Connect with us

Actueel

GGD meldt nieuwe besmetting met westnijlvirus: DIT zijn de eerste symptomen

Published

on

In Nederland is opnieuw een besmetting met het westnijlvirus gemeld. Volgens AT5 gaat het om een 39-jarige vrouw uit Amstelveen. De GGD bevestigt dat er sprake is van een besmetting, maar doet vanwege de privacy geen verdere uitspraken over de patiënt. De nieuwe melding trekt extra aandacht omdat eerder al iemand in Nederland aan westnijlkoorts overleed. Toch benadrukt het RIVM dat de kans om het virus in Nederland op te lopen en er ziek van te worden nog altijd erg klein is.

Volgens AT5 zou de 39-jarige vrouw het virus in Nederland hebben opgelopen. De regionale omroep meldt bovendien dat zij hersenvliesontsteking heeft gekregen.

De GGD doet vanwege de privacy geen mededelingen over dergelijke persoonlijke medische details. Daardoor kunnen niet alle bijzonderheden die over de vrouw naar buiten zijn gebracht officieel worden bevestigd.

Wel is duidelijk dat het westnijlvirus deze zomer opnieuw lokaal in Nederland wordt overgedragen.

Eerder al meerdere besmettingen vastgesteld

Het westnijlvirus dook in augustus opnieuw op bij mensen in Nederland.

Op 17 augustus maakte het RIVM bekend dat bij een bloeddonor een infectie was vastgesteld. De betreffende persoon woonde in de provincie Utrecht, was niet recent in het buitenland geweest en had milde klachten.

Het was de eerste bevestigde menselijke besmetting van 2026 waarvan werd aangenomen dat deze in Nederland was ontstaan.

Later maakte het RIVM bekend dat er in 2026 meerdere meldingen waren van mensen die het virus waarschijnlijk in Nederland hadden opgelopen.

Een van die patiënten is uiteindelijk in een ziekenhuis overleden aan westnijlkoorts.

Het RIVM benadrukt tegelijkertijd dat het risico voor de Nederlandse bevolking klein blijft.

 

 

Muggenexpert waarschuwt voor ontwikkeling

De nieuwe besmettingen zorgen wel voor extra aandacht onder deskundigen.

Muggenexpert Bart Knols waarschuwde bij WNL dat de ontwikkeling volgens hem serieus moet worden genomen.

„Het begint met één persoon en dan zouden alle alarmbellen moeten afgaan”, stelde hij.

Knols wees erop dat wetenschappers al veel langer rekening houden met de mogelijkheid dat het westnijlvirus zich verder naar het noorden van Europa zou verspreiden.

Hij pleitte daarbij voor een stevige aanpak en goede monitoring.

Zijn uitspraken betekenen overigens niet dat er op dit moment sprake is van een grote Nederlandse uitbraak. Het RIVM houdt de situatie samen met andere organisaties nauwlettend in de gaten en noemt de kans om in Nederland westnijlkoorts op te lopen nog steeds erg klein.

Hoe raak je besmet met het westnijlvirus?

Het westnijlvirus circuleert voornamelijk onder vogels.

Muggen kunnen besmet raken wanneer zij bloed zuigen bij een vogel die het virus bij zich draagt. Een besmette mug kan het virus vervolgens bij een volgende beet doorgeven aan andere vogels, maar soms ook aan mensen en zoogdieren zoals paarden.

In Nederland kan de gewone huissteekmug het virus overbrengen.

Mensen spelen normaal gesproken geen rol bij de verdere verspreiding via muggen. Je krijgt het virus dus niet simpelweg door in de buurt te zijn van iemand die besmet is.

Meeste besmette mensen merken helemaal niets

Een belangrijk gegeven is dat een infectie lang niet altijd tot ziekte leidt.

Volgens het RIVM krijgt ongeveer 80 procent van de besmette mensen helemaal geen klachten.

Ongeveer 19 procent ontwikkelt een mild ziektebeeld dat op griep kan lijken.

Slechts ongeveer 1 procent van de geïnfecteerde mensen krijgt ernstige neurologische klachten, zoals een hersenontsteking of hersenvliesontsteking.

