Connect with us

Actueel

Johan Derksen vraagt megabedrag voor verlenging van Vandaag Inside: ‘Dit is absurd!’

Published

on

Johan Derksen weerlegt geruchten over salarisverhoging bij Vandaag Inside

Johan Derksen heeft onlangs in een interview met Shownieuws zijn standpunt duidelijk gemaakt over de recente speculaties rond contractonderhandelingen bij het populaire programma Vandaag Inside. Volgens de presentator is er geen sprake van dat hij en zijn collega’s, René van der Gijp en Wilfred Genee, een salarisverhoging hebben geëist. “We hebben nooit om een verhoging gevraagd,” benadrukte Derksen.

Ophef na uitspraken Tina Nijkamp

De geruchten over mogelijke salarisverhogingen kwamen op gang na opmerkingen van voormalig SBS 6-directeur Tina Nijkamp. Zij beweerde dat de mannen van Vandaag Inside veel meer waard zouden zijn dan wat ze momenteel verdienen. Volgens Nijkamp liggen hun salarissen naar schatting tussen de 1,2 en 1,4 miljoen euro per jaar per persoon, maar gezien de immense populariteit en reclame-inkomsten van het programma zouden ze volgens haar wel tussen de 2 en 2,5 miljoen euro per persoon kunnen verdienen.

Hoewel Nijkamps berekeningen tot veel discussies hebben geleid, blijft Derksen erbij dat hij en zijn team geen enkele verhoging hebben geëist.

Vergelijking met andere programma’s

Derksen verwees in het interview ook naar de productiekosten van Vandaag Inside in vergelijking met andere televisieprogramma’s. Hij noemde onder meer de realityshow rond de Meilandjes, waarvan de productie veel kostbaarder zou zijn. “Wij maken een programma met lage productiekosten, zeker als je het vergelijkt met shows waarbij hele productieteams caravans door Europa laten rijden,” aldus Derksen.

Hij benadrukte dat, ondanks de schattingen van Nijkamp, geld voor hem en zijn collega’s niet het belangrijkste is. “Met onze kijkcijfers zou je inderdaad kunnen zeggen dat we meer verdienen, maar dat is helemaal niet waar het ons om gaat,” verklaarde hij.

Interne uitdagingen bij Vandaag Inside

Naast de salarisdiscussie ging Derksen in op enkele interne uitdagingen binnen het team. Hij noemde drie problemen die onlangs zijn besproken, waarvan er inmiddels twee zijn opgelost.

Een van de uitdagingen betrof René van der Gijp, die niet langer vijf avonden per week wilde werken. Hij heeft nu op woensdag vrij. Daarnaast voelde Derksen zich eerder een figurant binnen het programma en vond hij dat serieuze onderwerpen te vaak werden genegeerd. Ook dat probleem is volgens hem inmiddels aangepakt.

Het derde punt betreft Wilfred Genee, die volgens Derksen graag een soloprogramma wil presenteren. Genee ervaart soms frustratie omdat zijn succes bij Vandaag Inside niet altijd serieus wordt genomen. “Wilfred is misschien wel de beste presentator van Nederland,” aldus Derksen. “Maar prime time is schaars, en het is lastig om een nieuw programma voor hem te creëren. Daar wordt nu over gesproken.”

Geen focus op geld, maar op samenwerking

Derksen benadrukte meerdere keren dat geld geen rol speelt in de lopende gesprekken. Voor hem draait het vooral om de samenwerking en de balans binnen het team. Hij wees erop dat het succes van Vandaag Inside juist voortkomt uit de dynamiek tussen de drie presentatoren, en dat dit ook de sleutel is tot de toekomst van het programma.

Toekomst van Vandaag Inside

De toekomst van Vandaag Inside lijkt niet alleen afhankelijk te zijn van financiële zaken, maar ook van persoonlijke wensen en professionele ambities binnen het team. Hoewel het programma met hoge kijkcijfers blijft scoren, blijven er uitdagingen achter de schermen.

Of de huidige spanningen zullen leiden tot veranderingen in het format of de samenstelling van het team, blijft vooralsnog onduidelijk. Voor de kijkers is het vooral een kwestie van afwachten hoe deze interne en externe dynamieken zich verder ontwikkelen.

Actueel

Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met de volgende maatregelen

Published

on

Steeds meer Nederlandse automobilisten kiezen ervoor om hun tank niet in eigen land, maar in België of Duitsland vol te gooien. Vooral voor mensen die dicht bij de grens wonen, kan het prijsverschil behoorlijk aantrekkelijk zijn. Een tankbeurt wordt bovendien vaak gecombineerd met boodschappen, waardoor de totale besparing verder kan oplopen. Voor Nederland heeft dat gedrag echter een keerzijde: accijnzen en btw verdwijnen naar de buurlanden.

Waarom tanken over de grens goedkoper is

De prijs die automobilisten voor een liter benzine of diesel betalen, bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de olieprijs spelen onder meer raffinage, vervoer, opslag en de marge van het tankstation een rol.

Een belangrijk verschil tussen Nederland en de buurlanden zit echter in de belastingen. Nederland heft relatief veel accijns op brandstof en daar komt vervolgens btw bovenop. Daardoor kan benzine of diesel in België en Duitsland aanzienlijk goedkoper zijn.

Een verschil van twintig cent per liter lijkt misschien beperkt, maar bij vijftig liter betekent dat al een besparing van tien euro. Wie een grotere auto heeft of meerdere keren per maand tankt, kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag besparen.

Voor mensen die slechts enkele kilometers van België of Duitsland wonen, is de rekensom daarom snel gemaakt.

Niet voor iedereen voordelig

Wie tientallen kilometers moet rijden om bij een buitenlandse pomp te komen, moet wel goed rekenen. De extra kilometers kosten immers ook brandstof en tijd.

Daarnaast kunnen files ervoor zorgen dat een goedkope tankbeurt uiteindelijk nauwelijks voordeel oplevert. Veel automobilisten combineren het tanken daarom met boodschappen of andere aankopen.

Op die manier wordt één rit gebruikt voor meerdere besparingen en wordt het aantrekkelijker om regelmatig de grens over te steken.

Nederlandse schatkist loopt inkomsten mis

Voor de Nederlandse overheid is tanktoerisme minder gunstig. Wie in Duitsland tankt, betaalt daar de accijnzen en btw. Nederland ontvangt van die tankbeurt niets.

Bij één automobilist stelt dat relatief weinig voor, maar wanneer grote aantallen Nederlanders hetzelfde doen, lopen de bedragen snel op.

Schattingen over de totale omvang verschillen. Volgens het aangeleverde artikel zou het mogelijk om honderden miljoenen euro’s per jaar gaan, waarbij sommige berekeningen zelfs richting één miljard euro gaan.

Dat levert een ingewikkeld dilemma op. Hoge brandstofaccijnzen zorgen enerzijds voor inkomsten en zijn bedoeld om vervuilend gedrag minder aantrekkelijk te maken. Anderzijds kunnen grote prijsverschillen automobilisten juist richting buitenlandse tankstations sturen.

De auto rijdt vervolgens nog steeds dezelfde kilometers, maar de belastinginkomsten gaan naar België of Duitsland. Wanneer iemand speciaal voor een tankbeurt extra kilometers rijdt, levert dat bovendien extra uitstoot op.

Nederlandse tankstations merken gevolgen

Ook pomphouders in Nederlandse grensgebieden voelen de gevolgen. Zij zien potentiële klanten letterlijk voorbijrijden richting een goedkoper tankstation over de grens.

Daarbij verliezen tankstations meer dan alleen inkomsten uit brandstof. Veel pompen verdienen een belangrijk deel van hun geld met hun winkel, waar klanten koffie, broodjes, frisdrank en andere producten kopen.

Wanneer automobilisten in Duitsland of België tanken, bestaat een grote kans dat ze dergelijke aankopen eveneens daar doen.

Vooral kleinere zelfstandige tankstations kunnen daar last van krijgen. Personeel, verzekeringen, onderhoud en energiekosten moeten immers gewoon betaald worden, terwijl de omzet terugloopt.

Sommige ondernemers proberen klanten daarom met kortingsacties, spaarsystemen, horeca of laadpalen terug te winnen. Toch is het lastig concurreren wanneer het prijsverschil aan de pomp groot blijft.

Ook Nederlandse winkels verliezen omzet

De gevolgen beperken zich niet tot tankstations. Omdat Nederlanders hun tankbeurt regelmatig combineren met boodschappen, profiteren ook buitenlandse supermarkten en winkels.

Geld dat anders mogelijk in Nederlandse grensplaatsen zou worden uitgegeven, belandt zo in België of Duitsland.

Dat maakt tanktoerisme een veel breder economisch vraagstuk dan alleen het verschil van enkele centen aan de pomp.

Wereldwijde ontwikkelingen spelen mee

Ook internationale gebeurtenissen hebben invloed op de brandstofprijzen. Oorlogen, politieke spanningen, productieproblemen en onzekerheid rond belangrijke handelsroutes kunnen olie duurder maken.

Wanneer de olieprijs stijgt, worden benzine en diesel doorgaans in meerdere landen duurder. De verschillen in belasting blijven echter bestaan, waardoor automobilisten nog steeds voordeel kunnen hebben bij een buitenlandse pomp.

Voor transportbedrijven zijn zelfs kleine verschillen belangrijk. Bedrijven die enorme hoeveelheden diesel verbruiken, kunnen door een paar cent verschil per liter al duizenden euro’s besparen. Tankstops worden daarom soms bewust buiten Nederland gepland.

Accijnzen verlagen dan maar?

Een voor de hand liggende oplossing lijkt het verlagen van de Nederlandse brandstofaccijnzen. Het prijsverschil met België en Duitsland zou daardoor kleiner worden en mogelijk zouden meer automobilisten weer in Nederland tanken.

Maar ook daar zit een keerzijde aan. Een lagere accijns betekent dat de overheid minder belasting ontvangt over iedere verkochte liter. Het is onzeker of de extra tankbeurten in Nederland voldoende zouden zijn om dat verlies te compenseren.

Daarnaast worden brandstofbelastingen gebruikt om automobilisten te stimuleren minder fossiele brandstoffen te gebruiken en bijvoorbeeld voor elektrisch rijden of het openbaar vervoer te kiezen.

Zelf goed rekenen

Voor automobilisten blijft het uiteindelijk vooral een rekensom. Kijk niet uitsluitend naar het bedrag dat op het prijsbord van het buitenlandse tankstation staat.

Neem ook de afstand, het eigen brandstofverbruik en de extra reistijd mee. Wie twintig euro bespaart maar daarvoor tientallen kilometers moet omrijden, houdt uiteindelijk een stuk minder voordeel over.

Voor inwoners van Nederlandse grensgebieden ligt dat anders. Wanneer een Belgische of Duitse pomp slechts enkele kilometers verderop ligt, kan regelmatig tanken over de grens op jaarbasis behoorlijk wat geld schelen.

En zolang het prijsverschil groot genoeg blijft, lijkt tanktoerisme voorlopig niet te verdwijnen. Daarmee blijft Nederland met een ingewikkeld dilemma zitten: automobilisten willen betaalbaar tanken, ondernemers willen hun klanten behouden en de overheid wil zowel belastinginkomsten veiligstellen als klimaatdoelstellingen halen.

Continue Reading