Actueel
“Blokker-winkels herleven: deuren gaan weer open!
Ondanks het faillissement van Blokker in 2024 en de sluiting van haar eigen winkels, blijft het iconische merk voortbestaan dankzij franchisenemers. Deze zelfstandige ondernemers houden niet alleen hun bestaande winkels open, maar zien ook kansen om het winkelnetwerk opnieuw uit te breiden. Dit biedt perspectief voor de toekomst van Blokker, dat ooit een van de bekendste winkelketens van Nederland was.
Franchisenemers houden Blokker overeind
Toen Blokker failliet ging, betekende dit het einde voor de winkels die direct door de moederorganisatie werden beheerd. Franchisenemers daarentegen werken zelfstandig en waren daardoor niet verplicht hun deuren te sluiten. Dit heeft ertoe geleid dat verschillende Blokker-winkels nog steeds open zijn en dat er plannen zijn voor verdere uitbreiding.
Volgens RTL Nieuws onderzoeken verschillende franchisenemers momenteel de mogelijkheid om nieuwe vestigingen te openen. Roland Mol, franchisenemer in Roosendaal, geeft aan dat hij nu de enige Blokker in de regio is. De dichtstbijzijnde andere winkel ligt pas op 14 kilometer afstand. Dit ziet hij als een kans: “Er is nog steeds veel vraag naar Blokker-producten. Daarom kijk ik nu naar de mogelijkheid om een tweede winkel te openen.”
Het overnemen van producten en materialen uit voormalige Blokker-winkels blijkt relatief eenvoudig. Hierdoor kunnen franchisenemers relatief snel nieuwe winkels inrichten en de Blokker-formule voortzetten. Mol is niet de enige met uitbreidingsplannen. Ook Henk Beumer, franchisenemer in Zelhem, overweegt om een voormalige Blokker-locatie te heropenen.
Ook externe ondernemers tonen interesse
Niet alleen bestaande Blokker-franchisenemers willen uitbreiden, maar ook externe ondernemers zien kansen in het openen van winkels onder de Blokker-formule. Dit kan ertoe leiden dat het netwerk van fysieke Blokker-winkels de komende tijd weer zal groeien.
Momenteel is de merknaam Blokker in handen van investeerder Roland Palmer. Hij beheert tevens de webwinkel en werkt nauw samen met de franchisenemers om het merk nieuw leven in te blazen. Zijn ambitie is om een solide netwerk van winkels op te bouwen en de herkenbare naam Blokker verder te versterken.
Blokker: van huishoudwinkel tot iconische keten
Blokker heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de vroege 20e eeuw. Ooit begonnen als een bescheiden winkel in huishoudelijke artikelen zoals borstels en pannen, groeide de keten uit tot een begrip in Nederland. In de jaren ‘70 en ‘80 was Blokker niet meer weg te denken uit winkelstraten door het brede assortiment en de aantrekkelijke prijzen.
De keten bood een breed scala aan huishoudelijke producten en had jarenlang een sterke positie in de Nederlandse retailsector. Maar veranderende consumententrends en de opkomst van online winkels zorgden in de jaren 2000 voor een teruglopende omzet. Uiteindelijk leidde dit tot het faillissement in 2024.
Een nieuwe toekomst voor Blokker?
Hoewel de Blokker-organisatie zelf failliet is gegaan, lijkt het merk een tweede kans te krijgen door de inzet van zelfstandige ondernemers. Franchisenemers en andere geïnteresseerde ondernemers zien mogelijkheden om winkels te heropenen en het merk nieuw leven in te blazen.
Met de steun van investeerder Roland Palmer kan Blokker wellicht weer een plek veroveren in het Nederlandse winkellandschap. Of de keten ooit terugkeert naar haar oude glorie, blijft afwachten. Maar één ding is zeker: dankzij de franchisenemers is Blokker nog lang niet verdwenen uit de winkelstraten.
Actueel
Enorme financiële klap voor huishoudens op komst

Er komt mogelijk een nieuwe kostenstijging aan voor huishoudens in Nederland. Door een geplande Europese maatregel gericht op het verminderen van CO₂-uitstoot, kunnen de maandelijkse uitgaven voor energie en vervoer in de toekomst oplopen. De impact verschilt per situatie, maar sommige berekeningen laten zien dat het om tientallen euro’s per maand kan gaan.
Nieuwe Europese maatregel in voorbereiding
De Europese Unie werkt al langere tijd aan plannen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Een belangrijk onderdeel daarvan is een uitbreiding van het systeem voor emissiehandel, waarbij bedrijven moeten betalen voor de hoeveelheid CO₂ die zij uitstoten.
Dit systeem, ook wel bekend als het ETS (Emissions Trading System), wordt vanaf 2028 uitgebreid naar sectoren zoals brandstoffen voor auto’s en verwarming van woningen. Leveranciers van bijvoorbeeld benzine, diesel en aardgas moeten dan emissierechten kopen voor de uitstoot die met hun producten gepaard gaat.
Die extra kosten blijven doorgaans niet bij de bedrijven zelf, maar worden doorberekend aan consumenten. Dat betekent concreet dat huishoudens dit kunnen gaan merken in hun portemonnee.

