Actueel
Sneeuwliefhebbers opgelet: dit is hoe groot de kans op een witte kerst werkelijk is
Na een bijzonder warme zomer verlangen sommige Nederlanders misschien extra naar een ouderwetse winter. Sneeuw op de daken, witte straten en op eerste kerstdag wakker worden in een volledig besneeuwd landschap: het klinkt voor veel mensen als de perfecte kerst. Maar hoe groot is de kans dat het in 2026 daadwerkelijk zover komt?
Wie nu al rekent op een witte kerst, kan zijn verwachtingen beter nog even temperen. Nederland wacht inmiddels sinds 2010 op een officiële witte kerst. Volgens cijfers van Weeronline ligt de historische kans op zo’n kerst rond de 7 procent.
Dat betekent echter niet dat kerst 2026 nu al verloren is voor sneeuwliefhebbers. Een statistische kans is iets heel anders dan een concrete weersverwachting.
Kans op witte kerst ongeveer 7 procent
Een kans van ongeveer 7 procent klinkt niet bepaald hoopgevend.
Toch moet dat cijfer op de juiste manier worden geïnterpreteerd. Het is gebaseerd op historische waarnemingen en zegt niet dat meteorologen nu al kunnen voorspellen dat er tijdens kerst 2026 geen sneeuw ligt.
Het weer op 25 en 26 december kan pas veel dichter bij die data betrouwbaar worden ingeschat.
Zelfs enkele weken voor kerst kunnen verschillende weerscenario’s nog mogelijk zijn.
Vooral bij sneeuw kunnen een paar graden temperatuurverschil enorme gevolgen hebben. Waar de ene berekening sneeuw laat zien, kan een iets zachtere luchtstroom ervoor zorgen dat dezelfde neerslag uiteindelijk als regen valt.
Wanneer hebben we officieel een witte kerst?
Daar komt nog iets bij: een paar sneeuwvlokken op eerste kerstdag zijn niet voldoende om van een officiële witte kerst te spreken.
Daarvoor gelden veel strengere voorwaarden.
In De Bilt moet op zowel eerste als tweede kerstdag een gesloten sneeuwdek aanwezig zijn.
Pas wanneer aan die voorwaarde wordt voldaan, komt de kerst officieel als ‘wit’ in de Nederlandse statistieken terecht.
Het kan dus gebeuren dat delen van Groningen, Limburg, Gelderland of Overijssel onder een mooie laag sneeuw liggen, terwijl Nederland officieel géén witte kerst heeft.
Sneeuw moet ook blijven liggen
Zelfs een stevige sneeuwbui op 25 december biedt geen garantie.
Wanneer de sneeuw later op de dag smelt en op tweede kerstdag verdwenen is, voldoet die kerst niet aan de officiële definitie.
Voor een witte kerst moeten daardoor meerdere omstandigheden precies goed uitpakken.
Het moet koud genoeg zijn voor sneeuw, er moet daadwerkelijk neerslag vallen én het moet vervolgens koud genoeg blijven om het sneeuwdek in De Bilt te behouden.
Dat verklaart waarom officiële witte kersten zo zeldzaam zijn.
Laatste witte kerst was in 2010
Nederland wacht al sinds 2010 op een officiële witte kerst.
Dat jaar was het bovendien niet zomaar een beetje winters.
In grote delen van Nederland lag tijdens de kerstperiode volgens historische gegevens ongeveer 5 tot 20 centimeter sneeuw.
Vooral Zuid-Limburg kreeg met veel sneeuw te maken. Plaatselijk zou daar ongeveer 30 tot 45 centimeter hebben gelegen.
In De Bilt was het sneeuwdek een stuk dunner, met ongeveer 5 centimeter. Dat was echter ruimschoots genoeg om aan de officiële voorwaarden te voldoen.
Voor veel Nederlanders die zich kerst 2010 nog kunnen herinneren, is dat daardoor hét beeld van een echte winterse kerst.
Ook 2009 was officieel wit
Opvallend genoeg kwam de witte kerst van 2010 direct na een andere witte kerst.
Ook in 2009 lag in De Bilt op beide kerstdagen voldoende sneeuw.
Een groot gedeelte daarvan was al vóór kerst gevallen.
Tijdens de kerstdagen begon het sneeuwdek langzaam te verdwijnen, maar er bleef genoeg liggen om officieel van een witte kerst te mogen spreken.
Twee witte kersten achter elkaar zijn uitzonderlijk.
Vóór 2009 moest Nederland namelijk helemaal terug naar 1981 voor de vorige officiële witte kerst.
Sneeuw tijdens kerst komt vaker voor
De strenge officiële definitie betekent gelukkig niet dat het buiten De Bilt nauwelijks sneeuwt tijdens kerst.
Sinds 1951 is volgens de aangehaalde cijfers op tientallen kerstdagen ergens in Nederland sneeuw gevallen.
Het zou in totaal om 34 kerstdagen gaan.
Dat varieert van enkele sneeuwvlokken tot plaatsen waar tijdelijk daadwerkelijk een wit landschap ontstond.
Zo viel in 2021 in delen van Zuid-Nederland sneeuw tijdens eerste kerstdag.
Voor inwoners van die regio’s voelde dat misschien als een witte kerst, maar voor de officiële landelijke statistieken telde het niet mee.
Woonplaats maakt behoorlijk verschil
De kans dat je tijdens kerst sneeuw ziet, verschilt bovendien per regio.
Voor Midden-Nederland komt een witte kerst volgens de historische cijfers gemiddeld ongeveer eens per zestien jaar voor.
In het westen ligt de frequentie lager: daar zou gemiddeld ongeveer eens per 25 jaar sprake zijn van een witte kerst.
