Connect with us

Actueel

Gevaarlijk virus opgedoken op verschillende plekken in Nederland

Published

on

Het westnijlvirus is opnieuw opgedoken in Nederland. In korte tijd is het virus vastgesteld bij een mens, een paard en een vogel. Volgens het RIVM wijzen deze vondsten erop dat er momenteel besmette muggen in Nederland rondvliegen die het virus kunnen overdragen. De meeste mensen merken overigens niets van een besmetting, maar in zeldzame gevallen kan het virus ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

Besmetting ontdekt bij bloeddonor

De menselijke besmetting kwam aan het licht bij een bloeddonor. Opvallend is dat deze persoon voorafgaand aan de besmetting niet in het buitenland is geweest.

Daarom gaat het RIVM ervan uit dat de infectie in Nederland is opgelopen. Dat betekent dat het virus opnieuw lokaal wordt overgedragen.

De besmetting werd in augustus ontdekt tijdens wetenschappelijk onderzoek onder bloeddonoren. Daarbij wordt extra gekeken naar gebieden waar het westnijlvirus eerder is gevonden bij mensen, paarden, vogels of muggen.

Het is voor het eerst in ongeveer zes jaar dat er weer melding wordt gemaakt van iemand die het virus in Nederland heeft opgelopen. In 2020 werden eveneens verschillende menselijke besmettingen vastgesteld.

Hoe verspreidt het westnijlvirus zich?

Het westnijlvirus wordt voornamelijk verspreid door muggen. De verspreiding begint meestal bij vogels die het virus bij zich dragen.

Wanneer een mug een besmette vogel steekt, kan de mug zelf geïnfecteerd raken. Vervolgens kan diezelfde mug het virus bij een volgende beet overbrengen op mensen of andere zoogdieren, waaronder paarden.

Mensen en paarden worden daarbij gezien als zogenoemde eindgastheren. Zij hebben doorgaans niet voldoende virus in hun bloed om nieuwe muggen te besmetten.

Een besmet persoon vormt daardoor normaal gesproken geen direct besmettingsgevaar voor andere mensen. Je krijgt het virus dus niet door simpelweg in de buurt van iemand te zijn die besmet is.

 

 

Ook virus bij paard en vogel gevonden

Dat het virus nu niet alleen bij een mens, maar ook bij een paard en een vogel is aangetroffen, is belangrijk voor het beeld van de verspreiding.

De combinatie van deze vondsten wijst erop dat het virus daadwerkelijk circuleert tussen vogels en muggen in Nederland.

Dat betekent niet automatisch dat er op grote schaal mensen ziek zullen worden. Wel is het een signaal dat overdracht via Nederlandse muggen mogelijk is en dat gezondheidsinstanties de situatie nauwlettend moeten blijven volgen.

In 2020 voor het eerst in Nederland aangetroffen

Het westnijlvirus komt oorspronkelijk uit Afrika, maar heeft zich in de loop der jaren over andere delen van de wereld verspreid. Ook in verschillende Europese landen wordt het virus inmiddels aangetroffen.

Trekvogels spelen een belangrijke rol bij de verspreiding over grote afstanden. Daarnaast kunnen warmere weersomstandigheden gunstig zijn voor muggen en de overdracht van het virus.

Nederland kreeg er in 2020 voor het eerst nadrukkelijk mee te maken. In augustus van dat jaar werd het virus aangetroffen bij een grasmus. Later volgden ook menselijke besmettingen.

In totaal werden dat jaar acht mensen in Nederland besmet.

Daarna bleef het jarenlang relatief stil rond lokaal opgelopen menselijke infecties. De nieuwe vondsten laten zien dat het virus opnieuw aanwezig is.

Meeste mensen merken helemaal niets

Hoewel de naam westnijlvirus behoorlijk ernstig klinkt, krijgt het overgrote deel van de besmette mensen geen klachten.

Volgens de informatie van het RIVM merkt ongeveer 80 procent van de geïnfecteerde mensen niets van de besmetting.

Bij ongeveer één op de vijf kunnen wel ziekteverschijnselen ontstaan. Die klachten zijn meestal relatief mild en kunnen lijken op andere virusinfecties.

Mensen kunnen bijvoorbeeld last krijgen van koorts, hoofdpijn en vermoeidheid. Ook kunnen de lymfeklieren opzwellen.

Daardoor kan een besmetting gemakkelijk onopgemerkt blijven of worden aangezien voor een andere infectie.

In zeldzame gevallen ernstige klachten

Bij een klein deel van de patiënten kan het westnijlvirus veel ernstiger verlopen.

Het virus kan dan het zenuwstelsel aantasten en bijvoorbeeld leiden tot een hersenvliesontsteking. Ook neurologische problemen en verlammingsverschijnselen kunnen voorkomen.

In uitzonderlijke gevallen kan een infectie zelfs fataal aflopen.

Dat ernstige verloop komt slechts bij een klein gedeelte van de besmette personen voor, maar is wel een belangrijke reden waarom het virus nauwlettend wordt gevolgd.

Besmette muggen zijn nu in Nederland aanwezig

De vondsten zijn vooral opvallend omdat ze duidelijk maken dat overdracht niet alleen iets is dat Nederlanders tijdens een buitenlandse reis kan overkomen.

Wanneer iemand die Nederland niet heeft verlaten hier besmet raakt en het virus tegelijkertijd bij dieren wordt aangetroffen, wijst dat op lokale circulatie.

Muggen kunnen het virus oppikken bij besmette vogels en het vervolgens verder verspreiden.

Het RIVM houdt daarom samen met andere organisaties in de gaten waar het virus wordt gevonden en of er nieuwe besmettingen bijkomen.

Geen reden voor paniek, wel alert blijven

De nieuwe besmettingen betekenen niet dat iedere mug in Nederland het westnijlvirus bij zich draagt. Ook krijgt lang niet iedereen die besmet raakt daadwerkelijk ziekteverschijnselen.

Wel bevestigen de recente vondsten dat het virus opnieuw in Nederland circuleert.

Vooral tijdens het muggenseizoen is het daarom verstandig om muggenbeten zoveel mogelijk te voorkomen. Denk aan het dragen van bedekkende kleding op momenten waarop veel muggen actief zijn en het gebruik van geschikte muggenwerende middelen.

Ook horren kunnen helpen om muggen buiten de woning te houden.

RIVM volgt ontwikkelingen

Voorlopig wordt nauwlettend gevolgd hoe de situatie zich ontwikkelt. De besmetting bij een bloeddonor, in combinatie met de vondsten bij een paard en een vogel, vormt een duidelijk signaal dat het westnijlvirus opnieuw aanwezig is in Nederland.

Voor de meeste mensen zal een eventuele infectie zonder klachten verlopen. Toch kan het virus in zeldzame gevallen ernstige complicaties veroorzaken.

De belangrijkste conclusie is daarom dat er geen reden is voor paniek, maar dat de nieuwe vondsten wel serieus worden genomen. Na jaren zonder bekende lokaal opgelopen menselijke infecties is het westnijlvirus opnieuw vastgesteld bij iemand die niet in het buitenland is geweest.

Actueel

Vanaf 12 augustus: nieuwe verplichting geldt voor alle supermarktklanten

Published

on

Miljoenen Nederlanders kunnen de komende jaren veranderingen gaan merken in de supermarkt en bij online bestellingen. Nieuwe Europese regels moeten ervoor zorgen dat verpakkingen kleiner, lichter en beter recyclebaar worden. De maatregelen worden stapsgewijs ingevoerd en moeten vooral de enorme hoeveelheid verpakkingsafval binnen Europa terugdringen.

Europa wil hoeveelheid verpakkingsafval flink verminderen

Wie regelmatig boodschappen doet, kent het verschijnsel waarschijnlijk wel: een grote doos openen om vervolgens te ontdekken dat het daadwerkelijke product maar een klein gedeelte van de verpakking inneemt.

Als het aan de Europese Unie ligt, moet daar steeds vaker een einde aan komen.

Europa produceert namelijk enorme hoeveelheden verpakkingsafval. Volgens de Europese Commissie komt dat neer op bijna 190 kilo per inwoner per jaar. Zonder nieuwe maatregelen dreigt die hoeveelheid de komende jaren verder toe te nemen.

Daarom zijn nieuwe regels opgesteld die fabrikanten, supermarkten, importeurs en webwinkels dwingen kritischer te kijken naar de manier waarop producten worden verpakt.

Centraal daarin staat de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation, oftewel de PPWR.

Verpakkingen moeten kleiner en lichter

Een van de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe regelgeving is dat verpakkingen niet onnodig groot of zwaar mogen zijn.

Fabrikanten moeten hun verpakkingen zo ontwerpen dat er niet méér materiaal wordt gebruikt dan noodzakelijk is om het product veilig te verpakken.

Voor consumenten kan dat betekenen dat bepaalde producten in de toekomst in kleinere dozen, zakken en andere verpakkingen terechtkomen.

Het product zelf hoeft daardoor natuurlijk niet kleiner te worden. Het gaat juist om het terugdringen van overbodig verpakkingsmateriaal en lege ruimte rondom producten.

De bekende enorme doos met daarin een relatief klein artikel moet daardoor uiteindelijk steeds minder vaak voorkomen.

Ook webwinkels krijgen ermee te maken

Niet alleen de supermarkt krijgt te maken met veranderingen. Ook bij online bestellingen moet efficiënter worden verpakt.

Iedereen die regelmatig iets online koopt, heeft waarschijnlijk weleens een pakket ontvangen waarbij een klein artikel in een opvallend grote verzenddoos zat.

Juist die lege ruimte wil Europa aanpakken.

Voor transport- en verzendverpakkingen komen strengere eisen. Vanaf 2030 geldt volgens de regelgeving onder meer een maximale hoeveelheid loze ruimte van 50 procent voor bepaalde verpakkingen.

