Actueel
‘Ik ruilde mijn diesel voor een hybride: na de eerste onderhoudsbeurt wist ik dat ik een fout had gemaakt’
De overstap van een diesel of benzineauto naar een hybride klinkt aantrekkelijk: minder brandstof verbruiken, elektrisch rijden in de stad en toch niet afhankelijk zijn van laadpalen. Toch blijkt een hybride niet voor iedere automobilist automatisch goedkoper. Vooral wie veel snelwegkilometers maakt en voor het eerst bij de garage staat, kan voor onverwachte kosten komen te staan.
In de stad komt een hybride goed tot zijn recht
Het belangrijkste voordeel van een hybride auto wordt vooral duidelijk tijdens ritten door de stad. Bij lage snelheden kan de elektromotor een groot deel van het werk overnemen of de benzinemotor ondersteunen.
Dat merk je bijvoorbeeld wanneer je langzaam door druk verkeer rijdt, regelmatig moet stoppen voor verkeerslichten of in een file terechtkomt. Juist tijdens dit soort ritten kan het brandstofverbruik flink worden beperkt.
Ook het regeneratieve remsysteem speelt daarbij een belangrijke rol. Zodra de bestuurder afremt of het gaspedaal loslaat, kan een deel van de bewegingsenergie worden teruggewonnen en opgeslagen in de accu.
Die energie kan vervolgens opnieuw worden gebruikt om de auto elektrisch aan te drijven.
Voor automobilisten die voornamelijk korte ritten maken en veel in stedelijk gebied rijden, kan een hybride daarom een interessante keuze zijn.
Op de snelweg verandert het verhaal
Wie vooral lange afstanden over de snelweg aflegt, kan echter een heel andere ervaring krijgen.
Bij een constante hogere snelheid moet de verbrandingsmotor veel meer werk verrichten. Tegelijkertijd moet die motor ook het extra gewicht van onder meer het accupakket en de elektrische aandrijflijn meenemen.
Het grote voordeel van regeneratief remmen speelt op lange snelwegritten bovendien een veel kleinere rol. Wanneer je tientallen kilometers met een constante snelheid rijdt, zijn er simpelweg minder remmomenten waarop energie kan worden teruggewonnen.
Daardoor kan het verbruik behoorlijk verschillen van wat bestuurders tijdens stadsritten ervaren.
Voor iemand die dagelijks tientallen of zelfs honderden kilometers over de snelweg rijdt, kan het verwachte financiële voordeel van een hybride daardoor kleiner uitvallen.
Eerste onderhoudsbeurt kan verrassen
Brandstofverbruik is echter niet het enige onderdeel waarmee rekening moet worden gehouden.
Een hybride combineert namelijk twee verschillende aandrijftechnieken. Er is nog altijd een verbrandingsmotor aanwezig, maar daarnaast beschikt de auto over een elektromotor, accupakket en bijbehorende elektronica.
Dat betekent dat bepaalde onderdelen tijdens onderhoud specifieke aandacht nodig hebben.
Volgens de Franse krant 20 Minutes kunnen vooral nieuwe hybride-rijders bepaalde onderhoudspunten onderschatten.
Dat betekent overigens niet automatisch dat iedere hybride duurder is in onderhoud dan een conventionele auto. Het model, de leeftijd, het gebruik en de onderhoudsintervallen spelen daarbij allemaal een rol.
Remmen werken anders
Een belangrijk verschil zit in het remsysteem.
Hybride auto’s gebruiken regeneratief remmen om energie terug te winnen. Daardoor worden de traditionele mechanische remmen tijdens normaal rijden soms minder intensief gebruikt.
Dat klinkt uitsluitend positief, maar ook remmen die minder worden gebruikt moeten worden gecontroleerd. Onderdelen kunnen bijvoorbeeld last krijgen van vuil of corrosie.
Daarom blijft regelmatige inspectie belangrijk.
