Actueel
Op deze datum kan de benzineprijs in één keer met 41 cent stijgen
Wie de afgelopen dagen heeft getankt, zal hebben gemerkt hoe snel de prijzen opnieuw oplopen.
Voor een liter Euro95 wordt inmiddels een landelijke adviesprijs van €2,692 genoemd. Dat zou ongeveer 2,4 cent meer zijn dan een dag eerder.
Voor iemand die 50 liter tankt, betekent een prijs van €2,692 een rekening van maar liefst €134,60.
De recente onrust op de oliemarkt speelt daarbij een belangrijke rol.
Spanningen rond Straat van Hormuz
De olieprijs staat onder druk door de situatie rond Iran en de Straat van Hormuz.
De Verenigde Staten voerden afgelopen zondag volgens de aangeleverde informatie opnieuw aanvallen uit op Iraanse doelen, waaronder raketlanceerinstallaties op het eiland Larak.
Nieuwe escalatie in deze regio wordt door energiemarkten nauwlettend gevolgd.
Dat is niet zonder reden.
De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste doorvaarroutes voor olie en andere energieproducten ter wereld. Problemen met de aanvoer of de vrees daarvoor kunnen daardoor snel invloed hebben op de olieprijs.
En uiteindelijk merkt ook de automobilist dat aan de pomp.
Energiedeskundige Hans van Cleef wijst daarbij op een steeds krappere markt. „De krapte in de markt zien we elke dag groter worden”, stelt hij.
1 januari 2027 kan belangrijk omslagpunt worden
Los van geopolitieke ontwikkelingen hangt Nederlandse automobilisten mogelijk nog een flinke prijsstijging boven het hoofd.
Dat heeft te maken met de tijdelijke verlaging van de brandstofaccijnzen.
Die maatregel werd in 2022 ingevoerd nadat energie- en brandstofprijzen sterk waren gestegen.
De accijnsverlaging werd vervolgens meerdere keren verlengd.
Ook in 2026 profiteren automobilisten nog van de maatregel, maar volgens de huidige uitgangspunten loopt deze aan het einde van het jaar af.
Wanneer er politiek niet opnieuw wordt ingegrepen, kan dat vanaf 1 januari 2027 direct zichtbaar worden aan de pomp.
Minstens 15 cent erbij?
Hoe groot het effect uiteindelijk wordt, staat nog niet vast.
Energie-expert Cyril Widdershoven van adviesbureau Blue Water Strategy houdt volgens het Algemeen Dagblad rekening met een behoorlijke stijging.
Hij noemt een verhoging van minimaal ongeveer 15 cent per liter als mogelijkheid.
Wanneer je die verhoging simpelweg boven op de huidige adviesprijs van €2,692 zou zetten, kom je uit op ongeveer €2,84 per liter.
Maar dat is slechts een momentopname.
De benzineprijs kan tussen nu en januari immers zowel stijgen als dalen door veranderingen in onder meer olieprijzen, raffinagemarges, wisselkoersen en andere marktomstandigheden.
Hoe zit het met de accijnskorting?
Er circuleren ondertussen ook berekeningen waarin de potentiële prijsstijging veel groter uitvalt.
Volgens de cijfers uit het oorspronkelijke bericht bedraagt het relevante verschil door de tijdelijke accijnsmaatregel ongeveer 21 cent per liter exclusief btw.
Wanneer daar 21 procent btw over wordt berekend, zou het totale prijseffect ongeveer 25,4 cent per liter bedragen.
Als de tijdelijke maatregel volledig vervalt en niet op een andere manier wordt gecompenseerd, kan alleen dat dus al een aanzienlijk verschil maken.
Daarmee is echter nog niet het volledige verhaal verteld.
Ook ETS2 kan invloed krijgen
Een tweede ontwikkeling die een rol kan spelen is ETS2, het Europese emissiehandelssysteem voor onder meer brandstoffen die worden gebruikt in gebouwen en wegvervoer.
Het systeem koppelt een CO₂-prijs aan fossiele brandstoffen.
