Actueel
Goed nieuws voor miljoenen gepensioneerden: om deze reden volgend jaar flink hoger pensioen
Pensioenstijging in 2026: miljoenen Nederlanders krijgen er fors bij door nieuw stelsel
Voor miljoenen Nederlanders die al met pensioen zijn of binnenkort de AOW-leeftijd bereiken, gloort er goed nieuws aan de horizon. Vanaf 2026 kunnen velen rekenen op een aanzienlijke verhoging van hun maandelijkse pensioenuitkering. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel lijkt zijn vruchten af te werpen en dat voelt voor veel senioren als een opluchting na jaren waarin de uitkeringen nauwelijks meestegen met de prijzen.

Forse stijging in zicht
De verwachte verhogingen zijn niet gering: voor sommige sectoren wordt gesproken over 7 tot 10 procent extra pensioen, en in enkele gevallen zelfs meer.
Voor gepensioneerden kan dat flink verschil maken in de portemonnee. Iemand die nu €1.800 per maand ontvangt, zou er met een stijging van 10 procent zo’n €180 bij krijgen; bij 20 procent gaat het zelfs om €360 extra. Na jaren van krappe marges betekent dit voor veel huishoudens eindelijk weer financiële ademruimte.
Zorg en bouw profiteren het meest
Vooral in de zorg- en bouwsector klinkt gejuich. Het pensioenfonds voor de zorg, PFZW, maakte bekend dat de pensioenen volgend jaar naar verwachting met ongeveer 10 procent omhooggaan. Deelnemers ontvangen binnenkort een brief met het nieuwe bedrag.

In de bouwsector is de verwachting nog rooskleuriger: het fonds bpfBOUW spreekt zelfs van een mogelijke stijging die kan oplopen tot bijna 20 procent. Dat is een enorme sprong voor mensen die vaak zware fysieke arbeid hebben verricht en nu extra waardering krijgen in de vorm van een hoger pensioen.
Wel blijft er een kleine slag om de arm: de verhoging gaat alleen door als de financiële markten in het laatste kwartaal van 2025 stabiel blijven en er geen onverwachte economische tegenvallers optreden.
Hoe werkt het nieuwe pensioenstelsel?
De kern van het nieuwe stelsel is dat het opgebouwde pensioen directer wordt gekoppeld aan beleggingsresultaten. Waar vroeger grote buffers werden aangehouden om risico’s op te vangen, wordt het geld nu persoonlijker beheerd: deelnemers houden hun eigen kapitaal, dat niet meer in een algemene pot verdwijnt.
Wanneer de economie goed draait en de beurzen stijgen, profiteren gepensioneerden sneller van die groei. Daardoor kunnen pensioenen sneller worden verhoogd. Het betekent wel dat in economisch mindere tijden de uitkeringen minder hard stijgen of zelfs tijdelijk iets lager kunnen uitvallen.

Voorlopig zijn de vooruitzichten positief: de markten zijn stabiel genoeg om voor 2026 een royale verhoging mogelijk te maken.
Eindelijk lucht na jaren zonder indexatie
Voor veel ouderen voelt dit nieuws als een verademing. Jarenlang bleven de pensioenen gelijk terwijl de kosten voor boodschappen, energie en zorgverzekeringen stegen. De koopkracht van gepensioneerden kwam daardoor onder druk te staan.
De aankomende verhoging betekent dat veel huishoudens niet langer elk dubbeltje hoeven om te draaien. Vooral voor alleenstaande ouderen of mensen met hoge zorgkosten kan het extra geld een groot verschil maken.
Kleine fondsen gingen voorop
Enkele kleinere pensioenfondsen stapten begin 2025 al over op het nieuwe systeem. Deelnemers daar zagen hun uitkering met 4 tot 8 procent stijgen. Dat succes gaf vertrouwen aan de grotere fondsen om hetzelfde te doen.

Op 31 december 2025 wordt duidelijk wat de definitieve verhogingen voor alle fondsen zullen zijn. Tot die tijd kijken veel gepensioneerden hoopvol uit naar het einde van het jaar.
Voorzichtig optimisme bij experts
Hoewel het nieuwe stelsel nog zijn kinderziektes kent, zijn economen voorzichtig optimistisch. Het systeem beweegt beter mee met de economie en wordt als flexibeler gezien dan het oude model.
Daarnaast biedt het meer transparantie: deelnemers kunnen beter volgen wat er met hun ingelegde geld gebeurt en hoe dat wordt omgezet in hun maandelijkse pensioen. Dit versterkt het vertrouwen in het systeem, dat de afgelopen jaren juist onder druk stond.

