Actueel
Zorgpremie 2027 gaat flink stijgen: Dit ga je moeten betalen
Nederlanders moeten volgend jaar mogelijk opnieuw aanzienlijk meer betalen voor hun zorgverzekering. Volgens een nieuwe prognose van vergelijkingssite Overstappen.nl kan de gemiddelde premie voor de basisverzekering in 2027 stijgen naar ongeveer €171,50 per maand. Daarmee zou een verzekerde voor het eerst gemiddeld meer dan €2.000 per jaar aan premie betalen. De definitieve bedragen zijn nog niet bekend, maar huishoudens kunnen alvast rekening houden met een flinke kostenpost.
Op dit moment bedraagt de gemiddelde zorgpremie volgens de gebruikte berekening ongeveer €159 per maand.
Wanneer de prognose van €171,50 uitkomt, betekent dat een stijging van ongeveer €12,50 per maand.
Op jaarbasis is dat €150 extra.
De gemiddelde jaarpremie zou daarmee uitkomen op ongeveer €2.058 per persoon.
Voor een huishouden met twee volwassenen betekent dat, alleen voor de basispremies, gezamenlijk ruim €4.100 per jaar.
Verschillende scenario’s mogelijk
Het bedrag van €171,50 staat nadrukkelijk nog niet vast.
Overstappen.nl heeft verschillende scenario’s doorgerekend voor 2027.
In het gunstigste scenario zou de gemiddelde jaarpremie uitkomen op ongeveer €1.986. Daarmee blijft de symbolische grens van €2.000 nog net buiten beeld.
In een ongunstiger scenario kan de gemiddelde premie volgens de prognose echter oplopen tot ongeveer €2.160 per jaar.
Hoe hoog de werkelijke premie wordt, hangt af van verschillende factoren, waaronder de ontwikkeling van de zorgkosten, politieke besluiten en de keuzes die individuele zorgverzekeraars maken.
Waarom wordt de zorgverzekering duurder?
Een belangrijke oorzaak van de stijgende premie zijn de steeds hogere zorguitgaven.
De lonen in de zorg nemen toe, onder andere vanwege personeelstekorten en nieuwe cao-afspraken. Tegelijkertijd heeft Nederland te maken met vergrijzing.
Een oudere bevolking heeft gemiddeld meer zorg nodig en behandelingen kunnen bovendien complexer worden.
Daar komen stijgende kosten voor medicijnen, medische hulpmiddelen en nieuwe behandeltechnieken bovenop.
Ook binnen bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg blijft de vraag groot.
Uiteindelijk moeten de inkomsten van zorgverzekeraars voldoende zijn om de verzekerde zorg te kunnen betalen.
Grens van €2.000 komt in zicht
Voor veel huishoudens zal vooral het jaarbedrag opvallen.
Wanneer de gemiddelde premie inderdaad €2.058 wordt, passeert de basisverzekering de grens van €2.000 per persoon per jaar.
Ter vergelijking: volgens de aangeleverde cijfers betaalde een Nederlander in 2020 gemiddeld nog ongeveer €1.284 per jaar voor de basisverzekering.
In de jaren daarna ging het snel.
Vooral in 2023 en 2024 stegen de premies stevig. In 2024 kwam de gemiddelde jaarpremie volgens deze cijfers uit op ongeveer €1.824.
De stijging in de twee daaropvolgende jaren bleef relatief beperkt, maar die periode van kleinere verhogingen lijkt mogelijk ten einde te komen.
Eenmalige meevaller valt weg
Dat de premiestijging richting 2026 beperkt bleef, had volgens Overstappen.nl mede te maken met een financiële meevaller binnen het zorgstelsel.
Via het Zorgverzekeringsfonds kon een deel van de stijgende kosten worden opgevangen, waardoor de premie minder hard hoefde te stijgen.
Die specifieke meevaller lijkt voor 2027 niet opnieuw beschikbaar.
Als de zorgkosten ondertussen wel verder oplopen, moet een groter gedeelte daarvan op een andere manier worden gefinancierd.
Dat kan uiteindelijk zichtbaar worden in de maandpremie die verzekerden betalen.
Wat gebeurt er met het eigen risico?
Ook het verplichte eigen risico speelt een belangrijke rol in de discussie.
Volgens de aangeleverde informatie blijft het verplichte eigen risico in 2027 op €385 in plaats van dat het wordt verhoogd naar €460.
Voor mensen die veel zorg gebruiken kan dat gunstig zijn: zij hoeven niet ineens een hoger bedrag zelf te betalen voordat bepaalde zorg volledig vanuit de basisverzekering wordt vergoed.
Maar financieel gezien verdwijnt die rekening niet zomaar.
Wanneer het verplichte eigen risico lager blijft, moet een groter gedeelte van de totale zorgkosten collectief worden gefinancierd.
Dat kan zich vervolgens vertalen in hogere zorgpremies of andere financiering vanuit de overheid.
Hoeveel scheelt dat in de premie?
Zorgverzekeringsexpert Jeremy Broekman van Overstappen.nl stelt dat het niet verhogen van het eigen risico gevolgen kan hebben voor de maandpremie.
Volgens de berekeningen kan het effect oplopen tot meerdere euro’s per maand.
De uiteindelijke impact hangt echter af van de precieze uitwerking van het beleid en de manier waarop de zorgkosten zich ontwikkelen.
Een lager eigen risico kan voor iemand die veel zorg gebruikt financieel gunstig uitpakken, terwijl iemand die nauwelijks zorgkosten maakt vooral de hogere maandelijkse premie merkt.
Wanneer worden de definitieve premies bekend?
De bedragen van Overstappen.nl zijn voorlopig prognoses.
Pas later dit jaar wordt duidelijk hoeveel verzekerden daadwerkelijk gaan betalen.
Volgens de huidige planning moeten zorgverzekeraars uiterlijk 12 november hun premies voor 2027 bekendmaken.
Vanaf dat moment kunnen consumenten de verschillende zorgverzekeringen daadwerkelijk naast elkaar leggen.
Dat is ook het moment waarop duidelijk wordt hoe groot de verschillen tussen verzekeraars zijn.
De gemiddelde premie vertelt namelijk maar een deel van het verhaal.
Niet alleen naar de goedkoopste premie kijken
Wie aan het einde van het jaar zorgverzekeringen vergelijkt, doet er verstandig aan om niet uitsluitend naar het maandbedrag te kijken.
Ook de voorwaarden van een polis zijn belangrijk.
Controleer bijvoorbeeld welke ziekenhuizen en andere zorgaanbieders gecontracteerd zijn en hoeveel keuzevrijheid je hebt wanneer je naar een andere zorgverlener wilt.
Ook aanvullende verzekeringen verdienen aandacht.
Wie jarenlang automatisch een aanvullende tandarts- of fysiotherapieverzekering verlengt, kan berekenen of de premie nog wel opweegt tegen de vergoedingen die daadwerkelijk worden gebruikt.
Vrijwillig eigen risico kan premie verlagen
Mensen die weinig zorg verwachten te gebruiken, kunnen daarnaast overwegen het eigen risico vrijwillig te verhogen.
Zorgverzekeraars geven daar doorgaans een korting op de premie voor.
Daar zit vanzelfsprekend een risico aan.
Wanneer je onverwacht toch zorg nodig hebt die onder het eigen risico valt, moet je een groter bedrag zelf kunnen betalen.
Een vrijwillig hoger eigen risico is daarom vooral geschikt voor mensen die voldoende financiële buffer hebben om zo’n onverwachte rekening zonder problemen op te vangen.
Zorgkosten blijven structureel stijgen
Achter de hogere premies zit een groter probleem.
Nederland geeft steeds meer geld uit aan gezondheidszorg.
De vergrijzing speelt daarin een belangrijke rol. Mensen leven langer en hebben op hogere leeftijd gemiddeld vaker en intensievere zorg nodig.
Tegelijkertijd kampt de sector met personeelstekorten.
Om voldoende werknemers te behouden en aan te trekken zijn hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden nodig, terwijl nieuwe medicijnen, behandelingen en technologie eveneens geld kosten.
Die ontwikkelingen verdwijnen waarschijnlijk niet na 2027.
12 november wordt belangrijk moment
Voor consumenten is het daarom vooral verstandig om de komende maanden nog geen conclusies te trekken op basis van één prognose.
Pas wanneer de zorgverzekeraars hun daadwerkelijke tarieven publiceren, kan er goed worden vergeleken.
Daarbij kunnen de verschillen aanzienlijk zijn.
Een verzekerde die automatisch bij dezelfde verzekeraar blijft, kan daardoor mogelijk duurder uit zijn dan iemand die ieder jaar opnieuw kijkt welke polis het beste bij zijn situatie past.
Als de huidige prognose uitkomt, stijgt de gemiddelde basisverzekering in 2027 naar ongeveer €171,50 per maand en €2.058 per jaar. Daarmee zou voor het eerst de grens van €2.000 worden gepasseerd. Het definitieve bedrag staat echter nog niet vast: pas wanneer de zorgverzekeraars in november hun premies bekendmaken, weten verzekerden wat ze volgend jaar werkelijk gaan betalen.
Actueel
Deze vier provincies doen niet meer aan wintertijd en zetten de klok niet terug

Twee keer per jaar de klok verzetten? Op steeds meer plekken willen ze daar definitief vanaf. Verschillende regio’s hebben inmiddels besloten voortaan het hele jaar dezelfde tijd te hanteren. Vooral in Canada is er veel beweging. Daar kiezen meerdere provincies en gebieden ervoor de halfjaarlijkse klokwissel af te schaffen. Toch zorgt één belangrijke vraag nog altijd voor discussie: kiezen we voor permanente zomertijd of juist voor wintertijd?
Die discussie speelt ook onder slaapdeskundigen. Hoewel velen van hen het stoppen met de klokwissel toejuichen, bestaat er kritiek op permanente zomertijd. Een vaste wintertijd zou namelijk beter aansluiten bij het natuurlijke dag-nachtritme.
In Nederland verandert er voorlopig niets. In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober 2026 gaat de klok weer een uur terug.
Steeds meer plekken stoppen met klok verzetten
Voor miljoenen mensen is het ieder voorjaar en najaar hetzelfde ritueel: alle klokken moeten een uur vooruit of achteruit.
Dat heeft niet alleen praktische gevolgen. De verandering kan tijdelijk ook invloed hebben op het slaapritme.
Op verschillende plekken in Canada wordt daarom afscheid genomen van het systeem.
In de aangeleverde berichtgeving wordt Manitoba genoemd als de nieuwste provincie die besloot het verzetten van de klok te beëindigen.
Daar ging eerst een raadpleging onder de bevolking aan vooraf.
Bijna 72.000 inwoners zouden hun mening hebben gegeven. Maar liefst 92 procent van de deelnemers gaf aan dat ze van de halfjaarlijkse tijdswisseling af wilden.
De volgende vraag was welke tijd vervolgens permanent moest worden.
Meeste inwoners kiezen voor zomertijd
Daarover waren de meningen meer verdeeld.
Volgens de aangeleverde cijfers koos 58 procent voor permanente zomertijd, terwijl 34 procent liever permanent de wintertijd zou aanhouden.
Het voordeel van zomertijd is duidelijk zichtbaar aan het einde van de dag.
Het blijft ’s avonds langer licht.
Maar daar staat in de winter een belangrijk nadeel tegenover: de zon komt ’s ochtends later op. In december kan dat betekenen dat mensen veel langer in het donker aan hun dag beginnen.
En precies daar begint de discussie met slaapdeskundigen.
Slaapexperts zien liever wintertijd
Het afschaffen van de klokwissel kan rekenen op steun van deskundigen die wijzen op de verstoring van het slaapritme die het verzetten van de klok kan veroorzaken.
Vooral jonge kinderen en mensen die gevoelig zijn voor veranderingen in hun slaap-waakritme kunnen enkele dagen nodig hebben om zich aan de nieuwe tijd aan te passen.
Maar stoppen met de klokwissel is één ding. Welke tijd daarna permanent wordt ingevoerd, is een andere discussie.
Een deel van de slaap- en chronobiologische experts geeft de voorkeur aan permanente wintertijd.
Die standaardtijd sluit beter aan op de stand van de zon en daarmee op het natuurlijke circadiane ritme.
Bij permanente zomertijd wordt de klok als het ware het hele jaar een uur naar voren geschoven.
Dat levert lichte zomeravonden op, maar betekent tegelijkertijd dat het tijdens de wintermaanden ’s ochtends langer donker blijft.
Gezondheid belangrijke reden
Gezondheidsargumenten speelden volgens de aangeleverde informatie een belangrijke rol bij de Canadese besluitvorming.
Een analyse van het provinciale ministerie van Volksgezondheid zou hebben geconcludeerd dat stoppen met het wisselen van de klok voordelen kan opleveren.
Gezinnen met jonge kinderen worden daarbij specifiek genoemd.
Een verandering van één uur klinkt misschien beperkt, maar kan het dagelijkse ritme tijdelijk behoorlijk verstoren.
Daarnaast worden economische en praktische argumenten genoemd.
Wanneer aangrenzende gebieden dezelfde tijd hanteren, wordt bijvoorbeeld zakendoen en reizen over provinciegrenzen eenvoudiger.
Canada krijgt steeds meer uitzonderingen
Canada vormt sowieso een ingewikkelde lappendeken als het om tijdzones en zomertijd gaat.
Naast Manitoba worden in de aangeleverde berichtgeving British Columbia, Alberta en de Northwest Territories genoemd als gebieden waar recent stappen zijn gezet om de klokwissel te beëindigen.
Yukon hanteert al sinds 2020 een vaste tijd.
Saskatchewan stopte er zelfs tientallen jaren geleden al mee.
Ook in delen van Ontario spelen veranderingen. Het noordwesten van de provincie zou zich aanpassen om gelijk te blijven lopen met Manitoba.
Zonder zo’n aanpassing kunnen bijzondere situaties ontstaan waarbij nabijgelegen plaatsen gedurende een deel van het jaar verschillende tijden hanteren.

Ontario wacht op andere regio’s
Ontario nam volgens de aangeleverde informatie al in 2020 wetgeving aan die het mogelijk maakt om met de klokwissel te stoppen.
Daar zit echter een belangrijke voorwaarde aan.
De verandering zou pas worden doorgevoerd wanneer onder andere Quebec en de Amerikaanse staat New York eveneens meedoen.
Dat illustreert meteen waarom het afschaffen van zomer- en wintertijd ingewikkelder is dan simpelweg besluiten de klok niet meer te verzetten.
Wanneer één gebied verandert en de buren niet, ontstaan nieuwe tijdsverschillen.
Dat kan gevolgen hebben voor woon-werkverkeer, scholen, transport, televisie-uitzendingen en bedrijven die over regionale grenzen werken.
Europa praat er al jaren over
Ook binnen de Europese Unie is het stoppen met de klokwissel bepaald geen nieuw onderwerp.
De Europese Commissie kwam in 2018 met een voorstel om de halfjaarlijkse wisseling te beëindigen.
Daaraan voorafgaand werd een grote online raadpleging gehouden.
Van de ruim 4,5 miljoen deelnemers zou ongeveer 84 procent voor het afschaffen van de klokwissel hebben gestemd.
Daarmee leek er aanvankelijk veel draagvlak.
Toch bleek het in de praktijk ingewikkelder.
Zomertijd of wintertijd zorgt voor discussie
Wanneer de klok niet meer wordt verzet, moet namelijk worden bepaald welke tijd permanent wordt.
En juist daarover konden Europese landen het niet eens worden.
Sommige landen en burgers geven de voorkeur aan zomertijd vanwege de langere lichte avonden.
Andere landen en deskundigen zien juist meer voordelen in permanente standaardtijd, oftewel wintertijd.
Daarnaast is afstemming tussen buurlanden belangrijk.
Wanneer Nederland bijvoorbeeld voor een andere permanente tijd zou kiezen dan België of Duitsland, kan dat nieuwe tijdsverschillen opleveren.
Het Europese voorstel is daardoor nog altijd niet definitief uitgevoerd.
Nederland zet klok op 25 oktober terug
Voor Nederland verandert er dit jaar dan ook niets.
De wintertijd gaat in op zondag 25 oktober 2026.
Om 03.00 uur wordt de klok één uur teruggezet naar 02.00 uur.
Daardoor duurt die nacht officieel een uur langer.
Voor veel mensen betekent dat simpelweg een extra uur slaap.
De omschakeling naar wintertijd vindt binnen de Europese Unie steeds plaats op de laatste zondag van oktober.
In het voorjaar gebeurt het tegenovergestelde en gaat de klok op de laatste zondag van maart weer een uur vooruit.
Wanneer stopt Nederland ermee?
Daar is voorlopig geen definitieve datum voor.
Hoewel het onderwerp al jarenlang op Europees niveau wordt besproken, is nog geen overeenstemming bereikt over de manier waarop de klokwissel moet worden afgeschaft.
Tot die tijd blijft het bestaande systeem in Nederland van kracht.
De ontwikkelingen in Canada laten ondertussen zien dat het wel degelijk anders kan.
Maar ze tonen ook meteen het grootste probleem: stoppen met het verzetten van de klok is relatief eenvoudig, bepalen welke tijd daarna permanent moet gelden is een stuk ingewikkelder.
Voor Nederland is de situatie dit weekend in ieder geval duidelijk: in de nacht van zaterdag op zondag gaat de klok om 03.00 uur terug naar 02.00 uur.