Actueel
Oprichter en eigenaar modemerk Mango komt om na val van klif
Modemagnaat Isak Andic (71), oprichter van Mango, verongelukt bij bergwandeling
De modewereld is in rouw na het tragische overlijden van Isak Andic, oprichter en eigenaar van modeketen Mango. De 71-jarige ondernemer kwam zaterdag om het leven bij een bergongeval in Spanje. Het nieuws werd bevestigd door Mango in een officiële verklaring.
Dodelijk ongeval bij Montserrat
Het fatale ongeluk gebeurde tijdens een wandeling in de grotten van Montserrat, een populaire bergketen nabij Barcelona. Volgens de Spaanse politie gleed Andic uit en viel hij van een klif van 150 meter hoogte.
Andic, geboren in 1953 in Istanbul, was een fervent wandelaar en ervaren bergbeklimmer. Hij was samen met familieleden aan het wandelen, waaronder zijn zoon Jonathan, die direct het alarmnummer belde. De krant La Vanguardia meldt dat de grotten van Montserrat een bekende bestemming waren voor de familie Andic, die er al vaker had gewandeld. Het verlies van evenwicht tijdens een steile afdaling werd hem uiteindelijk fataal.
Een leegte in de modewereld
De CEO van Mango, Toni Ruiz, reageerde met een emotionele
verklaring op het overlijden van zijn oprichter:
“Zijn vertrek laat een enorme leegte achter, maar we dragen
allemaal zijn nalatenschap in ons. Het is aan ons om Mango voort te
zetten als het project waar Isak zo trots op was.”
Andic richtte Mango in 1984 op in Barcelona. De eerste vestiging opende hij aan de prestigieuze Paseo de Gracia, een van de bekendste winkelstraten van de stad. Vanaf dat moment groeide het bedrijf uit tot een wereldwijd mode-imperium dat inmiddels in meer dan 120 landen actief is.
Een erfenis van innovatie en succes
Isak Andic’s bijdrage aan de modewereld is nauwelijks te overschatten. In de jaren ’60 verhuisde hij met zijn gezin vanuit Turkije naar Catalonië, waar hij al snel een ondernemersdroom najachtte. In 1984 legde hij met de oprichting van Mango de basis voor een van de grootste modemerken ter wereld.
Mango’s omzet bedroeg in 2023 maar liefst 3,1 miljard euro, waarvan 33% via online verkoop werd gerealiseerd. Het merk heeft wereldwijd 2700 winkels en is vooral in Europa een toonaangevend modemerk. Volgens Forbes was het vermogen van Andic geschat op 4,5 miljard dollar.
Zijn visie op mode, gecombineerd met zijn zakelijke instinct, bracht Mango naar de top. Hij introduceerde niet alleen stijlvolle en toegankelijke mode, maar speelde ook een sleutelrol in het digitaliseren van de mode-industrie door vroeg in te zetten op e-commerce.
Reacties vanuit de politiek
Het overlijden van Isak Andic heeft niet alleen in de modewereld, maar ook in de Spaanse samenleving diepe indruk gemaakt.
De Spaanse premier Pedro Sanchez roemde Andic om zijn zakelijk
inzicht en visie. Via X (voorheen Twitter) schreef hij:
“Isak Andic heeft Mango tot een wereldreferentie in de mode
gemaakt. Zijn geweldige werk zal voor altijd herinnerd
worden.”
De president van Catalonië, Salvador Illa, sloot zich hierbij
aan en benadrukte de impact van Andic op de regio:
“Ontzet door het verlies van Isak Andic, een toegewijde
zakenman die met zijn leiderschap heeft bijgedragen aan het groot
maken van Catalonië.”
De kracht van een familieman
Hoewel Isak Andic vaak werd geprezen om zijn zakelijke prestaties, was hij ook een toegewijde familieman. Hij wist zijn zakelijke succes te combineren met een hechte band met zijn gezin. Zijn zoon Jonathan speelde al een belangrijke rol binnen Mango en wordt gezien als een mogelijke opvolger in de leiding van het bedrijf.
Familieleden omschrijven hem als een charismatische en gepassioneerde man met een enorme liefde voor de natuur. Wandelen en bergbeklimmen waren voor Andic niet alleen een hobby, maar ook een manier om balans te vinden naast zijn hectische zakelijke leven.
De erfenis van Isak Andic
Het overlijden van Isak Andic markeert het einde van een tijdperk, maar zijn nalatenschap zal blijven voortleven. Mango blijft een van de meest herkenbare en invloedrijke merken in de mode-industrie.
De filosofie van het merk – toegankelijke mode met een verfijnde uitstraling – heeft generaties over de hele wereld geïnspireerd. Zijn innovaties op het gebied van retail en e-commerce blijven een voorbeeld voor de hele branche.
Toni Ruiz benadrukte in zijn verklaring dat de visie van Andic
leidend zal blijven binnen het bedrijf:
“We zijn trots op wat Isak heeft opgebouwd en zullen er alles
aan doen om zijn werk voort te zetten. Mango zal altijd een
weerspiegeling zijn van zijn waarden en creativiteit.”
Een onuitwisbaar stempel
Het tragische verlies van Isak Andic herinnert ons eraan hoe kwetsbaar het leven is, zelfs voor degenen die enorme hoogten hebben bereikt. Zijn overlijden laat een grote leegte achter in zowel de modewereld als in de harten van degenen die hem persoonlijk kenden.
De komende dagen en weken zullen in het teken staan van rouw, maar ook van reflectie op de betekenis van zijn werk en de blijvende impact die hij heeft gehad op de mode-industrie en de regio Catalonië.
Zijn leven, gekenmerkt door ambitie, visie en succes, zal voor altijd in herinnering blijven als een inspirerend verhaal van wat mogelijk is met passie en doorzettingsvermogen.
Actueel
Woede om opmerking van woonminister over Nederlanders die geen huis kunnen krijgen

Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan krijgt stevige kritiek na uitspraken over de huisvesting van statushouders en Nederlandse starters. In een gesprek met De Telegraaf wordt ze geconfronteerd met de vraag waarom statushouders bij de verdeling van schaarse woningen voorrang zouden moeten kunnen krijgen, terwijl veel jonge woningzoekenden jarenlang moeten wachten. Haar antwoord dat veel starters “gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen” valt bij critici bijzonder slecht.
Ook vanuit de politiek wordt fel gereageerd. SGP-leider Chris Stoffer vraagt zich af waarom jongeren die hier zijn opgegroeid telkens achteraan zouden moeten aansluiten. Geert Wilders gaat nog een stap verder en noemt de woonminister naar aanleiding van haar uitspraken een “mafketel”.
Woningnood blijft groot probleem
Nederland kampt al jaren met een groot tekort aan woningen.
Vooral starters merken daar de gevolgen van.
Een betaalbare koopwoning is voor veel jonge mensen moeilijk bereikbaar en ook binnen de sociale huursector kunnen de wachttijden lang zijn.
Wanneer er een betaalbare huurwoning beschikbaar komt, kunnen zich grote aantallen woningzoekenden melden.
Tegelijkertijd moeten gemeenten ook statushouders huisvesten: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor in Nederland mogen blijven.
Precies daar ontstaat een politiek gevoelige discussie.
Discussie over voorrang statushouders
De huisvesting van statushouders zorgt al langere tijd voor debat.
Critici vinden het moeilijk uit te leggen dat jonge Nederlanders jarenlang op een woning kunnen wachten, terwijl statushouders via gemeentelijke regelingen sneller aan woonruimte kunnen komen.
Voorstanders wijzen er juist op dat statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning niet in een asielzoekerscentrum kunnen blijven wonen.
Wanneer zij daar langer blijven, worden bovendien plekken bezet gehouden die nodig zijn voor nieuwe asielzoekers.
De vraag is daarom niet alleen wie een woning krijgt, maar ook waar statushouders terecht moeten wanneer zij het azc moeten verlaten.
SGP-leider begrijpt frustratie jongeren
SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer zegt begrip te hebben voor de noodzaak om mensen met een verblijfsstatus onderdak te bieden.
“Ik snap heel goed dat mensen die hier naartoe komen ook een woning moeten hebben”, zegt hij.
Maar volgens Stoffer mag dat niet betekenen dat jonge Nederlanders structureel het gevoel krijgen dat zij achteraan staan.
“Maar dat je nu telkens ziet dat onze jonge mensen die hier altijd al wonen en op zoek zijn naar een huis en een gezin willen stichten, niet aan een woning komen? Het kan toch niet zo zijn dat zij altijd achter komen te staan?”
Daarmee verwoordt hij een frustratie die bij een deel van de woningzoekenden leeft.
Woonminister wijst op verschillende groepen migranten
In het gesprek met De Telegraaf wordt woonminister Boekholt-O’Sullivan gevraagd hoe zij naar het probleem kijkt.
Ze benadrukt eerst dat migratie uit verschillende groepen bestaat.
“We hebben kennismigranten, we hebben arbeidsmigranten, daar moeten ook huizen voor komen, en we hebben statushouders.”
Vervolgens gaat ze specifiek in op die laatste groep.
“En de statushouders zijn nu precies die groep, die mogen in Nederland blijven wonen. Die willen ook in Nederland blijven wonen. En dan is het mijn opgave om ervoor te zorgen dat zij een dak boven hun hoofd hebben.”
Hebben statushouders recht op voorrang?
De verslaggever legt vervolgens de gevoelige kwestie rechtstreeks aan haar voor.
“Maar hebben die recht op voorrang als het gaat over bijvoorbeeld starters op de woningmarkt die geen huis kunnen vinden?”
Boekholt-O’Sullivan erkent daarop het probleem.
“Ik zie die uitdaging ook.”
De verslaggever neemt daar geen genoegen mee en vraagt verder of het niet tijd is om de voorrangspositie van statushouders te beëindigen.
De minister kiest ervoor de vraag vanuit een ander uitgangspunt te beantwoorden.
‘Waar moet zo iemand dan heen?’
“Voor mij is de principiële vraag dat iedereen die in Nederland mag en wil wonen, dat die een dak boven zijn hoofd heeft”, zegt Boekholt-O’Sullivan.
Volgens haar moet daarbij ook worden gekeken naar de situatie waarin iemand zich bevindt voordat hij of zij een woning krijgt.
“Ik vind dat je naar het uitgangspunt moet kijken, waar iemand vanuit vertrekt. En een statushouder vertrekt vanuit een azc. En waar moet zo iemand dan heen?”
Daarmee wijst ze op een probleem dat ontstaat wanneer statushouders geen reguliere woonruimte krijgen.
Minister noemt alternatieven
Wanneer statushouders na het verkrijgen van hun verblijfsvergunning in het azc blijven, zijn volgens de minister uiteindelijk meer opvangplekken nodig.
“Dus dan blijft een statushouder óf in het azc, dat willen we niet, want dan hebben we meer azc’s nodig.”
Een andere mogelijkheid vindt ze evenmin wenselijk.
“Wat ook kan is dat je zegt: dan belanden ze op straat. Dat willen we denk ik met elkaar ook niet.”
Daarna noemt ze tijdelijke opvangmogelijkheden.
“Dan zou je kunnen zeggen, dan gaan we hotels afhuren of cruiseschepen neerleggen. Dat willen we ook niet.”
Volgens Boekholt-O’Sullivan moet daarom eerst een werkbaar alternatief worden gevonden voordat een voorrangsregeling kan verdwijnen.
“Dus er moet wel een echte oplossing komen voor je een voorrangsregeling eraf zou kunnen halen.”
Verslaggever draait redenering om
De journalist van De Telegraaf legt de minister vervolgens een andere situatie voor.
Want wat gebeurt er met een jonge Nederlander die geen woning kan krijgen?
“Je zou het ook om kunnen draaien en kunnen zeggen: die jonge starter die moet dan bij zijn ouders wonen. Dat huis is misschien te klein. Die belandt misschien ook wel op straat?”
Daarmee wordt de tegenstelling scherp neergezet.
“Dus dan krijgt die statushouder, die misschien anders op een cruiseschip komt te wonen, wel een woning, maar die starter niet.”
Het antwoord van de minister zorgt vervolgens voor de meeste discussie.
‘Starters kunnen gelukkig nog bij hun ouders wonen’
Boekholt-O’Sullivan reageert:
“We zien dat heel veel starters gelukkig nog bij hun ouders kunnen, of mogen blijven wonen.”
Juist die uitspraak schiet bij critici in het verkeerde keelgat.
Voor jonge woningzoekenden die al jarenlang proberen zelfstandig te gaan wonen, kan thuis blijven wonen immers juist het gevolg zijn van het gebrek aan betaalbare woningen.
Bovendien geldt vanzelfsprekend niet voor iedere starter dat thuis wonen daadwerkelijk mogelijk of wenselijk is.
De minister zegt in het gesprek echter niet dat starters geen probleem hebben. Ze erkent eerder juist dat er een uitdaging ligt, maar benadrukt dat statushouders die een azc moeten verlaten eveneens ergens moeten worden ondergebracht.
Nieuw plan op komst
Boekholt-O’Sullivan laat tijdens het gesprek weten dat ze binnenkort met verdere plannen komt.
“Dus als u nog een paar dagen geduld heeft…”, zegt ze.
Daarmee lijkt de minister erop te wijzen dat er op korte termijn meer duidelijkheid moet komen over de manier waarop het kabinet met de huisvestingsproblematiek wil omgaan.
Welke concrete maatregelen daarin worden opgenomen, blijkt uit de aangeleverde uitspraken nog niet.
Veel kritiek op uitspraken minister
Onder de berichtgeving van De Telegraaf wordt ondertussen stevig gediscussieerd.
Vooral de opmerking dat veel starters nog bij hun ouders kunnen blijven wonen, roept weerstand op.
Critici vinden dat de uitspraak onvoldoende recht doet aan jongeren die soms jarenlang wachten voordat zij zelfstandig kunnen wonen.
Tegelijkertijd blijft de vraag bestaan welk alternatief er voor statushouders moet komen wanneer zij geen woonruimte krijgen en het azc moeten verlaten.
Het is precies die botsing tussen twee groepen die afhankelijk zijn van een zeer krappe woningmarkt die het onderwerp politiek zo explosief maakt.
Geert Wilders haalt uit
Ook Geert Wilders mengt zich in de discussie.
De PVV-leider reageert bijzonder fel op de uitspraken van Boekholt-O’Sullivan en noemt haar een “mafketel”.
Daarmee is duidelijk dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen voorlopig nog lang niet voorbij is.
De minister belooft op korte termijn met een plan te komen. Vooral jonge woningzoekenden zullen willen weten wat dat concreet voor hen betekent.
Want één vraag blijft boven de discussie hangen: hoe verdeel je woningen wanneer er simpelweg niet genoeg zijn voor iedereen die dringend woonruimte nodig heeft?

