Actueel
D66-minister heeft slecht nieuws voor mensen met een uitkering
Mensen die lang moeten wachten op een beslissing over hun WIA-uitkering kunnen mogelijk een belangrijke stok achter de deur verliezen. D66-minister Hans Vijlbrief wil de dwangsommen voor het UWV tijdelijk buiten werking stellen wanneer de instantie niet op tijd beslist. Volgens de minister is dat nodig vanwege de enorme achterstanden, maar het voorstel leidt tot stevige kritiek.
Wie afhankelijk is van een WIA-uitkering, kan grote financiële onzekerheid ervaren wanneer het UWV maandenlang geen beslissing neemt. Juist daarom bestaan er mogelijkheden om een overheidsinstantie onder druk te zetten wanneer wettelijke beslistermijnen worden overschreden.
Een daarvan is de dwangsom bij niet tijdig beslissen.
Vijlbrief wil die mogelijkheid voor bepaalde situaties bij het UWV tijdelijk aanpassen. Volgens hem zorgt het huidige systeem er niet voor dat aanvragen daadwerkelijk sneller worden afgehandeld, terwijl de uitvoeringsorganisatie wel grote bedragen aan dwangsommen kwijt kan zijn.
Critici vrezen echter dat burgers daardoor juist minder mogelijkheden krijgen om het UWV tot actie te dwingen.
Waarom bestaat de dwangsom?
Wanneer iemand een uitkering aanvraagt, moet het UWV binnen een bepaalde termijn een beslissing nemen.
Gebeurt dat niet, dan bestaan er juridische mogelijkheden om de instantie daarop aan te spreken. Onder bepaalde voorwaarden kan uiteindelijk een dwangsom verschuldigd zijn wanneer een bestuursorgaan te laat blijft met het nemen van een besluit.
Het gaat daarbij dus niet simpelweg om een boete omdat een uitkering te laat wordt uitbetaald. De regeling is vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat overheidsinstanties binnen de daarvoor geldende termijnen beslissingen nemen.
Voor burgers is dat belangrijk.
Zolang er geen besluit ligt over een WIA-aanvraag, kan iemand immers lange tijd in onzekerheid verkeren over zijn of haar inkomen en financiële toekomst.
Vijlbrief wil regeling tijdelijk aanpassen
Minister Hans Vijlbrief wil nu dat het UWV tijdelijk wordt ontzien van deze dwangsommen.
De reden daarvoor ligt volgens hem bij de grote uitvoeringsproblemen waarmee de instantie kampt.
Het UWV heeft te maken met forse achterstanden bij de beoordeling van WIA-aanvragen. Daarnaast speelt een tekort aan verzekeringsartsen een belangrijke rol en zijn er problemen met de ICT-systemen.
Daardoor lukt het de organisatie niet altijd om aanvragen binnen de wettelijke termijnen af te handelen.
Volgens Vijlbrief lost het betalen van dwangsommen dat onderliggende probleem niet op. Het zorgt er bijvoorbeeld niet automatisch voor dat er meer artsen beschikbaar zijn om beoordelingen uit te voeren.
Ondertussen kunnen de financiële gevolgen voor het UWV wel verder oplopen.
Kritiek: burger verliest belangrijke stok achter de deur
Het voorstel kan echter op stevige kritiek rekenen.
Een belangrijk bezwaar is dat juist burgers de gevolgen ondervinden wanneer het UWV niet op tijd kan beslissen.
Iemand die afhankelijk is van een WIA-uitkering kan niet zomaar maanden wachten zonder te weten waar hij of zij financieel aan toe is. Een vertraging bij een overheidsinstantie kan daardoor grote gevolgen hebben voor het dagelijks leven.
Critici vinden daarom dat problemen met personeel, capaciteit of ICT niet mogen betekenen dat de rechtsbescherming van burgers wordt verzwakt.
De gedachte daarachter is eenvoudig: interne problemen bij een uitvoeringsorganisatie zijn niet veroorzaakt door de burger die een aanvraag indient.
Raad voor de Rechtspraak uit zorgen
Ook de Raad voor de Rechtspraak heeft kritische kanttekeningen geplaatst bij het tijdelijk schrappen van dwangsommen.
