Connect with us

Actueel

Hondenbaasjes opgelet! Kabinet verzint weer iets nieuws: ‘verplichte cursus voor baasjes van honden’

Published

on

Hondenbezitters in Nederland krijgen de komende jaren mogelijk te maken met nieuwe regels. Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw wil dat eigenaren van honden met een verhoogd risico op bijtincidenten verplicht een praktijkcursus gaan volgen. Daarin moeten baasjes onder meer leren om gevaarlijke situaties eerder te herkennen en hun hond op een veilige manier te begeleiden. Welke honden precies onder de nieuwe verplichting gaan vallen, staat echter nog niet vast.

De plannen maken deel uit van een bredere aanpak rond het houden van huisdieren.

Zo moet er vanaf 2027 ook een theoriecursus beschikbaar komen voor hondenbezitters. Die wordt in eerste instantie vrijwillig.

Daarnaast werkt de overheid aan nieuwe regels voor katten. Vanaf 2028 is het de bedoeling dat er een landelijke chipplicht komt.

Verplichte cursus voor deel van de hondenbezitters

De opvallendste maatregel is de verplichte praktijkcursus.

Die moet gaan gelden voor mensen die een hond hebben waarbij sprake is van een verhoogd risico op bijtincidenten.

Volgens Erkens hebben eigenaren van dergelijke honden een extra verantwoordelijkheid.

Het gaat daarbij niet alleen om de hond zelf.

Ook de manier waarop een eigenaar met het dier omgaat, kan van grote invloed zijn op het ontstaan of juist voorkomen van gevaarlijke situaties.

Daarom wil de staatssecretaris dat deze baasjes over voldoende kennis en praktische vaardigheden beschikken.

Om welke honden gaat het?

Een belangrijke vraag kan op dit moment nog niet worden beantwoord.

Het is namelijk nog niet vastgesteld welke honden straks precies onder de verplichting vallen.

Daar wordt verder onderzoek naar gedaan.

Het is daardoor ook nog niet duidelijk of de overheid uiteindelijk gaat kijken naar specifieke hondenrassen, individuele gedragskenmerken of een combinatie van verschillende factoren.

Hondenbezitters hoeven dus niet op basis van de huidige plannen zelf te concluderen dat hun dier straks automatisch onder de nieuwe regeling valt.

De exacte afbakening moet nog worden uitgewerkt.

Bijtincidenten zoveel mogelijk voorkomen

Het belangrijkste doel van de praktijkcursus is het voorkomen van bijtincidenten.

Daarbij wil de overheid niet alleen reageren nadat het fout is gegaan, maar juist proberen problemen eerder te signaleren.

Een eigenaar zou bijvoorbeeld moeten kunnen herkennen wanneer een hond angstig, gespannen of overprikkeld raakt.

Dat soort signalen kunnen belangrijk zijn.

Een hond kan met lichaamstaal laten zien dat een situatie ongemakkelijk wordt voordat er daadwerkelijk agressief gedrag ontstaat.

Wanneer een eigenaar die signalen op tijd herkent, kan hij of zij eerder ingrijpen.

Baasjes moeten gedrag leren herkennen

Tijdens een praktijkcursus kan daarom aandacht worden besteed aan het lezen van hondengedrag.

Ook veilig uitlaten en het omgaan met onverwachte situaties kunnen onderdeel worden van de lessen.

Denk bijvoorbeeld aan ontmoetingen met andere honden.

Maar ook situaties waarbij kinderen, fietsers, hardlopers of onbekende mensen in de buurt van het dier komen.

Een hond die thuis rustig is, kan in een drukke of onbekende omgeving heel anders reageren.

De bedoeling is dat eigenaren beter leren inschatten wat hun hond aankan en wanneer het verstandig is om afstand te bewaren.

Veel details zijn nog onbekend

Hoewel de richting van de plannen duidelijker wordt, moet de praktische uitvoering nog verder worden bepaald.

Zo is nog niet bekend hoe lang de verplichte cursus zal duren.

Ook moet worden vastgesteld wie de lessen mag verzorgen.

Daarnaast is nog onduidelijk wat deelname gaat kosten en wie voor die kosten moet opdraaien.

Hetzelfde geldt voor de vraag hoe wordt gecontroleerd of een eigenaar daadwerkelijk aan de verplichting heeft voldaan.

Hondenbezitters zullen dus moeten wachten op de verdere uitwerking voordat precies duidelijk is wat de nieuwe regels in de praktijk betekenen.

Vanaf 2027 cursus voor alle hondenbezitters

Erkens kijkt ondertussen verder dan alleen honden met een verhoogd risico.

Vanaf 2027 wil hij een theoriecursus beschikbaar maken voor alle hondenbezitters.

Deze cursus krijgt een ander karakter.

In tegenstelling tot de praktijkcursus voor bepaalde eigenaren moet de algemene theoriecursus in eerste instantie namelijk vrijwillig worden.

Zowel mensen die voor het eerst een hond nemen als ervaren hondenbezitters moeten eraan kunnen deelnemen.

De cursus moet bovendien laagdrempelig worden aangeboden.

Dit kunnen baasjes tijdens de cursus leren

De theoriecursus moet hondenbezitters meer basiskennis geven over het houden van een hond.

Daarbij kunnen verschillende onderwerpen aan bod komen.

Denk aan verzorging, voeding, beweging en opvoeding.

Ook hondengedrag zal waarschijnlijk een belangrijke rol spelen.

Door meer kennis te hebben van normaal en afwijkend gedrag zouden eigenaren problemen mogelijk eerder kunnen herkennen.

Dat kan niet alleen bijdragen aan de veiligheid van mensen, maar ook aan het welzijn van de hond zelf.

Niet verplicht, maar mogelijk wel gevolgen

Hoewel de algemene theoriecursus vrijwillig moet worden, wil Erkens hondenbezitters wel stimuleren om hem daadwerkelijk te volgen.

Daarvoor wordt naar een opvallende mogelijkheid gekeken.

Wanneer een hond betrokken raakt bij een ernstig bijtincident, zou het mogelijk moeten worden om mee te wegen of de eigenaar de cursus heeft gevolgd.

Het niet volgen van de cursus kan volgens de plannen mogelijk gevolgen krijgen bij de bestraffing na zo’n ernstig incident.

Hoe dat juridisch precies vorm krijgt, moet nog verder worden uitgewerkt.

Het betekent dus niet dat iedere hondenbezitter die de cursus overslaat automatisch een boete krijgt.

Campagne voor mensen die een hond willen

De overheid wil tegelijkertijd voorkomen dat mensen een hond aanschaffen die eigenlijk niet bij hun situatie past.

Daarom wordt ook ingezet op voorlichting.

Dit najaar moet een nieuwe campagne rond honden van start gaan.

Daarin staat onder meer de vraag centraal welk type hond bij een bepaalde eigenaar en leefomgeving past.

Niet iedere hond heeft immers dezelfde behoeften.

Sommige dieren hebben dagelijks veel beweging nodig, terwijl andere honden vooral veel mentale uitdaging of intensieve training nodig hebben.

Niet iedere hond past bij ieder huishouden

Ook formaat, kracht en karakter kunnen een rol spelen.

Een grote en sterke hond stelt andere eisen aan een eigenaar dan een kleine gezelschapshond.

Daarnaast kan ervaring belangrijk zijn.

Iemand die nog nooit een hond heeft gehad, kan met bepaalde honden voor grotere uitdagingen komen te staan dan een ervaren eigenaar.

Ook de woonsituatie telt mee.

Een hond die veel ruimte en beweging nodig heeft, past mogelijk minder goed bij een huishouden waar daar nauwelijks gelegenheid voor bestaat.

Met betere informatie vóór de aanschaf hoopt de overheid problemen achteraf te beperken.

Ook kattenbezitters krijgen nieuwe regels

Niet alleen hondenbezitters krijgen mogelijk met veranderingen te maken.

Er liggen eveneens plannen voor katten.

Vanaf 2028 wil Erkens een landelijke chipplicht voor katten invoeren.

Een dergelijke algemene verplichting bestaat momenteel nog niet voor iedere huiskat.

Het idee is dat katten door de chip gemakkelijker kunnen worden herenigd met hun eigenaar wanneer ze vermist raken.

Daarvoor is overigens niet alleen de chip zelf belangrijk.

De bijbehorende registratie moet eveneens correct en actueel zijn.

Vermiste katten sneller terug naar eigenaar

Jaarlijks raken volgens de overheid veel katten vermist.

Dat kan voor eigenaren een lange periode van onzekerheid betekenen.

Wanneer een gevonden kat gechipt én goed geregistreerd is, kunnen bijvoorbeeld een dierenarts of dierenopvang sneller achterhalen bij wie het dier hoort.

De eigenaar kan vervolgens worden benaderd.

Bij honden bestaat al een registratie- en chipplicht.

Voor katten wil de overheid uiteindelijk naar een vergelijkbaarder systeem.

Ook vanuit Europa komen nieuwe regels

Naast de Nederlandse plannen zijn er ontwikkelingen op Europees niveau.

Europa werkt eveneens aan strengere regels rond honden en katten.

Daarbij gaat het onder meer om registratie, fokkerij en de handel in dieren.

Ook de online verkoop van honden en katten krijgt meer aandacht.

Een belangrijk doel daarvan is om beter te kunnen achterhalen waar dieren vandaan komen.

Daarmee moet onder meer illegale en onverantwoorde handel worden tegengegaan.

Europese database voor honden en katten

Op langere termijn moet registratie bovendien gemakkelijker over landsgrenzen heen kunnen worden gecontroleerd.

Volgens de plannen moet er in 2031 een Europese database voor honden en katten komen waarin registraties uit verschillende landen met elkaar kunnen worden verbonden.

Dat kan bijvoorbeeld nuttig zijn wanneer een dier tijdens een vakantie in een ander Europees land vermist raakt.

Ook bij grensoverschrijdende handel kan een beter gekoppelde registratie helpen om de herkomst van een dier te controleren.

Voorlopig verandert er nog niet direct iets

Voor hondenbezitters is vooral belangrijk dat een groot deel van de aangekondigde maatregelen nog moet worden uitgewerkt.

Er is dus nog geen algemene verplichte cursus voor iedereen die een hond heeft.

De verplichte praktijkcursus moet zich specifiek richten op eigenaren van honden met een verhoogd risico op bijtincidenten.

Welke honden daar precies onder vallen, wordt nog onderzocht.

Vanaf 2027 moet daarnaast een vrijwillige theoriecursus voor een veel bredere groep beschikbaar komen.

Daarmee wil de overheid uiteindelijk niet alleen ingrijpen wanneer een bijtincident heeft plaatsgevonden, maar vooral proberen te voorkomen dat het zover komt.

Voor sommige hondenbezitters kan dat in de toekomst betekenen dat het hebben van een hond niet alleen verantwoordelijkheid met zich meebrengt, maar ook een verplichte cursus.

Actueel

Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Published

on

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?

Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.

In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.

Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten

Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.

Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.

Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.

In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.

Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.

Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.

De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.

Meeste inwoners kiezen voor zomertijd

Daarover waren de meningen meer verdeeld.

Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.

Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.

Het blijft ’s avonds langer licht.

Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.

En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.

Slaapexperts zien liever wintertijd

Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.

Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.

Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.

Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.

Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.

Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.

Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.

Gezondheid belangrijke reden

Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.

Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.

Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.

Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.

Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.

Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.

Canada krijgt steeds meer uitzonderingen

Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.

Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.

Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.

Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.

Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.

Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s

Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.

Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.

De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.

Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.

Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.

Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.

Europa praat er al jaren over

Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.

De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.

Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.

Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.

Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.

Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.

Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie

Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.

En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.

Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.

Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.

Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.

Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.

Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.

Nederland zet klok op 25 oktober terug

Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.

De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.

Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.

Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.

Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.

De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.

In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.

Wanneer stopt Nederland ermee?

Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.

Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.

Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.

De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.

Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.

Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.

Continue Reading