Nieuwe dynamiek vraagt om voorzichtigheid
Toch benadrukken deskundigen dat de hogere pensioenen niet elk jaar gegarandeerd zijn. Wie nu profiteert van een meevaller, kan in mindere tijden een kleinere stijging of zelfs een tijdelijke daling ervaren.
Hun advies: ga verstandig om met de extra inkomsten en neem geen nieuwe vaste lasten op basis van deze verhoging. De verhoging is een welkome meevaller, maar stabiliteit blijft belangrijk.
Hoopvolle blik vooruit
Na jaren van zorgen over de houdbaarheid van het Nederlandse pensioenstelsel lijkt er eindelijk nieuwe hoop. Als de markten rustig blijven, wordt 2026 een jaar waarin miljoenen Nederlanders profiteren van het nieuwe systeem.

Het vooruitzicht van een eerlijker, transparanter en flexibeler pensioenstelsel geeft veel mensen vertrouwen voor de toekomst. Het is een ontwikkeling die na jaren van stilstand niet alleen financiële verlichting brengt, maar ook weer geloof in het systeem dat zoveel Nederlanders raakt.
Wat vind jij van het nieuwe pensioenstelsel en de aangekondigde verhogingen? Deel je mening en praat mee met anderen op onze Facebookpagina!
Actueel
Martijn Krabbé open over ingrijpend moment in zijn leven

Martijn Krabbé heeft dinsdagavond bij RTL Tonight een van de meest openhartige interviews uit zijn carrière gegeven. Niet als presentator, maar als mens. Samen met zijn vrouw Deborah zat hij aan de keukentafel en sprak hij over zijn z!ekte, zijn angsten en de manier waarop hij probeert om het leven, ondanks alles, zo vol mogelijk te blijven leven. De 57-jarige televisiepersoonlijkheid kampt met een ongeneeslijke vorm van longk*nker met uitzaaiingen, een realiteit die zijn blik op alles voorgoed heeft veranderd.

Geen angst voor het einde, wel voor wat achterblijft
Wat direct opvalt in het gesprek, is de kalme manier waarop Martijn spreekt over iets wat voor veel mensen onuitspreekbaar is. Hij benadrukt dat zijn grootste angst niet ligt bij wat hem zelf te wachten staat, maar bij de mensen die hij straks moet achterlaten. Zijn vrouw Deborah en hun kinderen staan daarbij centraal.
“Mijn angst gaat eigenlijk altijd over hen,” vertelt hij. Vooral ’s nachts komen die gedachten hard binnen. “In de nacht ben je alleen. Dan is er geen afleiding, geen drukte, geen gesprekken. Dan kunnen zorgen zich opstapelen en kan ik echt wakker liggen.” Toch weigert Martijn om zich door die angst te laten verlammen. “Je wordt weer wakker, je staat op en je maakt er iets van. Elke dag telt.”

Leven met scherpte en dankbaarheid
Sinds duidelijk is dat genezing niet meer mogelijk is, leeft Martijn met een andere intensiteit. Hij noemt het confronterend, maar ook verhelderend. Waar het leven vroeger soms aan hem voorbij leek te razen, staat hij nu bewuster stil bij kleine momenten. “Je bent altijd bezig, altijd onderweg. En dan ineens word je gedwongen om te kijken. En dan zie je pas hoe mooi alles eigenlijk is.”
Die scherpte zit niet alleen in grote inzichten, maar juist in alledaagse dingen: samen ontbijten, een gesprek voeren zonder haast, lachen om kleine absurditeiten. Martijn spreekt over het belang van geen enkele dag als vanzelfsprekend te beschouwen. “Geen dag zomaar verspillen,” zegt hij resoluut. “Elke dag is er één.”

De wens om zijn gezin ‘goed’ achter te laten
Een terugkerend thema in het gesprek is Martijns diepe wens om zijn gezin zo goed mogelijk achter te laten. Hij weet dat hij hen niet kan behoeden voor verdriet, maar wil wel alles doen om hen zo sterk mogelijk te maken voor wat komt. “Ik zou ze het liefst gelukkig achterlaten,” zegt hij eerlijk. “Maar dat is misschien te veel gevraagd. Wat ik wel kan doen, is er nu zijn. Praten. Dingen zeggen die anders misschien nooit gezegd zouden worden.”
Die openheid typeert het gesprek aan tafel. Er is ruimte voor emotie, maar ook voor realisme. Martijn en Deborah vermijden grote woorden, maar laten zien hoe belangrijk eerlijkheid is, juist in moeilijke tijden.

Deborah als houvast in de nacht
Deborah speelt een cruciale rol in hoe Martijn met zijn z!ekte omgaat. Hij noemt haar zonder aarzeling zijn houvast. “Ik mag haar altijd wakker maken,” vertelt hij. “Ook midden in de nacht. Al is het elke nacht.” Deborah knikt en glimlacht. “Als dat geen echte liefde is,” zegt Martijn zacht.
Deborah bevestigt dat die gesprekken soms zwaar zijn, maar benadrukt dat ze proberen er niet in te blijven hangen. “We willen het leven zo normaal mogelijk blijven leven,” zegt ze. Dat betekent ook: blijven lachen, blijven plannen maken, blijven kijken naar wat wél kan.
Praten over het ondenkbare
Een van de meest aangrijpende momenten in het interview is wanneer Martijn vertelt dat hij samen met zijn familie zijn laatste rustplaats heeft uitgezocht. Dat klinkt zwaar, maar ook hier weet hij het verhaal te laden met menselijkheid en zelfs humor. Samen met zijn vader, Jeroen Krabbé, bezocht hij de plek waar hij uiteindelijk begraven zal worden.
“Het is misschien gek om te zeggen,” vertelt Martijn, “maar ik heb nog nooit zo gelachen.” Zijn vader maakte zelfs grapjes tijdens het regelen. “Hij vroeg of hij nog een annuleringsverzekering kon afsluiten.” Het moment was intens, maar ook verbindend. De plek ligt vast: naast zijn oma.
Humor als familietrek
Volgens Martijn zegt dat veel over zijn familie. “Mijn vader stond letterlijk met één been in mijn toekomstige graf en met het andere in het graf van zijn moeder,” vertelt hij. “En als je dan nog kunt lachen, dan kom je uit een heel bijzonder gezin.” Die combinatie van ernst en luchtigheid zit diep verankerd in wie ze zijn.
Het bezoek aan de begraafplaats werd zo geen moment van louter verdriet, maar ook van verbondenheid. “Ik dacht alleen maar: wat heb ik toch geweldige ouders,” zegt Martijn dankbaar.
Openheid als nalatenschap
Wat Martijn vooral wil nalaten, is geen groots statement, maar eerlijkheid. Hij praat openlijk met zijn kinderen, niet om hen bang te maken, maar om hen mee te nemen in wat er gebeurt. “Ik wil dat ze weten wat er speelt. Dat ze niet achteraf denken: had ik dit maar gevraagd, had ik dat maar gezegd.”
Die openheid geldt ook voor het publiek. Door zijn verhaal te delen, hoopt Martijn iets los te maken bij anderen. Niet medelijden, maar bewustwording. “Sta vaker stil,” lijkt hij te zeggen. “Niet pas als het moet.”
Geen slachtofferrol, wel kwetsbaarheid
Opvallend is dat Martijn zich nergens als slachtoffer neerzet. Hij ontkent de zwaarte niet, maar weigert zich erin te verliezen. Zijn toon is rustig, soms zelfs licht. Dat maakt het gesprek des te indringender. Het is geen televisie voor effect, maar een inkijk in hoe iemand probeert om waardig en bewust om te gaan met iets wat niemand ooit wil meemaken.
Dankbaarheid als rode draad
Aan het einde van het gesprek overheerst geen wanhoop, maar dankbaarheid. Voor zijn gezin. Voor zijn ouders. Voor de liefde die hij voelt en ontvangt. “We hebben er echt iets van gemaakt,” zegt hij over het bezoek aan zijn laatste rustplaats. Die zin lijkt symbool te staan voor hoe hij nu leeft: niet wegkijken, maar er iets van maken.
Martijn Krabbé laat met dit gesprek zien dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar kracht. Dat praten over angst niet betekent dat je opgeeft, maar dat je durft te leven met alles wat erbij hoort. En misschien is dat wel zijn grootste nalatenschap: laten zien dat zelfs in de moeilijkste fase van het leven ruimte blijft voor liefde, humor en betekenis.