Actueel
Sumaya (18) wil dat er meer rekening gehouden gaat worden met moslims
Moslims ervaren meer discriminatie in Nederland: “We hebben meer begrip nodig”
In Nederland zien moslims zich steeds vaker geconfronteerd met discriminatie en vooroordelen. Dat blijkt uit cijfers van de politie en antidiscriminatiebureaus over 2023, die een duidelijke toename van meldingen laten zien in vergelijking met het voorgaande jaar. Voor veel moslims voelt de samenleving steeds minder als een plek waar ze volledig zichzelf kunnen zijn. Sumaya, een 18-jarige moslima, deelt haar persoonlijke ervaringen en roept op tot meer begrip.
Discriminatie in cijfers
Uit de cijfers blijkt dat moslims het vaakst slachtoffer zijn van discriminatie op basis van godsdienst. Van de 272 meldingen die de politie registreerde in 2023, ging het in 94 procent van de gevallen om discriminatie gericht tegen moslims. Daarnaast registreerden antidiscriminatiebureaus 285 meldingen van moslimdiscriminatie. Deze statistieken tonen aan dat de problematiek diepgeworteld is en niet afneemt, maar juist toeneemt.
Voor velen is dit een zorgwekkende ontwikkeling die vraagt om een bredere maatschappelijke discussie en gerichte actie om de situatie te verbeteren.
Sumaya’s verhaal: “Je voelt je minder thuis”
Sumaya, een jonge moslima van 18 jaar, is een van de velen die zich uitspreekt over de dagelijkse uitdagingen waarmee zij en andere moslims in Nederland te maken hebben. In een interview met de NOS vertelt ze hoe discriminatie en vooroordelen haar leven hebben beïnvloed.
“Het voelt alsof mensen je anders zien of behandelen omdat je moslim bent,” zegt ze. Sumaya beschrijft hoe deze ervaringen haar een gevoel van vervreemding geven. “Door die factoren ga je je steeds minder thuis voelen in Nederland.”
Een incident dat haar bijzonder raakte, was toen iemand aan haar hoofddoek trok. “Je bevriest op zo’n moment,” legt ze uit. “Pas achteraf realiseer je je wat er precies is gebeurd.” Zulke gebeurtenissen hebben haar vertrouwen in de Nederlandse samenleving beschadigd, hoewel ze blijft hopen op een betere toekomst.
Vrijheid van geloofsbeleving onder druk
Een van de meest indringende vragen die Sumaya zichzelf stelt, is of ze haar geloof volledig vrij kan belijden in Nederland. “Het voelt soms alsof er weinig ruimte is om mijn identiteit als moslim volledig tot uitdrukking te brengen,” zegt ze. Dit gevoel van beperking draagt bij aan de vervreemding die veel moslims ervaren.
Sumaya ziet dat het niet alleen gaat om vooroordelen in het dagelijks leven, maar ook om een bredere structurele uitdaging. “Ik vraag me af: kan ik mijn geloof hier wel echt vrij uitoefenen?”
De roep om meer begrip en betrokkenheid
Sumaya benadrukt dat er meer begrip nodig is vanuit de samenleving om een betere band te creëren tussen moslims en andere Nederlanders. Ze merkt op dat beleidsvorming vaak zonder inspraak van moslims plaatsvindt, wat leidt tot maatregelen die hun behoeften niet volledig weerspiegelen.
“Als er beleid wordt gemaakt over moslims, zou ik graag zien dat wij zelf ook aan tafel zitten om mee te praten,” legt Sumaya uit. Dit gebrek aan betrokkenheid voedt het gevoel dat moslims niet volledig worden gezien of gehoord in de Nederlandse samenleving.
Een gedeelde verantwoordelijkheid
De ervaringen van Sumaya en de groeiende discriminatiecijfers roepen de vraag op hoe Nederland kan werken aan een inclusievere samenleving. Experts wijzen op het belang van onderwijs, dialoog en beleid dat gericht is op gelijke kansen en het bestrijden van vooroordelen.
Het gaat niet alleen om grote beleidswijzigingen, maar ook om het vergroten van wederzijds begrip in het dagelijks leven. Sumaya ziet hierin een belangrijke rol voor zowel moslims als niet-moslims: “We moeten met elkaar het gesprek aangaan. Alleen zo kunnen we elkaar echt leren begrijpen en verbinden.”
Hoop voor de toekomst
Ondanks haar ervaringen blijft Sumaya optimistisch over de toekomst. Ze gelooft in de kracht van dialoog en samenwerking. “Ik wil blijven praten met mensen, ook al is het soms moeilijk. Alleen door elkaar te leren kennen, kunnen we bouwen aan een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt.”
Sumaya’s hoop en positiviteit staan symbool voor de veerkracht van veel moslims in Nederland. Ze roept de samenleving op om verder te kijken dan verschillen en te werken aan een gedeelde toekomst waarin iedereen, ongeacht geloof of achtergrond, zich gewaardeerd voelt.
NOS: "Moslimjongeren over discriminatie: 'Bespuugd vanwege mijn hoofddoek'" https://t.co/3il5elDHCW
— GeenStijl (@geenstijl) May 3, 2024
Een oproep tot actie
De cijfers over moslimdiscriminatie en de verhalen van mensen zoals Sumaya onderstrepen de noodzaak van actie. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van individuen, organisaties en de overheid om een inclusieve samenleving te bevorderen. Initiatieven zoals educatieve programma’s, bewustwordingscampagnes en platforms voor dialoog kunnen een belangrijke rol spelen in het tegengaan van vooroordelen en het bevorderen van begrip.
Sumaya’s verhaal is een herinnering dat achter elke statistiek een mens schuilt met eigen ervaringen en emoties. Haar oproep om moslims een stem te geven in beslissingen die hen aangaan, is een belangrijke stap richting een meer rechtvaardige samenleving.
Laten we deze kans aangrijpen om te reflecteren en samen te werken aan een toekomst waarin iedereen, ongeacht geloof of achtergrond, zich geaccepteerd en welkom voelt.
Actueel
Slecht nieuws voor Rob Jetten en zijn coalitiegenoten

Het kabinet van premier Rob Jetten krijgt een flinke tik in een nieuwe peiling van Ipsos I&O. Nog slechts 18 procent van de ondervraagden zegt tevreden te zijn over het beleid van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Zeven op de tien zijn juist ontevreden. Daarmee bereikt de tevredenheid volgens het onderzoek het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet. Ook onder de eigen achterban van de coalitiepartijen neemt de kritiek toe.
Rob Jetten trad op 23 februari aan als premier en staat daarmee nog geen zeven maanden aan het roer.
Toch lijkt de aanvankelijke hoop bij een aanzienlijk deel van de kiezers inmiddels te zijn verdwenen.
De nieuwste cijfers van Ipsos I&O laten een duidelijke verslechtering zien ten opzichte van de vorige meting.
Nog maar 18 procent tevreden
Volgens de peiling is momenteel slechts 18 procent van de ondervraagden tevreden over het kabinet-Jetten.
Daar staat tegenover dat ongeveer zeven op de tien kiezers aangeven ontevreden te zijn.
Beide cijfers zijn volgens Ipsos I&O opvallend.
De tevredenheid is sinds het aantreden van het kabinet niet eerder zo laag geweest, terwijl het aandeel ontevreden kiezers juist een nieuw hoogtepunt bereikt.
Ook de ontwikkeling ten opzichte van enkele maanden geleden is fors.
Flinke daling sinds juli
Bij de vorige peiling, die in juli werd gehouden, gaf nog 26 procent van de ondervraagden aan tevreden te zijn met het kabinet.
Dat percentage is inmiddels teruggelopen naar 18 procent.
Dat betekent een daling van 8 procentpunt in relatief korte tijd.
Opinieonderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O sprak bij Café Kockelmann over het geringe vertrouwen onder kiezers.
Volgens hem leefde na de vorming van het kabinet bij een deel van Nederland aanvankelijk de gedachte dat er na een politiek ingewikkelde periode eindelijk weer beleid gemaakt zou worden.
De nieuwste cijfers wijzen erop dat die verwachting bij veel kiezers vooralsnog niet is uitgekomen.
Ook eigen kiezers worden kritischer
Voor D66, CDA en VVD is vooral een ander onderdeel van de peiling ongemakkelijk.
De ontevredenheid beperkt zich namelijk niet tot oppositiekiezers.
Ook mensen die bij de verkiezingen op een van de drie coalitiepartijen stemden, blijken lang niet allemaal tevreden over de huidige koers.
Binnen de D66-achterban is volgens het onderzoek nog iets meer dan de helft tevreden.
Bij het CDA ligt dat percentage op 43 procent.
De VVD scoort onder haar eigen kiezers nog lager: daar is volgens de peiling slechts 32 procent tevreden.
Dat betekent dat geen van de drie coalitiepartijen op overweldigende steun voor het kabinetsbeleid vanuit de eigen achterban kan rekenen.
Begrotingsonderhandelingen spelen belangrijke rol
Volgens de onderzoekers hangt de verslechterde beoordeling onder meer samen met de politieke strijd rond de begroting.
D66, CDA en VVD hebben binnen de coalitie overeenstemming bereikt over hun plannen, maar daarmee is de begroting politiek nog niet automatisch verzekerd.
Het kabinet heeft namelijk een minderheidspositie.
De coalitie beschikt niet zelfstandig over voldoende zetels om haar plannen zonder hulp van andere partijen door zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen.
Daardoor moet het kabinet op zoek naar steun bij de oppositie.
Dat maakt iedere belangrijke politieke afspraak ingewikkelder.
Oppositie krijgt belangrijke positie
Voor het kabinet betekent de minderheidspositie dat er voortdurend onderhandeld moet worden met partijen buiten de coalitie.
Die oppositiepartijen kunnen in ruil voor hun steun aanpassingen of concessies verlangen.
Of het kabinet voldoende steun voor alle begrotingsplannen weet te verzamelen, zal daarom afhangen van de onderhandelingen die worden gevoerd.
Juist die onzekerheid lijkt bij kiezers niet goed te vallen.
Volgens Ipsos I&O hebben veel Nederlanders weinig vertrouwen in het vermogen van het kabinet om grote problemen daadwerkelijk op te lossen.
Slechts 9 procent heeft veel vertrouwen in oplossingen
Een van de opvallendste cijfers uit het onderzoek heeft betrekking op de slagkracht van het kabinet.
Volgens Ipsos I&O heeft slechts 9 procent van de ondervraagden vertrouwen dat het kabinet problemen kan oplossen.
Ook kijken kiezers kritisch naar de rol van de afzonderlijke coalitiepartijen.
Daarbij krijgt met name de VVD volgens de onderzoekers relatief veel verantwoordelijkheid toegeschreven voor de huidige politieke situatie.
Voor de partij is dat extra pijnlijk omdat ook onder de eigen achterban de tevredenheid met het kabinet laag ligt.
PRO volgens peiling grootste partij
De verslechterde beoordeling van het kabinet is ook terug te zien in de virtuele zetelverdeling van Ipsos I&O.
Als er op dit moment Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO onder leiding van Jesse Klaver volgens deze peiling de grootste partij worden met 26 zetels.
D66 zou uitkomen op 20 zetels.
De PVV volgt volgens de meting met 17 zetels.
Aan de rechterkant van het politieke spectrum vallen daarnaast de stijgende cijfers van JA21 en Forum voor Democratie op.
Het gaat hierbij nadrukkelijk om een momentopname. Een zetelpeiling voorspelt niet met zekerheid hoe Nederlanders bij daadwerkelijke verkiezingen zouden stemmen.
Peiling onder ongeveer 2.100 mensen
Aan het onderzoek van Ipsos I&O deden ongeveer 2.100 mensen mee.
Dat is vanzelfsprekend maar een klein deel van alle kiesgerechtigde Nederlanders, maar dat maakt een opinieonderzoek op zichzelf niet onbetrouwbaar.
Bij representatief steekproefonderzoek is vooral van belang hoe deelnemers zijn geselecteerd, hoe representatief de steekproef is voor de bevolking en welke statistische onzekerheidsmarges gelden. Een goed samengestelde steekproef van enkele duizenden respondenten kan daarom wel degelijk inzicht geven in verschuivingen onder de Nederlandse bevolking.
Tegelijkertijd moeten percentages en virtuele zetelaantallen niet als exacte verkiezingsuitslagen worden gelezen. Kleine verschillen kunnen binnen de onzekerheidsmarge vallen en politieke voorkeuren kunnen snel veranderen.
Stevige waarschuwing voor Jetten en coalitie
Voor premier Rob Jetten en zijn coalitiepartners zijn de nieuwste cijfers hoe dan ook geen prettig signaal.
Nog geen zeven maanden na zijn aantreden is volgens Ipsos I&O nog maar 18 procent tevreden over het kabinetsbeleid, tegenover 26 procent in juli.
Daar komt bij dat ook binnen de achterban van D66, CDA en vooral VVD aanzienlijke onvrede bestaat.
De komende periode wordt daarmee belangrijk voor het kabinet-Jetten. De coalitie moet niet alleen voldoende oppositiesteun vinden om haar plannen door het parlement te krijgen, maar staat volgens deze peiling ook voor een minstens zo lastige opdracht: het vertrouwen van een groot deel van de kiezers terugwinnen.


