Connect with us

Actueel

Nederlanders moeten voor acht dagen voedsel in huis halen

Published

on

Nederlanders krijgen momenteel het advies om voor een noodsituatie voldoende eten en drinken voor drie dagen in huis te hebben. Volgens onderzoekers is dat echter niet genoeg. Zij adviseren om rekening te houden met maar liefst acht dagen waarin de normale voedselvoorziening ernstig verstoord kan zijn. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij een grote cyberaanval, extreem noodweer of een andere crisis waardoor supermarkten tijdelijk niet meer normaal kunnen worden bevoorraad.

De opvallende aanbeveling komt van onderzoekers van Instituut Clingendael en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In opdracht van het ministerie van Landbouw hebben zij onderzocht hoe goed Nederland is voorbereid wanneer de voedselvoorziening plotseling wordt verstoord.

Een belangrijke conclusie: huishoudens zouden zichzelf langer moeten kunnen redden dan nu wordt geadviseerd.

Supermarkten kunnen snel leeg raken

Nederland beschikt over een bijzonder efficiënt voedseldistributiesysteem. Producten worden voortdurend vanuit distributiecentra naar winkels vervoerd, waardoor supermarkten zelf geen enorme hoeveelheden voorraad hoeven aan te houden.

Onder normale omstandigheden werkt dat uitstekend.

Tijdens een grote crisis kan die efficiëntie echter juist een kwetsbaarheid vormen.

Wanneer bijvoorbeeld logistieke computersystemen door een cyberaanval uitvallen, transport ernstig wordt verstoord of distributiecentra tijdelijk niet kunnen functioneren, kan de bevoorrading snel problemen ondervinden.

Volgens de onderzoekers kunnen supermarktvoorraden in zo’n situatie al binnen enkele dagen sterk teruglopen.

Drie dagen is volgens onderzoekers niet voldoende

Het huidige uitgangspunt is dat Nederlanders zichzelf tijdens een noodsituatie ongeveer 72 uur moeten kunnen redden.

Daar hoort ook een noodvoorraad eten en drinken bij.

De onderzoekers vinden dat een periode van drie dagen te kort is wanneer Nederland te maken krijgt met een ernstige en langdurige verstoring.

Hun advies is daarom aanzienlijk ruimer: huishoudens zouden voldoende voedsel moeten hebben om ongeveer acht dagen zelfstandig door te kunnen komen.

Dat betekent overigens niet dat er momenteel een concrete crisis wordt verwacht.

Het gaat om voorbereiding op scenario’s waarbij de normale bevoorrading tijdelijk niet kan functioneren.

Wat moet je voor acht dagen in huis hebben?

Wie een noodvoorraad samenstelt, doet er volgens de onderzoekers verstandig aan vooral te kiezen voor producten die lang houdbaar zijn.

Daarnaast zijn producten handig die weinig of geen bereiding nodig hebben.

Bij een grootschalige stroomstoring kunnen een magnetron, elektrische kookplaat en andere keukenapparaten immers tijdelijk onbruikbaar zijn.

Blikvoeding is daarom een voor de hand liggend voorbeeld. Denk aan bonen, groenten, vis of andere producten die lang kunnen worden bewaard en indien nodig zonder uitgebreide bereiding kunnen worden gegeten.

Ook calorierijke producten met een lange houdbaarheid kunnen onderdeel zijn van zo’n voorraad.

Voldoende drinkwater blijft vanzelfsprekend eveneens belangrijk.

 

 

Niet alleen huishoudens moeten zich voorbereiden

Opvallend is dat de onderzoekers de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij consumenten willen neerleggen.

Ook supermarkten, distributiecentra en leveranciers zouden beter voorbereid moeten zijn.

Volgens het rapport moeten er afspraken worden gemaakt over minimale noodvoorraden in magazijnen.

Op dit moment zijn grote extra voorraden voor langdurige noodsituaties niet vanzelfsprekend aanwezig.

Dat heeft onder meer een economische reden.

Voorraad kost geld. Producten moeten worden opgeslagen, magazijnruimte moet beschikbaar zijn en bij levensmiddelen moet rekening worden gehouden met houdbaarheid.

Het huidige logistieke systeem is daarom juist sterk gericht op efficiëntie en snelle aanvoer.

Cyberaanval kan grote gevolgen hebben

Een cyberaanval is een van de scenario’s waarmee in het onderzoek rekening wordt gehouden.

Moderne supermarkten zijn voor vrijwel de gehele logistieke keten afhankelijk van digitale systemen.

Bestellingen, voorraadbeheer, distributie, betalingen en transport worden grotendeels digitaal aangestuurd.

Wanneer belangrijke onderdelen daarvan langdurig uitvallen, kan dat dus gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van voedsel in winkels.

Daarbij hoeft een supermarkt zelf niet eens rechtstreeks te worden getroffen. Ook problemen bij transporteurs, leveranciers of distributiecentra kunnen verderop in de keten gevolgen veroorzaken.

Ook extreem weer vormt een risico

Cyberaanvallen zijn niet de enige dreiging.

Ook extreem noodweer kan wegen onbegaanbaar maken of andere infrastructuur beschadigen, waardoor vrachtwagens supermarkten moeilijker kunnen bereiken.

Daarnaast wordt bij voedselzekerheid rekening gehouden met bredere crises en internationale conflicten.

Nederland importeert immers een deel van zijn voedsel en grondstoffen uit het buitenland.

Een grote verstoring van internationale handels- en transportroutes kan daardoor eveneens gevolgen hebben.

Het onderzoek draait dan ook vooral om de vraag hoe Nederland ervoor kan zorgen dat de bevolking tijdens verschillende soorten crises toegang houdt tot voldoende voedsel.

Staatssecretaris wil met supermarkten om tafel

De aanbevelingen zijn ook relevant voor de overheid.

Staatssecretaris Erkens van Voedselzekerheid wil de komende maanden gesprekken voeren met supermarkten en leveranciers.

Daarbij moet onder meer duidelijk worden hoeveel extra voorraad nodig zou zijn en op welke plekken die het beste kan worden opgeslagen.

Een andere belangrijke vraag is wie uiteindelijk voor de kosten opdraait.

Wanneer bedrijven verplicht of aangemoedigd worden om structureel grotere noodvoorraden aan te houden, brengt dat extra kosten met zich mee.

Hoe die rekening precies verdeeld moet worden tussen overheid en bedrijfsleven is nog niet vastgesteld.

Advies betekent niet dat er direct gevaar dreigt

Het nieuwe advies kan door de stevige scenario’s ongerustheid oproepen, maar het is belangrijk om de aanleiding goed te begrijpen.

De onderzoekers zeggen niet dat Nederlanders binnenkort acht dagen zonder eten komen te zitten.

Ze onderzoeken hoe het land beter bestand kan worden tegen situaties die weinig voorkomen, maar bij optreden grote gevolgen kunnen hebben.

Het principe lijkt daarmee op andere vormen van crisisvoorbereiding: een voorraad wordt aangelegd in de hoop dat deze nooit daadwerkelijk nodig is.

Mogelijk grotere noodvoorraad voor Nederlanders

Voor huishoudens zou de aanbeveling uiteindelijk een flinke verandering betekenen.

Wie nu het bestaande uitgangspunt van drie dagen volgt, zou zijn voedselvoorraad bij invoering van het nieuwe advies aanzienlijk moeten uitbreiden.

Of de overheid het advies van de onderzoekers daadwerkelijk volledig overneemt, moet nog blijken.

Eerst volgen gesprekken met supermarkten, leveranciers en andere betrokken partijen.

Ook zal duidelijk moeten worden welke producten huishoudens precies zouden moeten bewaren en hoeveel daarvan nodig is.

De kern van het onderzoek is in ieder geval duidelijk: drie dagen zelfredzaamheid is volgens de onderzoekers bij een ernstige verstoring van de voedselvoorziening te kort. Zij adviseren Nederlanders daarom om zich voor te bereiden op ongeveer acht dagen, terwijl ook supermarkten en leveranciers grotere noodvoorraden zouden moeten aanhouden.

Actueel

Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Published

on

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?

Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.

In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.

Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten

Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.

Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.

Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.

In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.

Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.

Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.

De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.

Meeste inwoners kiezen voor zomertijd

Daarover waren de meningen meer verdeeld.

Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.

Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.

Het blijft ’s avonds langer licht.

Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.

En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.

Slaapexperts zien liever wintertijd

Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.

Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.

Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.

Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.

Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.

Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.

Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.

Gezondheid belangrijke reden

Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.

Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.

Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.

Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.

Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.

Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.

Canada krijgt steeds meer uitzonderingen

Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.

Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.

Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.

Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.

Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.

Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s

Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.

Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.

De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.

Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.

Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.

Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.

Europa praat er al jaren over

Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.

De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.

Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.

Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.

Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.

Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.

Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie

Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.

En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.

Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.

Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.

Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.

Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.

Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.

Nederland zet klok op 25 oktober terug

Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.

De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.

Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.

Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.

Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.

De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.

In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.

Wanneer stopt Nederland ermee?

Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.

Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.

Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.

De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.

Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.

Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.

Continue Reading