Actueel
Henri Bontenbal verzint nieuwe belasting die miljoenen mensen keihard gaat raken
CDA-leider Henri Bontenbal wil dat Nederland opnieuw kritisch kijkt naar de manier waarop erfenissen, schenkingen en grote vermogens worden belast. Tijdens de H.J. Schoo-lezing in de Rode Hoed in Amsterdam maakte hij duidelijk dat hij zich zorgen maakt over de groeiende economische verschillen tussen Nederlanders. Vooral de enorme hoeveelheid vermogen die de komende jaren via erfenissen wordt overgedragen, kan volgens hem voor nieuwe ongelijkheid zorgen.
Bontenbal vindt dat de kansen die iemand in Nederland krijgt vooral afhankelijk moeten zijn van eigen inzet en veel minder van het vermogen van ouders.
Volgens de CDA-leider is daarom de vraag gerechtvaardigd of het huidige belastingstelsel nog wel voldoende aansluit bij dat uitgangspunt.
‘Golf van erfenissen’ op komst
Een belangrijk onderdeel van Bontenbals verhaal draait om de vergrijzing. De komende jaren zal volgens hem een grote hoeveelheid opgebouwd vermogen worden doorgegeven aan volgende generaties.
Dat kan volgens Bontenbal grote gevolgen hebben voor de verschillen tussen jongeren.
Wie ouders heeft die een aanzienlijk vermogen hebben opgebouwd, kan bijvoorbeeld financiële ondersteuning krijgen bij het kopen van een eerste woning. Jongeren van wie de ouders die mogelijkheid niet hebben, moeten daarentegen hun volledige vermogen zelf opbouwen.
Bontenbal waarschuwt dat hierdoor een nieuwe maatschappelijke scheidslijn kan ontstaan.
Zijn uitgangspunt is dat het voor iemands toekomst niet steeds belangrijker zou moeten worden in welk gezin iemand geboren wordt. Hij wil daarom voorkomen dat geërfd vermogen uiteindelijk een doorslaggevende factor wordt voor de financiële mogelijkheden van een nieuwe generatie.
Erf- en schenkbelasting aanpassen
Bontenbal wil daarom veranderingen binnen de erf- en schenkbelasting. Daarbij richt hij zich met name op fiscale mogelijkheden en constructies waarvan grotere vermogens kunnen profiteren.
Een voorbeeld dat hij tijdens zijn lezing aanhaalde, is schenken op papier. Daarbij wordt een bedrag formeel geschonken, terwijl het geld feitelijk nog niet direct wordt overgemaakt. Zulke constructies kunnen onder bepaalde voorwaarden gevolgen hebben voor de uiteindelijke erfbelasting.
De CDA-leider wil bekijken of dergelijke fiscale voordelen nog wel passen binnen een belastingstelsel waarin volgens hem solidariteit een belangrijke rol moet spelen.
Dat betekent overigens niet dat Bontenbal tegen sparen of vermogensopbouw is. Hij benadrukt juist dat werken, ondernemen en sparen moeten blijven lonen. Ook ouders die geld opzijzetten voor hun kinderen moeten daar volgens hem ruimte voor houden.
De discussie draait daardoor vooral om de vraag waar de grens moet liggen en hoeveel belasting uiteindelijk geheven moet worden wanneer grote vermogens van generatie op generatie worden doorgegeven.
Hypotheekrenteaftrek moet verdwijnen
Bontenbal kijkt niet alleen naar erfenissen. Ook de fiscale behandeling van de eigen woning moet volgens hem veranderen.
Een van de opvallendste voorstellen is het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Huiseigenaren kunnen momenteel onder voorwaarden een deel van de betaalde hypotheekrente aftrekken van hun belastbare inkomen.
Het CDA wil die regeling verder afbouwen.
Dat is een gevoelig onderwerp, omdat miljoenen Nederlandse huishoudens een koopwoning hebben en een deel daarvan gebruikmaakt van de hypotheekrenteaftrek. Veranderingen kunnen daardoor rechtstreeks gevolgen hebben voor de maandelijkse financiële situatie van huishoudens.
Het CDA heeft daarbij aangegeven dat het geld dat de overheid bespaart door het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek gebruikt zou moeten worden om de inkomstenbelasting te verlagen.
Daarmee wil de partij voorkomen dat het uitsluitend om een belastingverhoging gaat.
Ook vermogen in eigen bv onder de loep
Daarnaast wil Bontenbal kijken naar de manier waarop ondernemers en directeur-grootaandeelhouders gebruikmaken van vermogen dat in een eigen bv zit.
Hij richt zich onder meer op situaties waarin mensen geld lenen vanuit hun eigen onderneming om daarmee privé-investeringen te financieren.
Volgens Bontenbal moet worden bekeken of de huidige fiscale mogelijkheden daarbij niet te ruim zijn.
Al deze voorstellen maken onderdeel uit van een bredere visie waarin de CDA-leider probeert een andere balans te vinden tussen belasting op arbeid en belasting op vermogen.
Gevoelige discussie over nalatenschappen
Vooral de discussie over erfbelasting ligt maatschappelijk gevoelig.
Critici wijzen erop dat veel mensen gedurende hun leven jarenlang hebben gewerkt, inkomstenbelasting hebben betaald en vervolgens met het resterende geld vermogen hebben opgebouwd. Wanneer dat vermogen na hun overlijden naar hun kinderen gaat, kan daar opnieuw belasting over verschuldigd zijn.
Vanuit dat perspectief wordt erfbelasting door tegenstanders soms ervaren als belasting op geld waar eerder al belasting over is geheven.
Daar staat een ander argument tegenover. Voor degene die een erfenis ontvangt, gaat het om vermogen dat niet zelf door arbeid is verdiend. Voorstanders van belasting op erfenissen vinden daarom dat het gerechtvaardigd kan zijn om juist bij de overdracht van grote vermogens belasting te heffen.
Bontenbal legt vooral de nadruk op dat laatste aspect: de invloed die geërfd vermogen kan hebben op kansengelijkheid.
Breder debat over economische ongelijkheid
De uitspraken van Bontenbal zullen daarmee ongetwijfeld opnieuw discussie oproepen over de manier waarop Nederland arbeid, woningen en vermogen belast.
Zijn boodschap gaat uiteindelijk verder dan alleen het verhogen of aanpassen van één belasting. De CDA-leider wil een fundamentele discussie over de vraag welke vormen van vermogen fiscaal worden bevoordeeld en of die verdeling nog wenselijk is.
Daarbij staan twee belangen tegenover elkaar. Aan de ene kant willen mensen het vermogen waarvoor zij jarenlang hebben gewerkt zoveel mogelijk kunnen doorgeven aan hun kinderen. Aan de andere kant bestaat de politieke vraag hoe voorkomen kan worden dat financiële kansen steeds sterker worden bepaald door het vermogen van ouders.
Bontenbal heeft duidelijk gemaakt waar voor hem het uitgangspunt ligt: afkomst en geërfd vermogen zouden volgens hem niet bepalend moeten worden voor de kansen die iemand in Nederland krijgt. Hoe zijn voorstellen uiteindelijk precies worden uitgewerkt en hoeveel verschillende groepen daarvan financieel zullen merken, zal afhangen van de concrete plannen en de politieke steun daarvoor.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.