Actueel
Mensen ‘stomverbaasd’ over doel strikje vrouwenslip
Heb je je ooit afgevraagd waarom er vaak een klein strikje aan de voorkant van damesondergoed zit? Het lijkt misschien een puur decoratief detail, maar achter dit schattige lusje schuilt een lange en verrassende geschiedenis. Hoewel de strik tegenwoordig vooral als stijlvol accessoire wordt gezien, had het vroeger een veel praktischere functie.

De oorsprong van het strikje: een knipoog naar het verleden
Hoewel we in de moderne tijd gewend zijn aan elastische taillebanden, was dat vroeger niet het geval. In een tijdperk waarin korsetten en lange rokken de norm waren, had ondergoed niet de rekbaarheid en het gemak van vandaag. In plaats van een elastische band, werd het ondergoed op zijn plek gehouden door een lint of een touwtje dat door kleine oogjes werd geregen.
De strik aan de voorkant was simpelweg de plek waar het lint werd vastgeknoopt. Dit maakte het mogelijk om het ondergoed stevig vast te maken zonder dat het afzakte. Bovendien was de voorkant de meest logische plek om de knoop te binden, aangezien dit het makkelijkste deel van het lichaam is om bij te komen.
In die tijd bestond ondergoed vaak uit twee aparte broekspijpen, die rond de taille bij elkaar werden gehouden met een koord. Door dit koord aan de voorkant te strikken, bleef het ondergoed goed zitten. De strik die we vandaag de dag nog steeds op veel damesondergoed zien, is een overblijfsel van die tijd.

Een hulpmiddel bij het aankleden in het donker
Voordat elektriciteit wijdverspreid werd, moesten mensen zich vaak aankleden bij kaarslicht of in volledige duisternis. Het strikje diende toen een praktisch doel: het hielp vrouwen te bepalen wat de voorkant van hun ondergoed was.
In het donker was het niet altijd gemakkelijk om onderscheid te maken tussen de voor- en achterkant van kledingstukken. De strik fungeerde als een tastbare markering, waardoor vrouwen snel konden voelen welke kant de juiste was.
Zelfs vandaag de dag, in een wereld vol helder verlichte slaapkamers en badkamers, kan het strikje nog steeds een handige indicator zijn. Wanneer je je gehaast aankleedt, is het een subtiele herinnering aan welke kant de voorkant is.

Waarom blijft het strikje bestaan?
Hoewel het functionele nut van het strikje grotendeels is verdwenen met de komst van elastische taillebanden en goed gesneden lingerie, is het detail blijven hangen. Maar waarom?
- Esthetiek en vrouwelijkheid
Het strikje wordt vaak geassocieerd met vrouwelijkheid, zachtheid en romantiek. Het geeft ondergoed een speels en charmant tintje. Veel mensen vinden dat het een vleugje elegantie toevoegt aan een simpel kledingstuk. - Traditie en nostalgie
Net als kant en andere decoratieve details is het strikje een knipoog naar de geschiedenis van mode en ondergoed. Het herinnert ons aan vroegere tijden en voegt een klassiek element toe aan moderne ontwerpen. - Mode-industrie en herkenbaarheid
Voor lingeriemerken is het strikje een herkenbaar en vertrouwd element. Het draagt bij aan een gevoel van luxe en verfijning. Veel merken houden vast aan dit ontwerp, simpelweg omdat het goed verkoopt en door consumenten wordt gewaardeerd. - Marketing en psychologisch effect
Uit onderzoek blijkt dat kleine, decoratieve details bijdragen aan hoe we kledingstukken waarnemen. Het strikje kan een simpel slipje er luxueuzer en aantrekkelijker laten uitzien. Het is een detail dat een onderbewuste associatie oproept met zorgvuldige afwerking en kwaliteit.

Wat zeggen mensen over het strikje?
Het internet staat vol met discussies over de kleine strikjes op damesondergoed. Een nieuwsgierige gebruiker vroeg zich op een online forum af waarom zoveel slipjes een strikje in het midden hebben. De reacties waren een mix van praktische inzichten en humoristische speculaties.
- “Omdat ze geen gulp hebben? Ik heb gelezen dat het strikje bedoeld is om op de tast het verschil tussen de voorkant en de achterkant makkelijker te maken.”
- “Het is schattig, vrouwelijk en roept een gevoel van onschuld op. En daarnaast helpt het als je je snel moet aankleden in het donker.”
- “Het komt van een tijd waarin ondergoed werd vastgeknoopt met een lint. De strik was simpelweg de knoop waarmee alles op zijn plaats werd gehouden.”
Sommige mensen vinden het strikje maar een onnodig detail. “Ik knip ze er altijd af,” bekent iemand. Anderen zien het als een vast onderdeel van lingerie en kunnen zich ondergoed zonder strikje nauwelijks voorstellen.

Het strikje in moderne lingerieontwerpen
Ondanks de veranderende modetrends blijft het strikje een geliefd detail in lingeriecollecties. Moderne lingeriemerken gebruiken het strikje vaak in combinatie met kant, satijn of pareltjes om een verfijnde uitstraling te creëren.
Bij sommige ontwerpen heeft het strikje zelfs weer een functionele rol gekregen. Denk bijvoorbeeld aan slipjes met een verstelbaar lint aan de zijkanten, waarbij de strik niet alleen decoratief is, maar ook dient als sluiting.
Daarnaast wordt het strikje ook gebruikt om accenten te leggen. Bij bijvoorbeeld push-up beha’s of jarretelgordels wordt het vaak geplaatst op plekken die de aandacht trekken naar bepaalde delen van het ontwerp.

Conclusie: een detail met een rijke geschiedenis
Wat begon als een puur functioneel element in een tijdperk zonder elastische taillebanden, is uitgegroeid tot een stijlvol en tijdloos detail in lingerie. Het strikje op damesondergoed is een combinatie van nostalgie, vrouwelijkheid en subtiele esthetiek.
Hoewel de praktische functie inmiddels grotendeels verdwenen is, blijft het strikje populair door zijn sierlijke en herkenbare uitstraling. Voor de een is het een overbodige versiering, voor de ander een onmisbaar detail dat lingerie nét dat beetje extra charme geeft.
Dus de volgende keer dat je een slipje met een strikje in je handen hebt, weet je dat dit kleine detail een lange geschiedenis heeft. Wat begon als een manier om ondergoed vast te maken en de voorkant te markeren, is vandaag de dag een subtiel eerbetoon aan mode en traditie.
Wat vind jij van het strikje op damesondergoed? Pure decoratie of een tijdloos detail? Laat het weten in de reacties!

Actueel
Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen
Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.
Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen
Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.
Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.
Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.

Waarom corporaties en beleggers verkopen
Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.
In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.
Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.

Een harde klap voor huurders en starters
De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.
Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.
Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.

Cijfers laten trend duidelijk zien
De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.
Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.
Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden
Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.
Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.
Buitenlandse investeerders haken af
Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.
Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:
-
De hoge overdrachtsbelasting in Nederland
-
Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector
-
Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan
Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.
Afnemend buitenlands bezit
De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.
Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.
Politieke en maatschappelijke onrust
De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.
Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.
Structureel probleem vraagt structurele oplossingen
Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.
Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.
Wat betekent dit voor de komende jaren?
Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:
-
Minder keuze op de huurmarkt
-
Langere wachttijden voor betaalbare woningen
-
Stijgende huren, vooral in de vrije sector
-
Meer jongeren die langer thuis blijven wonen
Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.
Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe
Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.
Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.