Actueel
Zeven mensen overleden bij zwaar verkeersongeval
In het Britse Middlesbrough heeft zich een verschrikkelijk verkeersongeval voorgedaan waarbij zeven mensen om het leven zijn gekomen. Onder de slachtoffers bevinden zich vijf jonge mannen en twee politieagenten. De jongeren reden volgens de eerste berichtgeving aan de verkeerde kant van de A66 en botsten frontaal op een politievoertuig. Onderzocht wordt nu of het drama mogelijk verband houdt met een levensgevaarlijke trend op sociale media waarbij jongeren zichzelf filmen terwijl ze spookrijden.
Zeven doden bij frontale botsing
Het ongeval gebeurde in de nacht van vrijdag op zaterdag op de A66 bij Middlesbrough. In een Volkswagen Passat zaten vijf jonge mannen die volgens de eerste informatie tegen de rijrichting in over de weg reden.
Op hetzelfde moment kwam vanuit de tegenovergestelde richting een politieauto aanrijden. De twee voertuigen botsten frontaal op elkaar.
De gevolgen waren desastreus. Alle vijf inzittenden van de Volkswagen kwamen om het leven. Ook de twee politieagenten in het andere voertuig overleefden de botsing niet. De agenten waren 37 en 38 jaar oud.
Lokale media hebben inmiddels verschillende namen van de jonge slachtoffers gemeld. Het zou onder anderen gaan om Makai Saddington, Cole Worthy, Theo Rae en Michael Cahill. Een vijfde slachtoffer wordt door vrienden Jacob genoemd.
Het onderzoek naar de precieze omstandigheden van het ongeval is nog in volle gang.
Mogelijk verband met gevaarlijke trend
De zaak krijgt extra aandacht omdat wordt onderzocht waarom de auto aan de verkeerde kant van de weg reed.
Volgens berichtgeving van onder meer de Duitse krant BILD wordt gekeken naar een mogelijk verband met een trend op sociale media waarbij jongeren bewust tegen het verkeer in rijden en daar beelden van maken.
Daarbij zouden video’s worden gedeeld waarin bestuurders zichzelf filmen tijdens extreem gevaarlijk rijgedrag. In sommige filmpjes wordt eerst de snelheidsmeter getoond, waarna de bestuurder in beeld verschijnt terwijl hij met hoge snelheid aan de verkeerde kant van de weg rijdt.
Sommige bestuurders zouden daarbij hun gezicht bedekken met een bivakmuts.
Of de vijf jongeren in Middlesbrough daadwerkelijk bezig waren met zo’n video of bewust deelnamen aan deze trend, is vooralsnog niet vastgesteld. De autoriteiten onderzoeken die mogelijkheid.
Eerder ook vijf jongeren omgekomen
De zorgen zijn extra groot omdat kort daarvoor in Ierland eveneens een zwaar verkeersongeval plaatsvond waarbij vijf jongeren om het leven kwamen.
De slachtoffers waren tieners tussen de 15 en 18 jaar. Ook zij zouden tegen het verkeer in hebben gereden. Volgens berichtgeving zouden de jongeren zichzelf tijdens de rit hebben gefilmd.
Daardoor wordt nu gekeken of beide incidenten mogelijk met hetzelfde online fenomeen te maken hebben.
Wanneer de twee ongevallen daadwerkelijk verband blijken te houden met bewust spookrijden voor sociale media, zou dat betekenen dat in korte tijd twaalf mensen om het leven zijn gekomen bij incidenten waarbij dit levensgevaarlijke gedrag een rol speelde.
Dat verband moet echter nog officieel worden vastgesteld.
Beelden van slachtoffer opgedoken
Na het ongeval in Middlesbrough zijn ook oudere beelden opgedoken waarop de 18-jarige Makai Saddington te zien zou zijn.
Die beelden zouden dateren uit mei van dit jaar. Daarop is volgens Britse berichtgeving te zien hoe een jongeman met een bivakmuts op door de politie wordt achtervolgd terwijl hij tegen de rijrichting in rijdt.
De beelden krijgen door het dodelijke ongeval opnieuw veel aandacht. Onderzoekers zullen moeten vaststellen of er een verband bestaat tussen eerder rijgedrag en wat er in de nacht van vrijdag op zaterdag is gebeurd.
Dat iemand eerder op beelden gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond, bewijst vanzelfsprekend nog niet dat het dodelijke ongeval onderdeel was van een sociale-mediatrend.
‘Driving the wrong way’
De vermeende trend wordt aangeduid als ‘driving the wrong way’. Daarbij draait het volgens de berichtgeving om het maken van zo spectaculair mogelijke beelden.
Juist dat maakt het gedrag extreem gevaarlijk. Een automobilist die tegen het verkeer in rijdt, brengt niet alleen zichzelf en eventuele passagiers in levensgevaar, maar ook volledig onschuldige weggebruikers die plotseling met een tegemoetkomend voertuig worden geconfronteerd.
Het drama in Middlesbrough laat zien hoe desastreus een frontale botsing kan aflopen. In dit geval verloren ook twee politieagenten het leven.
Onderzoek naar rol sociale media
De autoriteiten onderzoeken niet alleen de afzonderlijke verkeersongevallen, maar ook de mogelijke rol van sociale media.
Daarbij wordt gekeken of dergelijke video’s jongeren kunnen aansporen om het gedrag na te doen en hoe snel beelden van extreem gevaarlijke verkeerssituaties van platforms worden verwijderd.
Ook in Ierland heeft de kwestie inmiddels de politiek bereikt. Een parlementaire commissie heeft het bedrijf achter TikTok gevraagd welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat video’s met gevaarlijk rijgedrag zich verder over het platform verspreiden.
Voorlopig blijft rond het ongeval in Middlesbrough nog een belangrijke vraag onbeantwoord: reden de jongeren per ongeluk aan de verkeerde kant van de weg, of was er sprake van bewust spookrijden?
Het politieonderzoek zal daar meer duidelijkheid over moeten geven. Vaststaat ondertussen dat het ongeval zeven levens heeft geëist en twee families van politieagenten en de nabestaanden van vijf jonge mannen met een enorm verlies achterlaat.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?