Het feit dat een mug het virus overdraagt, betekent dus niet automatisch dat iemand ernstig ziek wordt.

Dit zijn de eerste symptomen

Wanneer er wel klachten ontstaan, gebeurt dat doorgaans enkele dagen na de beet van een besmette mug.

De incubatietijd bedraagt volgens het RIVM twee tot veertien dagen, waarbij klachten meestal na twee tot zes dagen beginnen.

De eerste verschijnselen kunnen bestaan uit:

  • koorts;
  • hoofdpijn;
  • spierpijn;
  • buikpijn;
  • diarree;
  • soms huiduitslag;
  • soms opgezwollen lymfeklieren.

Omdat deze klachten ook bij allerlei andere infecties voorkomen, kan op basis van symptomen alleen niet worden vastgesteld dat iemand het westnijlvirus heeft.

Wanneer kan het ernstig worden?

Bij een klein percentage van de patiënten kan de infectie het zenuwstelsel aantasten.

Er kan dan bijvoorbeeld hersenvliesontsteking of hersenontsteking ontstaan.

Vooral mensen ouder dan vijftig jaar en mensen met een verminderde weerstand door ziekte of medicijngebruik hebben volgens het RIVM een grotere kans om ernstig ziek te worden.

Bij ernstige neurologische ziekte kan ziekenhuisopname noodzakelijk zijn.

Een klein gedeelte van de patiënten met een ernstige vorm van westnijlkoorts overlijdt aan de gevolgen ervan.

Geen vaccin voor mensen beschikbaar

Er bestaat momenteel geen vaccin voor mensen tegen westnijlkoorts.

Ook is er geen specifiek geneesmiddel waarmee het virus kan worden uitgeschakeld. Bij een mild ziektebeeld richt behandeling zich daarom voornamelijk op het verminderen van de klachten.

Bij ernstige ziekte kan opname in het ziekenhuis nodig zijn.

Voorkomen dat je door muggen wordt gestoken blijft daarom de belangrijkste manier om het risico verder te verkleinen.

Zo verklein je de kans op muggenbeten

De huissteekmuggen die het virus kunnen overbrengen zijn vooral actief rond de schemering.

Het RIVM adviseert onder meer om bedekkende kleding te dragen, horren voor ramen en deuren te gebruiken en muggenwerende middelen op onbedekte huid aan te brengen.

Ook een klamboe kan helpen om muggenbeten tijdens het slapen te voorkomen.

Risico in Nederland blijft klein

De nieuwe besmettingen laten zien dat het westnijlvirus opnieuw lokaal in Nederland kan circuleren.

Dat is voor gezondheidsinstanties reden om de situatie nauwlettend te volgen, maar volgens het RIVM is er geen reden om aan te nemen dat iedere muggenbeet ineens gevaarlijk is.

De meeste mensen die het westnijlvirus oplopen krijgen zelfs helemaal geen klachten. Wie wel ziek wordt, krijgt doorgaans griepachtige verschijnselen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. Ernstige neurologische complicaties zoals hersenvlies- of hersenontsteking komen slechts bij een klein deel van de besmettingen voor.

Actueel

Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Published

on

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?

Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.

In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.

Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten

Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.

Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.

Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.

In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.

Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.

Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.

De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.

Meeste inwoners kiezen voor zomertijd

Daarover waren de meningen meer verdeeld.

Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.

Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.

Het blijft ’s avonds langer licht.

Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.

En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.

Slaapexperts zien liever wintertijd

Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.

Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.

Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.

Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.

Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.

Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.

Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.

Gezondheid belangrijke reden

Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.

Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.

Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.

Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.

Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.

Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.

Canada krijgt steeds meer uitzonderingen

Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.

Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.

Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.

Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.

Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.

Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s

Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.

Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.

De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.

Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.

Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.

Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.

Europa praat er al jaren over

Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.

De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.

Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.

Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.

Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.

Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.

Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie

Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.

En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.

Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.

Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.

Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.

Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.

Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.

Nederland zet klok op 25 oktober terug

Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.

De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.

Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.

Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.

Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.

De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.

In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.

Wanneer stopt Nederland ermee?

Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.

Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.

Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.

De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.

Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.

Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.

Continue Reading