Actueel
Supermarkten bereiden zich voor op grote ramp of stroomstoring
Supermarkten en essentiële winkels bereiden noodplannen voor grootschalige crises
Supermarkten en andere essentiële winkels in Nederland zijn begonnen met het opstellen van uitgebreide noodplannen voor scenario’s waarin oorlog, een klimaatramp of langdurige stroomuitval het land zouden treffen. Deze plannen moeten ervoor zorgen dat winkels operationeel blijven, zelfs in de meest uitdagende situaties. Volgens Patricia Hoogstraaten, woordvoerder van de brancheorganisatie voor zelfstandig retailondernemers Vakcentrum, worden begin volgend jaar de eerste ‘noodscripts’ samengesteld in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken, Defensie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).
Drie reële dreigingen: stroomuitval, klimaatrampen en oorlog
De noodzaak voor deze plannen is gebaseerd op drie reële bedreigingen waarmee Nederland rekening moet houden: langdurige stroomstoringen, extreme klimaatrampen zoals overstromingen, en het uitbreken van een gewapend conflict. Hoewel zulke scenario’s vroeger onwaarschijnlijk werden geacht, dwingen de huidige geopolitieke en klimatologische omstandigheden de sector om hier serieus op te anticiperen.
“We hebben geleerd van eerdere crisissen, maar we moeten nu nadenken over wat we doen als er écht iets misgaat,” zegt Hoogstraaten. Ze benadrukt dat deze situaties niet alleen meer een theoretische mogelijkheid zijn. “Scripts zullen worden opgesteld om ervoor te zorgen dat we als sector gecoördineerd en effectief kunnen reageren.”
Corona als leerervaring
Hoogstraaten wijst op de pandemie als voorbeeld van hoe snel en effectief winkels zich kunnen aanpassen aan crisissituaties. “Tijdens corona hebben wij laten zien dat we ontzettend snel kunnen schakelen, zelfs als we worden geconfronteerd met onverwachte en grootschalige noodsituaties. Dat ging perfect, en het heeft bewezen hoe vitaal de sector is.”
Toch is het organiseren van een respons op langdurige grootschalige crises, zoals een oorlog of grootschalige overstroming, van een geheel andere orde. “Zonder steun van de overheid en andere partners kunnen we zulke situaties niet alleen oplossen. Veel winkels, vooral zelfstandige ondernemers, hebben al te maken met financiële uitdagingen en kunnen niet zomaar extra investeren in zaken zoals noodaggregaten,” legt ze uit.
Rol van de consument: voorbereiden op het onvoorziene
Naast de inspanningen van de retailsector, wordt ook van consumenten verwacht dat zij beter voorbereid zijn op noodsituaties. Banken hebben consumenten bijvoorbeeld geadviseerd om contant geld in huis te halen. Ook waarschuwde voormalig premier Mark Rutte in zijn rol als NAVO-chef dat burgers een “oorlogsmentaliteit” moeten aannemen. Dit heeft geleid tot een verhoogde interesse in prepperswinkels, waar noodpakketten en andere overlevingsartikelen worden aangeboden.
Desondanks twijfelt Hoogstraaten of veel mensen daadwerkelijk de benodigde voorbereidingen hebben getroffen. “Mensen zijn gewend geraakt aan de beschikbaarheid van boodschappen op elk moment van de dag. Het idee om voor een langere periode in te slaan, is voor velen niet meer gebruikelijk.”
Hamsteren: lessen uit de pandemie
De pandemie heeft echter ook laten zien hoe snel consumenten in paniek kunnen raken en beginnen te hamsteren. Hoogstraaten herinnert zich de leeggehaalde schappen tijdens de coronacrisis, vooral het hamsteren van wc-papier. “Dat was totale onzin en zorgde ervoor dat er voor anderen niets meer overbleef. We moeten ervoor zorgen dat we dergelijke situaties in de toekomst beter kunnen beheersen.”
Om toekomstige panieksituaties te voorkomen, is educatie essentieel. Consumenten moeten worden aangemoedigd om basisbenodigdheden, zoals batterijen en waterflessen, in huis te halen, maar op een rationele manier. “Het heeft geen zin om te hamsteren, maar een basisvoorraad voor enkele dagen of weken kan voor een stuk rust zorgen in crisissituaties.”
Technologische kwetsbaarheden: van stroomuitval tot navigatieproblemen
Een ander belangrijk aandachtspunt is de technologische afhankelijkheid van veel winkels. Hoogstraaten wijst op de gevolgen van stroomuitval en andere storingen die de logistiek ernstig kunnen verstoren. “Als navigatiesystemen uitvallen of wegen onbegaanbaar worden, kunnen we niet functioneren zoals gebruikelijk. Hier moeten we als sector proactief mee omgaan.”
Daarnaast kunnen langdurige stroomstoringen invloed hebben op kassasystemen, koeling en communicatie met leveranciers. Zonder stroom kan een groot deel van de keten stilvallen, wat directe gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van essentiële producten.
Samenwerking met overheid en andere partijen
De samenwerking met de overheid en andere betrokken instanties is essentieel om de plannen succesvol te implementeren. “We hebben afspraken nodig met defensie, het ministerie van Economische Zaken en andere partners om ervoor te zorgen dat we als sector weerbaar zijn,” zegt Hoogstraaten. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar wat winkels zelf kunnen doen, maar ook naar hoe de overheid en hulpdiensten kunnen ondersteunen tijdens crisissituaties.
Een van de mogelijke oplossingen is het opzetten van regionale coördinatiecentra die in geval van nood snel kunnen schakelen om winkels operationeel te houden. Deze centra zouden logistieke knelpunten kunnen oplossen en ervoor zorgen dat essentiële voorraden zoals voedsel en medicijnen beschikbaar blijven.
Supermarkten bereiden zich voor op grote ramp of stroomstoring
Supermarkten en andere essentiële winkels beginnen met het opzetten van noodplannen, voor het geval oorlog uitbreekt of een klimaatramp of stroomstoring plaatsvindt. Begin volgend jaar …..https://t.co/lrfNxYdasq
— IlNuovoMondo Patriota Digitale (@ParaReclameSch) December 23, 2024
De weg vooruit
Hoewel de noodplannen pas in de beginfase zitten, is het duidelijk dat de retailsector zich serieus voorbereidt op mogelijke crises. De lessen uit de pandemie hebben aangetoond dat snelle aanpassingen mogelijk zijn, maar langdurige en grootschalige problemen vereisen een meer systematische aanpak.
“We kunnen niet alles zelf oplossen, maar door samen te werken en voorbereid te zijn, kunnen we de impact van een crisis minimaliseren,” besluit Hoogstraaten.
Het kabinet slaat alarm: Nederland is totaal niet voorbereid op oorlog met de Russenhttps://t.co/cGJBaXvSWH
— PowNed (@PowNed) December 6, 2024
Wat kun je nu al doen?
Tot slot benadrukt Hoogstraaten dat consumenten ook zelf een belangrijke rol spelen in het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving. Het hebben van een basisnoodvoorraad thuis, zoals water, batterijen en houdbaar voedsel, kan een groot verschil maken in noodsituaties. Door rationeel in plaats van impulsief te handelen, kunnen zowel consumenten als winkels beter omgaan met de uitdagingen die in de toekomst mogelijk op ons afkomen.
Actueel
Ruben Van Gucht haalt keihard uit na beslissing van VRT

Ruben Van Gucht begint met ‘Happy Hour’ aan een nieuw hoofdstuk bij VTM. Voor de presentator betekent het programma een kans om zich nadrukkelijker buiten de sportwereld te laten zien. Opvallend genoeg liep hij jaren geleden al rond met een vergelijkbaar idee. Van Gucht legde dat destijds voor aan de VRT, maar daar werd zijn voorstel volgens hem snel afgewezen. Nu hij bij de concurrent wél die mogelijkheid krijgt, kan hij het niet laten om daar nog even op terug te komen.
Van Gucht is jarenlang vooral bekend geweest als sportjournalist en presentator.
De afgelopen tijd is zijn werkterrein echter steeds breder geworden. Naast zijn activiteiten rond sport liet hij zich ook op andere gebieden zien en horen.
Met Happy Hour zet hij daar bij VTM een volgende stap in.
Toch blijkt het idee om een dergelijk televisieprogramma te presenteren helemaal niet nieuw te zijn.
Ruben stapte zelf naar VRT
In een gesprek met Het Nieuwsblad vertelt Van Gucht dat hij jaren geleden zelf bij de VRT aanklopte met een voorstel.
Hij zag toen al mogelijkheden om een televisieprogramma te maken dat aansloot bij het soort format waarin actualiteit en luchtige gesprekken worden gecombineerd.
„Ik klopte jaren geleden al aan bij toenmalig programmadirecteur Ricus Jansegers op de VRT”, vertelt Van Gucht.
Hij had daarbij ook een concreet idee.
„Met het voorstel om iets à la De Weekwatchers op tv te doen.”
Van Gucht kende dat concept natuurlijk goed. Bij De Weekwatchers op Radio 2 wordt op een toegankelijke en vaak humoristische manier teruggeblikt op de actualiteit.
Volgens Van Gucht zag hij destijds al mogelijkheden om een vergelijkbare formule naar televisie te vertalen.
Voorstel snel afgewezen
Bij de VRT bleek er op dat moment echter weinig enthousiasme voor zijn plan.
Van Gucht zegt dat zijn voorstel nauwelijks de kans kreeg om verder te worden ontwikkeld.
„Maar hij veegde dat bijzonder snel van tafel”, vertelt hij over de reactie van toenmalig programmadirecteur Jansegers.
Daarmee verdween het idee voorlopig van tafel.
Van Gucht bleef vervolgens vooral actief binnen de sportjournalistiek, terwijl hij in de jaren daarna geleidelijk ook andere kanten van zichzelf als presentator begon te laten zien.
En juist daardoor kijkt hij nu met andere ogen terug op die afwijzing.
‘Ik wil zeker niet natrappen’
Van Gucht benadrukt dat hij de voormalige leiding van de VRT achteraf niet wil aanvallen.
„Ik wil zeker niet natrappen”, zegt hij.
Toch volgt daarna een opmerking waarin duidelijk doorklinkt dat hij de beslissing van destijds niet is vergeten.
„Maar als je ziet hoe mijn professionele carrière zich de voorbije jaren ontwikkelde, kan je je afvragen wie wat niet gezien heeft.”
Een opvallende uitspraak.
Van Gucht lijkt daarmee te suggereren dat er destijds al meer mogelijkheden in hem als presentator zaten dan de VRT op dat moment zag of wilde benutten.
Hij zegt niet dat zijn toenmalige voorstel gegarandeerd een succes zou zijn geworden, maar constateert wel dat zijn carrière inmiddels precies in de richting is geëvolueerd die hij jaren geleden zelf al voor ogen had.
Nu krijgt hij die kans bij VTM
Die mogelijkheid krijgt Van Gucht nu bij VTM.
Met Happy Hour presenteert hij een programma waarin wordt teruggeblikt op onderwerpen die gedurende de afgelopen week in de belangstelling stonden.
Bekende gasten schuiven aan om over die actualiteit te praten, waarbij niet alleen ruimte is voor inhoudelijke gesprekken, maar ook voor humor en entertainment.
Daarmee wijkt het programma behoorlijk af van het werk waarmee het grote publiek Van Gucht jarenlang voornamelijk associeerde.
Geen wedstrijdanalyses, sportuitslagen of interviews langs het veld, maar gesprekken over een veel breder scala aan onderwerpen.
Voor de presentator is het daarmee een uitgelezen mogelijkheid om te laten zien dat hij meer kan dan alleen sport.
Ervaring met De Weekwatchers komt van pas
Helemaal onbekend is die rol overigens niet voor Van Gucht.
Zijn ervaring met De Weekwatchers op Radio 2 sluit juist goed aan bij de formule van Happy Hour.
Ook daar draait het om actuele gebeurtenissen die op een toegankelijke manier worden besproken.
Het grote verschil is natuurlijk dat Van Gucht die aanpak nu naar televisie brengt en daar zelf nadrukkelijk het gezicht van wordt.
Precies daardoor wordt zijn oude voorstel aan de VRT achteraf extra interessant.
Wat hij jaren geleden al wilde proberen, krijgt nu bij een andere commerciële zender alsnog vorm.
Carrière werd steeds breder
Voor Van Gucht past Happy Hour bovendien binnen een bredere ontwikkeling van zijn loopbaan.
Hij maakte naam als sportjournalist en bouwde daar jarenlang een herkenbaar profiel mee op, maar bleef zich niet uitsluitend tot die wereld beperken.
De presentator dook steeds vaker op in programma’s waarin zijn persoonlijkheid, humor en gespreksvaardigheden belangrijker waren dan zijn sportkennis.
Daardoor is het beeld van Van Gucht als uitsluitend sportpresentator de afgelopen jaren langzaam veranderd.
Zelf lijkt hij daarin vooral de bevestiging te zien dat zijn ambities van destijds niet zo vreemd waren.
Geen afrekening, wel duidelijke boodschap
Van een openlijke afrekening met de VRT wil Van Gucht dus niet spreken.
Hij benadrukt zelf dat hij niet wil ‘natrappen’.
Tegelijkertijd laat zijn opmerking weinig twijfel bestaan over het feit dat hij de afwijzing nog goed weet.
Dat hij nu uitgerekend bij VTM de mogelijkheid krijgt om een programma te maken dat raakvlakken vertoont met het idee waarmee hij ooit bij de VRT aanklopte, maakt de situatie des te opvallender.
Voor Ruben Van Gucht voelt ‘Happy Hour’ daardoor als meer dan zomaar een nieuwe presentatieklus. Het geeft hem de kans om op televisie iets te doen waar hij jaren geleden zelf al mogelijkheden in zag. Zijn voorstel werd toen bij de VRT snel van tafel geveegd. Nu hij bij VTM alsnog die richting inslaat, stelt Van Gucht fijntjes de vraag: „Wie heeft wat niet gezien?”