Bestuurders kunnen het regeneratieve systeem optimaal benutten door vooruit te kijken en rustig af te remmen. Daarmee wordt zoveel mogelijk energie teruggewonnen en hoeven de traditionele remblokken minder hard te werken.
Vergeet de 12V-accu niet
Een ander onderdeel dat soms wordt vergeten, is de relatief kleine 12V-accu.
Naast het grote accupakket waarmee de elektrische aandrijving wordt ondersteund, hebben hybride auto’s doorgaans ook een traditionele hulpaccu voor verschillende elektronische systemen.
Wanneer een auto langere tijd stilstaat of voornamelijk onder ongunstige omstandigheden wordt gebruikt, kan ook deze accu uiteindelijk onvoldoende geladen raken.
Regelmatig met de auto rijden kan helpen om problemen te voorkomen.
Wie merkt dat elektronische systemen vreemd reageren of dat de auto moeilijk opstart, doet er verstandig aan de 12V-accu te laten controleren.
Kies een garage met hybridekennis
Ook de keuze van de garage kan belangrijk zijn.
Hybride auto’s beschikken over hoogspanningscomponenten en complexe elektronica waarvoor specifieke kennis en apparatuur nodig kunnen zijn. Niet iedere universele garage heeft dezelfde ervaring met ieder hybridesysteem.
Een werkplaats die regelmatig aan hybride auto’s werkt, kan daarom een verstandige keuze zijn.
Dat kan bovendien voorkomen dat onnodig onderdelen worden vervangen doordat een probleem verkeerd wordt vastgesteld.
Aanschafprijs moet ook worden terugverdiend
Daar komt nog een belangrijke rekensom bij: de aanschafprijs.
Een hybride uitvoering kan duurder zijn dan een vergelijkbare auto met uitsluitend een benzinemotor. Dat prijsverschil moet uiteindelijk worden terugverdiend door bijvoorbeeld een lager brandstofverbruik of andere lagere gebruikskosten.
Hoe snel dat gebeurt, hangt sterk af van het rijprofiel.
Iemand die dagelijks door druk stadsverkeer rijdt, kan veel vaker profiteren van elektrische ondersteuning en regeneratief remmen dan iemand die iedere ochtend de snelweg oprijdt en daar honderd kilometer met een constante snelheid rijdt.
Daarom is het verstandig om niet alleen naar het officiële gemiddelde brandstofverbruik te kijken.
Diesel, benzine of hybride?
Welke aandrijving uiteindelijk het voordeligst is, verschilt per automobilist.
Wie veel korte en stedelijke ritten maakt, kan veel voordeel halen uit een hybride. Voor iemand die voornamelijk lange snelwegafstanden rijdt, kan de rekensom heel anders uitpakken.
Ook zaken als aanschafprijs, verzekering, belasting, onderhoud, brandstofprijzen en de verwachte gebruiksduur van de auto moeten worden meegenomen.
Bij een plug-inhybride komt daar nog een belangrijke factor bij: hoe vaak de bestuurder daadwerkelijk oplaadt. Wie nauwelijks stekkert, benut een belangrijk voordeel van zo’n auto niet.
Kijk eerst naar je eigen kilometers
Een hybride auto is dus niet per definitie een verkeerde of dure keuze. Integendeel: bij het juiste gebruik kan de techniek juist bijzonder efficiënt zijn.
Het probleem ontstaat vooral wanneer iemand een hybride koopt met de verwachting dat deze onder alle omstandigheden automatisch goedkoper rijdt.
Wie vóór aanschaf kijkt hoeveel kilometers hij jaarlijks rijdt, hoeveel daarvan in de stad of op de snelweg worden afgelegd en welke onderhoudskosten bij het specifieke model horen, kan een veel betere vergelijking maken.
De belangrijkste les is daarom simpel: kijk niet alleen naar het woord ‘hybride’ of naar het verbruik uit de brochure. Uiteindelijk bepaalt vooral je eigen rijgedrag of de overstap daadwerkelijk geld bespaart.
