Actueel
Glennis Grace per direct van de buis: ´Denken ze dan echt niet na?´
Angela de Jong heeft haar ongenoegen uitgesproken over de aanwezigheid van Glennis Grace op de Nederlandse televisie. In haar column in het AD haalt ze hard uit naar de zangeres en vraagt zich af wat Paul de Leeuw dacht toen hij haar uitnodigde voor Ranking the Stars. Volgens Angela is het “walgelijk” dat Glennis een prominente plek krijgt in de show, ondanks haar controversiële verleden.

Kritiek op Paul de Leeuw
Angela is duidelijk niet te spreken over Paul de Leeuw’s beslissing om Glennis Grace uit te nodigen voor Ranking the Stars. Ze noemt het een “gotspe” dat Glennis zo’n platform krijgt en hekelt haar gedrag in de show. Volgens Angela toont Glennis geen berouw en bijt ze van zich af, vooral tegen Rob Goossens, die zij ervan beschuldigt haar carrière te hebben geschaad. Angela vindt het lachwekkend dat Glennis zichzelf zo opstelt.

Glennis van de buis
Angela hoopt dat 2025 het jaar wordt waarin Glennis Grace definitief van de televisie verdwijnt. Ze uit in haar column de wens dat Glennis nooit meer op tv te zien zal zijn en noemt haar aanwezigheid op het scherm “walgelijk”. Angela benadrukt dat Paul de Leeuw en de makers van de show niet hebben nagedacht over de impact die Glennis’ verschijning kan hebben op de slachtoffers van haar eerdere wangedrag. Ze vindt het respectloos tegenover de medewerkers van Jumbo, die door Glennis getraumatiseerd zijn, om haar nu te zien lachen en grappen maken op tv.

Geen plaats in massamedia
Volgens Angela is het onterecht dat Glennis, ondanks haar veroordeling, toch weer een plek krijgt in het tv-amusement. Ze stelt voor dat Glennis zich beperkt tot het nadoen van Whitney Houston in kleinere zalen waar mensen bewust voor kiezen om haar te zien. Op die manier kunnen degenen die haar willen vermijden, dat ook daadwerkelijk doen.

Kritiek op RTL 4-baas Peter van der Vorst
Angela richt haar pijlen ook op Peter van der Vorst, de baas van RTL 4, die volgens haar hypocriet is door Ranking the Stars terug te halen. Ze wijst erop dat Peter eerder trots was op zijn “Start Loving, Stop Hating, Be Sweet”-campagne, en vindt het onbegrijpelijk dat hij nu toch kiest voor een show met mensen zoals Glennis Grace.

Aandachtsorgels
Angela kan ook niet begrijpen waarom mensen zoals Lilian Marijnissen, Sébas Diekstra en Robèrt van Beckhoven vrijwillig deelnemen aan een programma met “notoire aandachtsorgels” zoals Gordon en Patty Brard. Ze vindt dat ze hiermee hun geloofwaardigheid verliezen, vooral in het geval van Lilian, die na haar vertrek uit de Tweede Kamer aan bijna elk tv-spelletje meedeed.

Conclusie
Angela de Jong’s kritiek op Glennis Grace en de keuzes van Paul de Leeuw en RTL 4 laat zien hoe verdeeld de meningen zijn over de rol van bekende figuren met een controversieel verleden op televisie. Volgens Angela is het tijd om kritisch te kijken naar wie we een platform geven en wat dat zegt over de waarden die de televisie-uitzendingen uitdragen.
Actueel
Slecht nieuws voor Rob Jetten en zijn coalitiegenoten

