Actueel
Rijbewijskeuring voor 75-plussers flink aangescherpt: dit is er veranderd
Voor veel Nederlanders is de auto onmisbaar om zelfstandig te blijven. Dat verandert niet automatisch wanneer iemand 75 jaar wordt. Toch gelden er voor oudere automobilisten aanvullende eisen om hun rijbewijs te kunnen verlengen. Sinds 2026 ligt daarbij extra nadruk op de kwaliteit en zorgvuldigheid van de medische rijbewijskeuring.
De keuring voor 75-plussers bestond al veel langer. Nieuw is volgens de aangeleverde informatie vooral dat artsen zich aan duidelijkere en strengere richtlijnen moeten houden. Aanleiding zijn zorgen over keuringen die in sommige gevallen erg snel achter elkaar zouden zijn uitgevoerd.
Voor de grote groep Nederlanders van 75 jaar en ouder die nog zelf rijdt, is het daarom belangrijk om te weten wat er tijdens zo’n keuring wordt gecontroleerd en wat ze zelf moeten regelen.
Rijbewijskeuring vanaf 75 jaar al langer verplicht
Het is dus niet zo dat automobilisten sinds 2026 ineens vanaf hun 75e verplicht medisch gekeurd moeten worden.
Die leeftijdsgrens geldt al sinds 2014.
Wie 75 jaar of ouder is en zijn of haar rijbewijs wil verlengen, krijgt te maken met een beoordeling van de rijgeschiktheid. Een rijbewijs wordt vanaf deze leeftijd voor maximaal vijf jaar verlengd.
Daarvoor moet onder meer een Gezondheidsverklaring worden ingevuld.
Het CBR gebruikt de beschikbare medische informatie vervolgens om te beoordelen of iemand lichamelijk en geestelijk voldoende geschikt is om veilig aan het verkeer deel te nemen.
Waarom zijn de regels aangescherpt?
De aandacht richt zich in 2026 vooral op de manier waarop de medische keuring wordt uitgevoerd.
Er waren volgens de aangeleverde informatie signalen dat sommige keuringsartsen grote aantallen automobilisten op één dag beoordeelden.
In sommige gevallen zou het om tientallen keuringen per dag zijn gegaan.
Critici zetten vraagtekens bij de vraag of een medische beoordeling nog zorgvuldig genoeg kan plaatsvinden wanneer afspraken in zo’n hoog tempo worden afgewerkt.
Het risico bestaat immers dat relevante gezondheidsproblemen onvoldoende aandacht krijgen.
Meer aandacht voor zorgvuldige keuring
De aangescherpte richtlijnen moeten ervoor zorgen dat de beoordeling consistenter en grondiger plaatsvindt.
Het doel is niet om iedere oudere automobilist automatisch strenger te behandelen of sneller het rijbewijs af te nemen.
Het gaat er vooral om dat voor iedere bestuurder zorgvuldig wordt beoordeeld of er medische omstandigheden zijn die invloed kunnen hebben op veilig autorijden.
Leeftijd alleen zegt immers niet alles over iemands rijgeschiktheid.
De ene 80-jarige kan lichamelijk en geestelijk nog bijzonder fit zijn, terwijl een veel jongere automobilist gezondheidsproblemen kan hebben die invloed hebben op het rijden.
Dit wordt tijdens de keuring gecontroleerd
Bij een rijbewijskeuring voor ouderen kunnen verschillende onderdelen van de gezondheid worden bekeken.
Zo wordt aandacht besteed aan het gezichtsvermogen.
Goed kunnen zien is vanzelfsprekend essentieel in het verkeer. Verkeersborden, andere weggebruikers, voetgangers en onverwachte situaties moeten tijdig kunnen worden waargenomen.
Ook de bloeddruk kan worden gecontroleerd.
Daarnaast speelt medicijngebruik een belangrijke rol.
Medicatieoverzicht meenemen
Volgens de nieuwe richtlijnen moeten automobilisten een actueel medicatieoverzicht van de apotheek meenemen naar hun keuring.
Dat overzicht geeft de arts inzicht in de medicijnen die iemand gebruikt.
Dat is relevant omdat bepaalde geneesmiddelen invloed kunnen hebben op bijvoorbeeld reactievermogen, concentratie of alertheid.
De arts kan die informatie meenemen in de medische beoordeling.
Het betekent overigens niet dat iemand die medicijnen gebruikt automatisch niet meer mag autorijden. Het hangt af van de persoonlijke situatie, de aandoening, de gebruikte medicatie en de geldende eisen voor rijgeschiktheid.
CBR neemt uiteindelijk beslissing
De arts die de bestuurder onderzoekt, beslist niet zelfstandig of iemand zijn rijbewijs definitief mag behouden.
De uiteindelijke beoordeling ligt bij het CBR.
Op basis van de Gezondheidsverklaring en de benodigde medische informatie wordt bepaald of iemand rijgeschikt is.
Daarbij zijn verschillende uitkomsten mogelijk.
Een bestuurder kan geschikt worden verklaard, maar afhankelijk van de medische situatie kunnen er ook aanvullende voorwaarden of een kortere geldigheidsduur gelden.
Rijbewijs maximaal vijf jaar geldig
Voor automobilisten vanaf 75 jaar is het rijbewijs maximaal vijf jaar geldig.
In individuele gevallen kan een kortere periode worden vastgesteld wanneer de gezondheidssituatie daar aanleiding toe geeft.
Daarna moet opnieuw worden bekeken of iemand nog aan de voorwaarden voldoet.
Het systeem is daarmee bedoeld om oudere automobilisten die nog veilig kunnen rijden hun mobiliteit niet onnodig af te nemen, terwijl gezondheidsproblemen die de verkeersveiligheid beïnvloeden wel tijdig kunnen worden opgemerkt.
Veruit de meeste ouderen komen door beoordeling
Hoewel een medische keuring misschien spannend klinkt, betekent het bereiken van de leeftijd van 75 jaar zeker niet dat de kans groot is dat iemand direct zijn rijbewijs verliest.
Volgens de in het oorspronkelijke artikel aangehaalde cijfers werden in 2024 bijna 95.000 keuringen uitgevoerd.
Daarvan zouden ongeveer 1.900 bestuurders zijn afgekeurd.
Dat komt neer op ongeveer 2 procent.
Veruit de meeste onderzochte oudere automobilisten konden dus blijven rijden.
Kritiek gaat vooral over kwaliteit van keuring
Juist dat relatief lage afkeuringspercentage heeft de discussie over de kwaliteit van de keuringen niet weggenomen.
Volgens de aangeleverde informatie kwam naar voren dat sommige artsen tot ongeveer dertig keuringen op één dag uitvoerden.
Daarbij ontstond de vraag hoeveel tijd er dan daadwerkelijk beschikbaar is om iedere automobilist individueel te beoordelen.
Een rijbewijskeuring moet immers meer zijn dan een formaliteit.
Wanneer iemand bijvoorbeeld problemen heeft met het gezichtsvermogen of geneesmiddelen gebruikt die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, moet daar voldoende aandacht voor zijn.
Vergoeding voor keuring eveneens onderwerp van discussie
Ook het financiële aspect kwam daarbij ter sprake.
Voor een keuring wordt volgens de bron gemiddeld ongeveer 75 euro gerekend.
Critici vrezen dat een systeem waarin veel keuringen achter elkaar worden uitgevoerd het risico op ‘lopende-bandwerk’ kan vergroten.
De aangescherpte richtlijnen moeten ervoor zorgen dat zorgvuldigheid centraal blijft staan.
Of een automobilist wordt goedgekeurd, moet immers afhangen van diens daadwerkelijke medische situatie en niet van de snelheid waarmee een afspraak kan worden afgerond.
Oudere automobilisten steeds grotere groep
De discussie wordt bovendien relevanter doordat Nederland vergrijst.
