Connect with us

Actueel

André van Duin en Janny brengen België tot leven

Published

on

André van Duin en Janny van der Heijden brengen Vlaanderen tot leven in Denkend aan Vlaanderen

Na het succesvolle Heel Holland Bakt en de geliefde serie Denkend aan Holland, zijn André van Duin en Janny van der Heijden klaar voor hun volgende avontuur. Dit keer verruilen ze de Nederlandse wateren voor de charmante Belgische kanalen in het gloednieuwe programma Denkend aan Vlaanderen. Met hun kenmerkende humor en charme beloven ze wederom een uniek kijkje te geven in een regio vol geschiedenis, cultuur en natuur.


Een nieuw vaaravontuur

Na het enorme succes van Denkend aan Holland, dat zelfs genomineerd werd voor de prestigieuze Gouden Televizier-Ring, hebben André en Janny de lat hoog gelegd. Toch wagen ze zich met dezelfde nieuwsgierigheid en enthousiasme aan een nieuw project. Dit keer stappen ze opnieuw in een bootje, maar varen ze door de pittoreske waterwegen van Vlaanderen.

In Denkend aan Vlaanderen nemen André en Janny de kijkers mee op een reis langs schilderachtige steden, stille natuurgebieden en eeuwenoude kanalen. Het programma biedt een frisse blik op de Belgische regio, waarbij zowel het landschap als de verhalen van de lokale bevolking centraal staan. Vanaf het water krijgen bekende steden zoals Brugge, Gent en Antwerpen een heel andere dimensie.


Het charmante duo opnieuw samen

De dynamiek tussen André en Janny is al jarenlang een publiekstrekker. Hun ontspannen gesprekken, gevatte humor en oprechte verwondering maken elk programma waarin ze samenwerken een genot om naar te kijken. In Denkend aan Vlaanderen voegen ze daar een vleugje Belgische gastvrijheid en cultuur aan toe.

André beschrijft de samenwerking als een avontuur dat hen beiden uitdaagt en inspireert: “Het is altijd bijzonder om een regio op een totaal nieuwe manier te ontdekken. Vlaanderen heeft zoveel meer te bieden dan je op het eerste gezicht zou denken.”


Hond Naan steelt opnieuw de show

Naast André en Janny is er nog een vertrouwd gezicht in Denkend aan Vlaanderen: hond Naan. De trouwe viervoeter, die eerder al een publieksfavoriet werd in Denkend aan Holland, vaart gezellig mee en zorgt voor extra charme in de afleveringen. Zijn onschuldige nieuwsgierigheid en relaxte aanwezigheid maken hem een onmisbaar onderdeel van het programma.


De langverwachte serie over het zestigjarig artiestenjubileum van André van Duin gaat niet door. Omroep MAX bevestigde het nieuws nadat Instagramkanaal Kijk op kijkcijfers hierover berichtte. Hoewel de serie is geschrapt, blijft het geplande concert wel staan.

Plannen van Omroep MAX

In mei kondigde Omroep MAX ambitieuze plannen aan voor een zesdelige serie ter ere van André’s indrukwekkende carrière. De reeks zou hoogtepunten uit zijn oeuvre tonen, aangevuld met verhalen van prominente gasten. Daarnaast stond een concert gepland waarin André’s carrière centraal zou staan.

Overvolle agenda’s

De serie blijkt echter niet haalbaar vanwege de drukke agenda’s van de betrokkenen. Een woordvoerder van Omroep MAX licht toe: “Vanwege de overvolle agenda’s blijkt het helaas niet mogelijk om een serie te maken.” Het geplande concert gaat wel door en wordt op 1 januari om 22.00 uur uitgezonden op NPO 1.

Winters tintje voor extra sfeer

De opnames van Denkend aan Vlaanderen zijn inmiddels in volle gang, en volgens André krijgen de afleveringen een winters tintje. “We hebben vorige week opgenomen en gaan deze week weer verder,” vertelt hij enthousiast in een interview. Het Belgische landschap komt prachtig tot leven in de winter, met sfeervolle dorpjes, historische bruggen en verlichte waterwegen.

De winterse setting voegt een extra laag aan het programma toe. Het knusse gevoel van koude dagen en warme gesprekken aan boord past perfect bij de sfeer die André en Janny weten neer te zetten.


Wat kunnen kijkers verwachten?

Met Denkend aan Vlaanderen bouwen André en Janny voort op de formule die Denkend aan Holland zo succesvol maakte. Maar waar het Nederlandse programma draaide om het ontdekken van onze eigen waterwegen, richt deze serie zich op de rijke geschiedenis en cultuur van Vlaanderen.

Kijkers kunnen zich verheugen op:

  • Adembenemende beelden van Vlaamse steden en natuurgebieden.
  • Persoonlijke ontmoetingen met locals die unieke verhalen delen.
  • De typische humor van André en Janny, die zorgt voor luchtige en vermakelijke momenten.
  • Historische inzichten over de Vlaamse regio en haar waterwegen.

Wanneer te zien?

De vraag die veel fans bezighoudt: wanneer kunnen we Denkend aan Vlaanderen op televisie verwachten? André heeft inmiddels bevestigd dat het programma vanaf maart 2025 wordt uitgezonden op NPO 1. Dit betekent dat het niet lang meer duurt voordat kijkers mee kunnen genieten van dit unieke avontuur.


Een nieuw hoofdstuk voor André en Janny

Het succes van Denkend aan Holland en de populariteit van André van Duin en Janny van der Heijden maken de verwachtingen voor Denkend aan Vlaanderen hooggespannen. Toch lijken de twee er volledig klaar voor te zijn.

André ziet de serie als een kans om zijn liefde voor cultuur en humor te combineren: “Ik hoop dat kijkers net zoveel plezier beleven aan onze tocht door Vlaanderen als wij hebben gehad tijdens de opnames.”

Voor Janny is het programma een manier om haar passie voor reizen en ontdekken te delen met het publiek. “Elke stad en elke rivier heeft zijn eigen verhaal. Het is bijzonder om dat vanaf het water te mogen ervaren en te delen.”


Waarom Vlaanderen?

De keuze voor Vlaanderen als decor voor hun nieuwe avontuur is geen toeval. De regio biedt een unieke mix van historische steden, idyllische landschappen en bruisende cultuur. Daarnaast zijn de Vlaamse kanalen iconisch en hebben ze een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen.

Door de regio vanaf het water te verkennen, krijgen André en Janny een perspectief dat veel mensen niet kennen. Dit maakt het programma niet alleen vermakelijk, maar ook leerzaam en inspirerend.


De kracht van ontspannen televisie

Met Denkend aan Vlaanderen bewijzen André en Janny opnieuw dat ontspannen televisie vol humor, cultuur en natuur een groot publiek kan aanspreken. Hun unieke combinatie van spontaniteit en diepgang maakt dat kijkers zich verbonden voelen met het duo en de regio’s die ze bezoeken.


Zet maart in je agenda

Met Denkend aan Vlaanderen belooft André van Duin opnieuw een programma te maken dat harten verovert. Of je nu fan bent van de charme van Vlaanderen, de humor van André en Janny, of simpelweg houdt van prachtige beelden, dit programma mag je niet missen. Zet maart alvast in je agenda en stap samen met André, Janny en Naan aan boord voor een onvergetelijke reis door de Belgische wateren.

Actueel

Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Published

on

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.

Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.

Woningnood blijft groot probleem

Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.

Vooral starters merken daar de gevolgen van.

Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.

Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.

Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.

Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.

Discussie over voorrang statushouders

De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.

Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.

Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.

Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.

De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.

SGP-leider begrijpt frustratie jongeren

SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.

“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.

Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.

“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”

Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.

Woonminister wijst op verschillende groepen migranten

In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.

Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.

“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”

Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.

“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”

 

 

Hebben statushouders recht op voorrang?

De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.

“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”

Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.

“Ik zie die uitdaging ook.”

De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.

De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.

‘Waar moet zo iemand dan heen?’

“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.

Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.

“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”

Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.

Minister noemt alternatieven

Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.

“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”

Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.

“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”

Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.

“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”

Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.

“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”

Verslaggever draait redenering om

De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.

Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?

“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”

Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.

“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”

Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.

‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’

Boekholt-O’Sullivan reageert:

“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”

Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.

Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.

Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.

De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.

Nieuw plan op komst

Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.

“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.

Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.

Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.

Veel kritiek op uitspraken minister

Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.

Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.

Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.

Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.

Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.

Geert Wilders haalt uit

Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.

De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.

Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.

De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.

Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

Continue Reading