Connect with us

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Actueel

Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Published

on

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?

Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.

In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.

Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten

Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.

Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.

Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.

In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.

Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.

Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.

De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.

Meeste inwoners kiezen voor zomertijd

Daarover waren de meningen meer verdeeld.

Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.

Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.

Het blijft ’s avonds langer licht.

Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.

En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.

Slaapexperts zien liever wintertijd

Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.

Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.

Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.

Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.

Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.

Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.

Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.

Gezondheid belangrijke reden

Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.

Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.

Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.

Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.

Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.

Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.

Canada krijgt steeds meer uitzonderingen

Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.

Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.

Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.

Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.

Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.

Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s

Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.

Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.

De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.

Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.

Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.

Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.

Europa praat er al jaren over

Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.

De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.

Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.

Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.

Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.

Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.

Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie

Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.

En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.

Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.

Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.

Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.

Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.

Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.

Nederland zet klok op 25 oktober terug

Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.

De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.

Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.

Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.

Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.

De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.

In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.

Wanneer stopt Nederland ermee?

Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.

Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.

Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.

De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.

Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.

Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.

Continue Reading