Er komen steeds meer oudere verkeersdeelnemers bij en veel mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven autorijden.
Dat is begrijpelijk.
Een auto kan op hogere leeftijd juist belangrijk zijn voor zelfstandigheid. Denk aan boodschappen doen, familie bezoeken, medische afspraken of simpelweg sociale contacten onderhouden.
Tegelijkertijd kunnen bepaalde lichamelijke functies veranderen naarmate mensen ouder worden.
Daarom probeert het systeem een balans te vinden tussen mobiliteit en verkeersveiligheid.
Leeftijd betekent niet automatisch onveilig rijden
Het is daarbij belangrijk om leeftijd niet automatisch gelijk te stellen aan onveilig rijgedrag.
Niet iedere oudere automobilist heeft dezelfde gezondheid, rijervaring of beperkingen.
Wel kunnen bepaalde veranderingen vaker voorkomen naarmate iemand ouder wordt.
Denk bijvoorbeeld aan verminderd zicht, tragere reacties of gezondheidsproblemen waarvoor medicatie nodig is.
Een medische keuring moet daarom vooral naar de individuele bestuurder kijken.
Ernstig ongeluk wakkerde discussie opnieuw aan
De discussie over oudere automobilisten en medische keuringen kreeg volgens de aangeleverde informatie opnieuw aandacht na een ernstig verkeersongeval in Hengelo.
Daar reed een 87-jarige automobilist een ouder echtpaar aan.
De man overleed en de vrouw raakte gewond.
Een dergelijk ernstig incident roept begrijpelijkerwijs vragen op over rijgeschiktheid op hogere leeftijd.
Dat betekent echter niet dat één ongeval op zichzelf bewijst dat oudere bestuurders als groep niet veilig kunnen rijden.
Wat moet je regelen als je 75 wordt?
Wie de leeftijd van 75 jaar nadert en zijn rijbewijs wil verlengen, doet er vooral goed aan tijdig met de procedure te beginnen.
Een belangrijk onderdeel daarvan is de Gezondheidsverklaring.
Afhankelijk van de persoonlijke medische situatie kan vervolgens aanvullende informatie of onderzoek nodig zijn.
Voor de medische keuring is het verstandig de gevraagde documenten mee te nemen, waaronder het actuele medicatieoverzicht wanneer dat wordt verlangd.
Daarna wordt de informatie verwerkt en kan het CBR een besluit nemen over de rijgeschiktheid.
Twijfels over eigen rijgeschiktheid?
Automobilisten hoeven bovendien niet per se te wachten tot een verplichte keuring wanneer ze zelf twijfels krijgen over hun vermogen om veilig te rijden.
Wie merkt dat bijvoorbeeld het zicht, reactievermogen of de gezondheid sterk verandert, kan zelf actie ondernemen.
Afhankelijk van de situatie kan aanvullende medische beoordeling of onderzoek naar de rijgeschiktheid nodig zijn.
Dat kan vervelend voelen, omdat autorijden voor veel mensen gelijkstaat aan vrijheid.
Maar uiteindelijk staat één vraag centraal: kan iemand nog verantwoord en veilig aan het verkeer deelnemen?
Aangescherpte regels betekenen niet automatisch rijbewijs kwijt
Voor 75-plussers is dat misschien wel het belangrijkste punt.
De strengere aandacht voor medische keuringen in 2026 betekent niet dat iedereen vanaf 75 jaar ineens moet vrezen zijn rijbewijs kwijt te raken.
De verplichte beoordeling voor deze leeftijdsgroep bestond al.
De veranderingen zijn volgens de aangeleverde informatie vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat medische keuringen zorgvuldiger, consistenter en volgens duidelijke standaarden plaatsvinden.
En zolang iemand aan de eisen voor rijgeschiktheid voldoet, kan autorijden ook na het 75e levensjaar gewoon onderdeel blijven van het dagelijks leven.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.