Actueel
Eindoordeel in zaak tegen Johnny de Mol: ´Is het nu definitief voorbij?´
Johnny de Mol wordt in Nederland definitief niet vervolgd voor de mishandeling van zijn ex-verloofde, Shima Kaes. Het gerechtshof in Amsterdam heeft geoordeeld dat het Openbaar Ministerie (OM) terecht besloot de zaak te seponeren. Shima Kaes had eerder een artikel 12-procedure aangespannen om het OM te dwingen De Mol te vervolgen. Echter, het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was om de zaak alsnog aan de rechter voor te leggen.

De Achtergrond van de Zaak
De zaak draait om beschuldigingen van fysiek geweld die Shima Kaes in de jaren na haar relatie met Johnny de Mol naar voren bracht.

Ze beweerde dat De Mol haar drie keer fysiek had mishandeld, waarvan één keer in een hotel op Ibiza. Ondanks dat Kaes aangifte deed, oordeelde het OM dat er onvoldoende bewijs was om de zaak verder te onderzoeken, wat leidde tot het sepot van de zaak. De Mol ontkent altijd de mishandelingen, al gaf zijn voormalige advocaat, Peter Plasman, in het verleden toe dat hun relatie ‘onstuimig’ was.

Het Hof en de Procedure
In december 2024 behandelde het gerechtshof de artikel 12-procedure die Kaes had aangespannen. Het hof onderzocht of er voldoende bewijs was om De Mol toch te vervolgen, ondanks het eerdere sepot.

Het hof benadrukte dat de manier waarop Kaes zich in de zaak had opgesteld, niet in haar voordeel werkte. Onder andere werd er gerefereerd naar een geluidsfragment van een telefoongesprek tussen Kaes en De Mol, dat volgens het OM ‘onvoldoende context’ bevatte. Het hof schaarde zich achter dit oordeel.

Aanhoudende Juridische Strijd
Hoewel de zaak in Nederland is geseponeerd, is Johnny de Mol nog niet helemaal van Kaes af. De rechtbank op Ibiza onderzoekt nog de mishandeling die volgens Kaes op het Spaanse eiland zou hebben plaatsgevonden.

De Mol werd in december 2024 via een videoverbinding verhoord in het kader van dat onderzoek. De rechtbank heeft nog geen beslissing genomen over de zaak op Ibiza. Het feit dat de zaak in Nederland is afgesloten, zal De Mol in ieder geval helpen in de Spaanse rechtszaak.

De juridische strijd tussen Johnny de Mol en Shima Kaes is dus nog niet helemaal voorbij, maar de beslissing van het hof in Amsterdam betekent dat De Mol in Nederland geen verdere vervolging hoeft te vrezen.
Actueel
Rob Jetten wil volgens de nieuwste plannen de AOW flink verlagen

