Actueel
Jet de Nijs deelt vreselijk nieuws over zoon Julius 😔
Nog iets meer dan een week en dan is het zover: de langverwachte première van de musical Malle Babbe. Een moment dat voor veel mensen een feestelijke aangelegenheid zal zijn, maar voor Jet, de vrouw van Rob de Nijs, brengt het ook gemengde gevoelens met zich mee. In een openhartig interview met Weekend laat ze weten dat ze vreesde dat Rob deze bijzondere dag niet meer zou meemaken. Daarnaast deelt ze zorgwekkend nieuws over hun 12-jarige zoon Julius, die steeds meer te lijden heeft onder de medische situatie van zijn vader.

Angst om Rob te Verliezen
Jet vertelt dat de gezondheid van Rob zodanig fragiel is dat elk moment van vreugde ook met angst gepaard gaat. Hoewel de liefde en warmte van hun gezin hem veel goed doen, blijft de realiteit keihard.
“Liefde en warmte doen echt heel veel, maar we moeten geluk hebben dat hij niet z!ek wordt. Nog een keer z!ek worden… en dan wordt het een probleem.”
De kans dat Rob bij de première van Malle Babbe aanwezig zal zijn, lijkt dan ook uitgesloten. Jet geeft aan dat de drukte en de aandacht hem waarschijnlijk te veel zullen worden.

“Je weet het nooit, maar ik kan het me niet goed voorstellen. Ik denk dat het voor hem geen meerwaarde heeft. Iedereen springt dan op hem. Kan hij daar echt van genieten? Nee, dat wordt hem niet. Rob komt ook niet meer in het openbaar.”
Het zijn pijnlijke woorden, maar ze laten zien hoe fragiel de situatie inmiddels is. De man die ooit duizenden fans in vervoering bracht met zijn muziek, is nu in een fase waarin openbare optredens simpelweg te veel van hem vergen.
Julius en de Impact van Zijn Vaders Gezondheid
Naast de zorgen om Rob maakt Jet zich ook grote zorgen om hun zoon Julius. De jonge jongen is pas 12 jaar oud, maar heeft al meerdere kritieke momenten meegemaakt waarin zijn vader plotseling medische hulp nodig had. Eén van de meest aangrijpende momenten was toen Jet zelf mond-op-mondbeademing moest toepassen op Rob, op het moment dat er geen hartslag meer was.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Julius emotioneel geraakt is door de situatie. Jet onthult dat hij momenteel onder behandeling is bij een kinderpsychiater om de gevolgen van deze intense ervaringen te verwerken.
“Voor Julius is het nu een trigger als hij een ambulance hoort, of als er paniek uitbreekt.”
Een recent incident in een trampolinepark bevestigde hoe diep de impact is.
“Hij zag iemand zijn arm breken en je zag meteen dat het hem raakte. Dat beeld komt dan weer terug.”
De herinneringen aan de angst en paniek rondom de gezondheid van zijn vader liggen nog te vers in zijn geheugen.

Trauma en Verwerking
Volgens Jet heeft Julius een trauma opgelopen, maar is het op dit moment moeilijk om dat effectief aan te pakken.
“Zo’n trauma kun je pas aanpakken als de situatie voorbij is. Maar Rob leeft nog, en dat willen we ook helemaal niet anders. EMDR-therapie zou nu dus niet werken.”
EMDR-therapie (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) wordt vaak gebruikt om traumatische ervaringen te verwerken, maar pas wanneer de bron van de stress voorbij is. Omdat de situatie met Rob nog steeds voortduurt, is het voor Julius een voortdurende realiteit waarmee hij moet leren omgaan.

Gelukkig benadrukt Jet dat hun zoon ondanks alles niet constant met de stress rondloopt.
“Volgens de kinderpsychiater is Julius geen zwaar getraumatiseerd kind. Soms komt het even naar boven, maar op andere dagen is hij gewoon heel gelukkig.”
Dat biedt een sprankje hoop in deze moeilijke situatie.
De Zware Last van een Z!ekte binnen het Gezin
De realiteit van een ernstig z!eke ouder is voor ieder gezin zwaar, maar voor een kind als Julius, dat nog zo jong is, komt het extra hard aan. De situatie waarin hij zich bevindt is niet alleen emotioneel belastend, maar beïnvloedt ook zijn manier van omgaan met stressvolle situaties in het dagelijks leven.
Zijn verhaal maakt duidelijk hoe ingrijpend een langdurige z!ekte kan zijn voor de hele familie, en hoe belangrijk het is om ook aandacht te besteden aan de mentale gezondheid van kinderen die hiermee te maken krijgen.

