Actueel
RTL-baas gooit realityshow Gerard Joling in de prullenbak: ´Om te huilen!!

Tweeënhalf jaar geleden nam Peter van der Vorst, programmadirecteur van RTL, een opvallend besluit: het programma Joling en de Buitenlanders werd definitief geschrapt. Ondanks het feit dat de opnames al waren afgerond, besloot RTL dat het programma niet meer paste in de veranderende tijdsgeest. De beslissing kwam voort uit maatschappelijke discussies en een groeiend bewustzijn over representatie en racisme.
Gerard Joling en het Racismedebat
Gerard Joling is al jarenlang een uitgesproken figuur in de media. Hij heeft in het verleden regelmatig scherpe columns geschreven over de ‘islamisering van Nederland’ en andere maatschappelijke thema’s. Deze uitlatingen vielen niet altijd in goede aarde, en ze leidden tot kritische reacties van verschillende kanten.
Peter van der Vorst, destijds nog presentator, was ook kritisch over Joling’s standpunten: “Ik vind dat je als artiest ook een bepaalde verantwoordelijkheid hebt. Mensen luisteren naar je en laten zich beïnvloeden door wat je zegt.”
In 2019, het jaar waarin Van der Vorst werd aangesteld als programmadirecteur van RTL, werd begonnen met de productie van Joling en de Buitenlanders. Het format van het programma was erop gericht om Gerard Joling zijn vooroordelen over bepaalde bevolkingsgroepen te laten onderzoeken. Dit zou gebeuren door middel van reizen naar landen als Marokko en Suriname, waarbij een bekende Nederlander hem zou begeleiden en de dialoog zou aangaan.
Het idee was om Joling te confronteren met andere culturen en inzichten, zodat hij mogelijk zijn visie zou bijstellen. Wat begon als een luchtige, maar tegelijkertijd confronterende manier om het gesprek over diversiteit en inclusie te openen, stuitte echter al snel op maatschappelijke weerstand.
Waarom werd het programma geschrapt?
Terwijl de afleveringen werden voorbereid, ontstond er steeds meer kritiek op het programma. De Black Lives Matter-beweging kreeg in 2020 wereldwijd momentum en er kwam meer aandacht voor institutioneel racisme en culturele sensitiviteit.
In een interview met de Volkskrant blikte Van der Vorst terug op de beslissing om het programma uiteindelijk niet uit te zenden: “Gerard was uitgesproken over sommige bevolkingsgroepen, en we dachten: hoe kunnen we dat inzetten voor een programma? Het idee was om zijn vooroordelen te ontkrachten en een dialoog te laten ontstaan.”
Toch sloeg de twijfel toe toen de eerste afleveringen klaar waren. “Corona kwam ertussen, en Black Lives Matter. Toen ik de montages zag, voelde het ineens gek. Het programma was bedacht en gemaakt door een niet-diverse club mensen. De opzet was dat een BN’er moest bewijzen dat Gerard ongelijk had. Dat was een totaal verkeerde invalshoek.”
De veranderde maatschappelijke context en de hernieuwde aandacht voor representatie maakten dat de programmamakers inzagen dat het programma niet langer op de juiste manier in de samenleving paste. Het zou kunnen overkomen als een poging om raciale en culturele kwesties te bagatelliseren in plaats van echt bespreekbaar te maken.
Van der Vorst gaf toe dat de intentie goed was, maar de uitvoering uiteindelijk niet klopte: “We probeerden iets op een luchtige manier bespreekbaar te maken, maar in de context van die tijd voelde het misplaatst. Het was geen inhoudelijk sterk of goed doordacht programma, en dan kun je maar beter besluiten om het niet uit te zenden.”
Gerard Joling en de Politiek
Naast zijn flamboyante televisiecarrière heeft Gerard Joling zich nooit terughoudend opgesteld over politieke kwesties. Hij is een openlijke PVV-stemmer en heeft zich in het verleden kritisch uitgelaten over het immigratiebeleid. Zijn uitgesproken mening over deze onderwerpen heeft hem zowel fans als tegenstanders opgeleverd.
Peter van der Vorst daarentegen heeft politiek gezien een heel ander pad bewandeld. Hij stemde vroeger op de SP, maar geeft nu aan meer naar het politieke midden te zijn opgeschoven. Bij de laatste verkiezingen koos hij strategisch voor GroenLinks-PvdA. Deze verschillen in politieke opvattingen weerspiegelen mogelijk ook de bredere discussie binnen RTL over welke programma’s passen binnen hun visie en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Een bredere verandering bij RTL
De keuze om Joling en de Buitenlanders niet uit te zenden past binnen een bredere trend bij RTL. In de afgelopen jaren heeft de zender kritisch gekeken naar hun programmering en de manier waarop ze omgaan met gevoelige maatschappelijke thema’s. Er is meer aandacht gekomen voor diversiteit, inclusie en verantwoorde journalistiek.
Van der Vorst benadrukt dat RTL zich bewuster is geworden van de impact die hun programma’s kunnen hebben: “We willen niet alleen entertainment maken, maar ook bijdragen aan gesprekken die relevant en respectvol zijn. Dat betekent dat we keuzes moeten maken in wat we wel en niet uitzenden.”
Het schrappen van Joling en de Buitenlanders was daarmee geen opzichzelfstaande beslissing, maar onderdeel van een bredere ontwikkeling binnen RTL om hun verantwoordelijkheid als groot mediaplatform serieus te nemen.
De impact van deze beslissing
De beslissing om het programma te schrappen had niet alleen gevolgen voor Gerard Joling, maar ook voor de manier waarop televisieprogramma’s worden beoordeeld in Nederland. De tijd waarin alles zonder kritische reflectie uitgezonden kon worden, lijkt voorbij. Er is meer bewustzijn over de manier waarop verschillende bevolkingsgroepen worden afgebeeld in de media en welke stemmen wel of niet worden gehoord.
Voor Gerard Joling betekende het dat een groot project, waarin hij zich had verdiept, plotseling in de ijskast werd gezet. Hoewel hij publiekelijk weinig heeft gezegd over het besluit, is het duidelijk dat hij de impact ervan heeft gevoeld.
Van der Vorst geeft tot slot aan dat de deur voor Gerard niet definitief dicht is. “Gerard is een van de grootste entertainers van Nederland en we werken graag met hem samen. Maar bij sommige onderwerpen moet je extra zorgvuldig zijn. Dit was zo’n geval.”
Conclusie: een televisiebeslissing in een veranderende wereld
De beslissing om Joling en de Buitenlanders te schrappen illustreert hoe de mediawereld zich aanpast aan veranderende normen en waarden. Wat enkele jaren geleden misschien als onschuldig entertainment werd gezien, kan in het huidige maatschappelijke klimaat anders worden opgevat.
RTL heeft met deze beslissing laten zien dat ze zorgvuldig willen omgaan met hun rol als zender en de impact van hun programma’s serieus nemen. In een wereld waarin discussies over representatie, racisme en inclusie steeds prominenter worden, is het logisch dat mediabedrijven kritisch kijken naar wat ze uitzenden.
Voor Gerard Joling betekende dit het einde van een programma dat nooit het levenslicht zag. Maar in de bredere context laat het zien dat televisie niet alleen draait om amusement, maar ook om maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hoe de rol van entertainment in maatschappelijke discussies zich verder zal ontwikkelen, blijft een interessante vraag voor de toekomst.

Actueel
Slecht nieuws voor Rob Jetten en zijn coalitiegenoten

Het kabinet van premier Rob Jetten krijgt een flinke tik in een nieuwe peiling van Ipsos I&O. Nog slechts 18 procent van de ondervraagden zegt tevreden te zijn over het beleid van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Zeven op de tien zijn juist ontevreden. Daarmee bereikt de tevredenheid volgens het onderzoek het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet. Ook onder de eigen achterban van de coalitiepartijen neemt de kritiek toe.
Rob Jetten trad op 23 februari aan als premier en staat daarmee nog geen zeven maanden aan het roer.
Toch lijkt de aanvankelijke hoop bij een aanzienlijk deel van de kiezers inmiddels te zijn verdwenen.
De nieuwste cijfers van Ipsos I&O laten een duidelijke verslechtering zien ten opzichte van de vorige meting.
Nog maar 18 procent tevreden
Volgens de peiling is momenteel slechts 18 procent van de ondervraagden tevreden over het kabinet-Jetten.
Daar staat tegenover dat ongeveer zeven op de tien kiezers aangeven ontevreden te zijn.
Beide cijfers zijn volgens Ipsos I&O opvallend.
De tevredenheid is sinds het aantreden van het kabinet niet eerder zo laag geweest, terwijl het aandeel ontevreden kiezers juist een nieuw hoogtepunt bereikt.
Ook de ontwikkeling ten opzichte van enkele maanden geleden is fors.
Flinke daling sinds juli
Bij de vorige peiling, die in juli werd gehouden, gaf nog 26 procent van de ondervraagden aan tevreden te zijn met het kabinet.
Dat percentage is inmiddels teruggelopen naar 18 procent.
Dat betekent een daling van 8 procentpunt in relatief korte tijd.
Opinieonderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O sprak bij Café Kockelmann over het geringe vertrouwen onder kiezers.
Volgens hem leefde na de vorming van het kabinet bij een deel van Nederland aanvankelijk de gedachte dat er na een politiek ingewikkelde periode eindelijk weer beleid gemaakt zou worden.
De nieuwste cijfers wijzen erop dat die verwachting bij veel kiezers vooralsnog niet is uitgekomen.
Ook eigen kiezers worden kritischer
Voor D66, CDA en VVD is vooral een ander onderdeel van de peiling ongemakkelijk.
De ontevredenheid beperkt zich namelijk niet tot oppositiekiezers.
Ook mensen die bij de verkiezingen op een van de drie coalitiepartijen stemden, blijken lang niet allemaal tevreden over de huidige koers.
