Actueel
AOW’ers opgelet: boven dit inkomensvermogen krijg je geen toeslag in 2027
Wie AOW ontvangt en daarnaast een flinke spaarpot heeft, moet richting 2027 extra goed opletten. Niet alleen het inkomen bepaalt namelijk of je recht hebt op zorg- of huurtoeslag. Ook je vermogen telt mee. Volgens de begrotingsstukken wordt juist de vermogensgrens voor de zorgtoeslag in 2027 aanzienlijk verlaagd.
Voor sommige ouderen kan dat grote gevolgen hebben. Een alleenstaande die in 2026 met €130.000 aan vermogen nog onder de genoemde grens voor zorgtoeslag valt, zou volgens de voorgestelde grens voor 2027 ineens te veel vermogen hebben.
De datum 1 januari 2027 is daarbij belangrijk. Voor het toeslagjaar 2027 wordt gekeken naar het vermogen dat je op die peildatum bezit.
Spaargeld kan ervoor zorgen dat je toeslag misloopt
Bij toeslagen denken veel mensen in eerste instantie aan hun inkomen.
Wie alleen AOW of daarnaast een relatief bescheiden pensioen ontvangt, verwacht daardoor mogelijk recht te hebben op zorgtoeslag.
Maar er geldt daarnaast een vermogenstoets.
Heb je meer vermogen dan toegestaan, dan kan het recht op een toeslag vervallen, zelfs wanneer je inkomen relatief laag is.
Voor gepensioneerden met jarenlang opgebouwd spaargeld kan dat bijzonder relevant zijn.
Ook een erfenis, beleggingen of bijvoorbeeld een tweede woning kunnen ervoor zorgen dat het toetsingsvermogen toeneemt.
Grote verandering bij zorgtoeslag
Volgens de in de aangeleverde begrotingsstukken genoemde bedragen mocht een alleenstaande in 2026 maximaal €146.011 aan vermogen hebben om binnen de vermogenstoets voor zorgtoeslag te blijven.
Met een toeslagpartner lag de grens op €184.633 gezamenlijk.
Voor 2027 worden aanzienlijk lagere bedragen genoemd.
De voorgestelde vermogensgrens voor een alleenstaande komt uit op €119.122. Voor mensen met een toeslagpartner zou gezamenlijk maximaal €158.748 aan vermogen zijn toegestaan.
Voor een alleenstaande betekent dat een daling van €26.889.
Voor toeslagpartners gaat het om een verschil van €25.885.
Dit kan AOW’ers onverwacht raken
De verandering kan vooral merkbaar zijn voor ouderen met een relatief laag inkomen maar behoorlijk wat spaargeld.
Stel bijvoorbeeld dat iemand alleenstaand is en op 1 januari 2027 een vermogen van €125.000 heeft.
Onder de genoemde grens van 2026 van €146.011 zou dat vermogen op zichzelf geen belemmering zijn geweest voor zorgtoeslag.
Bij een nieuwe grens van €119.122 zit dezelfde persoon daar echter boven.
De financiële situatie hoeft dus nauwelijks te veranderen, terwijl de aangepaste regelgeving wel gevolgen kan hebben.
Dat maakt het belangrijk om niet automatisch aan te nemen dat een toeslag die je in 2026 ontvangt in 2027 gewoon doorloopt.
Bedragen voor 2027 nog niet definitief
Er hoort wel een belangrijke kanttekening bij.
De genoemde bedragen voor 2027 komen volgens de aangeleverde informatie uit begrotingsstukken en moeten nog definitief worden vastgesteld.
Het is daarom verstandig om de definitieve bedragen van de Belastingdienst te controleren zodra die beschikbaar zijn.
De mogelijke verlaging maakt het ondertussen wel relevant om alvast naar de eigen financiële situatie te kijken.
Huurtoeslag werkt anders
Voor huurtoeslag bestaat eveneens een vermogenstoets, maar daar speelt volgens de aangeleverde informatie niet dezelfde extra verlaging.
In 2026 wordt uitgegaan van een vermogensgrens van €33.748 voor een alleenstaande en €67.496 voor toeslagpartners.
Voor 2027 zouden deze grenzen niet op dezelfde manier worden verlaagd als bij de zorgtoeslag, al kunnen bedragen door jaarlijkse aanpassingen nog veranderen.
De vermogenstoets voor huurtoeslag is bovendien anders ingericht.
Daarom kun je niet simpelweg één vermogensgrens gebruiken om te bepalen of je recht hebt op zowel zorg- als huurtoeslag.
Vermogensgrens toeslagen is niet hetzelfde als box 3
Dit is een punt waarop gemakkelijk verwarring ontstaat.
Het heffingsvrije vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting is niet automatisch hetzelfde als de vermogensgrens voor toeslagen.
Dat zijn verschillende regelingen.
Het is daardoor mogelijk dat iemand voor de inkomstenbelasting binnen een bepaalde vrijstelling valt, maar voor een toeslag toch te veel vermogen heeft.
Wie wil weten of hij in 2027 recht houdt op zorg- of huurtoeslag, moet daarom specifiek naar de regels van de betreffende toeslag kijken.
Wat telt allemaal mee als vermogen?
Spaargeld is het meest voor de hand liggende voorbeeld, maar er kunnen meer bezittingen meetellen.
Denk bijvoorbeeld aan geld op bank- en spaarrekeningen en beleggingen zoals aandelen.
Ook cryptovaluta en een tweede woning of vakantiehuis kunnen onderdeel zijn van het vermogen.
Bepaalde schulden kunnen onder voorwaarden weer in mindering worden gebracht.
De eigen woning waarin iemand woont, wordt voor deze vermogenstoets niet op dezelfde manier als vrij beschikbaar spaargeld meegenomen.
Ook een gewone auto behoort doorgaans niet tot het vermogen dat voor deze toets wordt gebruikt.
De precieze fiscale behandeling kan echter van de persoonlijke situatie afhangen.
Ook vermogen van kinderen kan meetellen
Huishoudens moeten bovendien rekening houden met vermogen dat niet rechtstreeks op de eigen bankrekening staat.
Volgens de toeslagregels kan het vermogen van minderjarige kinderen in bepaalde situaties worden meegenomen.
Bij huurtoeslag kunnen daarnaast regels rond medebewoners relevant zijn.
Het is daarom verstandig om bij een proefberekening niet uitsluitend naar het saldo van één eigen spaarrekening te kijken.
Vooral erfenis kan grote gevolgen hebben
Een erfenis kan ervoor zorgen dat iemand onverwacht boven de vermogensgrens uitkomt.
Dat kan juist bij ouderen voorkomen.
Iemand kan bijvoorbeeld een bescheiden AOW en pensioen ontvangen en daardoor qua inkomen binnen de voorwaarden van de zorgtoeslag vallen.
Wanneer diegene vervolgens een aanzienlijk bedrag erft, kan de vermogenstoets ervoor zorgen dat het recht op toeslag verandert.
Daarbij is de peildatum van groot belang.
1 januari is de belangrijke datum
Voor de toeslagen over 2027 kijkt de Belastingdienst naar het vermogen op 1 januari 2027.
Dat betekent dat je financiële positie op die specifieke datum grote gevolgen kan hebben.
Wie gedurende 2026 een erfenis ontvangt, beleggingen verkoopt of om een andere reden veel meer spaargeld krijgt, doet er daarom verstandig aan te controleren wat dit betekent voor de toeslagen van het volgende jaar.
Andersom is het niet verstandig om uitsluitend vanwege toeslagen zomaar grote financiële beslissingen te nemen.
Geld uitgeven om onder de grens te komen?
Wie vlak boven een vermogensgrens zit, kan in de verleiding komen om voor de jaarwisseling geld uit te geven.