Daarmee moet niet alleen karton of ander verpakkingsmateriaal worden bespaard. Kleinere pakketten betekenen ook dat vrachtwagens en bestelwagens efficiënter kunnen worden gevuld.

Recycling wordt belangrijker

Een tweede belangrijk onderdeel van de plannen heeft betrekking op recycling.

Verpakkingen moeten steeds meer worden ontworpen met het oog op hergebruik van de gebruikte grondstoffen. Een verpakking die uit allerlei moeilijk van elkaar te scheiden materialen bestaat, kan recycling namelijk ingewikkelder maken.

Producenten zullen daarom bij het ontwerpen al rekening moeten houden met wat er met de verpakking gebeurt nadat de consument het product heeft gebruikt.

Het uiteindelijke doel is een systeem waarin veel meer materiaal opnieuw als grondstof kan worden ingezet.

Daarmee wil Europa minder afhankelijk worden van nieuwe grondstoffen en tegelijkertijd de hoeveelheid afval die wordt verbrand of op andere manieren verdwijnt verminderen.

Schadelijke stoffen verder beperkt

Ook de samenstelling van verpakkingen wordt aangepakt.

Voor bepaalde voedselverpakkingen worden bijvoorbeeld strengere beperkingen gesteld aan het gebruik van PFAS. Deze chemische stoffen kunnen zeer lang in het milieu aanwezig blijven.

Door het gebruik ervan terug te dringen, wil Europa zowel gezondheids- en milieurisico’s beperken als voorkomen dat schadelijke stoffen het recyclingproces bemoeilijken.

De nieuwe regels gaan daardoor veel verder dan alleen het formaat van een kartonnen doos.

Niet alles verandert meteen

Consumenten hoeven overigens niet te verwachten dat van de ene op de andere dag alle verpakkingen in Nederlandse supermarkten veranderen.

De verschillende onderdelen van de Europese regelgeving worden verspreid over meerdere jaren ingevoerd. Bedrijven krijgen daardoor tijd om verpakkingslijnen, materialen en ontwerpen aan te passen.

Een verandering die bijvoorbeeld nog langer op zich laat wachten, betreft uniforme Europese labels voor afvalscheiding.

Het idee is dat consumenten straks gemakkelijker kunnen zien in welke afvalstroom een verpakking thuishoort. Daarvoor moeten in Europa dezelfde herkenbare pictogrammen worden gebruikt.

De definitieve vormgeving daarvan moet echter nog verder worden uitgewerkt. De verwachting is dat dergelijke uniforme labels op zijn vroegst vanaf augustus 2028 verplicht worden.

Tot die tijd blijven consumenten vooral de bestaande nationale aanduidingen tegenkomen.

Producent krijgt meer verantwoordelijkheid

Voor fabrikanten en importeurs betekenen de maatregelen ondertussen behoorlijk wat werk.

Bedrijven moeten kunnen aantonen dat hun verpakkingen voldoen aan de Europese eisen. Daarbij wordt gekeken naar onder andere materiaalgebruik, recyclebaarheid en de hoeveelheid verpakking die noodzakelijk is.

Daarnaast blijven producenten financieel verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van verpakkingsafval in landen waar hun producten worden verkocht.

Het principe daarachter is duidelijk: degene die verpakkingen op de markt brengt, draagt ook verantwoordelijkheid voor wat er uiteindelijk met dat materiaal gebeurt.

Steeds meer gerecycled materiaal

De komende jaren worden ook de Europese ambities voor recycling verder aangescherpt.

Daardoor moet een steeds groter gedeelte van onder andere kunststof, aluminium en staal opnieuw worden verwerkt en als grondstof worden gebruikt.

Voor consumenten kan dat uiteindelijk zichtbaar worden aan de verpakkingen zelf. Ze kunnen eenvoudiger worden ontworpen, uit minder verschillende materialen bestaan en vaker gerecycled materiaal bevatten.

Daarnaast wil Europa sterker inzetten op herbruikbare oplossingen, waardoor bepaalde wegwerpverpakkingen geleidelijk minder gebruikelijk kunnen worden.

Wat merkt de Nederlandse consument?

Voor Nederlandse huishoudens verandert de manier waarop afval wordt weggegooid voorlopig niet plotseling.

De grootste veranderingen zullen waarschijnlijk geleidelijk zichtbaar worden tijdens het boodschappen doen of bij het openen van online bestellingen.

Denk aan compactere verpakkingen, minder lege ruimte in dozen, andere materialen en uiteindelijk duidelijkere informatie over recycling.

Het gaat dus niet om één enorme verandering die onmiddellijk zichtbaar is, maar om een reeks maatregelen die gedurende meerdere jaren worden ingevoerd.

De vertrouwde grote doos met opvallend weinig inhoud kan daardoor steeds meer uit het straatbeeld verdwijnen. Als de Europese plannen werken zoals bedoeld, houden consumenten uiteindelijk minder verpakkingsmateriaal over terwijl dezelfde producten gewoon in het schap blijven liggen.

Continue Reading