Actueel
Vanaf 12 augustus: nieuwe verplichting geldt voor alle supermarktklanten

Miljoenen Nederlanders kunnen de komende jaren veranderingen gaan merken in de supermarkt en bij online bestellingen. Nieuwe Europese regels moeten ervoor zorgen dat verpakkingen kleiner, lichter en beter recyclebaar worden. De maatregelen worden stapsgewijs ingevoerd en moeten vooral de enorme hoeveelheid verpakkingsafval binnen Europa terugdringen.
Europa wil hoeveelheid verpakkingsafval flink verminderen
Wie regelmatig boodschappen doet, kent het verschijnsel waarschijnlijk wel: een grote doos openen om vervolgens te ontdekken dat het daadwerkelijke product maar een klein gedeelte van de verpakking inneemt.
Als het aan de Europese Unie ligt, moet daar steeds vaker een einde aan komen.
Europa produceert namelijk enorme hoeveelheden verpakkingsafval. Volgens de Europese Commissie komt dat neer op bijna 190 kilo per inwoner per jaar. Zonder nieuwe maatregelen dreigt die hoeveelheid de komende jaren verder toe te nemen.
Daarom zijn nieuwe regels opgesteld die fabrikanten, supermarkten, importeurs en webwinkels dwingen kritischer te kijken naar de manier waarop producten worden verpakt.
Centraal daarin staat de Europese Packaging and Packaging Waste Regulation, oftewel de PPWR.
Verpakkingen moeten kleiner en lichter
Een van de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe regelgeving is dat verpakkingen niet onnodig groot of zwaar mogen zijn.
Fabrikanten moeten hun verpakkingen zo ontwerpen dat er niet méér materiaal wordt gebruikt dan noodzakelijk is om het product veilig te verpakken.
Voor consumenten kan dat betekenen dat bepaalde producten in de toekomst in kleinere dozen, zakken en andere verpakkingen terechtkomen.
Het product zelf hoeft daardoor natuurlijk niet kleiner te worden. Het gaat juist om het terugdringen van overbodig verpakkingsmateriaal en lege ruimte rondom producten.
De bekende enorme doos met daarin een relatief klein artikel moet daardoor uiteindelijk steeds minder vaak voorkomen.
Ook webwinkels krijgen ermee te maken
Niet alleen de supermarkt krijgt te maken met veranderingen. Ook bij online bestellingen moet efficiënter worden verpakt.
Iedereen die regelmatig iets online koopt, heeft waarschijnlijk weleens een pakket ontvangen waarbij een klein artikel in een opvallend grote verzenddoos zat.
Juist die lege ruimte wil Europa aanpakken.
Voor transport- en verzendverpakkingen komen strengere eisen. Vanaf 2030 geldt volgens de regelgeving onder meer een maximale hoeveelheid loze ruimte van 50 procent voor bepaalde verpakkingen.
Daarmee moet niet alleen karton of ander verpakkingsmateriaal worden bespaard. Kleinere pakketten betekenen ook dat vrachtwagens en bestelwagens efficiënter kunnen worden gevuld.
Recycling wordt belangrijker
Een tweede belangrijk onderdeel van de plannen heeft betrekking op recycling.
Verpakkingen moeten steeds meer worden ontworpen met het oog op hergebruik van de gebruikte grondstoffen. Een verpakking die uit allerlei moeilijk van elkaar te scheiden materialen bestaat, kan recycling namelijk ingewikkelder maken.
Producenten zullen daarom bij het ontwerpen al rekening moeten houden met wat er met de verpakking gebeurt nadat de consument het product heeft gebruikt.
Het uiteindelijke doel is een systeem waarin veel meer materiaal opnieuw als grondstof kan worden ingezet.
Daarmee wil Europa minder afhankelijk worden van nieuwe grondstoffen en tegelijkertijd de hoeveelheid afval die wordt verbrand of op andere manieren verdwijnt verminderen.
