Actueel
Oma’s laatste foto van kleindochter minuten voor haar dood
Een hartverscheurend afscheid: Grootmoeder deelt laatste foto van haar kleindochter
Een vrouw heeft een aangrijpende foto gedeeld van haar driejarige kleindochter, Scarlett Jensen, genomen kort voor haar tragische 0verlijden. De foto, die een onschuldig en vredig moment vastlegt, werd pas later ontdekt en geeft de familie een tastbare herinnering aan de laatste momenten van Scarletts korte leven.

Een n00dlottig 0ngeval
Op 7 oktober 2022 werd het leven van Scarlett abrupt beëindigd door een dramatisch 0ngeval. Terwijl haar ouders, Samantha Jensen en haar vader, buiten de stad waren voor een bruiloft, paste haar oma op Scarlett en haar tweejarige broertje Henry. Wat een gewone dag had moeten zijn, veranderde in een nachtmerrie toen een grote pickup-truck de privéoprit van de familie in Oldtown, Idaho, opreed en de drie omver maaide.
Volgens ooggetuigen probeerde Scarletts oma haar kleinkinderen te beschermen. “Mijn moeder zwaaide met haar handen en schreeuwde dat hij moest stoppen. Ze probeerde mijn kinderen weg te trekken, maar hij reed te snel,” herinnert Samantha zich. De impact was desastreus: Scarlett 0verleed vrijwel op slag, terwijl haar oma en broertje zwaargew0nd raakten.

De dader en de nasleep
De bestuurder van de truck koos ervoor om te vluchten, maar werd uiteindelijk kilometers verderop aangehouden. Hij werd later veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaar. Hoewel gerechtigheid werd gediend, kon niets het verlies van Scarlett goedmaken of de pijn van haar familie wegnemen.
Henry werd per helikopter naar een kinderz!ekenhuis gebracht, waar artsen een reeks ernstige verw0ndingen vaststelden: een gebroken ruggengraat, zes gebroken ribben, een gebroken kaak en sleutelbeen, een gescheurde lever en talrijke andere verw0ndingen. “Mijn moeder had verschillende botbreuken, maar kon gelukkig uit het z!ekenhuis worden ontslagen,” vertelt Samantha.

Het herstel van Henry was langdurig en pijnlijk. “Hij lag een week op de intensive care voordat hij stabiel genoeg was om naar huis te komen. Daarna moest hij tien weken lang een brace dragen,” voegt ze toe.
Een onverwachte ontdekking
Te midden van het immense verdriet vond Samantha een onverwacht geschenk. De telefoon van haar moeder, die tijdens het 0ngeval verloren was gegaan, werd pas later teruggevonden. Toen Samantha door de foto’s bladerde, ontdekte ze een afbeelding van Scarlett, gemaakt slechts vijf minuten voordat haar officiële tijdstip van 0verlijden werd vastgesteld.

“Toen ik de foto zag, besefte ik dat dit het laatste moment was voordat alles veranderde,” zegt Samantha. De foto toont Scarlett met haar oma en broertje, in een zorgeloos moment van vreugde.
Volgens PEOPLE was de foto genomen nadat Scarletts oma haar kleinkinderen had meegenomen om een ijsje te halen. “Toen ze thuiskwamen op onze oprit, wilde Scarlett uit de kinderwagen om bloemen te plukken,” legt Samantha uit. “Mijn moeder nam toen de laatste foto die ik van haar heb.”

Verdriet en verwerking
Het verlies van een kind is ondraaglijk en het verwerken van zo’n tragedie is een lang en moeilijk proces. Samantha en haar familie proberen hun verdriet een plaats te geven. “Sommige dagen voelt het alsof ik verdrink, en op andere dagen kan ik watertrappelen,” deelt ze. Therapie helpt de familie om door deze moeilijke tijd te komen, en hun geloof geeft hen kracht.
“Mijn geloof in de Heer heeft mijn leven gered en heeft me enorm geholpen in mijn genezingsproces,” zegt Samantha. Ze erkent dat het moeilijk was om in eerste instantie naar de foto te kijken, maar na twee jaar ziet ze het als een dierbare herinnering aan de schoonheid en vreugde van Scarletts leven.

Een eeuwige herinnering
“Ik ben zo ongelooflijk dankbaar dat ik die foto heb,” vertelt Samantha. “Het legt de rust en vreugde van haar laatste momenten vast. De schoonheid van de omgeving, de liefde van haar oma, de onschuld van het moment… Ik zal me haar voor altijd gelukkig en zorgeloos voorstellen, bloemen plukkend met haar beste vriend en oma.”
Ondanks het hartverscheurende verlies put Samantha troost uit de wetenschap dat Scarlett omringd was door liefde in haar laatste momenten.

Rust in vrede, Scarlett. Je wordt nooit vergeten.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?