Per 1 juli 2026 worden het minimumloon en de AOW-uitkering naar verwachting opnieuw verhoogd. Dat is goed nieuws voor miljoenen Nederlanders, want de AOW is direct gekoppeld aan de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. Hoewel de definitieve bedragen nog officieel moeten worden vastgesteld, geven de huidige berekeningen al een duidelijk beeld van wat mensen straks kunnen verwachten.
Minimumloon gaat opnieuw omhoog
Het wettelijk minimumloon wordt in Nederland ieder jaar twee keer aangepast: op 1 januari en op 1 juli. Daarmee probeert de overheid de inkomens mee te laten groeien met de economische ontwikkelingen, zoals loonstijgingen en inflatie.
Voor de komende aanpassing wordt verwacht dat het minimumuurloon stijgt van €14,77 naar €14,99. Dat betekent een verhoging van ongeveer 1,9 procent, oftewel 22 cent per gewerkt uur.
Ook het zogenoemde referentiemaandloon stijgt mee. Dit bedrag vormt de basis voor verschillende sociale uitkeringen, waaronder de AOW. Naar verwachting komt dit uit op ongeveer €2.337 bruto per maand.
Ook de AOW stijgt mee
Omdat de AOW gekoppeld is aan het minimumloon, profiteren ook gepensioneerden automatisch van deze verhoging. Zodra het minimumloon stijgt, past de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de AOW-uitkeringen aan.
Voor veel ouderen betekent dit een kleine verbetering van het maandelijkse inkomen. Zeker nu de kosten voor boodschappen, energie en wonen nog altijd hoog liggen, is iedere verhoging welkom.
Verwachte AOW voor alleenstaanden
Voor alleenstaande AOW-gerechtigden wordt vanaf juli 2026 een bruto-uitkering verwacht van ongeveer €1.662,35 per maand.
Na aftrek van loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) blijft naar schatting ongeveer €1.285 netto per maand over.
Daarnaast bouwen AOW’ers iedere maand vakantiegeld op. Dat bedraagt naar verwachting ongeveer €108,52 bruto per maand, dat jaarlijks wordt uitbetaald.
Verwachte bedragen voor alleenstaanden:
- Bruto AOW: €1.662,35
- Netto AOW: circa €1.285
- Vakantiegeld: €108,52 bruto per maand
Bedragen voor gehuwden en samenwonenden
Voor mensen die getrouwd zijn of samenwonen en beiden AOW ontvangen, ligt de uitkering per persoon lager. Dat komt doordat de AOW voor partners is gebaseerd op een gezamenlijke huishouding.
Vanaf 1 juli 2026 wordt per persoon een bruto-uitkering verwacht van ongeveer €1.139,80 per maand. Gezamenlijk ontvangen partners daarmee ongeveer €2.279,60 bruto.
Na inhoudingen blijft naar verwachting ongeveer €881 netto per persoon over. Ook partners bouwen vakantiegeld op, naar verwachting ongeveer €77,52 bruto per maand.
Verwachte bedragen per partner:
- Bruto AOW: €1.139,80
- Netto AOW: circa €881
- Vakantiegeld: €77,52 bruto per maand
Waarom is het nettobedrag lager?
Het verschil tussen bruto en netto inkomen wordt veroorzaakt door belastingen en verplichte inhoudingen.
Daarbij gaat het onder meer om:
- loonheffing;
- de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet (Zvw);
- eventuele andere persoonlijke belastingcorrecties.
Hoeveel iemand uiteindelijk netto ontvangt, verschilt per situatie. Dat hangt onder andere af van de loonheffingskorting, eventuele aanvullende inkomsten en de persoonlijke belastingpositie.
Niet iedereen ontvangt een volledige AOW
De genoemde bedragen gelden uitsluitend voor mensen die recht hebben op een volledige AOW-uitkering.
Om daarvoor in aanmerking te komen, moet iemand vanaf zijn of haar 17e levensjaar tot aan de AOW-leeftijd in Nederland hebben gewoond of gewerkt. Wie gedurende een bepaalde periode niet verzekerd is geweest voor de AOW, bouwt minder pensioen op.
Voor ieder jaar dat iemand niet verzekerd is geweest, wordt de AOW met 2 procent verlaagd.
Wie bijvoorbeeld tien jaar in het buitenland heeft gewoond of gewerkt zonder AOW-opbouw, ontvangt uiteindelijk 20 procent minder AOW dan iemand met een volledige opbouw.
Kleine verhoging, maar toch welkom
Hoewel de verwachte stijging beperkt is, kan deze voor veel huishoudens toch een verschil maken. Vooral ouderen en mensen met een minimuminkomen merken iedere verhoging direct in hun maandelijkse budget.
Tegelijkertijd blijft de discussie bestaan of dergelijke verhogingen voldoende zijn om de stijgende kosten van levensonderhoud op te vangen. De afgelopen jaren zijn uitgaven voor onder meer energie, huur en dagelijkse boodschappen flink gestegen.
Definitieve bedragen volgen later
De bedragen die nu worden genoemd zijn gebaseerd op voorlopige berekeningen. De overheid maakt de definitieve hoogte van het minimumloon en de AOW doorgaans pas kort voor de ingangsdatum officieel bekend.
Grote afwijkingen worden op dit moment echter niet verwacht, waardoor de huidige prognoses een goede indicatie geven van wat Nederlanders vanaf 1 juli 2026 kunnen verwachten.
Voor zowel werknemers als AOW-gerechtigden blijft het verstandig om niet alleen naar de bruto bedragen te kijken, maar vooral naar het bedrag dat uiteindelijk netto op de bankrekening wordt gestort. Dat geeft immers het beste beeld van wat de verhoging daadwerkelijk oplevert.