Wat betekent dit voor huishoudens?
Volgens verschillende schattingen kunnen de extra kosten oplopen tot enkele tientjes per maand. In sommige scenario’s wordt gesproken over bedragen die richting de 70 euro per maand gaan, afhankelijk van het energieverbruik en het type vervoer.
Huishoudens die veel gas gebruiken voor verwarming of afhankelijk zijn van een benzine- of dieselauto, zullen de effecten waarschijnlijk sterker voelen dan mensen die al gebruikmaken van duurzamere alternatieven.
Het idee achter de maatregel is dat hogere kosten voor vervuilende energiebronnen mensen stimuleren om over te stappen op schonere oplossingen, zoals elektrische auto’s of beter geïsoleerde woningen.
Grote verschillen tussen huishoudens
Niet iedereen wordt op dezelfde manier geraakt. Volgens Planbureau voor de Leefomgeving kunnen de verschillen tussen huishoudens aanzienlijk zijn.
Zo hebben gezinnen in oudere, slecht geïsoleerde woningen vaak een hoger gasverbruik. Ook mensen die voor hun werk afhankelijk zijn van een auto op fossiele brandstof hebben minder mogelijkheden om snel te veranderen.
Directeur Marko Hekkert benadrukte eerder dat stijgende energieprijzen al eerder hebben geleid tot zorgen over betaalbaarheid. Extra kosten kunnen die druk verder vergroten, vooral voor huishoudens met een lager inkomen.

Huurders extra kwetsbaar
Een specifieke groep die mogelijk extra geraakt wordt, zijn huurders. In tegenstelling tot huiseigenaren hebben zij vaak minder invloed op verduurzamingsmaatregelen zoals isolatie of de installatie van een warmtepomp.
Als een woning slecht geïsoleerd is en de verhuurder geen investeringen doet, blijven de energiekosten relatief hoog. Eventuele prijsstijgingen komen dan direct bij de huurder terecht, zonder dat die eenvoudig kan overstappen naar een energiezuiniger alternatief.
Europese klimaatdoelen als achtergrond
De maatregel maakt deel uit van bredere Europese plannen om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen. Onder de vlag van de Europese Green Deal, waar Frans Timmermans een belangrijke rol in speelde, wil de EU in de komende decennia klimaatneutraler worden.
Het verminderen van CO₂-uitstoot is daarbij een centraal doel. Door uitstoot duurder te maken, hoopt men dat bedrijven en consumenten sneller kiezen voor duurzamere oplossingen.

Zorg over betaalbaarheid neemt toe
Hoewel de doelstelling van de maatregel duidelijk is, groeit de zorg over de financiële gevolgen voor huishoudens. Uit onderzoek van TNO blijkt dat al een aanzienlijk aantal huishoudens moeite heeft om de energierekening te betalen.
Als de kosten verder stijgen, kan dat aantal toenemen. Dat roept vragen op over hoe de overheid hiermee om moet gaan en welke ondersteuning mogelijk is voor kwetsbare groepen.
Mogelijke rol van de overheid
De komende jaren zal blijken hoe nationale overheden omgaan met deze Europese plannen. Er wordt gekeken naar manieren om de impact te verzachten, bijvoorbeeld via subsidies, belastingmaatregelen of investeringen in woningisolatie.
Ook wordt er gesproken over gerichte steun voor huishoudens die het moeilijk hebben, zodat de overgang naar duurzamere energie niet leidt tot grotere ongelijkheid.
Balans tussen duurzaamheid en betaalbaarheid
De uitdaging ligt uiteindelijk in het vinden van een balans. Aan de ene kant is er de noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan en uitstoot te verminderen. Aan de andere kant moeten de kosten voor burgers beheersbaar blijven.
Voor veel huishoudens betekent dit dat de komende jaren niet alleen in het teken staan van verduurzaming, maar ook van aanpassen aan een veranderend kostenplaatje.
Conclusie
De geplande Europese CO₂-heffing kan in de toekomst merkbare gevolgen hebben voor huishoudens in Nederland. Vooral op het gebied van energie en vervoer kunnen de maandelijkse kosten stijgen.
Hoe groot die impact precies wordt, hangt sterk af van persoonlijke omstandigheden, zoals woningtype en vervoerskeuzes. Tegelijkertijd blijft het onderwerp onderdeel van een groter debat over duurzaamheid, betaalbaarheid en de rol van de overheid in deze overgang.



