en frisheid aan het programma.
De aanwezigheid van vertrouwde gezichten zoals Chantal Janzen en Ruben Nicolai zal ongetwijfeld bijdragen aan het succes van het seizoen. Toch blijft Krabbé’s afwezigheid op beeld een gemis voor trouwe kijkers die hem als hét gezicht van het programma beschouwen.

Een Inspirerend Voorbeeld
Martijn Krabbé’s beslissing om door te werken, ondanks de immense uitdagingen waar hij mee te maken heeft, is een inspirerend voorbeeld van veerkracht en toewijding. Zijn verhaal herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om, zelfs in moeilijke tijden, vast te houden aan de dingen die ons vreugde en betekenis geven.
Voor fans is het een geruststellende gedachte dat Krabbé nog steeds een onderdeel blijft van hun favoriete programma. Zijn stem zal blijven fungeren als een vertrouwde gids, zelfs nu hij een stapje terugdoet van de schijnwerpers.

Toekomstige Plannen
Hoewel Krabbé’s toekomst onzekerder is dan ooit, blijft hij positief. Zijn wens om nieuwe programma’s te maken getuigt van zijn passie voor televisie en zijn onvermoeibare creativiteit. Het blijft afwachten of zijn gezondheid dit mogelijk maakt, maar het feit dat hij deze ambitie behoudt, spreekt boekdelen over zijn karakter.
Zijn familie en vrienden hopen dat hij de tijd kan nemen om te genieten van de dingen die er echt toe doen. Voor nu blijft Krabbé echter trouw aan zijn werk en zijn fans, door hen te blijven voorzien van de stem die ze zo goed kennen en waarderen.

Conclusie
De terugkeer van Martijn Krabbé naar de studio voor Kopen Zonder Kijken is een emotioneel moment dat bewijst hoe sterk zijn band is met het programma en zijn werk. Terwijl hij worstelt met zijn gezondheid, blijft hij een bron van inspiratie voor velen. Het nieuwe seizoen van Kopen Zonder Kijken zal anders zijn, maar dankzij Krabbé’s blijvende betrokkenheid zal het programma ongetwijfeld zijn unieke charme behouden.
Actueel
Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met de volgende maatregelen