Het kabinet van premier Rob Jetten krijgt een flinke tik in een nieuwe peiling van Ipsos I&O. Nog slechts 18 procent van de ondervraagden zegt tevreden te zijn over het beleid van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Zeven op de tien zijn juist ontevreden. Daarmee bereikt de tevredenheid volgens het onderzoek het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet. Ook onder de eigen achterban van de coalitiepartijen neemt de kritiek toe.
Rob Jetten trad op 23 februari aan als premier en staat daarmee nog geen zeven maanden aan het roer.
Toch lijkt de aanvankelijke hoop bij een aanzienlijk deel van de kiezers inmiddels te zijn verdwenen.
De nieuwste cijfers van Ipsos I&O laten een duidelijke verslechtering zien ten opzichte van de vorige meting.
Nog maar 18 procent tevreden
Volgens de peiling is momenteel slechts 18 procent van de ondervraagden tevreden over het kabinet-Jetten.
Daar staat tegenover dat ongeveer zeven op de tien kiezers aangeven ontevreden te zijn.
Beide cijfers zijn volgens Ipsos I&O opvallend.
De tevredenheid is sinds het aantreden van het kabinet niet eerder zo laag geweest, terwijl het aandeel ontevreden kiezers juist een nieuw hoogtepunt bereikt.
Ook de ontwikkeling ten opzichte van enkele maanden geleden is fors.
Flinke daling sinds juli
Bij de vorige peiling, die in juli werd gehouden, gaf nog 26 procent van de ondervraagden aan tevreden te zijn met het kabinet.
Dat percentage is inmiddels teruggelopen naar 18 procent.
Dat betekent een daling van 8 procentpunt in relatief korte tijd.
Opinieonderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O sprak bij Café Kockelmann over het geringe vertrouwen onder kiezers.
Volgens hem leefde na de vorming van het kabinet bij een deel van Nederland aanvankelijk de gedachte dat er na een politiek ingewikkelde periode eindelijk weer beleid gemaakt zou worden.
De nieuwste cijfers wijzen erop dat die verwachting bij veel kiezers vooralsnog niet is uitgekomen.
Ook eigen kiezers worden kritischer
Voor D66, CDA en VVD is vooral een ander onderdeel van de peiling ongemakkelijk.
De ontevredenheid beperkt zich namelijk niet tot oppositiekiezers.
Ook mensen die bij de verkiezingen op een van de drie coalitiepartijen stemden, blijken lang niet allemaal tevreden over de huidige koers.
Binnen de D66-achterban is volgens het onderzoek nog iets meer dan de helft tevreden.
Bij het CDA ligt dat percentage op 43 procent.
De VVD scoort onder haar eigen kiezers nog lager: daar is volgens de peiling slechts 32 procent tevreden.
Dat betekent dat geen van de drie coalitiepartijen op overweldigende steun voor het kabinetsbeleid vanuit de eigen achterban kan rekenen.
Begrotingsonderhandelingen spelen belangrijke rol
Volgens de onderzoekers hangt de verslechterde beoordeling onder meer samen met de politieke strijd rond de begroting.
D66, CDA en VVD hebben binnen de coalitie overeenstemming bereikt over hun plannen, maar daarmee is de begroting politiek nog niet automatisch verzekerd.
Het kabinet heeft namelijk een minderheidspositie.
De coalitie beschikt niet zelfstandig over voldoende zetels om haar plannen zonder hulp van andere partijen door zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen.
Daardoor moet het kabinet op zoek naar steun bij de oppositie.
Dat maakt iedere belangrijke politieke afspraak ingewikkelder.
Oppositie krijgt belangrijke positie
Voor het kabinet betekent de minderheidspositie dat er voortdurend onderhandeld moet worden met partijen buiten de coalitie.
Die oppositiepartijen kunnen in ruil voor hun steun aanpassingen of concessies verlangen.
Of het kabinet voldoende steun voor alle begrotingsplannen weet te verzamelen, zal daarom afhangen van de onderhandelingen die worden gevoerd.
Juist die onzekerheid lijkt bij kiezers niet goed te vallen.
Volgens Ipsos I&O hebben veel Nederlanders weinig vertrouwen in het vermogen van het kabinet om grote problemen daadwerkelijk op te lossen.
Slechts 9 procent heeft veel vertrouwen in oplossingen
Een van de opvallendste cijfers uit het onderzoek heeft betrekking op de slagkracht van het kabinet.
Volgens Ipsos I&O heeft slechts 9 procent van de ondervraagden vertrouwen dat het kabinet problemen kan oplossen.
Ook kijken kiezers kritisch naar de rol van de afzonderlijke coalitiepartijen.
Daarbij krijgt met name de VVD volgens de onderzoekers relatief veel verantwoordelijkheid toegeschreven voor de huidige politieke situatie.
Voor de partij is dat extra pijnlijk omdat ook onder de eigen achterban de tevredenheid met het kabinet laag ligt.
PRO volgens peiling grootste partij
De verslechterde beoordeling van het kabinet is ook terug te zien in de virtuele zetelverdeling van Ipsos I&O.
Als er op dit moment Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO onder leiding van Jesse Klaver volgens deze peiling de grootste partij worden met 26 zetels.
D66 zou uitkomen op 20 zetels.
De PVV volgt volgens de meting met 17 zetels.
Aan de rechterkant van het politieke spectrum vallen daarnaast de stijgende cijfers van JA21 en Forum voor Democratie op.
Het gaat hierbij nadrukkelijk om een momentopname. Een zetelpeiling voorspelt niet met zekerheid hoe Nederlanders bij daadwerkelijke verkiezingen zouden stemmen.
Peiling onder ongeveer 2.100 mensen
Aan het onderzoek van Ipsos I&O deden ongeveer 2.100 mensen mee.
Dat is vanzelfsprekend maar een klein deel van alle kiesgerechtigde Nederlanders, maar dat maakt een opinieonderzoek op zichzelf niet onbetrouwbaar.
Bij representatief steekproefonderzoek is vooral van belang hoe deelnemers zijn geselecteerd, hoe representatief de steekproef is voor de bevolking en welke statistische onzekerheidsmarges gelden. Een goed samengestelde steekproef van enkele duizenden respondenten kan daarom wel degelijk inzicht geven in verschuivingen onder de Nederlandse bevolking.
Tegelijkertijd moeten percentages en virtuele zetelaantallen niet als exacte verkiezingsuitslagen worden gelezen. Kleine verschillen kunnen binnen de onzekerheidsmarge vallen en politieke voorkeuren kunnen snel veranderen.
Stevige waarschuwing voor Jetten en coalitie
Voor premier Rob Jetten en zijn coalitiepartners zijn de nieuwste cijfers hoe dan ook geen prettig signaal.
Nog geen zeven maanden na zijn aantreden is volgens Ipsos I&O nog maar 18 procent tevreden over het kabinetsbeleid, tegenover 26 procent in juli.
Daar komt bij dat ook binnen de achterban van D66, CDA en vooral VVD aanzienlijke onvrede bestaat.
De komende periode wordt daarmee belangrijk voor het kabinet-Jetten. De coalitie moet niet alleen voldoende oppositiesteun vinden om haar plannen door het parlement te krijgen, maar staat volgens deze peiling ook voor een minstens zo lastige opdracht: het vertrouwen van een groot deel van de kiezers terugwinnen.