Connect with us

Actueel

Te grote hoeveelheid gevaarlijk gif ontdekt in Aldi-fruit: ”Eet dit niet”

Published

on

Aldi heeft met spoed perssinaasappels uit de verkoop gehaald vanwege een te hoog gehalte aan resten van glufosinaat. De supermarkt waarschuwt klanten nadrukkelijk om de betreffende sinaasappels niet te eten. Vooral voor kinderen kan volgens Aldi een gezondheidsrisico niet worden uitgesloten. De sinaasappels zijn bovendien tot voor kort verkocht, waardoor consumenten ze mogelijk nog thuis hebben liggen.

Aldi roept perssinaasappels terug

Het gaat om zakken perssinaasappels van drie kilogram van Fruitpackers NV. Aldi heeft het product inmiddels uit de schappen verwijderd en een terugroepactie gestart.

Klanten kunnen aan de hand van onderstaande gegevens controleren of ze de betreffende sinaasappels in huis hebben:

  • Product: perssinaasappels
  • Inhoud: 3 kilogram
  • Producent/merk: Fruitpackers NV
  • Lotnummer: 150320926849
  • EAN-code: 27061114
  • Verkoopperiode: 16 tot en met 24 september

Wie een net met deze gegevens heeft gekocht, wordt dringend geadviseerd de sinaasappels niet te consumeren.

Te veel glufosinaat aangetroffen

Aanleiding voor de terugroepactie is de vaststelling van een te hoog gehalte aan residuen van glufosinaat.

Glufosinaat, dat onder meer als glufosinaat-ammonium wordt toegepast, is een herbicide dat wordt gebruikt om ongewenste planten en onkruid te bestrijden.

Het grootste gezondheidsgevaar ontstaat bij blootstelling aan grotere hoeveelheden van het middel. Aldi waarschuwt in het bijzonder dat bij kinderen een gezondheidsrisico niet kan worden uitgesloten.

Waarom het verhoogde gehalte pas na de verkoopperiode aan het licht is gekomen, wordt in de melding niet duidelijk.

Sinaasappels mogelijk nog bij mensen thuis

De timing van de waarschuwing is belangrijk. De betreffende sinaasappels werden tussen 16 en 24 september verkocht.

Dat betekent dat consumenten het fruit mogelijk nog in de fruitschaal, koelkast of voorraadkast hebben liggen.

Aldi vraagt klanten daarom goed naar het lotnummer en de EAN-code te kijken voordat ze de sinaasappels gebruiken of uitpersen.

Wie het teruggeroepen product heeft gekocht, kan het terugbrengen naar een Aldi-filiaal. Het aankoopbedrag wordt terugbetaald. Een kassabon is daarvoor niet nodig.

Wat kan glufosinaat met het lichaam doen?

Bij een te hoge blootstelling aan glufosinaat kunnen verschillende gezondheidsklachten ontstaan. De ernst daarvan hangt onder meer af van de hoeveelheid en de manier waarop iemand aan het middel is blootgesteld.

Bij inslikken kunnen bijvoorbeeld misselijkheid, braken, buikpijn en diarree optreden.

Ook neurologische klachten zijn beschreven bij ernstige vergiftigingen. Daarbij kan het onder meer gaan om duizeligheid, verwardheid, geheugenproblemen, bewustzijnsverlies en epileptische aanvallen.

In zeer ernstige gevallen kunnen ademhalingsproblemen, cardiovasculaire problemen en coma optreden.

Een bijzonder aspect van ernstige glufosinaatvergiftiging is dat sommige neurologische verschijnselen vertraagd kunnen ontstaan. Klachten kunnen in ernstige gevallen pas uren na blootstelling duidelijk worden.

Ook huid en ogen kunnen reageren

Glufosinaat kan daarnaast irritatie veroorzaken wanneer iemand rechtstreeks met het middel in aanraking komt.

Contact met de huid kan irritatie veroorzaken en vooral de ogen kunnen gevoelig reageren. Ook het inademen van nevel van het middel kan, afhankelijk van de concentratie en blootstellingsduur, klachten veroorzaken.

Die situaties hebben vooral betrekking op directe blootstelling aan het middel zelf. Bij deze terugroepactie draait de waarschuwing specifiek om residuen die op of in de sinaasappels zijn aangetroffen.

Extra aandacht voor kinderen

Aldi besteedt in zijn waarschuwing specifiek aandacht aan kinderen. Volgens de supermarkt kan voor hen bij consumptie van de betreffende sinaasappels een gezondheidsrisico niet worden uitgesloten.

Consumenten wordt daarom gevraagd geen risico te nemen en het fruit niet meer te eten of te verwerken tot bijvoorbeeld vers sinaasappelsap.

Wie de sinaasappels al heeft gegeten en zich zorgen maakt of gezondheidsklachten ervaart, krijgt het advies contact op te nemen met een huisarts.

Terugbrengen kan zonder kassabon

Voor consumenten die de betreffende zak sinaasappels nog thuis hebben liggen, is het advies dus duidelijk: niet eten.

Controleer het lotnummer 150320926849 en de EAN-code 27061114. Komen deze gegevens overeen, dan kan het product worden teruggebracht naar Aldi.

Daar krijgen klanten hun aankoopbedrag terug, ook wanneer ze de oorspronkelijke kassabon niet meer hebben.

Met de terugroepactie wil Aldi voorkomen dat consumenten nog van de betreffende partij perssinaasappels eten. Vooral gezinnen met kinderen wordt aangeraden goed te controleren of het teruggeroepen product nog in huis ligt.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading