Connect with us

Actueel

🎿 Opvallend! Willem-Alexander en Máxima zonder dochters gespot op skivakantie… Waarom? 🤔

Published

on

Het lijkt erop dat koning Willem-Alexander en koningin Máxima nog steeds een sterke band hebben met hun geliefde wintersportoord Lech. Hoewel de Oranjes sinds 2020 geen officieel fotomoment meer hebben gehouden in het Oostenrijkse skigebied, betekent dat niet dat ze er nooit meer komen. Volgens Spaanse media bezochten Willem-Alexander en Máxima enkele weken geleden opnieuw Lech, dit keer zonder hun dochters.

Een geheime trip zonder prinsessen

De Spaanse krant Vanitatis/El Confidencial meldt dat Willem-Alexander en Máxima in januari, kort na de kerstvakantie, afreisden naar Lech. Opvallend is dat de prinsessen Amalia, Alexia en Ariane dit keer niet van de partij waren. Het koningspaar zou slechts enkele dagen in het skigebied hebben doorgebracht, wat wijst op een korte, intieme vakantie voor twee.

Lech: Een koninklijke traditie

Voor de coronapandemie was Lech jarenlang de vaste wintersportbestemming van de Oranjes. Elk jaar in februari poseerde het koninklijk gezin in skikleding tegen het idyllische berglandschap, een traditie die zowel door de koninklijke familie als de Nederlandse pers werd gewaardeerd.

Toch werd er in 2020 abrupt een einde gemaakt aan deze openbare fotomomenten. Niet omdat de familie geen vakanties meer doorbrengt in Lech, maar omdat het koninklijk gezin alleen nog voltallig op de foto wil. Nu de prinsessen hun eigen weg gaan, blijkt het lastig om een moment te vinden waarop iedereen samen beschikbaar is.

Privé-uitstapjes naar de bergen

Hoewel de officiële fotosessies verdwenen zijn, betekent dat niet dat de Oranjes Lech de rug hebben toegekeerd. Integendeel: de familie bezoekt het skigebied nog steeds, maar zonder persmomenten en in volledige privacy.

Vorig jaar werd prins Constantijn bijvoorbeeld nog gespot in Lech, zonder de gebruikelijke fotosessie. Dit jaar lijken Willem-Alexander en Máxima hetzelfde te hebben gedaan. Of de prinsessen later alsnog naar Oostenrijk zullen afreizen, blijft voorlopig een mysterie.

Een veranderende traditie?

De afwezigheid van Amalia, Alexia en Ariane roept de vraag op of de koninklijke wintersporttradities langzaam veranderen. Waar de prinsessen vroeger steevast meegingen met hun ouders, kiezen ze nu steeds vaker voor hun eigen pad. Amalia studeert in Nederland, Alexia keerde recent terug van haar tijd op het Atlantic College in Wales en Ariane volgt momenteel haar opleiding in Italië.

Het kan ook simpelweg zijn dat Willem-Alexander en Máxima behoefte hadden aan een paar dagen samen, weg van hun koninklijke verplichtingen en drukke agenda’s. Een ontspannen skitrip naar hun geliefde Lech zou een welkome onderbreking kunnen zijn geweest van hun hectische leven.

Blik op de toekomst

Voorlopig lijkt het erop dat de Oranjes geen plannen hebben om de traditionele fotosessies in Lech nieuw leven in te blazen. Toch blijft het de vraag of de koninklijke familie in de toekomst opnieuw gezamenlijk zal opduiken in het skigebied. Misschien wordt de traditie hervat zodra de prinsessen hun studies hebben afgerond en meer tijd hebben voor gezamenlijke familievakanties.

Voor nu kiezen Willem-Alexander en Máxima ervoor om hun momenten in Lech in alle rust te beleven, zonder de lens van de camera’s op zich gericht. Een geheime skitrip of een nieuwe manier om hun liefde voor Lech in stand te houden? De tijd zal het uitwijzen.

Actueel

Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Published

on

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen

Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.


Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen

Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.

Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.

Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.


Waarom corporaties en beleggers verkopen

Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.

In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.

Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.


Een harde klap voor huurders en starters

De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.

Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.

Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.


Cijfers laten trend duidelijk zien

De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.

Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.

 

 


Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden

Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.

Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.


Buitenlandse investeerders haken af

Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.

Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:

  • De hoge overdrachtsbelasting in Nederland

  • Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector

  • Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan

Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.


Afnemend buitenlands bezit

De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.

Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.


Politieke en maatschappelijke onrust

De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.

Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.


Structureel probleem vraagt structurele oplossingen

Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.

Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.


Wat betekent dit voor de komende jaren?

Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:

  • Minder keuze op de huurmarkt

  • Langere wachttijden voor betaalbare woningen

  • Stijgende huren, vooral in de vrije sector

  • Meer jongeren die langer thuis blijven wonen

Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.


Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe

Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.

Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.

Continue Reading