Actueel
Prinses Amalia blijkt helemaal geen kroonprinses te zijn: ´Hoe is dit mogelijk?´
Prinses Amalia wordt vaak onterecht aangeduid als kroonprinses, maar in Nederland wordt de troonopvolger anders genoemd. De juiste titel voor de toekomstige monarch in Nederland is Prins of Prinses van Oranje. Deze titel wordt al eeuwenlang gebruikt en heeft een rijke geschiedenis.

De Eerste Prins van Oranje
De oorsprong van de titel Prins van Oranje gaat terug tot Willem van Nassau, beter bekend als Willem van Oranje. Wanneer Nederland een monarchie werd, kreeg de oudste zoon van de koning deze titel, een traditie die werd voortgezet in de Nederlandse koninklijke familie.

Amalia: De Eerste Vrouwelijke Prinses van Oranje
Prinses Amalia is de eerste vrouw die officieel de titel Prinses van Oranje draagt. Dit werd mogelijk door een aanpassing in de Grondwet in 1983.

Tot dat moment kon alleen een mannelijke erfgenaam automatisch de troon opvolgen. Vrouwen kwamen pas in aanmerking als er geen mannelijke erfgenaam was, zoals bijvoorbeeld in 1890 toen Wilhelmina haar vader, Koning Willem III, opvolgde.

Vrouwen in de Troonopvolging
Hoewel Wilhelmina, Juliana en Beatrix allemaal troonopvolger waren, droegen zij de titel Prinses van Oranje niet. De Grondwetswijziging van 1983 zorgde ervoor dat het oudste kind van de koning of koningin, ongeacht het geslacht, automatisch de troon zou opvolgen. Sindsdien is Prinses van Oranje de officiële titel voor de troonopvolger, zelfs wanneer dit een vrouw is, zoals in het geval van Amalia.

Een Unieke Titel voor Nederland
De titel Prins(es) van Oranje is uniek voor Nederland. In veel andere Europese monarchieën worden andere titels gebruikt voor de troonopvolger. In Scandinavië, bijvoorbeeld, spreekt men van kroonprins of kroonprinses. Nederland volgt echter de oude traditie van de familietitels, wat de titel Prins(es) van Oranje zo bijzonder maakt.

Blauw Bloed, het royaltieprogramma van omroep EO, legde dit alles uit en gaf inzicht in de Nederlandse tradities rondom de troonopvolging.
Actueel
Kabinet komt belofte niet na: Enorme klap voor werkende mensen

Teleurstelling over hogere reiskostenvergoeding: meeste werknemers merken niets van kabinetsmaatregel
Voor veel werknemers die dagelijks met de auto naar hun werk reizen, blijkt de aangekondigde verruiming van de reiskostenvergoeding voorlopig weinig verschil te maken. Hoewel het kabinet eerder liet weten dat werkgevers een hogere onbelaste kilometervergoeding mogen uitkeren, blijkt uit nieuw onderzoek dat slechts een klein deel van de werkenden daar daadwerkelijk iets van terugziet.
Belofte van extra ondersteuning
De afgelopen maanden zijn de kosten voor autorijden opnieuw flink opgelopen. Vooral de stijgende brandstofprijzen zorgen ervoor dat veel Nederlanders maandelijks meer kwijt zijn aan woon-werkverkeer.
Om werknemers tegemoet te komen, werd eerder aangekondigd dat werkgevers maximaal 25 cent per kilometer onbelast mogen vergoeden. Deze regeling zou bovendien met terugwerkende kracht gelden vanaf 1 januari van dit jaar.
Voor veel mensen leek dat een welkome steun in een periode waarin de kosten van levensonderhoud blijven stijgen.

