Connect with us

Actueel

Ouders doodgestoken Sohani (11) doen een oproep aan Nederland

Published

on

De ouders van de elfjarige Sohani, die afgelopen zaterdag op tragische wijze werd doodgestoken in Nieuwegein, willen hun dochter begraven in hun geboorteland Eritrea. Om hen hierbij te ondersteunen, is er een crowdfunding gestart, die binnen enkele uren al meer dan 33.000 euro heeft opgehaald. De inzamelingsactie moet helpen om de kosten voor het afscheid en de overbrenging van het lichaam te dekken.

Geldinzameling voor waardig afscheid

De tragische moord op Sohani heeft diepe indruk gemaakt in Nederland. De initiatiefnemers van de inzamelingsactie op het platform GoFundMe melden dat het meisje op het moment van de aanval buiten was met leeftijdsgenoten. Uit het niets werd ze aangevallen en neergestoken, waardoor haar jonge leven abrupt werd beëindigd.

Haar ouders, die oorspronkelijk uit Eritrea komen, willen haar een waardige rustplaats geven in hun geboorteland. Dit brengt echter aanzienlijke kosten met zich mee, waaronder de repatriëring van haar lichaam en de begrafenis. De oorspronkelijke doelstelling van de inzameling was flexibel ingesteld op advies van GoFundMe, maar vanwege de massale steun en donaties is het streefbedrag verhoogd naar 32.500 euro.

De familie en initiatiefnemers benadrukken dat elke donatie, hoe klein ook, een verschil kan maken en de ouders enorm kan helpen in deze hartverscheurende situatie.

Het fatale steekincident

Het tragische incident vond plaats op zaterdagmiddag rond 15.00 uur aan de Anemoonstraat in Nieuwegein. Sohani was buiten met vrienden toen een 29-jarige man uit dezelfde plaats haar plotseling aanviel en neerstak.

Hulpdiensten kwamen snel ter plaatse, maar voor het meisje mocht geen hulp meer baten. De verdachte werd kort na het incident gearresteerd door de politie. Het motief achter de aanval is nog onduidelijk en de politie is bezig met een uitgebreid onderzoek naar de omstandigheden en achtergronden van de dader.

Het nieuws over de moord heeft diepe impact gehad op de lokale gemeenschap en daarbuiten. Veel mensen leven mee met de familie en uiten hun verdriet en ongeloof over dit brute geweld. Op sociale media worden steunbetuigingen gedeeld en velen hebben bijgedragen aan de inzamelingsactie om de ouders van Sohani te helpen in deze moeilijke tijd.

Bericht op GoFundMe

Op het crowdfundingplatform GoFundMe werd een ontroerend bericht geplaatst door de initiatiefnemers van de actie:

Lieve mensen, zoals we allemaal hebben meegekregen, vanuit de media of heel dichtbij, is afgelopen zaterdag 1 februari Sohani om het leven gebracht.

Sohani, een elfjarig meisje, was op dat moment buiten met leeftijdsgenootjes. Uit het niets is haar het leven ontnomen. Er zijn op dit moment ongelooflijk veel vragen. Vooral het “waarom” is wat bij velen door het hoofd gaat.

Ook bij haar ouders. Namens de familie zijn er helaas ook zorgen en vragen over de financiële kant van dit onmenselijke verdriet. De ouders van Sohani komen uit Eritrea en hebben de wens om hun dochter daar te begraven. Alle kleine beetjes helpen.

Via deze weg willen wij een beroep doen op jullie om hen hiermee te ondersteunen middels een financiële bijdrage.

De oproep heeft inmiddels brede aandacht gekregen en blijft groeien in donaties.

Steun uit de samenleving

Naast de financiële steun betuigen veel mensen hun medeleven aan de familie van Sohani. In Nieuwegein en omliggende steden worden bloemen en knuffels neergelegd op de plek waar het misdrijf plaatsvond. Er zijn initiatieven om een stille tocht te organiseren, zodat de gemeenschap op respectvolle wijze afscheid kan nemen van Sohani en steun kan bieden aan haar ouders.

De moord op het jonge meisje heeft veel emoties losgemaakt en roept vragen op over veiligheid in de samenleving. Veel mensen vragen zich af hoe een kind op klaarlichte dag slachtoffer kan worden van een dergelijk misdrijf en of er maatregelen genomen kunnen worden om dit in de toekomst te voorkomen.

Onderzoek naar de verdachte en motief

De politie heeft nog geen details vrijgegeven over het mogelijke motief van de verdachte. Er wordt onderzoek gedaan naar zijn achtergrond en of er een eerdere connectie was met het slachtoffer. Volgens omwonenden was het een schokkend en onverwacht incident.

Voor de familie van Sohani is dit een ondraaglijk verlies. Hun enige wens op dit moment is om hun dochter een waardig afscheid te geven in Eritrea. Dankzij de enorme steun van donateurs komt dit doel steeds dichterbij.

De crowdfundingactie blijft openstaan voor verdere bijdragen, zodat de ouders zich geen zorgen hoeven te maken over de kosten en zich volledig kunnen richten op hun rouwproces.

Oproep aan Nederland

De ouders van Sohani en de initiatiefnemers van de inzamelingsactie hopen dat de solidariteit blijft voortduren. Zij roepen Nederland op om steun te blijven betuigen en te helpen waar mogelijk. “Geen enkele ouder zou dit moeten meemaken. We hopen dat mensen ons blijven helpen, zodat we ons dochtertje in vrede kunnen laten rusten,” laten zij in een emotionele verklaring weten.

Met elke donatie, steunbetuiging of simpel bericht van medeleven wordt de familie van Sohani geholpen in hun onbeschrijfelijke verdriet. De komende dagen zal meer bekend worden over de vervolgstappen van het onderzoek en de uitvaart van het jonge meisje.

 

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading