Actueel
Angela de Jong bewusteloos onderaan de trap gevonden door haar man
Angela de Jong heeft een bijzonder heftige week achter de rug. De AD-columniste viel midden in de nacht maar liefst vijftien traptreden naar beneden en raakte daarbij buiten bewustzijn. Haar man trof haar onderaan de trap aan en probeerde haar met een natte doek weer bij bewustzijn te krijgen. Inmiddels is ook duidelijk wat mogelijk achter de val zat.
Trouwe lezers van Angela de Jong zullen afgelopen week misschien hebben gemerkt dat haar dagelijkse columns in het Algemeen Dagblad ontbraken. Inmiddels heeft de opiniemaker zelf uitgelegd waarom ze enige tijd uit de roulatie was.
De Jong moest herstellen van een flinke val in haar eigen woning.
In haar nieuwste column beschrijft ze hoe ze rond half vijf ’s nachts plotseling onderaan de trap lag.
“En toen lag ik daar ineens. In de gang. Onderaan de trap. Om half vijf ’s nachts”, schrijft ze.
Man treft Angela bewusteloos aan
De situatie was behoorlijk ernstig. De Jong was volgens haar eigen verhaal buiten bewustzijn geraakt en haar man zat naast haar toen ze weer bijkwam.
Hij probeerde haar met een natte doek in haar gezicht bij bewustzijn te krijgen.
De Jong bleek maar liefst vijftien treden naar beneden te zijn gevallen. Ze was onderweg naar het toilet, dat zich boven vlak naast het trappengat bevindt.
Gezien de hoogte van de val had het incident veel ernstiger kunnen aflopen.
“Ik ben er genadig vanaf gekomen”, concludeert De Jong zelf.
Ze liep geen botbreuken op. Wel hield ze meerdere blauwe plekken en schaafwonden aan de val over.
Het ernstigste letsel zat aan haar oor. Dat was volgens De Jong gescheurd en ontveld. Bij de huisartsenpost konden de verwondingen uiteindelijk worden behandeld met lijm en zwaluwstaartjes.
Oorzaak mogelijk gevonden
Na zo’n val dringt natuurlijk onmiddellijk de vraag op hoe dit heeft kunnen gebeuren. Inmiddels lijkt daar volgens De Jong een mogelijke verklaring voor te zijn gevonden.
Bij onderzoek bleek namelijk dat ze bloedarmoede heeft als gevolg van een fors ijzertekort.
De Jong schrijft dat haar ferritinewaarde op 6 uitkwam. Volgens de waarden die zij in haar column noemt, ligt het normale bereik tussen de 22 en 204.
Daarmee kreeg een aantal klachten waar ze in de weken vóór haar val last van had ineens een andere betekenis.
Ze was namelijk regelmatig moe en draaierig geweest.
Aanvankelijk had De Jong daar weinig achter gezocht. Vermoeidheid is immers iets waar veel mensen van tijd tot tijd last van hebben. Achteraf realiseert ze zich dat ze de signalen mogelijk te gemakkelijk heeft weggewuifd.
‘Wie is dat niet?’
“De weken voor de val was ik regelmatig draaierig. En moe. Maar ach, wie is dat niet?”, schrijft ze daarover.
Juist daarom deelt De Jong haar ervaring nu met haar lezers. Volgens haar doet ze dat niet om medelijden te krijgen, maar om anderen bewust te maken van de mogelijke gevolgen van een ijzertekort.
“IJzertekort komt steeds vaker voor, vooral onder vrouwen”, schrijft ze, waarbij ze verwijst naar deskundigen.
De klachten kunnen volgens haar uiteenlopen van vermoeidheid en duizeligheid tot concentratieproblemen, kortademigheid en haaruitval.
Het probleem is dat dergelijke klachten gemakkelijk aan iets anders kunnen worden toegeschreven. Vermoeidheid na een drukke periode of even duizelig worden, hoeft immers op zichzelf niet direct alarmerend te voelen.
Bij De Jong bleek uiteindelijk dat er wel degelijk iets speelde.
Te snel opgestaan
Een definitieve verklaring voor haar val is er volgens haar nog niet, maar De Jong denkt inmiddels wel te weten wat het meest waarschijnlijke scenario is.
Ze vermoedt dat ze die bewuste nacht te snel is opgestaan.
Daardoor zou ze duizelig zijn geworden en vervolgens haar evenwicht hebben verloren. Omdat ze zich vlak bij het trappengat bevond, waren de gevolgen meteen fors.
“Dan loop je dus het risico onderaan de trap te belanden”, schrijft ze.
Dat ze daarbij vijftien treden naar beneden viel en uiteindelijk buiten bewustzijn in de gang terechtkwam, maakt duidelijk hoe ernstig zo’n ogenschijnlijk kort moment van duizeligheid kan uitpakken.
Angela wil anderen waarschuwen
De columniste gebruikt haar eigen ervaring daarom vooral als waarschuwing. Achteraf denkt ze dat eerder bloedonderzoek mogelijk veel problemen had kunnen voorkomen.
“Af en toe mijn bloed laten prikken had waarschijnlijk een boel ellende gescheeld”, concludeert ze.
Voor De Jong zelf liep het incident ondanks alles relatief goed af. Er waren geen breuken en haar verwondingen konden worden behandeld.
Dat neemt niet weg dat de schrik er flink in zat. Midden in de nacht vijftien traptreden naar beneden vallen en vervolgens buiten bewustzijn door je partner worden aangetroffen, had immers heel anders kunnen eindigen.
De komende periode zal De Jong verder moeten herstellen van haar verwondingen en het vastgestelde ijzertekort.
Zelf lijkt ze vooral één belangrijke les uit het incident te trekken: lichamelijke signalen zoals aanhoudende vermoeidheid en duizeligheid niet te gemakkelijk negeren.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?