Weinig werknemers merken verschil
Uit onderzoek van vakbond CNV onder ongeveer 1.800 leden blijkt echter dat de praktijk anders uitpakt dan velen hadden gehoopt.
Slechts vijf procent van de ondervraagde werknemers geeft aan daadwerkelijk een hogere reiskostenvergoeding te hebben ontvangen sinds de aangekondigde verruiming van de regeling.
Voor de overgrote meerderheid is er volgens het onderzoek niets veranderd aan de vergoeding die zij ontvangen voor hun woon-werkverkeer.
Zorgelijke ontwikkeling
Volgens CNV-bestuurder Jolanda van Zwieten is dat een zorgwekkende uitkomst.
Zij wijst erop dat veel werknemers steeds meer geld kwijt zijn aan brandstof en vervoer, terwijl hun vergoeding vaak achterblijft bij de werkelijke kosten.
Daarom pleit de vakbond voor aanvullende maatregelen om de stijgende lasten voor werkenden te beperken.
Een van de voorstellen is het verlagen van de accijns op brandstof, zodat automobilisten direct profiteren van lagere kosten aan de pomp.

Brandstofprijzen blijven stijgen
De zorgen zijn niet ongegrond. Verschillende economen en marktkenners verwachten dat de brandstofprijzen de komende periode verder kunnen oplopen.
Eerdere prognoses wezen erop dat benzineprijzen deze zomer mogelijk fors hoger uitvallen dan veel automobilisten gewend zijn.
Ook internationale energie-experts waarschuwen dat ontwikkelingen op de energiemarkt kunnen leiden tot extra prijsdruk.
Voor huishoudens die afhankelijk zijn van de auto kan dat een flinke impact hebben op het maandbudget.

Auto blijft onmisbaar voor veel werknemers
Volgens cijfers van CNV is de auto voor een groot deel van de Nederlandse beroepsbevolking nog altijd onmisbaar.
Vooral mensen buiten de grote steden hebben vaak beperkte alternatieven. Niet iedere werkplek is eenvoudig bereikbaar met het openbaar vervoer, terwijl thuiswerken lang niet in alle sectoren mogelijk is.
Daardoor zijn veel werknemers aangewezen op hun eigen vervoer om dagelijks op hun bestemming te komen.

Toenemende druk op huishoudbudget
De combinatie van hogere brandstofprijzen, stijgende vaste lasten en beperkte compensatie zorgt volgens belangenorganisaties voor toenemende druk op huishoudens.
Voor werknemers die dagelijks tientallen kilometers afleggen, kunnen de extra kosten op jaarbasis aanzienlijk oplopen.
Juist daarom werd de aangekondigde verruiming van de kilometervergoeding door velen gezien als een belangrijke stap om werkenden financieel te ondersteunen.
Onduidelijkheid bij werkgevers
Een mogelijke verklaring voor het beperkte effect is dat werkgevers weliswaar méér mogen vergoeden, maar daar niet toe verplicht zijn.
De regeling biedt ruimte voor een hogere vergoeding, maar legt geen verplichting op om die daadwerkelijk uit te keren.
Daardoor verschilt de situatie sterk per werkgever, sector of cao-afspraak.
Veel werknemers zijn daardoor afhankelijk van de keuzes die hun werkgever maakt.
Discussie over verdere maatregelen
Nu blijkt dat de hogere kilometervergoeding in de praktijk maar beperkt wordt toegepast, laait de discussie over aanvullende steunmaatregelen opnieuw op.
Vakbonden en belangenorganisaties vinden dat werkenden beter beschermd moeten worden tegen de gevolgen van stijgende vervoerskosten.
Vooral werknemers die dagelijks afhankelijk zijn van hun auto voelen volgens hen de financiële gevolgen direct in hun portemonnee.
Of het kabinet met nieuwe maatregelen komt, is op dit moment nog niet duidelijk.
Onzekerheid blijft bestaan
Voorlopig lijkt het erop dat veel werknemers zelf de stijgende kosten moeten blijven opvangen.
Hoewel de mogelijkheid voor een hogere reiskostenvergoeding officieel bestaat, blijkt uit het onderzoek dat slechts een klein deel van de werkenden daar daadwerkelijk voordeel van heeft.
Voor automobilisten die dagelijks naar hun werk rijden, blijft het daarom afwachten of er in de toekomst extra ondersteuning komt om de oplopende kosten te compenseren.