Connect with us

Actueel

Mart Hoogkamer bevestigt ruzie met André Hazes jr.

Published

on

Mart Hoogkamer en André Hazes jr. botsen tijdens opnames nieuwe show: ‘Ik werd gek van die gozer!’

Mart Hoogkamer en André Hazes jr. staan momenteel in de spotlights door hun nieuwe SBS6-programma Tot Uw Dienst, dat veel weg heeft van de iconische Geer & Goor-shows. Hoewel de heren voor de camera’s vooral plezier uitstralen, blijkt achter de schermen niet alles zo harmonieus te verlopen als het lijkt. Een flinke aanvaring tussen de twee zorgde onlangs voor spanningen op de set.

Een veelbelovende opvolger

Met Tot Uw Dienst wil SBS6 opnieuw inspelen op het format waarmee Gerard Joling en Gordon jarenlang grote successen behaalden. Het programma draait om humor, het helpen van mensen en vooral veel geplaag tussen de presentatoren onderling. Mart en André nemen nu de fakkel over en hebben zich voorgenomen om er een frisse en komische draai aan te geven.

“Het is vooral heel veel lol maken,” vertelt Mart Hoogkamer enthousiast aan Shownieuws. “We helpen mensen op een leuke manier, maar we nemen ze ook een beetje in de maling.” Toch blijkt de samenwerking niet geheel zonder hobbels te verlopen. Tijdens de opnames kwamen Mart en André voor het eerst flink met elkaar in botsing.

Mot op dag twee

Mart vertelt openhartig over het conflict dat zich al vroeg in het opnameproces voordeed. “We hebben vorige week de eerste draaidagen gehad. Bij dag twee hadden we al een kleine discussie. Iets waarvan ik echt dacht: ik word nou gek van die gozer!” Hij vervolgt lachend: “En dat had hij bij mij ook. Dat was echt zo’n moment waarop we dachten: nou, even bij elkaar uit de buurt blijven, want dit gaat even niet werken.”

Hoewel het meningsverschil kort maar krachtig was, geven beide heren aan dat het gelukkig niet uit de hand liep. “Het was één momentje. Daarna hebben we vooral weer heel veel gelachen en genoten van wat we aan het doen zijn,” aldus Mart.

De chemie tussen de heren

De botsing tussen Mart en André roept bij velen herinneringen op aan de moeizame relatie tussen Gerard Joling en Gordon, die regelmatig met elkaar overhoop lagen tijdens hun gezamenlijke programma’s. Hun samenwerking stond bekend om de voortdurende ruzies en onderlinge irritaties, wat uiteindelijk leidde tot een definitieve breuk.

Evert Santegoeds, hoofdredacteur van weekblad Privé, hoopt dat Mart en André diezelfde valkuil weten te vermijden. Aan de desk van Shownieuws zegt hij: “Ik denk dat dit programma echt potentie heeft, maar het is belangrijk dat ze het leuk houden. We hebben genoeg ellende gezien bij die andere twee. Dat is echt een voorbeeld van hoe het niet moet.”

Lachen, gieren, brullen

Ondanks het conflict verzekert Mart dat de opnames over het algemeen vooral heel gezellig verlopen. “We hebben zó veel lol met elkaar dat je soms vergeet dat er camera’s bij zijn. We zijn gewoon onszelf. Dat maakt het juist leuk.” Volgens hem is het spontane karakter van de show een groot voordeel: “Het voelt niet als werken, maar als een feestje.”

André Hazes jr. heeft zich nog niet uitgelaten over de ruzie, maar insiders op de set beamen dat de sfeer tussen de twee inmiddels weer goed is. “Ze kunnen elkaar af en toe achter het behang plakken, maar uiteindelijk komt het altijd weer goed,” vertelt een bron.

Een frisse start voor André

Voor André Hazes jr. komt Tot Uw Dienst op een belangrijk moment in zijn carrière. Na een turbulente periode waarin hij kampte met persoonlijke problemen en veelvuldig in het nieuws kwam door zijn privéleven, is dit programma een kans om zichzelf opnieuw te laten zien aan het grote publiek. Zijn terugkeer in de spotlights wordt door fans positief ontvangen, en de samenwerking met Mart Hoogkamer lijkt vooralsnog een schot in de roos.

“Het is goed om André weer zo te zien,” zegt een kijker op social media. “Hij heeft een moeilijke tijd gehad, maar dit programma laat zien dat hij er nog altijd staat. De chemie tussen hem en Mart is geweldig, ook al hebben ze af en toe ruzie.”

Mart als rising star

Mart Hoogkamer is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de populairste zangers van Nederland. Met hits als Ik Ga Zwemmen wist hij zich snel in de harten van het publiek te zingen. Zijn deelname aan Tot Uw Dienst is een nieuwe stap in zijn carrière en biedt hem de kans om te laten zien dat hij meer is dan alleen een getalenteerde zanger.

“Mart heeft een natuurlijke charme en humor die perfect past bij dit soort programma’s,” zegt tv-recensent Angela de Jong. “Hij is spontaan, energiek en heeft een goede klik met André. Dat maakt het leuk om naar te kijken.”

Grote verwachtingen

De verwachtingen voor Tot Uw Dienst zijn hooggespannen. SBS6 hoopt met dit programma een nieuwe hit in handen te hebben die zowel jong als oud aanspreekt. De combinatie van humor, spontaniteit en het helpen van mensen blijkt een succesformule, en Mart en André lijken de perfecte opvolgers van Gerard en Gordon.

Fans reageren enthousiast op de eerste berichten over het programma. “Eindelijk weer een show om naar uit te kijken!” schrijft iemand op Instagram. “Mart en André zijn een geweldig duo, ze vullen elkaar perfect aan.” Anderen hopen dat de heren erin slagen om de onderlinge harmonie te bewaren: “Geen gedoe zoals bij Geer & Goor, alsjeblieft. Gewoon gezelligheid.”

De kracht van de lach

Ondanks het korte conflict tussen Mart Hoogkamer en André Hazes jr. lijken de heren vastberaden om van Tot Uw Dienst een succes te maken. Met hun humor, spontaniteit en sterke persoonlijkheden hebben ze alles in huis om het publiek te vermaken.

Zoals Mart zelf zegt: “Het is vooral genieten. We doen dit omdat we het leuk vinden en omdat we mensen blij willen maken. En ja, soms vliegen we elkaar even in de haren, maar dat hoort erbij. We zijn vrienden en dat blijft zo.”

Of Tot Uw Dienst inderdaad een blijvende hit wordt, moet nog blijken, maar de eerste tekenen zijn positief. Het publiek kijkt reikhalzend uit naar de eerste aflevering, en met Mart en André aan het roer lijkt gezelligheid gegarandeerd.

Blijf kijken, want dit duo belooft veel lachwekkende en hartverwarmende momenten! 🎬✨

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading