Connect with us

Actueel

Peter Gillis in grote problemen: ´Adverteerders trekken handen massaal van hem af´

Published

on

Het lijkt erop dat Peter Gillis, ondanks de grote kans op een gevangenisstraf, gewoon met zijn realityserie Massa is Kassa op televisie blijft. Talpa heeft besloten om het veertiende seizoen uit te zenden, maar volgens media-expert Tina Nijkamp zou dit weleens het laatste seizoen kunnen zijn. De reden? Een gebrek aan adverteerders die nog met het programma geassocieerd willen worden.

Controversiële terugkeer

Dat Peter Gillis in ernstige juridische problemen zit, is al langer bekend. De realityster is verwikkeld in een rechtszaak waarin hij verdacht wordt van mishandeling. Dit zou normaal gesproken een reden kunnen zijn voor een tv-zender om afstand te nemen, maar SBS6 kiest er toch voor om het nieuwe seizoen van Massa is Kassa uit te zenden.

Volgens reclamevakblad Adformatie heeft Talpa hiermee een groot risico genomen. Niet alleen vanwege de reputatieschade, maar vooral omdat veel bedrijven niet meer geassocieerd willen worden met Peter Gillis. Dit betekent dat het voor SBS6 een grote uitdaging wordt om de reclameblokken rond het programma gevuld te krijgen.

Adverteerders stappen op

Veel bedrijven houden tegenwoordig rekening met hoe hun merk overkomt bij het publiek. Waar vroeger alleen financiële cijfers telden, wordt nu ook gekeken naar de reputatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een controversiële tv-persoonlijkheid als Peter Gillis past daar niet in, en dat merken de reclamemakers.

Volgens Adformatie hebben veel grote adverteerders al aangegeven dat zij niet willen dat hun merk te zien is in de reclameblokken rondom Massa is Kassa. De Bond van Adverteerders heeft zelfs een officieel advies uitgebracht waarin bedrijven worden afgeraden om te adverteren in de buurt van programma’s die niet stroken met hun merkwaarden.

Financiële gevolgen voor Talpa

Tina Nijkamp, oud-zenderbaas van SBS6, denkt dat deze situatie het einde van Massa is Kassa kan betekenen. “Zonder adverteerders is een tv-programma nauwelijks rendabel”, schrijft ze op Instagram. “In plaats van dat het programma geld oplevert, zal het nu waarschijnlijk geld kosten.”

SBS6 en Talpa Network lijken zich weinig aan te trekken van de negatieve publiciteit rondom Peter Gillis, maar Nijkamp voorspelt dat de gevolgen groter zijn dan ze nu inschatten. “Als je geen advertenties verkoopt, verdien je niets. En als je geen inkomsten hebt, is een programma niet meer houdbaar.”

Laatste seizoen?

Het lijkt er sterk op dat SBS6 nog een laatste poging doet om Massa is Kassa te laten slagen, maar zonder inkomsten uit advertenties zal het moeilijk worden om het programma in de toekomst te blijven uitzenden. Volgens Nijkamp is de kans groot dat dit veertiende seizoen ook meteen het laatste is.

Met een afbrokkelende reputatie, juridische problemen en een dalend aantal adverteerders is de toekomst van Massa is Kassa onzeker. De komende maanden zullen uitwijzen of het programma nog levensvatbaar is, of dat het definitief van de buis verdwijnt.

Actueel

Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met de volgende maatregelen

Published

on

Steeds meer Nederlandse automobilisten kiezen ervoor om hun tank niet in eigen land, maar in België of Duitsland vol te gooien. Vooral voor mensen die dicht bij de grens wonen, kan het prijsverschil behoorlijk aantrekkelijk zijn. Een tankbeurt wordt bovendien vaak gecombineerd met boodschappen, waardoor de totale besparing verder kan oplopen. Voor Nederland heeft dat gedrag echter een keerzijde: accijnzen en btw verdwijnen naar de buurlanden.

Waarom tanken over de grens goedkoper is

De prijs die automobilisten voor een liter benzine of diesel betalen, bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de olieprijs spelen onder meer raffinage, vervoer, opslag en de marge van het tankstation een rol.

Een belangrijk verschil tussen Nederland en de buurlanden zit echter in de belastingen. Nederland heft relatief veel accijns op brandstof en daar komt vervolgens btw bovenop. Daardoor kan benzine of diesel in België en Duitsland aanzienlijk goedkoper zijn.

Een verschil van twintig cent per liter lijkt misschien beperkt, maar bij vijftig liter betekent dat al een besparing van tien euro. Wie een grotere auto heeft of meerdere keren per maand tankt, kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag besparen.

Voor mensen die slechts enkele kilometers van België of Duitsland wonen, is de rekensom daarom snel gemaakt.

Niet voor iedereen voordelig

Wie tientallen kilometers moet rijden om bij een buitenlandse pomp te komen, moet wel goed rekenen. De extra kilometers kosten immers ook brandstof en tijd.

Daarnaast kunnen files ervoor zorgen dat een goedkope tankbeurt uiteindelijk nauwelijks voordeel oplevert. Veel automobilisten combineren het tanken daarom met boodschappen of andere aankopen.

Op die manier wordt één rit gebruikt voor meerdere besparingen en wordt het aantrekkelijker om regelmatig de grens over te steken.

Nederlandse schatkist loopt inkomsten mis

Voor de Nederlandse overheid is tanktoerisme minder gunstig. Wie in Duitsland tankt, betaalt daar de accijnzen en btw. Nederland ontvangt van die tankbeurt niets.

Bij één automobilist stelt dat relatief weinig voor, maar wanneer grote aantallen Nederlanders hetzelfde doen, lopen de bedragen snel op.

Schattingen over de totale omvang verschillen. Volgens het aangeleverde artikel zou het mogelijk om honderden miljoenen euro’s per jaar gaan, waarbij sommige berekeningen zelfs richting één miljard euro gaan.

Dat levert een ingewikkeld dilemma op. Hoge brandstofaccijnzen zorgen enerzijds voor inkomsten en zijn bedoeld om vervuilend gedrag minder aantrekkelijk te maken. Anderzijds kunnen grote prijsverschillen automobilisten juist richting buitenlandse tankstations sturen.

De auto rijdt vervolgens nog steeds dezelfde kilometers, maar de belastinginkomsten gaan naar België of Duitsland. Wanneer iemand speciaal voor een tankbeurt extra kilometers rijdt, levert dat bovendien extra uitstoot op.

Nederlandse tankstations merken gevolgen

Ook pomphouders in Nederlandse grensgebieden voelen de gevolgen. Zij zien potentiële klanten letterlijk voorbijrijden richting een goedkoper tankstation over de grens.

Daarbij verliezen tankstations meer dan alleen inkomsten uit brandstof. Veel pompen verdienen een belangrijk deel van hun geld met hun winkel, waar klanten koffie, broodjes, frisdrank en andere producten kopen.

Wanneer automobilisten in Duitsland of België tanken, bestaat een grote kans dat ze dergelijke aankopen eveneens daar doen.

Vooral kleinere zelfstandige tankstations kunnen daar last van krijgen. Personeel, verzekeringen, onderhoud en energiekosten moeten immers gewoon betaald worden, terwijl de omzet terugloopt.

Sommige ondernemers proberen klanten daarom met kortingsacties, spaarsystemen, horeca of laadpalen terug te winnen. Toch is het lastig concurreren wanneer het prijsverschil aan de pomp groot blijft.

Ook Nederlandse winkels verliezen omzet

De gevolgen beperken zich niet tot tankstations. Omdat Nederlanders hun tankbeurt regelmatig combineren met boodschappen, profiteren ook buitenlandse supermarkten en winkels.

Geld dat anders mogelijk in Nederlandse grensplaatsen zou worden uitgegeven, belandt zo in België of Duitsland.

Dat maakt tanktoerisme een veel breder economisch vraagstuk dan alleen het verschil van enkele centen aan de pomp.

Wereldwijde ontwikkelingen spelen mee

Ook internationale gebeurtenissen hebben invloed op de brandstofprijzen. Oorlogen, politieke spanningen, productieproblemen en onzekerheid rond belangrijke handelsroutes kunnen olie duurder maken.

Wanneer de olieprijs stijgt, worden benzine en diesel doorgaans in meerdere landen duurder. De verschillen in belasting blijven echter bestaan, waardoor automobilisten nog steeds voordeel kunnen hebben bij een buitenlandse pomp.

Voor transportbedrijven zijn zelfs kleine verschillen belangrijk. Bedrijven die enorme hoeveelheden diesel verbruiken, kunnen door een paar cent verschil per liter al duizenden euro’s besparen. Tankstops worden daarom soms bewust buiten Nederland gepland.

Accijnzen verlagen dan maar?

Een voor de hand liggende oplossing lijkt het verlagen van de Nederlandse brandstofaccijnzen. Het prijsverschil met België en Duitsland zou daardoor kleiner worden en mogelijk zouden meer automobilisten weer in Nederland tanken.

Maar ook daar zit een keerzijde aan. Een lagere accijns betekent dat de overheid minder belasting ontvangt over iedere verkochte liter. Het is onzeker of de extra tankbeurten in Nederland voldoende zouden zijn om dat verlies te compenseren.

Daarnaast worden brandstofbelastingen gebruikt om automobilisten te stimuleren minder fossiele brandstoffen te gebruiken en bijvoorbeeld voor elektrisch rijden of het openbaar vervoer te kiezen.

Zelf goed rekenen

Voor automobilisten blijft het uiteindelijk vooral een rekensom. Kijk niet uitsluitend naar het bedrag dat op het prijsbord van het buitenlandse tankstation staat.

Neem ook de afstand, het eigen brandstofverbruik en de extra reistijd mee. Wie twintig euro bespaart maar daarvoor tientallen kilometers moet omrijden, houdt uiteindelijk een stuk minder voordeel over.

Voor inwoners van Nederlandse grensgebieden ligt dat anders. Wanneer een Belgische of Duitse pomp slechts enkele kilometers verderop ligt, kan regelmatig tanken over de grens op jaarbasis behoorlijk wat geld schelen.

En zolang het prijsverschil groot genoeg blijft, lijkt tanktoerisme voorlopig niet te verdwijnen. Daarmee blijft Nederland met een ingewikkeld dilemma zitten: automobilisten willen betaalbaar tanken, ondernemers willen hun klanten behouden en de overheid wil zowel belastinginkomsten veiligstellen als klimaatdoelstellingen halen.

Continue Reading