Voor Jet is het een constante evenwichtsoefening: het ondersteunen van Rob in zijn strijd, terwijl ze tegelijkertijd haar zoon helpt omgaan met de realiteit van hun leven.
Een Musical met een Dubbel Gevoel
De première van Malle Babbe had een moment moeten zijn van pure vreugde en trots. Voor Jet voelt het echter dubbel. Aan de ene kant is er blijdschap over de viering van Robs muzikale nalatenschap, maar aan de andere kant is er de pijn van wat hij niet meer zelf kan meemaken.

Voor Rob is het simpelweg geen optie meer om fysiek aanwezig te zijn bij zulke evenementen, en dat maakt de situatie voor Jet des te moeilijker.
“Hij zou het geweldig vinden om erbij te zijn, maar de realiteit is dat het te zwaar voor hem zou zijn.”
Ondanks deze zware realiteit blijft Jet positief en doet ze er alles aan om zowel Rob als Julius de beste ondersteuning te geven.
Steun en Bewondering
Jet krijgt veel bewondering voor hoe ze met de situatie omgaat. Ze draagt een enorme verantwoordelijkheid en blijft ondanks alle tegenslagen sterk voor haar gezin. De liefde die ze heeft voor Rob en Julius is onmiskenbaar, en haar inzet om haar zoon de juiste begeleiding te geven, wordt door velen gewaardeerd.
De komende periode zal cruciaal zijn, niet alleen voor Rob, maar ook voor de mentale veerkracht van Julius. Hoe de situatie zich ontwikkelt, blijft onzeker, maar één ding is duidelijk: Jet blijft vechten voor haar gezin.
Conclusie: Een Gezin dat Blijft Strijden
Terwijl de voorbereidingen voor de musical in volle gang zijn, staat het leven van Jet en haar gezin in het teken van zorgen, liefde en doorzettingsvermogen. De impact van Robs gezondheid op hun zoon Julius is groot, maar Jet doet er alles aan om hem te steunen.
Het is een emotionele achtbaan, maar te midden van de onzekerheden blijft de liefde binnen dit gezin onmiskenbaar sterk. De komende tijd zal veel van hen vergen, maar als er één ding is dat zeker is, dan is het dat Jet haar gezin met alles wat ze heeft blijft ondersteunen.

Actueel
Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met de volgende maatregelen