Steeds meer Nederlandse automobilisten kiezen ervoor om hun tank niet in eigen land, maar in België of Duitsland vol te gooien. Vooral voor mensen die dicht bij de grens wonen, kan het prijsverschil behoorlijk aantrekkelijk zijn. Een tankbeurt wordt bovendien vaak gecombineerd met boodschappen, waardoor de totale besparing verder kan oplopen. Voor Nederland heeft dat gedrag echter een keerzijde: accijnzen en btw verdwijnen naar de buurlanden.
Waarom tanken over de grens goedkoper is
De prijs die automobilisten voor een liter benzine of diesel betalen, bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de olieprijs spelen onder meer raffinage, vervoer, opslag en de marge van het tankstation een rol.
Een belangrijk verschil tussen Nederland en de buurlanden zit echter in de belastingen. Nederland heft relatief veel accijns op brandstof en daar komt vervolgens btw bovenop. Daardoor kan benzine of diesel in België en Duitsland aanzienlijk goedkoper zijn.
Een verschil van twintig cent per liter lijkt misschien beperkt, maar bij vijftig liter betekent dat al een besparing van tien euro. Wie een grotere auto heeft of meerdere keren per maand tankt, kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag besparen.
Voor mensen die slechts enkele kilometers van België of Duitsland wonen, is de rekensom daarom snel gemaakt.
Niet voor iedereen voordelig
Wie tientallen kilometers moet rijden om bij een buitenlandse pomp te komen, moet wel goed rekenen. De extra kilometers kosten immers ook brandstof en tijd.
Daarnaast kunnen files ervoor zorgen dat een goedkope tankbeurt uiteindelijk nauwelijks voordeel oplevert. Veel automobilisten combineren het tanken daarom met boodschappen of andere aankopen.
Op die manier wordt één rit gebruikt voor meerdere besparingen en wordt het aantrekkelijker om regelmatig de grens over te steken.
Nederlandse schatkist loopt inkomsten mis
Voor de Nederlandse overheid is tanktoerisme minder gunstig. Wie in Duitsland tankt, betaalt daar de accijnzen en btw. Nederland ontvangt van die tankbeurt niets.
Bij één automobilist stelt dat relatief weinig voor, maar wanneer grote aantallen Nederlanders hetzelfde doen, lopen de bedragen snel op.
Schattingen over de totale omvang verschillen. Volgens het aangeleverde artikel zou het mogelijk om honderden miljoenen euro’s per jaar gaan, waarbij sommige berekeningen zelfs richting één miljard euro gaan.
Dat levert een ingewikkeld dilemma op. Hoge brandstofaccijnzen zorgen enerzijds voor inkomsten en zijn bedoeld om vervuilend gedrag minder aantrekkelijk te maken. Anderzijds kunnen grote prijsverschillen automobilisten juist richting buitenlandse tankstations sturen.
De auto rijdt vervolgens nog steeds dezelfde kilometers, maar de belastinginkomsten gaan naar België of Duitsland. Wanneer iemand speciaal voor een tankbeurt extra kilometers rijdt, levert dat bovendien extra uitstoot op.
Nederlandse tankstations merken gevolgen
Ook pomphouders in Nederlandse grensgebieden voelen de gevolgen. Zij zien potentiële klanten letterlijk voorbijrijden richting een goedkoper tankstation over de grens.
Daarbij verliezen tankstations meer dan alleen inkomsten uit brandstof. Veel pompen verdienen een belangrijk deel van hun geld met hun winkel, waar klanten koffie, broodjes, frisdrank en andere producten kopen.
Wanneer automobilisten in Duitsland of België tanken, bestaat een grote kans dat ze dergelijke aankopen eveneens daar doen.
Vooral kleinere zelfstandige tankstations kunnen daar last van krijgen. Personeel, verzekeringen, onderhoud en energiekosten moeten immers gewoon betaald worden, terwijl de omzet terugloopt.
Sommige ondernemers proberen klanten daarom met kortingsacties, spaarsystemen, horeca of laadpalen terug te winnen. Toch is het lastig concurreren wanneer het prijsverschil aan de pomp groot blijft.
Ook Nederlandse winkels verliezen omzet
De gevolgen beperken zich niet tot tankstations. Omdat Nederlanders hun tankbeurt regelmatig combineren met boodschappen, profiteren ook buitenlandse supermarkten en winkels.
Geld dat anders mogelijk in Nederlandse grensplaatsen zou worden uitgegeven, belandt zo in België of Duitsland.
Dat maakt tanktoerisme een veel breder economisch vraagstuk dan alleen het verschil van enkele centen aan de pomp.
Wereldwijde ontwikkelingen spelen mee
Ook internationale gebeurtenissen hebben invloed op de brandstofprijzen. Oorlogen, politieke spanningen, productieproblemen en onzekerheid rond belangrijke handelsroutes kunnen olie duurder maken.
Wanneer de olieprijs stijgt, worden benzine en diesel doorgaans in meerdere landen duurder. De verschillen in belasting blijven echter bestaan, waardoor automobilisten nog steeds voordeel kunnen hebben bij een buitenlandse pomp.
Voor transportbedrijven zijn zelfs kleine verschillen belangrijk. Bedrijven die enorme hoeveelheden diesel verbruiken, kunnen door een paar cent verschil per liter al duizenden euro’s besparen. Tankstops worden daarom soms bewust buiten Nederland gepland.
Accijnzen verlagen dan maar?
Een voor de hand liggende oplossing lijkt het verlagen van de Nederlandse brandstofaccijnzen. Het prijsverschil met België en Duitsland zou daardoor kleiner worden en mogelijk zouden meer automobilisten weer in Nederland tanken.
Maar ook daar zit een keerzijde aan. Een lagere accijns betekent dat de overheid minder belasting ontvangt over iedere verkochte liter. Het is onzeker of de extra tankbeurten in Nederland voldoende zouden zijn om dat verlies te compenseren.
Daarnaast worden brandstofbelastingen gebruikt om automobilisten te stimuleren minder fossiele brandstoffen te gebruiken en bijvoorbeeld voor elektrisch rijden of het openbaar vervoer te kiezen.
Zelf goed rekenen
Voor automobilisten blijft het uiteindelijk vooral een rekensom. Kijk niet uitsluitend naar het bedrag dat op het prijsbord van het buitenlandse tankstation staat.
Neem ook de afstand, het eigen brandstofverbruik en de extra reistijd mee. Wie twintig euro bespaart maar daarvoor tientallen kilometers moet omrijden, houdt uiteindelijk een stuk minder voordeel over.
Voor inwoners van Nederlandse grensgebieden ligt dat anders. Wanneer een Belgische of Duitse pomp slechts enkele kilometers verderop ligt, kan regelmatig tanken over de grens op jaarbasis behoorlijk wat geld schelen.
En zolang het prijsverschil groot genoeg blijft, lijkt tanktoerisme voorlopig niet te verdwijnen. Daarmee blijft Nederland met een ingewikkeld dilemma zitten: automobilisten willen betaalbaar tanken, ondernemers willen hun klanten behouden en de overheid wil zowel belastinginkomsten veiligstellen als klimaatdoelstellingen halen.