Actueel
D66-minister betrapt op grote leugen tegen bevolking
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan ligt onder vuur vanwege haar communicatie over vijf zogenoemde ‘nieuwe locaties’ waar versneld 30.000 woningen gebouwd moeten worden. De indruk werd gewekt dat het om vijf compleet nieuwe woningbouwlocaties gaat, maar in verschillende genoemde gebieden bestaan al langer bouwplannen en op sommige plekken wordt zelfs al gebouwd. Onder het bericht van de minister op X is inmiddels een officiële correctie toegevoegd.
De discussie raakt aan een van de belangrijkste politieke onderwerpen van dit moment: de woningnood.
Het kabinet wil de komende jaren de woningbouw flink opvoeren en zoekt naar manieren om grote projecten sneller van de grond te krijgen.
Maandag kwam minister Boekholt-O’Sullivan daarom met ogenschijnlijk groot nieuws.
„Er moeten veel meer huizen worden gebouwd. Met deze 5 nieuwe locaties komen er 30.000 woningen extra snel bij voor ruim 60.000 woningzoekenden”, schreef ze.
Later dit jaar zouden daar volgens de minister nog eens vijf locaties bij moeten komen.
Maar juist het woord ‘nieuwe’ zorgt nu voor discussie.
Locaties blijken helemaal niet nieuw
Wie de vijf aangewezen gebieden nader bekijkt, ziet namelijk dat daar niet plotseling vanuit het niets nieuwe woningbouwprojecten zijn ontstaan.
Het gaat om gebieden in Deventer, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht en Weert.
Op verschillende van deze locaties waren al plannen voor woningbouw in voorbereiding.
In Deventer en Haarlem wordt volgens de aangeleverde informatie zelfs al gebouwd.
Daarmee kan de oorspronkelijke boodschap gemakkelijk de indruk wekken dat het kabinet vijf volledig nieuwe woningbouwlocaties heeft gevonden waar nu ineens 30.000 extra huizen kunnen verschijnen.
Dat is niet wat er daadwerkelijk is veranderd.
Correctie onder bericht minister
De formulering heeft inmiddels geleid tot een officiële correctie onder het bericht op X.
Daarmee wordt duidelijk dat er belangrijke context ontbreekt bij de oorspronkelijke boodschap van de minister.
Niet de gebieden of alle woningbouwplannen zijn nieuw.
Wat wél nieuw is, is de status die de vijf gebieden van het Rijk krijgen.
Ze zijn aangewezen als nationaal grootschalig woongebied.
En dat verschil is belangrijk.
Wat verandert er dan precies?
Door die nieuwe aanwijzing raakt het Rijk intensiever betrokken bij de ontwikkeling van de gebieden.
Het idee is dat de landelijke overheid samen met gemeenten en andere betrokken partijen knelpunten probeert weg te nemen en ervoor zorgt dat de woningbouw sneller kan worden uitgevoerd.
Het gaat dus niet zozeer om 30.000 woningen die maandag ineens aan de bestaande bouwplannen zijn toegevoegd.
De verandering zit vooral in de manier waarop het Rijk de bestaande gebiedsontwikkelingen gaat ondersteunen en prioriteren.
Dat is een wezenlijk andere boodschap dan simpelweg spreken over „vijf nieuwe locaties”.
30.000 woningen moeten sneller worden gebouwd
De plannen zijn overigens wel omvangrijk.
In de vijf gebieden gaat het gezamenlijk om ongeveer 30.000 woningen.
Volgens de minister kunnen daarmee uiteindelijk ruim 60.000 woningzoekenden worden geholpen.
Het kabinet wil de bouw op deze locaties versnellen door ze de nieuwe nationale status te geven.
De vraag is alleen hoeveel sneller dat in de praktijk daadwerkelijk gaat gebeuren.
Geen concrete opleverdatum genoemd
Daar zit namelijk een belangrijk probleem.
Het kabinet heeft volgens de beschikbare informatie geen concrete datum genoemd waarop de 30.000 woningen allemaal gerealiseerd moeten zijn.
Daardoor is moeilijk te controleren wat precies wordt bedoeld met de belofte dat de woningen „extra snel” beschikbaar komen.
Versnelling kan betekenen dat een project enkele maanden eerder wordt afgerond, maar ook dat jarenlange procedures iets worden ingekort.
Zonder concrete planning is het voorlopig lastig om te beoordelen hoeveel tijd de nieuwe status daadwerkelijk gaat besparen.
Politieke tegenstanders grijpen in
De ongelukkige formulering is ondertussen niet onopgemerkt gebleven bij politieke tegenstanders.
Ook vanuit VVD-hoek kwam kritiek op de manier waarop het nieuws werd gepresenteerd.
Critici wijzen erop dat bestaande woningbouwprojecten niet zomaar als nieuwe locaties gepresenteerd zouden moeten worden.
Daar staat tegenover dat de aanwijzing als nationaal grootschalig woongebied wel degelijk een nieuwe beleidsstap is.
De discussie gaat daarmee vooral over de presentatie van het besluit en niet over de vraag of er überhaupt iets is veranderd.
Niet 30.000 compleet nieuwe woningen
Dat onderscheid is belangrijk.
Wanneer een bestaand woningbouwplan een nieuwe nationale status krijgt, betekent dat niet automatisch dat alle woningen binnen dat project nieuw aan de landelijke bouwvoorraadplannen zijn toegevoegd.
De bedoeling is vooral dat bestaande plannen meer ondersteuning vanuit het Rijk krijgen en daardoor mogelijk sneller gerealiseerd kunnen worden.
Dat klinkt minder spectaculair dan vijf compleet nieuwe bouwlocaties met 30.000 woningen, maar geeft wel een nauwkeuriger beeld van wat er is aangekondigd.
Later volgen nog vijf gebieden
De vijf locaties zijn bovendien nog maar het begin.
Volgens Boekholt-O’Sullivan moeten later dit jaar nog vijf gebieden worden aangewezen.
Daarmee wil het kabinet op in totaal tien locaties extra inzetten op grootschalige woningbouw.
Hoeveel woningen daar uiteindelijk bij komen en wanneer die beschikbaar zijn, zal afhangen van de afzonderlijke plannen, procedures en infrastructuur die nodig is om de gebieden te ontwikkelen.
Vooral communicatie zorgt voor kritiek
De kritiek op Boekholt-O’Sullivan draait uiteindelijk vooral om één woord: nieuw.
De vijf gebieden zijn niet nieuw en ook de plannen om er woningen te bouwen bestonden op verschillende plekken al.
Nieuw is vooral dat het Rijk deze gebieden aanwijst als nationaal grootschalig woongebied en daarmee een grotere rol wil spelen bij de realisatie ervan.
De belofte dat hierdoor 30.000 woningen ‘extra snel’ beschikbaar komen, zal zich bovendien nog in de praktijk moeten bewijzen. Zonder concrete opleverdata is voorlopig niet vast te stellen hoeveel sneller de woningen daadwerkelijk gebouwd zullen worden. De aankondiging bevat dus wel degelijk nieuw beleid, maar de oorspronkelijke formulering wekte een veel grotere indruk van ‘nieuwbouw’ dan de feitelijke verandering lijkt te rechtvaardigen.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.