Binnen de D66-achterban is volgens het onderzoek nog iets meer dan de helft tevreden.
Bij het CDA ligt dat percentage op 43 procent.
De VVD scoort onder haar eigen kiezers nog lager: daar is volgens de peiling slechts 32 procent tevreden.
Dat betekent dat geen van de drie coalitiepartijen op overweldigende steun voor het kabinetsbeleid vanuit de eigen achterban kan rekenen.
Begrotingsonderhandelingen spelen belangrijke rol
Volgens de onderzoekers hangt de verslechterde beoordeling onder meer samen met de politieke strijd rond de begroting.
D66, CDA en VVD hebben binnen de coalitie overeenstemming bereikt over hun plannen, maar daarmee is de begroting politiek nog niet automatisch verzekerd.
Het kabinet heeft namelijk een minderheidspositie.
De coalitie beschikt niet zelfstandig over voldoende zetels om haar plannen zonder hulp van andere partijen door zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen.
Daardoor moet het kabinet op zoek naar steun bij de oppositie.
Dat maakt iedere belangrijke politieke afspraak ingewikkelder.
Oppositie krijgt belangrijke positie
Voor het kabinet betekent de minderheidspositie dat er voortdurend onderhandeld moet worden met partijen buiten de coalitie.
Die oppositiepartijen kunnen in ruil voor hun steun aanpassingen of concessies verlangen.
Of het kabinet voldoende steun voor alle begrotingsplannen weet te verzamelen, zal daarom afhangen van de onderhandelingen die worden gevoerd.
Juist die onzekerheid lijkt bij kiezers niet goed te vallen.
Volgens Ipsos I&O hebben veel Nederlanders weinig vertrouwen in het vermogen van het kabinet om grote problemen daadwerkelijk op te lossen.
Slechts 9 procent heeft veel vertrouwen in oplossingen
Een van de opvallendste cijfers uit het onderzoek heeft betrekking op de slagkracht van het kabinet.
Volgens Ipsos I&O heeft slechts 9 procent van de ondervraagden vertrouwen dat het kabinet problemen kan oplossen.
Ook kijken kiezers kritisch naar de rol van de afzonderlijke coalitiepartijen.
Daarbij krijgt met name de VVD volgens de onderzoekers relatief veel verantwoordelijkheid toegeschreven voor de huidige politieke situatie.
Voor de partij is dat extra pijnlijk omdat ook onder de eigen achterban de tevredenheid met het kabinet laag ligt.
PRO volgens peiling grootste partij
De verslechterde beoordeling van het kabinet is ook terug te zien in de virtuele zetelverdeling van Ipsos I&O.
Als er op dit moment Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO onder leiding van Jesse Klaver volgens deze peiling de grootste partij worden met 26 zetels.
D66 zou uitkomen op 20 zetels.
De PVV volgt volgens de meting met 17 zetels.
Aan de rechterkant van het politieke spectrum vallen daarnaast de stijgende cijfers van JA21 en Forum voor Democratie op.
Het gaat hierbij nadrukkelijk om een momentopname. Een zetelpeiling voorspelt niet met zekerheid hoe Nederlanders bij daadwerkelijke verkiezingen zouden stemmen.
Peiling onder ongeveer 2.100 mensen
Aan het onderzoek van Ipsos I&O deden ongeveer 2.100 mensen mee.
Dat is vanzelfsprekend maar een klein deel van alle kiesgerechtigde Nederlanders, maar dat maakt een opinieonderzoek op zichzelf niet onbetrouwbaar.
Bij representatief steekproefonderzoek is vooral van belang hoe deelnemers zijn geselecteerd, hoe representatief de steekproef is voor de bevolking en welke statistische onzekerheidsmarges gelden. Een goed samengestelde steekproef van enkele duizenden respondenten kan daarom wel degelijk inzicht geven in verschuivingen onder de Nederlandse bevolking.
Tegelijkertijd moeten percentages en virtuele zetelaantallen niet als exacte verkiezingsuitslagen worden gelezen. Kleine verschillen kunnen binnen de onzekerheidsmarge vallen en politieke voorkeuren kunnen snel veranderen.
Stevige waarschuwing voor Jetten en coalitie
Voor premier Rob Jetten en zijn coalitiepartners zijn de nieuwste cijfers hoe dan ook geen prettig signaal.
Nog geen zeven maanden na zijn aantreden is volgens Ipsos I&O nog maar 18 procent tevreden over het kabinetsbeleid, tegenover 26 procent in juli.
Daar komt bij dat ook binnen de achterban van D66, CDA en vooral VVD aanzienlijke onvrede bestaat.
De komende periode wordt daarmee belangrijk voor het kabinet-Jetten. De coalitie moet niet alleen voldoende oppositiesteun vinden om haar plannen door het parlement te krijgen, maar staat volgens deze peiling ook voor een minstens zo lastige opdracht: het vertrouwen van een groot deel van de kiezers terugwinnen.


