Connect with us

Actueel

Miljoenenjacht-kijkers zeggen massaal hetzelfde over de thuiswinnaars

Published

on

De finale van Miljoenenjacht leverde zondagavond opnieuw een zenuwslopend kofferspel op. Finalist Jacob durfde grote risico’s te nemen en sloeg zelfs een bod van maar liefst 303.000 euro af. Uiteindelijk besloot hij bij 109.000 euro alsnog op de knop te drukken. Voor een ouder stel uit Delfzijl betekende dat eveneens fantastisch nieuws: zij wonnen thuis precies hetzelfde bedrag.

De 33-jarige Jacob werkt als groenteboer op de markt en is vader van drie kinderen. Hij heeft twee dochters van tien jaar uit een eerder huwelijk en heeft inmiddels een relatie met Ilona. Zij was met hem meegereisd naar de studio en volgde het spannende spel van dichtbij.

Eenmaal aangekomen bij het kofferspel koos Jacob voor koffer nummer 7. Vanaf dat moment begon een finale waarin hij meerdere keren voor een bijzonder lastige keuze kwam te staan.

Sterke start voor Jacob

De eerste ronde verliep uitstekend. Jacob wist alle miljoenenbedragen in het spel te houden, waardoor de bank meteen met een aantrekkelijk eerste bod kwam: 75.000 euro.

Voor Jacob was dat echter nog lang niet genoeg. Hij besloot zonder deal verder te spelen.

In de tweede ronde ging het voor het eerst serieus mis. De koffer met 2 miljoen euro verdween uit het spel. Omdat de overige geopende koffers aanzienlijk lagere bedragen bevatten, bleef de schade beperkt.

De bank verhoogde het bod zelfs naar 111.000 euro.

Opnieuw besloot Jacob het geld te laten liggen. Hij wilde zien hoeveel meer er mogelijk was.

Miljoenenbedragen verdwijnen

Daarna werd het spel een stuk gevaarlijker. Jacob wist zowel de 1 miljoen als de 2,5 miljoen euro uit het spel te halen. Daarmee verdwenen opnieuw twee enorme bedragen.

Toch had de bank goed nieuws voor hem. Het nieuwe bod kwam uit op 149.000 euro.

Op dat moment was van alle miljoenenbedragen alleen de absolute hoofdprijs van 5 miljoen euro nog over. Zolang die koffer gesloten bleef, kon Jacob blijven dromen van een veel hoger bod.

Hij besloot daarom opnieuw het risico te nemen.

En aanvankelijk bleek dat een uitstekende beslissing.

 

 

Bank biedt maar liefst 303.000 euro

Jacob speelde vervolgens een ijzersterke ronde en haalde alleen lage bedragen uit het spel. De vijf miljoen bleef keurig staan en dat was voor de bank reden om het bod spectaculair te verhogen.

Op het scherm verscheen maar liefst 303.000 euro.

Een bedrag waarmee Jacob in één klap verzekerd kon zijn van ruim drie ton.

Zijn vriendin Ilona leek zichtbaar onder de indruk van het enorme bod. Toch besloot Jacob opnieuw niet op de knop te drukken.

Hij wilde verder.

Dat bleek een bijzonder kostbare beslissing.

Niet veel later gebeurde precies waar iedereen in de studio bang voor was: Jacob koos de koffer met 5 miljoen euro.

Daarmee verdween de laatste miljoenenprijs uit het spel en stortte het bod van de bank volledig in. Van 303.000 euro ging het naar slechts 76.000 euro.

 

 

 

 

Jacob geeft nog altijd niet op

Ondanks de enorme tegenvaller wilde Jacob zich niet gewonnen geven. Hij besloot ook het bod van 76.000 euro af te wijzen.

Dat pakte in eerste instantie goed uit.

In de volgende ronde hoefde hij slechts één koffer te openen en wist hij een gunstig resultaat neer te zetten. De bank verhoogde het bod vervolgens weer naar 128.000 euro.

Er zaten op dat moment nog vijf bedragen in het spel: 50 cent, 10 euro, 300.000 euro, 400.000 euro en 500.000 euro.

Daarmee waren drie van de vijf resterende koffers minimaal drie ton waard. Jacob had dus nog altijd een serieuze kans op een prachtig eindresultaat.

Maar hij wilde opnieuw verder.

Opnieuw een dure koffer

Ditmaal verdween de 300.000 euro uit het spel. Toch verhoogde de bank het bod naar 149.000 euro.

Jacob stond daarmee opnieuw voor een belangrijke beslissing. Na eerder al 303.000 euro te hebben afgeslagen, kon hij alsnog met bijna anderhalve ton naar huis.

Maar Jacob wilde er nog één koffer uit halen.

Op advies van Ilona koos hij voor koffer nummer 2.

Dat bleek opnieuw een pijnlijke keuze. In de koffer zat maar liefst 500.000 euro.

Met nog slechts drie koffers in het spel verslechterde de uitgangspositie daardoor aanzienlijk. Het nieuwe bod van de bank bedroeg 109.000 euro.

Ditmaal hoefde Jacob niet lang na te denken.

Deal.

Daarmee eindigde zijn bijzonder spannende avontuur bij Miljoenenjacht met een bedrag van 109.000 euro.

Ook thuis wordt 109.000 euro gewonnen

Zoals gebruikelijk betekende Jacobs beslissing ook dat ergens anders in Nederland iemand hetzelfde bedrag mocht ontvangen.

Winston Gerschtanowitz ging met de bekende gouden koffer op pad en belandde deze keer in Delfzijl.

Daar stond een ouder stel een enorme verrassing te wachten.

Toen Winston voor de deur verscheen, waren de twee rustig naar het wielrennen aan het kijken. Van wat zich op dat moment bij Miljoenenjacht afspeelde, hadden ze daardoor weinig meegekregen.

De verbazing was dan ook groot toen duidelijk werd waarvoor Winston langskwam.

Het stel bleek maar liefst 109.000 euro te hebben gewonnen.

Kijkers gunnen stel de enorme prijs

De thuiswinnaars konden nauwelijks bevatten wat hen overkwam. Waar Jacob in de studio door een zenuwslopend kofferspel moest om hetzelfde bedrag te bemachtigen, kregen zij de enorme geldprijs onverwachts aan de deur overhandigd.

Hun reactie kon op veel sympathie van kijkers rekenen. Op sociale media verschenen verschillende positieve berichten van mensen die aangaven het oudere stel de prijs van harte te gunnen.

Zo kreeg een bewogen aflevering uiteindelijk twee winnaars van precies hetzelfde bedrag.

Voor Jacob zal wellicht nog enige tijd door zijn hoofd spoken wat er was gebeurd als hij bij het spectaculaire bod van 303.000 euro wél op de knop had gedrukt. Uiteindelijk vertrok hij echter met 109.000 euro naar huis.

En honderden kilometers verderop in Delfzijl veranderde datzelfde bedrag voor een nietsvermoedend stel eveneens in één klap de zondagavond.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading