Connect with us

Actueel

‘Uitgelekt plan gaat flink pijn doen in de portemonnee van AOW’ers’

Published

on

Wanneer je partner onverwacht naar een verpleeghuis verhuist, verandert er in korte tijd ontzettend veel. Naast de emoties die bij zo’n ingrijpende gebeurtenis komen kijken, krijg je ineens te maken met allerlei financiële en administratieve zaken. De AOW, toeslagen en de eigen bijdrage voor langdurige zorg kunnen veranderen. En juist daar kan het ingewikkeld worden: een hogere AOW betekent namelijk niet automatisch dat je onderaan de streep ook meer geld overhoudt.

Daarom is het verstandig om niet overhaast een keuze te maken. Door vooraf verschillende scenario’s naast elkaar te zetten, kun je beter bepalen wat een verandering daadwerkelijk voor je maandelijkse financiën betekent.

AOW kan veranderen bij opname partner

Wanneer een van de partners langdurig in een verpleeghuis wordt opgenomen, kan dat gevolgen hebben voor de AOW. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kijkt in zo’n situatie opnieuw naar de leef- en woonsituatie.

Onder bepaalde voorwaarden kan de thuiswonende partner voor de AOW worden behandeld alsof hij of zij alleenstaand is. In dat geval kan het AOW-bedrag veranderen van het bedrag voor gehuwden naar het hogere bedrag voor ongehuwden.

Dat klinkt op het eerste gezicht aantrekkelijk. De thuiswonende partner heeft immers nog steeds te maken met huur of hypotheek, energie, verzekeringen, boodschappen en andere vaste lasten. Die kosten moeten nu feitelijk vanuit één huishouden worden gedragen.

Toch is alleen naar de hogere AOW kijken niet verstandig.

Hogere AOW kan andere gevolgen hebben

Een hoger inkomen kan namelijk een kettingreactie veroorzaken. Wanneer je AOW stijgt, verandert je totale inkomen. Dat kan vervolgens invloed hebben op toeslagen, belastingen en de eigen bijdrage voor langdurige zorg.

Het bedrag dat maandelijks extra binnenkomt, kan daardoor gedeeltelijk of zelfs grotendeels op een andere plek verdwijnen.

Daarom is het belangrijk om niet uitsluitend twee AOW-bedragen met elkaar te vergelijken. Uiteindelijk draait het om het bedrag dat je daadwerkelijk overhoudt nadat alle inkomsten en uitgaven opnieuw zijn berekend.

Eigen bijdrage voor langdurige zorg

Een belangrijk onderdeel van die berekening is de eigen bijdrage voor langdurige zorg. Het CAK bepaalt de hoogte daarvan aan de hand van verschillende factoren, waaronder inkomen, vermogen en de persoonlijke woon- en leefsituatie.

Wanneer het inkomen verandert doordat bijvoorbeeld een hoger AOW-bedrag wordt ontvangen, kan dat gevolgen hebben voor de eigen bijdrage.

Ook aanvullende pensioenen, lijfrentes en andere inkomsten kunnen een rol spelen. Daarnaast kan vermogen van invloed zijn op de berekening.

Het is daarom verstandig om met actuele bedragen te rekenen. Regels, grenzen en bedragen kunnen immers jaarlijks veranderen.

Vergeet de toeslagen niet

Ook toeslagen verdienen extra aandacht. Zorgtoeslag en huurtoeslag zijn afhankelijk van onder meer het inkomen. Een stijging van het inkomen kan er daardoor toe leiden dat een toeslag lager wordt of zelfs volledig verdwijnt.

Dat kan een behoorlijk verschil maken.

Stel bijvoorbeeld dat je door een verandering in de AOW iedere maand een paar honderd euro meer ontvangt. Wanneer tegelijkertijd je zorgtoeslag daalt en je eigen bijdrage stijgt, is het daadwerkelijke voordeel een stuk kleiner dan het aanvankelijk lijkt.

Andersom kan het hogere AOW-bedrag in sommige situaties juist wel gunstig uitpakken. Bijvoorbeeld wanneer iemand weinig toeslagen ontvangt, terwijl de vaste lasten thuis relatief hoog zijn.

Er bestaat dus geen antwoord dat voor iedereen hetzelfde is.

Maak twee complete berekeningen

Een praktische manier om duidelijkheid te krijgen, is door twee scenario’s te maken.

In het eerste scenario bereken je de situatie met het AOW-bedrag voor gehuwden. In het tweede scenario doe je hetzelfde met het bedrag voor ongehuwden.

Neem vervolgens bij beide berekeningen álle inkomsten en uitgaven mee. Denk aan AOW, aanvullend pensioen, toeslagen, belastingen, de eigen bijdrage voor langdurige zorg, huur of hypotheek, energie, verzekeringen en andere vaste lasten.

Vergeet ook onverwachte of nieuwe kosten niet. Wanneer een partner in een verpleeghuis verblijft, kunnen bijvoorbeeld extra vervoerskosten ontstaan doordat je regelmatig op bezoek gaat.

Pas wanneer beide berekeningen compleet zijn, ontstaat een eerlijk beeld.

Inkomen en vermogen kunnen meetellen

Een veelgemaakte fout is om alleen naar het maandelijkse AOW-bedrag te kijken. De financiële situatie bestaat echter uit veel meer onderdelen.

Aanvullend pensioen kan bijvoorbeeld invloed hebben op het totale inkomen. Hetzelfde geldt voor lijfrente-uitkeringen en eventuele andere inkomsten.

Ook veranderingen in vermogen kunnen gevolgen hebben. Wie bijvoorbeeld spaargeld heeft of beleggingen verkoopt, kan daardoor in een andere financiële situatie terechtkomen.

Daarbij kunnen veranderingen soms pas later zichtbaar worden. Je kunt bijvoorbeeld achteraf worden geconfronteerd met een terugvordering van toeslagen wanneer het daadwerkelijke inkomen hoger blijkt te zijn geweest dan vooraf werd geschat.

Controleer ook de belastingen

Naast toeslagen en zorgkosten is het verstandig om naar de belasting te kijken. Een hoger inkomen kan gevolgen hebben voor de hoeveelheid belasting die wordt ingehouden en voor bepaalde heffingskortingen.

Wanneer hier gedurende het jaar onvoldoende rekening mee wordt gehouden, kan later een naheffing volgen.

Het kan daarom verstandig zijn om een voorlopige aanslag of andere belastinggegevens opnieuw te controleren zodra de financiële situatie verandert.

Neem contact op met de juiste instanties

Wie twijfelt over de gevolgen, hoeft gelukkig niet alles zelf uit te zoeken. Voor vragen over de AOW kun je terecht bij de SVB. Het CAK kan uitleg geven over de eigen bijdrage en voor vragen over toeslagen kun je bij de Belastingdienst terecht.

Zorg dat je voordat je contact opneemt de belangrijkste financiële gegevens bij de hand hebt. Denk aan recente AOW- en pensioenspecificaties, jaaropgaven, informatie over spaargeld en gegevens over huur of hypotheek.

Noteer tijdens gesprekken ook wat er wordt afgesproken. Zeker in een periode waarin er emotioneel al veel speelt, is het gemakkelijk om informatie later te vergeten.

Niet te snel beslissen

Juist na de opname van een partner kan de verleiding groot zijn om administratieve zaken zo snel mogelijk af te handelen. Toch kan het verstandig zijn om belangrijke financiële keuzes eerst goed door te rekenen.

Laat eventueel een familielid, financieel adviseur of iemand anders die verstand heeft van financiën meekijken.

Maak daarnaast een nieuw huishoudboekje. Zet daarin alle inkomsten, vaste lasten en nieuwe kosten op een rij. Controleer meteen welke andere zaken moeten worden aangepast, bijvoorbeeld bij de gemeente, zorgverzekeraar, bank of verhuurder.

Kijk uiteindelijk naar wat je écht overhoudt

Een hoger AOW-bedrag klinkt aantrekkelijk, maar vertelt slechts een deel van het verhaal. De uiteindelijke gevolgen hangen samen met je complete financiële situatie.

Voor de ene persoon kan een wijziging honderden euro’s extra financiële ruimte opleveren, terwijl het voordeel bij iemand anders grotendeels verdwijnt door veranderingen in toeslagen of de eigen bijdrage.

De belangrijkste regel is daarom eenvoudig: kijk niet naar het hoogste bedrag dat binnenkomt, maar naar het bedrag dat uiteindelijk overblijft.

Een opname in een verpleeghuis brengt al genoeg onzekerheid met zich mee. Door financiële veranderingen rustig en volledig door te rekenen, voorkom je dat daar maanden later onverwachte rekeningen of terugvorderingen bovenop komen.

Actueel

Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Published

on

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?

Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.

In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.

Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten

Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.

Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.

Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.

In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.

Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.

Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.

De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.

Meeste inwoners kiezen voor zomertijd

Daarover waren de meningen meer verdeeld.

Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.

Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.

Het blijft ’s avonds langer licht.

Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.

En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.

Slaapexperts zien liever wintertijd

Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.

Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.

Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.

Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.

Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.

Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.

Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.

Gezondheid belangrijke reden

Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.

Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.

Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.

Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.

Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.

Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.

Canada krijgt steeds meer uitzonderingen

Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.

Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.

Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.

Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.

Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.

Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s

Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.

Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.

De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.

Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.

Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.

Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.

Europa praat er al jaren over

Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.

De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.

Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.

Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.

Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.

Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.

Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie

Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.

En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.

Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.

Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.

Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.

Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.

Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.

Nederland zet klok op 25 oktober terug

Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.

De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.

Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.

Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.

Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.

De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.

In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.

Wanneer stopt Nederland ermee?

Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.

Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.

Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.

De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.

Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.

Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.

Continue Reading