De relatief warme Noordzee speelt daarbij een belangrijke rol.
Tijdens de winter zorgt de invloed van zee er vaak voor dat de temperatuur in de kustgebieden net iets hoger ligt.
En juist bij sneeuw kan één of twee graden het verschil betekenen tussen witte vlokken en gewone regen.
Oost-Nederland historisch kansrijker
In Oost-Nederland zijn de historische kansen gunstiger.
Daar zou gemiddeld ongeveer eens per elf jaar sprake zijn van een witte kerst.
Dat betekent uiteraard niet dat inwoners van het oosten in december 2026 automatisch sneeuw mogen verwachten.
Het zijn langjarige gemiddelden en geen voorspelling voor één specifieke kerst.
Bovendien blijft voor de officiële landelijke registratie de situatie in De Bilt bepalend.
Een dik sneeuwdek in Twente of de Achterhoek kan dus prachtige kerstplaatjes opleveren zonder dat Nederland officieel een witte kerst noteert.
Betekent een hete zomer een koude winter?
Na een zeer warme zomer duikt regelmatig dezelfde gedachte op: misschien compenseert de natuur dat straks met een bijzonder koude winter.
Zo werkt het weer helaas niet.
Een hete zomer betekent niet automatisch dat enkele maanden later een strenge winter volgt.
Het winterweer wordt bepaald door de atmosferische omstandigheden die op dat moment aanwezig zijn.
De ligging van hoge- en lagedrukgebieden, de windrichting en de herkomst van de aangevoerde lucht zijn daarbij veel belangrijker.
Voor sneeuw moet alles precies goed vallen
Nederland bevindt zich bovendien op een interessante plek voor winterweer.
Vanaf de Atlantische Oceaan kan relatief zachte en vochtige lucht ons land bereiken.
Tegelijkertijd kan bij een andere drukverdeling koude lucht vanuit het noorden of oosten worden aangevoerd.
Welke luchtsoort tijdens kerst de overhand krijgt, kan een wereld van verschil maken.
Bij een zachte westelijke stroming is regen veel waarschijnlijker.
Komt er koude lucht vanuit het oosten of noorden én trekt tegelijkertijd een neerslaggebied over Nederland, dan kunnen de kansen op sneeuw snel toenemen.
Zelfs kort voor kerst blijft sneeuw lastig te voorspellen
Juist doordat Nederland vaak dicht bij de grens tussen zachte en koude lucht ligt, kunnen sneeuwverwachtingen tot relatief kort voor het daadwerkelijke moment veranderen.
Een sneeuwzone kan uiteindelijk noordelijker of zuidelijker trekken dan eerst werd berekend.
Ook kan de temperatuur iets hoger uitvallen.
Wat aanvankelijk als vijf centimeter sneeuw wordt berekend, kan daardoor uiteindelijk eindigen als een middag met koude regen.
Het omgekeerde is eveneens mogelijk: een kleine hoeveelheid extra koude lucht kan ervoor zorgen dat regen plotseling wel als sneeuw valt.
Zachtere winters maken sneeuwdek lastiger
Ook de opwarming van het Nederlandse klimaat speelt op de achtergrond een rol.
De winters zijn gemiddeld zachter geworden.
Daardoor zijn langdurige omstandigheden waarbij sneeuw gemakkelijk blijft liggen minder vanzelfsprekend.
Dat betekent niet dat Nederland geen zware sneeuwbuien of koude winterperiodes meer kan krijgen.
Ook tijdens een gemiddeld zachter klimaat blijven flinke uitschieters mogelijk.
Voor een officiële witte kerst moeten alleen precies op 25 én 26 december de juiste omstandigheden aanwezig zijn.
Slechts acht officiële witte kersten sinds 1901
Hoe uitzonderlijk dat is, blijkt uit de historische cijfers.
Sinds het begin van de metingen in 1901 zijn volgens de aangehaalde gegevens slechts acht officiële witte kersten geregistreerd.
Dat is bijzonder weinig wanneer je bedenkt hoeveel kerstdagen er in ruim een eeuw zijn geweest.
Tegelijkertijd bewijst het verleden dat een witte kerst wel degelijk mogelijk is.
Een historische kans van ongeveer 7 procent betekent immers niet nul procent.
Wat kunnen we zeggen over kerst 2026?
Voorlopig vooral dat we het nog niet weten.
De historische cijfers zijn niet bijzonder gunstig voor liefhebbers van een dik pak sneeuw, maar daarmee valt niets definitiefs te zeggen over 25 en 26 december 2026.
Een betrouwbare verwachting voor zulke specifieke weersomstandigheden kan pas veel dichter bij kerst worden gemaakt.
En zelfs dan kunnen kleine veranderingen in temperatuur en windrichting nog grote gevolgen hebben.
Sneeuwliefhebbers hoeven de hoop nog niet op te geven
Wie vooral hoopt op een paar sneeuwvlokken tijdens kerst heeft bovendien betere papieren dan iemand die uitsluitend genoegen neemt met een officiële witte kerst.
Regionale sneeuw komt immers vaker voor dan een gesloten sneeuwdek in De Bilt op beide kerstdagen.
Vooral in het oosten van Nederland zijn de historische kansen op winterse omstandigheden groter dan in de kustgebieden.
Of dat in 2026 ook daadwerkelijk iets oplevert, weten we pas wanneer december dichterbij komt.
Tot die tijd blijft een witte kerst vooral iets om op te hopen. De statistieken zijn niet bepaald royaal, maar na zestien jaar zonder officiële witte kerst zou 2026 zomaar het jaar kunnen zijn waarin alle meteorologische puzzelstukjes eindelijk weer eens precies op hun plek vallen.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.