Hoeveel automobilisten daar uiteindelijk precies van terugzien aan de pomp, hangt onder meer af van de toekomstige CO₂-prijs en van de manier waarop de kosten worden doorberekend.
In de aangeleverde berekening wordt uitgegaan van een CO₂-prijs van €56,10 per ton.
Daarbij wordt een mogelijk effect van ongeveer 13 cent per liter benzine vóór btw genoemd.
Inclusief btw zou dat richting de 16 cent per liter gaan.
Ook dat bedrag moet echter als een scenario worden gezien en niet als een gegarandeerde prijsverhoging.
Kan benzine meer dan 40 cent duurder worden?
Wanneer beide effecten volledig bij elkaar worden opgeteld, ontstaat een bijzonder ongunstig scenario.
Ongeveer 25 cent vanwege het verdwijnen van de tijdelijke accijnsmaatregel plus circa 16 cent door de veronderstelde ETS2-kosten levert samen ongeveer 41 cent per liter op.
Bij de huidige adviesprijs van €2,692 zou een theoretische verhoging van 41 cent betekenen dat Euro95 rond de €3,10 per liter uitkomt.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat automobilisten vanaf 1 januari automatisch €3,10 gaan betalen.
Daarvoor zijn er te veel variabelen.
€3 per liter komt wel in beeld
Toch is de grens van €3 niet langer een bedrag dat alleen in zeer extreme berekeningen voorkomt.
Ook het Algemeen Dagblad schrijft dat een benzineprijs van ongeveer €3 per liter tot de mogelijkheden kan behoren.
Dat maakt de ontwikkelingen richting 2027 bijzonder belangrijk voor automobilisten.
De uiteindelijke pompprijs bestaat namelijk uit verschillende onderdelen.
Naast de prijs van olie spelen raffinage- en distributiekosten, winstmarges, accijnzen en btw allemaal een rol.
Daardoor betekent een dalende olieprijs bovendien niet automatisch dat alle andere prijsverhogingen volledig worden gecompenseerd.
Wat betekent dat voor een volle tank?
Het verschil wordt pas echt duidelijk wanneer je kijkt naar een volledige tankbeurt.
Bij de genoemde huidige adviesprijs van €2,692 kost 50 liter benzine ongeveer €134,60.
Bij €2,84 per liter wordt dat ongeveer €142.
En wanneer de prijs daadwerkelijk richting €3 gaat, betaal je voor dezelfde hoeveelheid €150.
Bij een theoretische prijs van €3,10 loopt een tankbeurt van 50 liter zelfs op tot ongeveer €155.
Voor iemand die meerdere keren per maand moet tanken, kan het verschil daardoor op jaarbasis oplopen tot honderden euro’s.
Politiek kan nog ingrijpen
Er zit wel een belangrijke kanttekening aan alle berekeningen.
Het is nog niet zeker dat alle genoemde maatregelen uiteindelijk precies zo uitpakken.
De politiek kan besluiten om opnieuw maatregelen te nemen om de brandstofprijzen te dempen.
Daarnaast kan de olieprijs de komende maanden sterk veranderen.
Ook de uiteindelijke CO₂-prijs binnen ETS2 staat niet voor altijd vast.
Een berekening op basis van de omstandigheden van vandaag kan daarom niet simpelweg worden gebruikt als voorspelling van de exacte pompprijs op 1 januari 2027.
Automobilist wacht onzekere maanden
Wat wel duidelijk wordt, is dat meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd voor opwaartse druk kunnen zorgen.
Enerzijds zijn er de internationale spanningen en de hoge olieprijs. Anderzijds dreigt Nederland afscheid te nemen van een tijdelijke accijnsmaatregel die automobilisten de afgelopen jaren juist enige bescherming bood.
Daar kunnen vervolgens nieuwe CO₂-kosten bijkomen.
Met een huidige adviesprijs van €2,692 is tanken volgens de aangeleverde cijfers al uitzonderlijk duur. Als de accijnsmaatregel afloopt en andere kosten inderdaad volledig worden doorberekend, kan de rekening in 2027 verder oplopen. Een prijs boven €3 per liter is daarmee een mogelijk scenario geworden, maar zeker nog geen vaststaand feit.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.