Schadelijke stoffen verder beperkt
Ook de samenstelling van verpakkingen wordt aangepakt.
Voor bepaalde voedselverpakkingen worden bijvoorbeeld strengere beperkingen gesteld aan het gebruik van PFAS. Deze chemische stoffen kunnen zeer lang in het milieu aanwezig blijven.
Door het gebruik ervan terug te dringen, wil Europa zowel gezondheids- en milieurisico’s beperken als voorkomen dat schadelijke stoffen het recyclingproces bemoeilijken.
De nieuwe regels gaan daardoor veel verder dan alleen het formaat van een kartonnen doos.
Niet alles verandert meteen
Consumenten hoeven overigens niet te verwachten dat van de ene op de andere dag alle verpakkingen in Nederlandse supermarkten veranderen.
De verschillende onderdelen van de Europese regelgeving worden verspreid over meerdere jaren ingevoerd. Bedrijven krijgen daardoor tijd om verpakkingslijnen, materialen en ontwerpen aan te passen.
Een verandering die bijvoorbeeld nog langer op zich laat wachten, betreft uniforme Europese labels voor afvalscheiding.
Het idee is dat consumenten straks gemakkelijker kunnen zien in welke afvalstroom een verpakking thuishoort. Daarvoor moeten in Europa dezelfde herkenbare pictogrammen worden gebruikt.
De definitieve vormgeving daarvan moet echter nog verder worden uitgewerkt. De verwachting is dat dergelijke uniforme labels op zijn vroegst vanaf augustus 2028 verplicht worden.
Tot die tijd blijven consumenten vooral de bestaande nationale aanduidingen tegenkomen.
Producent krijgt meer verantwoordelijkheid
Voor fabrikanten en importeurs betekenen de maatregelen ondertussen behoorlijk wat werk.
Bedrijven moeten kunnen aantonen dat hun verpakkingen voldoen aan de Europese eisen. Daarbij wordt gekeken naar onder andere materiaalgebruik, recyclebaarheid en de hoeveelheid verpakking die noodzakelijk is.
Daarnaast blijven producenten financieel verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van verpakkingsafval in landen waar hun producten worden verkocht.
Het principe daarachter is duidelijk: degene die verpakkingen op de markt brengt, draagt ook verantwoordelijkheid voor wat er uiteindelijk met dat materiaal gebeurt.
Steeds meer gerecycled materiaal
De komende jaren worden ook de Europese ambities voor recycling verder aangescherpt.
Daardoor moet een steeds groter gedeelte van onder andere kunststof, aluminium en staal opnieuw worden verwerkt en als grondstof worden gebruikt.
Voor consumenten kan dat uiteindelijk zichtbaar worden aan de verpakkingen zelf. Ze kunnen eenvoudiger worden ontworpen, uit minder verschillende materialen bestaan en vaker gerecycled materiaal bevatten.
Daarnaast wil Europa sterker inzetten op herbruikbare oplossingen, waardoor bepaalde wegwerpverpakkingen geleidelijk minder gebruikelijk kunnen worden.
Wat merkt de Nederlandse consument?
Voor Nederlandse huishoudens verandert de manier waarop afval wordt weggegooid voorlopig niet plotseling.
De grootste veranderingen zullen waarschijnlijk geleidelijk zichtbaar worden tijdens het boodschappen doen of bij het openen van online bestellingen.
Denk aan compactere verpakkingen, minder lege ruimte in dozen, andere materialen en uiteindelijk duidelijkere informatie over recycling.
Het gaat dus niet om één enorme verandering die onmiddellijk zichtbaar is, maar om een reeks maatregelen die gedurende meerdere jaren worden ingevoerd.
De vertrouwde grote doos met opvallend weinig inhoud kan daardoor steeds meer uit het straatbeeld verdwijnen. Als de Europese plannen werken zoals bedoeld, houden consumenten uiteindelijk minder verpakkingsmateriaal over terwijl dezelfde producten gewoon in het schap blijven liggen.