De mogelijkheid van een dwangsom kan volgens critici juist functioneren als een belangrijke prikkel om ervoor te zorgen dat de overheid zich aan wettelijke beslistermijnen houdt.
Wanneer die financiële consequentie verdwijnt, bestaat de vrees dat burgers minder middelen overhouden om druk uit te oefenen als hun aanvraag te lang blijft liggen.
Daar staat tegenover dat het kabinet stelt dat de huidige regeling in de praktijk onvoldoende helpt om de achterstanden daadwerkelijk terug te dringen.
Het probleem zit volgens die redenering niet bij een gebrek aan financiële prikkels, maar bij het feit dat het UWV simpelweg onvoldoende capaciteit heeft om alle beoordelingen tijdig uit te voeren.
Vooral WIA-aanvragen vormen groot probleem
De problemen rond de WIA zijn al langere tijd een belangrijk dossier.
De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is bedoeld voor mensen die na langdurige ziekte niet of niet volledig kunnen werken.
Voordat iemand duidelijkheid krijgt over een WIA-uitkering, moet worden vastgesteld in welke mate die persoon arbeidsongeschikt is. Daarbij spelen medische en arbeidskundige beoordelingen een belangrijke rol.
Juist bij die beoordelingen ontstaan problemen wanneer er onvoldoende verzekeringsartsen beschikbaar zijn.
Het gevolg is dat mensen soms veel langer op duidelijkheid moeten wachten dan wenselijk is.
En precies daar wringt het voorstel van Vijlbrief volgens tegenstanders: wanneer het UWV de wettelijke termijn niet haalt, zou de financiële consequentie daarvan tijdelijk worden beperkt, terwijl de burger nog steeds met de onzekerheid blijft zitten.
Discussie over ongelijke positie burger en overheid
De kwestie raakt daardoor aan een bredere discussie over de verhouding tussen overheid en burger.
Burgers moeten zich aan allerlei wettelijke termijnen houden. Wie bijvoorbeeld een rekening, belastingaanslag of andere financiële verplichting niet tijdig voldoet, kan uiteindelijk met extra kosten en andere maatregelen te maken krijgen.
Van de overheid wordt daarom eveneens verwacht dat zij zich aan haar eigen wettelijke termijnen houdt.
Het tijdelijk schrappen van dwangsommen ligt om die reden gevoelig.
Tegenstanders vrezen dat de overheid zichzelf ruimte geeft om regels minder strikt na te leven, terwijl burgers diezelfde ruimte vaak niet ervaren.
Vijlbrief redeneert juist dat het weinig zin heeft om geld binnen de overheid te verschuiven wanneer daarmee geen enkele WIA-aanvraag sneller kan worden beoordeeld.
Achterstanden moeten uiteindelijk worden opgelost
Daarmee blijft de belangrijkste vraag overeind: hoe worden de enorme achterstanden bij het UWV daadwerkelijk aangepakt?
Het tijdelijk aanpassen van de dwangsomregeling zorgt immers niet voor extra verzekeringsartsen en lost ICT-problemen niet automatisch op.
Als de maatregel wordt ingevoerd, zal daarom vooral belangrijk zijn welke stappen daarnaast worden genomen om de wachttijden structureel terug te brengen.
Voor mensen die afhankelijk zijn van een WIA-beoordeling is uiteindelijk vooral één ding van belang: zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen.
Vijlbrief geconfronteerd met kritiek
Ook buiten de politiek zorgt het plan inmiddels voor discussie. Omroep PowNed confronteerde Vijlbrief in Den Haag met de kritiek op zijn voorstel en vroeg hem waarom juist de dwangsommen moeten verdwijnen terwijl burgers de gevolgen van de achterstanden ervaren.
De discussie zal waarschijnlijk nog niet snel voorbij zijn.
Het kabinet ziet het tijdelijk schrappen van de dwangsommen als een manier om een vastgelopen UWV meer ruimte te geven. Tegenstanders zien juist het tegenovergestelde: zij vrezen dat mensen die soms al maanden op een WIA-besluit wachten een belangrijk middel verliezen om de overheid tot snelheid te dwingen.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.