Steeds meer Nederlandse automobilisten kiezen ervoor om hun tank niet in eigen land, maar in België of Duitsland vol te gooien. Vooral voor mensen die dicht bij de grens wonen, kan het prijsverschil behoorlijk aantrekkelijk zijn. Een tankbeurt wordt bovendien vaak gecombineerd met boodschappen, waardoor de totale besparing verder kan oplopen. Voor Nederland heeft dat gedrag echter een keerzijde: accijnzen en btw verdwijnen naar de buurlanden.
Waarom tanken over de grens goedkoper is
De prijs die automobilisten voor een liter benzine of diesel betalen, bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de olieprijs spelen onder meer raffinage, vervoer, opslag en de marge van het tankstation een rol.
Een belangrijk verschil tussen Nederland en de buurlanden zit echter in de belastingen. Nederland heft relatief veel accijns op brandstof en daar komt vervolgens btw bovenop. Daardoor kan benzine of diesel in België en Duitsland aanzienlijk goedkoper zijn.
Een verschil van twintig cent per liter lijkt misschien beperkt, maar bij vijftig liter betekent dat al een besparing van tien euro. Wie een grotere auto heeft of meerdere keren per maand tankt, kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag besparen.
Voor mensen die slechts enkele kilometers van België of Duitsland wonen, is de rekensom daarom snel gemaakt.
Niet voor iedereen voordelig
Wie tientallen kilometers moet rijden om bij een buitenlandse pomp te komen, moet wel goed rekenen. De extra kilometers kosten immers ook brandstof en tijd.
Daarnaast kunnen files ervoor zorgen dat een goedkope tankbeurt uiteindelijk nauwelijks voordeel oplevert. Veel automobilisten combineren het tanken daarom met boodschappen of andere aankopen.
Op die manier wordt één rit gebruikt voor meerdere besparingen en wordt het aantrekkelijker om regelmatig de grens over te steken.
Nederlandse schatkist loopt inkomsten mis
Voor de Nederlandse overheid is tanktoerisme minder gunstig. Wie in Duitsland tankt, betaalt daar de accijnzen en btw. Nederland ontvangt van die tankbeurt niets.
Bij één automobilist stelt dat relatief weinig voor, maar wanneer grote aantallen Nederlanders hetzelfde doen, lopen de bedragen snel op.
Schattingen over de totale omvang verschillen. Volgens het aangeleverde artikel zou het mogelijk om honderden miljoenen euro’s per jaar gaan, waarbij sommige berekeningen zelfs richting één miljard euro gaan.
Dat levert een ingewikkeld dilemma op. Hoge brandstofaccijnzen zorgen enerzijds voor inkomsten en zijn bedoeld om vervuilend gedrag minder aantrekkelijk te maken. Anderzijds kunnen grote prijsverschillen automobilisten juist richting buitenlandse tankstations sturen.
De auto rijdt vervolgens nog steeds dezelfde kilometers, maar de belastinginkomsten gaan naar België of Duitsland. Wanneer iemand speciaal voor een tankbeurt extra kilometers rijdt, levert dat bovendien extra uitstoot op.
Nederlandse tankstations merken gevolgen
Ook pomphouders in Nederlandse grensgebieden voelen de gevolgen. Zij zien potentiële klanten letterlijk voorbijrijden richting een goedkoper tankstation over de grens.
Daarbij verliezen tankstations meer dan alleen inkomsten uit brandstof. Veel pompen verdienen een belangrijk deel van hun geld met hun winkel, waar klanten koffie, broodjes, frisdrank en andere producten kopen.
Wanneer automobilisten in Duitsland of België tanken, bestaat een grote kans dat ze dergelijke aankopen eveneens daar doen.
Vooral kleinere zelfstandige tankstations kunnen daar last van krijgen. Personeel, verzekeringen, onderhoud en energiekosten moeten immers gewoon betaald worden, terwijl de omzet terugloopt.
Sommige ondernemers proberen klanten daarom met kortingsacties, spaarsystemen, horeca of laadpalen terug te winnen. Toch is het lastig concurreren wanneer het prijsverschil aan de pomp groot blijft.
Ook Nederlandse winkels verliezen omzet
De gevolgen beperken zich niet tot tankstations. Omdat Nederlanders hun tankbeurt regelmatig combineren met boodschappen, profiteren ook buitenlandse supermarkten en winkels.
Geld dat anders mogelijk in Nederlandse grensplaatsen zou worden uitgegeven, belandt zo in België of Duitsland.
Dat maakt tanktoerisme een veel breder economisch vraagstuk dan alleen het verschil van enkele centen aan de pomp.
Wereldwijde ontwikkelingen spelen mee
Ook internationale gebeurtenissen hebben invloed op de brandstofprijzen. Oorlogen, politieke spanningen, productieproblemen en onzekerheid rond belangrijke handelsroutes kunnen olie duurder maken.
Wanneer de olieprijs stijgt, worden benzine en diesel doorgaans in meerdere landen duurder. De verschillen in belasting blijven echter bestaan, waardoor automobilisten nog steeds voordeel kunnen hebben bij een buitenlandse pomp.
Voor transportbedrijven zijn zelfs kleine verschillen belangrijk. Bedrijven die enorme hoeveelheden diesel verbruiken, kunnen door een paar cent verschil per liter al duizenden euro’s besparen. Tankstops worden daarom soms bewust buiten Nederland gepland.
Accijnzen verlagen dan maar?
Een voor de hand liggende oplossing lijkt het verlagen van de Nederlandse brandstofaccijnzen. Het prijsverschil met België en Duitsland zou daardoor kleiner worden en mogelijk zouden meer automobilisten weer in Nederland tanken.
Maar ook daar zit een keerzijde aan. Een lagere accijns betekent dat de overheid minder belasting ontvangt over iedere verkochte liter. Het is onzeker of de extra tankbeurten in Nederland voldoende zouden zijn om dat verlies te compenseren.
Daarnaast worden brandstofbelastingen gebruikt om automobilisten te stimuleren minder fossiele brandstoffen te gebruiken en bijvoorbeeld voor elektrisch rijden of het openbaar vervoer te kiezen.
Zelf goed rekenen
Voor automobilisten blijft het uiteindelijk vooral een rekensom. Kijk niet uitsluitend naar het bedrag dat op het prijsbord van het buitenlandse tankstation staat.
Neem ook de afstand, het eigen brandstofverbruik en de extra reistijd mee. Wie twintig euro bespaart maar daarvoor tientallen kilometers moet omrijden, houdt uiteindelijk een stuk minder voordeel over.
Voor inwoners van Nederlandse grensgebieden ligt dat anders. Wanneer een Belgische of Duitse pomp slechts enkele kilometers verderop ligt, kan regelmatig tanken over de grens op jaarbasis behoorlijk wat geld schelen.
En zolang het prijsverschil groot genoeg blijft, lijkt tanktoerisme voorlopig niet te verdwijnen. Daarmee blijft Nederland met een ingewikkeld dilemma zitten: automobilisten willen betaalbaar tanken, ondernemers willen hun klanten behouden en de overheid wil zowel belastinginkomsten veiligstellen als klimaatdoelstellingen halen.