In sommige situaties kunnen geplande uitgaven of financiële beslissingen inderdaad invloed hebben op het vermogen op de peildatum.
Denk aan een al geplande grote aankoop, een verbouwing of eventueel extra aflossen op een hypotheek.
Ook schenken aan kinderen of kleinkinderen kan het vermogen verminderen.
Maar dergelijke keuzes hebben hun eigen fiscale en financiële gevolgen. Bij schenkingen kunnen bijvoorbeeld aparte regels en vrijstellingen gelden.
Alleen geld uitgeven om een toeslag te behouden is daarom niet automatisch financieel voordelig.
Bij grotere bedragen kan persoonlijk financieel of fiscaal advies verstandig zijn.
Inkomen blijft net zo belangrijk
Zelfs wanneer iemand onder de vermogensgrens blijft, betekent dat nog niet automatisch dat er recht bestaat op zorgtoeslag.
Ook het inkomen wordt getoetst.
Volgens de aangeleverde begrotingsinformatie wordt voor 2027 gesproken over een inkomensgrens van ongeveer €42.951 voor alleenstaanden en €54.160 voor toeslagpartners samen.
Ook deze bedragen moeten volgens de bron nog definitief worden vastgesteld.
Bij het inkomen telt bovendien niet alleen de AOW mee. Ook aanvullend pensioen en andere belastbare inkomsten kunnen van invloed zijn.
Huurtoeslag is ingewikkelder te berekenen
Bij huurtoeslag kan niet één eenvoudige inkomensgrens worden genoemd die voor iedereen geldt.
De hoogte en het recht op huurtoeslag hangen onder meer samen met het inkomen, vermogen en de samenstelling van het huishouden.
Sinds 2026 leidt een hoge huur volgens de aangeleverde informatie bovendien niet langer automatisch tot uitsluiting van huurtoeslag, al wordt de tegemoetkoming slechts tot een bepaald huurbedrag berekend.
Een persoonlijke proefberekening geeft daarom een veel betrouwbaarder beeld dan alleen naar één grensbedrag kijken.
Controleer je situatie ieder jaar opnieuw
Vooral voor AOW’ers met spaargeld kan 2027 dus een belangrijk jaar worden.
Wie jarenlang dezelfde toeslag heeft ontvangen, kan er niet zonder meer vanuit gaan dat dit zo blijft.
Veranderingen in inkomen, vermogen én de wettelijke grensbedragen kunnen allemaal gevolgen hebben.
Daarom is het verstandig om rond de jaarwisseling opnieuw een proefberekening te maken zodra de definitieve grenzen bekend zijn.
Dat geldt zeker voor mensen met een vermogen in de buurt van de nieuwe voorgestelde grens.
Een alleenstaande met bijvoorbeeld €120.000 tot €140.000 aan vermogen kan volgens de genoemde plannen in 2027 in een heel andere positie terechtkomen dan in 2026.
Voorkom een onverwachte tegenvaller
De belangrijkste verandering zit daarmee niet bij iedere gepensioneerde, maar specifiek bij mensen die naast hun AOW of pensioen ook een behoorlijk vermogen hebben.
Vooral de voorgestelde daling van de vermogensgrens voor zorgtoeslag springt eruit: van €146.011 in 2026 naar €119.122 voor een alleenstaande in 2027.
Voor toeslagpartners zou de grens dalen van €184.633 naar €158.748.
Omdat de bedragen voor 2027 volgens de aangeleverde informatie nog niet definitief zijn, is het te vroeg om daar onomkeerbare financiële beslissingen op te baseren.
Maar wie in de buurt van deze grenzen zit, doet er wel verstandig aan de definitieve regels goed in de gaten te houden. Een verschil van enkele duizenden euro’s aan vermogen kan uiteindelijk bepalen of je wel of geen recht op zorgtoeslag hebt.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.